De revolutie begint in seizoen drie van The Handmaid's Tale

Vanaf 6 juni te zien bij Videoland

, Merel van Ommen

‘Wees moedig,’ luidt de boodschap van het inktzwarte, visueel verpletterende The Handmaid’s Tale aan de kijker. ‘Kijk het Kwaad diep in de ogen, zónder jezelf erin te verliezen. En blijf kijken.’ Het derde seizoen van de must-see-serie staat in het teken van de revolutie.

De openingsscène van het eerste seizoen van de gelauwerde Amerikaanse serie The Handmaid’s Tale (2017) is er eentje die de maag doet samentrekken. In schokkerige beelden volgen we drie figuren in een auto, op de vlucht voor iets beestachtigs. Iets dat alles dreigt te verslinden. Vader Luke maakt haast achter het stuur, moeder June neemt op de achterbank hun dochtertje onder haar vleugels. ‘Het komt goed,' belooft ze haar kind, maar ondertussen woedt er een oorlog in haar, meesterlijk invoelbaar gemaakt door Golden Globe-winnares Elizabeth Moss (Mad Men, Top of the Lake). Als kijker weet je direct: dit komt helemáál niet goed.

Dat de totalitaire samenleving het monster is waar dit gezin aan probeert te ontsnappen, blijkt pas veel later in deze eerste, zenuwslopende aflevering. The Handmaid’s Tale is de eerste serie van een streamingdienst die bekroond werd met zowel de Emmy Award als de Golden Globe voor beste dramaserie.

Het verhaal is gebaseerd op de gelijknamige roman van schrijfster Margaret Atwood en speelt zich af in een dystopische nabije toekomst waarin het geboortecijfer door seksueel overdraagbare aandoeningen en milieuverontreiniging drastisch is gedaald. Na een gewelddadige burgeroorlog grijpt een regime van christelijke fundamentalisten, genaamd Gilead, de macht. De VS wordt nu geleid door een mannelijke elite en de weinige vruchtbare vrouwen worden gedwongen handmaids (dienstmaagden) te worden. Hun uniform: een rood gewaad en witte kap − inspiratie voor de kleding haalde kostuumontwerpster Ane Crabtree uit de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst. Hun voornaamste taak: het baren van kinderen, zoals in het Bijbelse verhaal van Rachel en haar dienstmaagd Bilha.

Ook June wordt na haar arrestatie gedwongen een opleiding tot handmaid te volgen. Ze wordt, moederziel alleen, geplaatst bij het gezin van de machtige Commander Fred Waterford en zijn onvruchtbare echtgenote. Vanaf dat moment mag ze alleen naar de naam Offred luisteren, ze is nu eigendom van Fred. In de hoop haar dochter ooit nog terug te zien, probeert ze zich zo goed mogelijk aan de strenge regels van het regime te houden. En dat blijkt een ware nachtmerrie. 

Schaduw

In Gilead wordt elke afwijking van de norm – homoseksualiteit, abortus, anticonceptie, vriendschap tussen man en vrouw, om maar wat te noemen – bestraft met bloederige amputaties en openbare massa-executies. In de eerste twee seizoenen zagen we hoe Offred onderdrukking, vernederingen en geritualiseerde verkrachtingen ondergaat.

Ontsnappen aan het verstikkende systeem lijkt, in de breedste zin van het woord, onmogelijk: zelfs de slaapkamers van de dienstmaagden zijn vrijgemaakt van scherpe voorwerpen, gordijnroedes en -koorden om suïcide te voorkomen. En al dat gruwelijks wordt in The Handmaid’s Tale steeds weer gevangen in pakkende verhaallijnen, gelaagde dialogen en hypnotiserende beelden van een verpletterende visuele kracht.

Ook voor de kijker is er dus geen ontsnappen aan. Waarom doen we dit onszelf aan? Waarom kijken naar al die (seksuele) bruutheid? Naar de door de Amerikaanse scenarist en producer Bruce Miller gecreëerde misselijkmakende verbeelding van het Kwaad? En waarom zouden we dat vooral moeten blijven doen? Niet alleen The Handmaid’s Tale, maar ook veel andere nieuwe series van streamingdiensten, zoals Game of Thrones, Sons of Anarchy, The Sinner of Hannibal, lijken er een handje van te hebben: excessief geweld en horror als vast onderdeel van complex, realistisch kwaliteitsdrama. Alsof het (koeien)oog dat door een scheermes wordt gekliefd in Luis Buñuels filmklassieker Un chien andalou het oog van de bingewatcher is geworden. 

Goed drama wekt medeleven op door existentiële angsten te weerspiegelen, beweerde Aristoteles in zijn analyse van het toneelspel Koning Oedipus. Het was Oedipus’ tragische lot zijn vader te vermoorden, zijn moeder te huwen en vervolgens zijn eigen ogen uit te steken. Alleen door het verbeelden van onze diepste angsten, kunnen we onszelf, via catharsis, ervan bevrijden, concludeerde Aristoteles. Carl Gustav Jung kwam vorige eeuw tot een soortgelijke bevinding. De mens is een sociaal wezen dat zich in allerlei bochten wringt, zodat de buitenwereld het idee krijgt dat hij of zij deugt, theoretiseerde hij. Alle kenmerken van onszelf die we afwijzen en onderdrukken – agressie, of seksueel afwijkende wensen, bijvoorbeeld – verdringen we naar de 'schaduw', een donkere hoek van het onbewuste. Maar door haar te onderdrukken, verdwijnt de schaduw niet: ze is simpelweg verbannen. En wat onbewust is, wreekt zich: het projecteert het onderdrukte automatisch weer op de buitenwereld.

Vergrootglas

Als drama een projectiescherm, een spiegel, is, dan is The Handmaid’s Tale een vergrootglas. De hiërarchie die zich in de afleveringen ontvouwt is een op de spits gedreven horrorrealiteit die niet alleen diepmenselijke, maar juist ook heel actuele, maatschappelijke vraagstukken genadeloos blootlegt.

Wat als we onszelf dreigen te vernietigen? Het is een bekend thema in sciencefictionliteratuur, zoals Brave New World (1932), en -films, zoals Children of Man (2006) en High Life (2018): extreem gecontroleerde voortplanting dan wel een dreigende uitsterving. Juist op het moment dat vrouwen geen moeders meer hoeven te zijn, lijkt het moederschap een vruchtbaar literair thema, zo blijkt ook uit recent verschenen boeken als The Mother of All Questions (2017) van Rebecca Solnit en Motherhood (2018) van Sheila Heti.

In The Handmaid’s Tale zijn de vruchtbare vrouwen de ‘baarmoeders’ van de samenleving. Kinderloosheid is door het feminisme bevochten, maar als ze dan als autonoom individu zwanger worden, ervaren Offred en de andere handmaids ineens de kwetsbaarheid van een dubbel wezen zijn: de allesverzengende liefde die Offred voor haar dochtertje voelt, is meteen ook de grote ontwrichting van haar bestaan. Tegelijkertijd worstelt ze met de complexe relatie met haar eigen activistische moeder. Wrang genoeg schaamde ze zich als tiener voor haar moeders deelname aan antiporno- en proabortusdemonstraties.

Still uit het derde seizoen van The Handmaid's Tale

Losbandigheid

Wat als God als politiek instrument wordt ingezet? In Gilead heten lokale politieagenten 'guardians of faith', soldaten zijn 'angels' en commandanten zijn 'commanders of the faithful'. Zelfs winkels en auto’s hebben Bijbelse namen. ‘Het extreem-christelijke Gilead doet een beetje denken aan Saoedi-Arabië,’ schreef Arnon Grunberg in de Volkskrant. ‘De serie laat mooi zien hoe in een theocratie de met geweld afgedwongen kuisheid slechts een middel is van de machthebbers om losbandigheid te monopoliseren.’

De prevalentie van verkrachting, pornografie en geweld tegen vrouwen in het pre-Gilead-tijdperk rechtvaardigt de oprichting van de nieuwe orde. Vrouwen zouden binnen de staat beter beschermd worden, maar in feite wordt onderdrukking via religieuze rituelen geïnstitutionaliseerd.

Atwood schreef haar roman in het Reagan-tijdperk. In hoeverre het tijdperk-Trump lijkt op Gilead, daarover verschilt de Amerikaanse pers van mening. De rood-witte jurk uit de tv-reeks duikt in elk geval op tijdens protesten over de hele wereld. ‘Wat het kostuum echt aan kijkers vraagt is: willen we in een slavenstaat leven?’ reageerde Atwood op de verwijzing naar haar werk in de protesten.

De vers aangezwengelde populariteit van het verhaal inspireerde haar in ieder geval om een vervolg op het boek te schrijven: The Testaments (verschijnt in september 2019). Het verhaal speelt zich vijftien jaar na Offreds laatste scène in The Handmaid’s Tale af.

Balanceeract

Wat als mannen en vrouwen elkaars opponenten zijn geworden? Het ligt voor de hand The Handmaid’s Tale als een feministisch pamflet te duiden, maar dan doe je de complexiteit van de serie ernstig te kort. Het verhaal trekt bijvoorbeeld ook parallellen tussen de oprichters van Gilead en de geportretteerde radicale feministen: beide groepen gebruiken feministische retoriek, zoals ‘zusterschap’, beide beweren vrouwen te beschermen tegen seksueel geweld, en beide tonen zich bereid om de vrijheid van meningsuiting te beperken om dit doel te bereiken.

Ook de duistere kant van activisme en feminisme wordt belicht: wat als de onderdrukten zélf onderdrukkers worden? In een van de gruwelijkste scènes scheurt een groep getergde dienstmaagden een verkrachter met hun blote handen aan stukken. Nadien blijkt dat hij lid van het verzet was. Aan de kijker vervolgens de taak hier zélf een oordeel over te vellen.

Binnen de hiërarchie van Gilead vormen de Jezebels, de seksslaven, de diepst mogelijk weggestopte kaste. Dat Offred uiteindelijk afdaalt tot deze kaste én dat overleeft, vormt een belangrijk kantelpunt in het verhaal. In haar ogen zien we de inktzwarte duisternis van de wereld, maar we zien ook – zelfs in het bordeel van de Jezebels, zélfs bij haar meest duivelse opponenten – altijd nog een klein lichtje branden.

In seizoen drie ontwikkelt dat lichtje zich tot een revolutievuur: de eerste scènes laten zien hoe Offred een belangrijke plek in het politieke steekspel weet te veroveren. Volgens Jung is het de kunst de ‘schaduw’ in de ogen te kijken, zonder je ermee te identificeren. In The Handmaid’s Tale is dat voor kijkers een eindeloze, weergaloze balanceeract. ‘I was asleep before,’ verklaart Offred de oorsprong van Gilead. ‘That’s how we let it happen.’ Alsof ze de wereld wil zeggen: ruim je kelder op. We worden er sterkere, misschien zelfs betere mensen van. 

Seizoen 3 van The Handmaid's Tale is vanaf 6 juni te zien op Videoland

advertentie