Nieuwe serie: The Deuce

De opkomst van de porno-industrie in New York

, Nick Boers

Na Vinyl en The Get Down is er met The Deuce opnieuw een serie over de opkomst van een miljardenbusiness in het New York van de jaren zeventig en tachtig. Dit keer gaat het over porno en de maker is David Simon (The Wire).

'The Deuce', het is een van de bijnamen voor 42nd Street in downtown New York, de plek waar Broadway Times Square ontmoet. The Deuce is op zijn beurt het verhaal van datzelfde stratenblok in de jaren zeventig; vóór de immens grote billboards, de straatartiesten in kitscherige kostuums en de theaterfreaks die in ellenlange rijen staan voor de laatste Broadwaykaartjes. De tijd van neonletters, nachtwinkels, louche cafés, pooiers, prostituees en schmutzige pornobioscopen; de overtreffende trap van de Wallen, maar dan zonder al die toeristen.

Deze nieuwe HBO-dramaserie draait in eerste instantie om tweelingbroers Vincent en Frankie Martino (een dubbelrol van James Franco) – broers die beiden behept zijn met de nodige karakterfouten en in naam van de maffia barretjes en andere, smerigere toko’s runnen – en Candy (Maggie Gyllenhaal), een prostituee die het zonder pooier rooit en de pornografie inrolt, als de wetgeving daaromheen versoepelt.

'Eigenlijk zie je wat er gebeurt als een product dat eerst verkocht werd van onder de toonbank, plots legaal wordt,' schetste bedenker David Simon (The Wire) de opzet onlangs tijdens een perstoer. 'En dat product is geen normaal product. Het product is mens, vlees. Het is de objectificering van vrouwen. In die ontwikkeling van porno naar een miljardenindustrie, is het heel veelzeggend wie er betaald krijgt en wie niet, wie verraden wordt en wie daarin iets van controle over zijn of haar eigen lot heeft.'

James France (2x) in The Deuce

Stadsdrama

Goed, je zou nu kunnen denken: wéér New York, wéér de jaren zeventig, wéér de opkomst van een miljardenbusiness. Nog niet zo heel lang geleden kondigde HBO tenslotte met veel bombarie Vinyl aan (over de muziekindustrie in jarenzeventig-New York, van producenten Mick Jagger en Martin Scorsese) – en Netflix deed daarop nog een duit in het zakje met The Get Down (over de opkomst van hiphop in het New York van de jaren zeventig, gemaakt door Moulin Rouge-regisseur Baz Luhrmann).

Allebei gelikte series met torenhoge budgetten (Vinyl kostte minimaal honderd miljoen dollar, The Get Down ruim tweehonderd miljoen) die uiteindelijk niet in verhouding bleken te staan tot de kwaliteit, of in elk geval de waardering daarvan. Allebei ook mochten ze na het eerste seizoen al inrukken.

Wat The Deuce anders maakt? Hij werd hiervoor al even aangehaald: David Simon. De (mede)bedenker en schrijver van meeslepende stadsdrama’s als The Wire, Treme en Show Me a Hero weet als geen ander hoe je televisiedrama kunt maken dat zo dicht tegen de realiteit aanschurkt dat het naar documentaire neigt. Of, zoals hij het samenvatte in The New York Times: 'Delen van The Deuce zijn echt gebeurd, andere delen niet. Sommige delen zijn misschien gebeurd – maar het hád allemaal kunnen gebeuren. Dat is de enige regel. Het had allemaal kunnen gebeuren.'

Gbenga Akinnagbe in The Deuce

Invloed

The Deuce, die het moest doen met een (relatief) schamele twaalf miljoen dollar, voelt desondanks wel écht. Al vanaf de eerste minuten ademt New York in The Deuce de groezelige sfeer van klassieke films als The French Connection, Taxi Driver en Mean Streets. Dat zit hem niet alleen in de aankleding – bijvoorbeeld de auto’s die niet van de fabrieksband zijn gerold, maar eerder vanaf de schroothoop lijken te zijn geplukt – maar vooral in de personages.

Als we namelijk, zoals hiervoor, schrijven dat The Deuce in eerste instantie draait om prostituee/aspirant-pornoactrice Candy en de malafide tweelingbroers Vincent en Frankie dan bedoelen we: de serie draait om zoveel meer. In de rolverdeling is er plek voor andere prostituees, pooiers, politieagenten, criminelen in alle soorten en maten, 'gewone' burgers en journalisten. Ieder lid van de ruim twintigkoppige cast speelt een grote of kleine, maar altijd belangrijke rol, al is het maar in het scheppen van een wereld. The Deuce gaat over geld, politiek, macht en systemen. De wereld, eigenlijk. Simon: 'In het grotere plaatje bekijkt The Deuce hoe porno onze cultuur heeft beïnvloed, van autoreclames tot aan de manier waarop mannen en vrouwen vandaag de dag met elkaar communiceren.'

Het roept de vraag op of een serie over de opkomst van de porno-industrie – en dan in het bijzonder zo’n serie van HBO, toch al niet preuts – eigenlijk wel waarheidsgetrouw kan zijn zonder daadwerkelijke pornografie te verbeelden; en dan in het bijzonder alle narigheid die daarmee vaak gepaard gaat. 'Het zou een misvatting zijn om te denken  dat we erop uit zijn om vrouwonvriendelijke beelden te verspreiden om deze serie te verkopen. Dat is juist waar The Deuce over gaat,' vervolgde Simon op dezelfde perstoer.

Hij en zijn medebedenker George Pelecanos – beiden witte mannen van middelbare leeftijd, 'getrouwd en met tuinmeubilair' – omringden zich hiervoor met een gemêleerde crew, met daarin homoseksuele en transgenderschrijvers, vrouwelijke regisseurs, zoals Michelle MacLaren, en actrice Maggie Gyllenhaal, die ook optreedt als producent. Simon: 'Je kunt deze serie inderdaad niet maken en dan wegkijken bij de narigheid. Integendeel: je portretteert het onderwerp door het direct te benaderen. Maar als we iets hebben gemaakt wat alleen maar opwindt en niet tot nadenken aanzet, then damn us.'

The Deuce is vanaf maandag 11 september wekelijks beschikbaar bij het pakket Movies & Series XL van televisieaanbieder Ziggo.

Profiel: David Simon

Er zijn weinig televisiemakers met zo’n duidelijke handtekening als David Simon (1960). In achtereenvolgens The Wire (2002-2008), Treme (2010-2013) en nu The Deuce weet hij op nagenoeg feilloze wijze moderne Amerikaanse steden (respectievelijk Baltimore, New Orleans en New York) te portretteren en vooral: te ontleden. Terugkerende thema’s zijn het verval van maatschappelijke pijlers (politiek, politie, onderwijs, media), de kloof tussen arm en rijk en vooral hoe het eerste het laatste versterkt.

Zijn kennis van de stad, en een gezond wantrouwen jegens de macht pikte Simon op als misdaadjournalist in de straten van Baltimore. Ruim dertien jaar lang begaf hij zich voor de lokale Sun onder agenten, rechercheurs, dealers en junkies en zag hij met lede ogen toe hoe kortzichtig beleid in the war on drugs de drugsmarkt alleen maar in standhield en er ook voor zorgde dat alle andere misdaad genegeerd werd.

Zijn ervaringen aan de zelfkant van de samenleving leidden onder andere tot Homicide: A Year on the Killing Streets, eerst een non-fictieboek en al snel ook een televisieserie. Hoewel zijn betrokkenheid bij de serie aanvankelijk miniem was, leerde Simon er wel de kneepjes van het televisievak. Homicide, in vergelijking met Law & Order al baanbrekend, was eigenlijk alleen nog te soft.

Welkom, HBO. De toen nog opkomende betaalzender nam in 2000 eerst alleen het driedelige The Corner af (over een enkele arme familie in Baltimore), maar werd daarna al snel Simons enige thuis en stelde hem in staat het begrip televisieserie radicaal anders te benaderen. Zo werd The Wire, nog steeds Simons magnum opus, opgezet alsof het een roman betreft. Iedere aflevering gold als een nieuw hoofdstuk in een steeds groter wordend\ stadsdrama; een uitzending missen was niet aan de orde. In het pre-Netflixtijdperk nogal een bevreemdende ervaring, alleen maar bemoeilijkt door het feit dat alles in het taal en het ritme van Baltimore werd geschreven. De slang van de dealers en het vakjargon van de politie, dat moest je maar gaandeweg oppikken. Zo vergt het kijken van een David Simon-serie vrijwel altijd even veel aandacht als in de productie ervan is gestopt.

Denderende kijkcijfers zijn dan ook nog nooit het resultaat van Simons series geweest, prijzen overigens ook niet – daarvoor zijn ze te kritisch, te ondoordringbaar, te documentair – maar wie er één durft aan te zetten (bingewatchen is aangeraden), wordt onvermijdelijk beloond.