Guerrilla: ijzersterke, controversiële serie

Zesdelige dramaserie van de BBC

, Nick Boers

De zesdelige dramaserie Guerrilla zoomt in op de Britse burgerrechtenstrijd in de jaren zeventig, waarbij vreedzaam protest uitmondde in gewapend verzet. Hoe goede bedoelingen tot foute beslissingen kunnen leiden.

Freida Pinto als Jas Mitra in Guerrilla

Om maar gelijk met het goede nieuws te beginnen: Guerrilla, een zesdelige dramaserie over de Britse Black Powerbeweging in de jaren zeventig, is ijzersterk. De castleden – met onder anderen Freida Pinto en in een bijrol Idris Elba – verstaan hun vak en de serie is uitstekend geschreven en geregisseerd door John Ridley. Die was eerder ook al verantwoordelijk voor het nietsontziende, maatschappijkritische en gelaagde American Crime (momenteel drie seizoenen rijk) en won daarnaast nog een Oscar voor 12 Years a Slave (beste scenario). Kwalitatief zit het hier dus wel goed.

Dan de controverse. Bij de seriepremière in Londen eerder dit jaar kon Guerrilla namelijk op stevige kritiek rekenen vanuit het publiek. Want waarom had men eigenlijk Freida Pinto gecast als prominente voorvechtster van de burgerrechtenbeweging in Londen die ook de belangrijkste beslissingen neemt? Hoewel Pinto een steengoede actrice is (zie ook Slumdog Millionaire of Trishna), is zij uiteindelijk Brits noch zwart.

Op zich misschien geen kwalijk feit, ware het niet dat in de eerste aflevering de enige zwarte actrice met meer dan een paar regels tekst helpt de Black Powergroep te saboteren. En dit terwijl er meer dan genoeg vrouwen waren die zich hadden laten gelden in de strijd voor gelijkheid.

De verdediging was onhandig. De Britse acteur Babou Ceesay, die in Guerrilla activist Marcus Hill speelt, vroeg naar historische bronnen die de verwijten ondersteunden. Daarvoor hoefden de critici echter alleen te wijzen op hun eigen ouders.

Dan Ridley, die aangaf het Pakistaanse personage Jas (gespeeld door Pinto) te hebben bedacht naar aanleiding van zijn eigen interraciale relatie: ‘Mijn vrouw is een activist, een vechter, en toch krijgen we het nog regelmatig zwaar te verduren, omdat onze etniciteit verschilt. De manier waarop wij door de buitenwereld worden behandeld, is bijna gelijk aan wat me nu voor de voeten wordt geworpen.’ Ai.

‘Ik heb me niet gerealiseerd hoezeer deze gebeurtenissen onderbelicht zijn gebleven op de Britse televisie’

John Ridley

Onderbelicht
De geschiedschrijving stelde Ridley in het gelijk. Naast zwarte vrouwen als Althea Jones-Lecointe, Olive Morris, Gail Lewis en Beverley Bryan, mengde ook de Indiaas-Britse Mala Sen zich actief in de burgerrechtenstrijd. Sterker nog, in de Britse Black Powerbeweging werd de aanduiding black gebruikt voor alles wat niet wit was: zo trokken de minderheden van het Verenigd Koninkrijk samen op om hun gelijk(heid) te halen.

Een onderbelicht feit, zoals zo veel van de burgerrechtenstrijd in het Verenigd Koninkrijk buiten de grenzen onbekend is. Of eigenlijk zelfs ook binnen die grenzen: The Guardian merkte naar aanleiding van Guerrilla op dat de Britten waarschijnlijk beter bekend zijn met de strijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging dan met bijvoorbeeld hun eigen slavernijverleden, de (rassen)rellen zoals die in 1981 uitbraken in Brixton of de zogeheten Mangrove Nine – negen zwarte Britse activisten die in 1970 berecht (en vrijgesproken) werden wegens opruiing. Onder hen ook eerder genoemde Althea Jones-LeCointe en Darcus Howe, een van de bekendste voorvechters van de Britse gelijkheidsstrijd, die in Guerrilla tevens een kleine rol op zich neemt.

Ook daar heeft het dus niet aan gelegen: Amerikaan Ridley heeft zich niet alleen goed ingelezen in de Britse burgerrechtenbeweging, hij heeft zich daarnaast omringd met mensen die er uit de eerste hand over kunnen vertellen. Maar toch. ‘Ik heb me helaas niet gerealiseerd hoezeer deze groepen en gebeurtenissen onderbelicht zijn gebleven op de Britse televisie.’ Wrang, omdat de zwarte regisseur zelf een uitgesproken voorvechter is van gelijke rechten en dit met de samenstelling van al zijn casts en crews uitdraagt. Des te meer het bewijs dat de beste bedoelingen niet automatisch tot de beste beslissingen leiden.

Idris Elba en regisseur John Ridley op de set van Guerrilla

Hellend vlak
Daarmee komen we terug bij Guerrilla, dat die thematiek tot premisse verheft. Het is 1971 als het Verenigd Koninkrijk de immigratiewetgeving verder aanscherpt. Geliefden Jas (Pinto) en Marcus (Ceesay) hebben het dan al niet makkelijk: laatstgenoemde wordt bij het arbeidsbureau van het kastje naar de muur gestuurd, zijn diploma’s worden in twijfel getrokken of als irrelevant beschouwd – heeft hij misschien een rijbewijs? Dan kan hij wellicht koerier worden. De twee worden ook, als ze samen met een ander interraciaal koppel gemoedelijk over straat lopen, verbaal en fysiek mishandeld door politieagenten. Bij een vreedzaam protest komt vervolgens ook nog een van hun vrienden om door politiegeweld.

De gelijkenissen met gebeurtenissen in het heden zullen niemand ontgaan, maar ze worden in Guerrilla niet bijzonder geëxpliceerd. Dat hoeft ook niet: racisme is (helaas) nog van alle tijden.

Daarom ook komen Jas en Marcus in opstand. Het wordt hoog tijd om iets te doen. Die goede bedoelingen leiden nog voor het einde van de eerste aflevering tot een jailbreak en een dode ambulancebroeder. Het is pas het begin van het hellende vlak waarop de twee activisten zich zullen bevinden.

Guerrilla stopt daar niet, maar belicht vervolgens de complexe motivaties van Jas en Marcus, evenals de beweegredenen van de militante Dhari (Nathaniel Martello-White), van Kent (Idris Elba), een kunstenaar die liever aan de zijlijn blijft, van witte activist Fallon (Denise Gough), wier vriend slachtoffer wordt van eerder genoemd politiegeweld, van rechercheur Pence (Rory Kinnear), wiens opdracht het is de Black Powerbeweging te neutraliseren, en van zijn partner Cullen (Daniel Mays), die als Ier zijn eigen gelijkheidsstrijd kent. Allemaal genuanceerde karakterstudies waarin aspecten van racisme, radicalisering en revolutie aan bod komen. In de loop van de serie duiken zelfs twee zwarte vrouwen op: de vredelievende activist Omega (Zawe Ashton) en Kenya (Wunmi Mosaku), eerdergenoemde saboteur, voor wie de zaken onvermijdelijk moeilijker blijken dan ze op voorhand lijken.

‘Ik doe mijn best,’ verdedigde Ridley zich later nog eens tegen The Hollywood Reporter, ‘maar spoor ook iedereen die meent dat ik hen tekort doe aan om zelf iets te doen. Vertel de verhalen die jij wilt vertellen, op de manier zoals jij ze wilt vertellen. Daar heb je niemands toestemming voor nodig.’

Guerrilla is momenteel te zien op BBC First