Het derde seizoen van Fargo

Aw jeez

, Nick Boers

Dankzij Noah Hawley slaagde Fargo er glansrijk in de stap van film naar televisie te maken.

Carrie Coon in seizoen 3 van Fargo

Eigenaardig, zo valt Fargo – zowel de film uit 1996 van de broertjes Ethan en Joel Coen als de twee televisieseizoenen die er de afgelopen jaren van werden gemaakt – het best te omschrijven. Gruwelijke moorden, belachelijke moorden en belachelijk gruwelijke moorden op het platteland van Amerika, met bijbehorende koddige personages en dialecten (‘Yah’, ‘Aw Jeez’), en dat allemaal in wonderlijk mooie winterscènes; voeg er wat gortdroge humor en Minnesota nice aan toe – inwoners van Minnesota hebben de reputatie vriendelijk, beleefd en terughoudend te zijn – en je hebt Fargo. Een eigenaardig meesterwerk.

Een meesterwerk dat gebaseerd is op een leugen. Net als de film begint elke aflevering van de serie Fargo met de tekst: ‘This is a true story. De gebeurtenissen in deze film vonden plaats in Minnesota. Op verzoek van de nabestaanden zijn alle namen gefingeerd. Uit respect voor de slachtoffers wordt de rest precies verteld zoals het is gebeurd.’

Googelen naar de achterliggende feiten heeft geen enkele zin. Niets ervan is namelijk echt gebeurd. En ergens moet je dat ook niet willen, gezien het aantal doden dat er gemiddeld valt in deze true stories. Het is een van de redenen waarom Fargo zo goed werkt, als film en vooral als serie.

‘Het is altijd mijn bedoeling geweest om die zin – “dit is een waargebeurd verhaal” – te deconstrueren,’ vertelde Noah Hawley onlangs aan USA Today. Hij was het die de gebroeders Coen ervan overtuigde om Fargo bijna twintig jaar na dato naar televisie te vertalen en daarbij nam hij het leeuwendeel van het schrijf-, regisseer- en denkwerk op zich. ‘Ik probeer vooral een verhaal te vertellen dat voelt als het echte leven. De plotwendingen kunnen daarom geen typische film-twists zijn, maar ze moeten iets willekeurigs hebben, toevallig aanvoelen.’

Bevreemdend
Waargebeurd – ook al is het een leugen – betekent een zekere vrijheid, want gekker dan de werkelijkheid kan het nooit zijn. Hawley: ‘Bij de dingen die je voorbij zag komen in de film Fargo moest je als toeschouwer vaak denken: zo is het dus echt gebeurd, want waarom zit het anders in de film?’

Fargo is daarmee heerlijk onvoorspelbaar. Dat leent zich bij uitstek voor een film van twee uur, maar vooral voor één van tien uur. Werkte de film nog bevreemdend – of misschien zelfs wel gewoon op je zenuwen – in de serie ga je je vanzelf helemaal thuis voelen in die slaperige, winterse Minnesotadorpjes, waar je de raarste mensen tegenkomt en waar nog vreemdere dingen gebeuren. Je kunt je er volledig in onderdompelen.

Niet dat dit een wens van iedereen was – sceptici heb je overal, vooral als het gaat om bewerkingen en al helemaal wanneer het een cultfilm betreft. Nee, de liefhebbers stonden er niet om te springen, een Fargo-serie. Inmiddels zijn er nog maar weinig die niet om zijn. In het eerste jaar won het programma meteen een Emmy en een Golden Globe voor beste miniserie.

‘In wezen gaat het er in Fargo altijd over wat mensen bereid zijn te doen voor geld’

Noah Hawley

De credits daarvoor gaan in de eerste plaats natuurlijk naar de broertjes Coen, die het hele verhaal in gang hebben gezet – zij definieerden de stijl en de toon – maar ook naar Hawley, die deze toon wist te vangen en naar televisie wist te vertalen. Daarnaast verdienen de acteurs complimenten. Fargo beschikt doorgaans over een topcast.

Zo kon de eerste reeks bogen op de acteerkunsten van onder anderen Martin Freeman (Sherlock, The Hobbit-trilogie) als goedzak-verandert-in-slechterik en Billy Bob Thornton (Monster’s Ball, The Man Who Wasn’t There) als amorele huurmoordenaar. Zij werden daarbij ook nog eens ondersteund door Allison Tolman en Colin Hanks, die een meer dan aandoenlijk politie- en liefdesduo vormden. Voor de tweede reeks werden zij allemaal aan de kant gezet – Fargo vertelt elk seizoen een nieuw verhaal – maar aan kwaliteit bleek de serie niets in te boeten. Integendeel. Daarvoor maakten onder anderen Kirsten Dunst, Patrick Wilson, Jesse Plemons en Ted Danson vervolgens hun opwachting.

Dubbelrol
In het derde seizoen, dat sinds enkele weken te volgen is via Netflix, is het de beurt aan Ewan McGregor (Trainspotting, The Ghost Writer), die daarbij meteen twee rollen voor zijn rekening neemt. Hij speelt de broertjes Emmit en Ray Stussy. De een is de welgestelde ‘parkeerplaatskoning’ van Minnesota, de ander een ongelukkige reclasseringsagent. Uiterlijk kan het verschil tussen de twee niet groter zijn: als Emmit is McGregor zijn gebruikelijke zelf – knap, slank, strak kapsel – en als Ray het tegenovergestelde: nagenoeg kaal, met een snor en een buikje.

Ewan McGregor als Emmit Stussy (l) en Ray Stussy (r) in Fargo

McGregor wordt bijgestaan door David Thewlis, Michael Stuhlbarg, Mary Elizabeth Winstead en Carrie Coon, die – in navolging van Frances McDormand in het origineel en de eerdergenoemde Allison Tolman – een politieagente speelt. Voor wat betreft dat laatste is Fargo in ieder geval wel altijd voorspelbaar (en dat is maar goed ook).

Het verhaal speelt zich ditmaal af in 2010 – nadat het eerste en tweede seizoen in respectievelijk 2006 en 1979 gesitueerd waren. Net na de economische crisis, als de wereld weer begint op te krabbelen. ‘In wezen gaat het er in Fargo altijd over wat mensen bereid zijn te doen voor geld,’ vervolgde Hawley tegenover USA Today. ‘De ene broer is ervan overtuigd dat hij ooit belazerd is, daar wijt hij alle tegenslagen in zijn leven aan. De andere broer is miljonair en ziet zichzelf als een selfmade man, maar in werkelijkheid is hij helemaal niet zo selfmade. De kloof tussen arm en rijk speelt een belangrijke rol in het verhaal, tussen mensen die niets hebben en mensen die alles hebben.’

Gelukkig maar dat wij Fargo hebben. You betcha!

Het derde seizoen van Fargo is sinds 20 april wekelijks te volgen op Netflix. Daar zijn ook de eerste twee seizoenen in hun geheel te bekijken.