In 1897 brak een verwoestende brand uit in Parijs. Met deze historische gebeurtenis opent Le bazar de la charité, een serie die de kijker vanaf de eerste aflevering bij de lurven grijpt.

Nadat ze eind negentiende eeuw een brand in Parijs hebben overleefd, proberen drie vrouwen hun leven weer op te pakken in een door mannen gedomineerde wereld. Dit is in het kort Alexandre Laurents uitgangspunt voor de serie Le bazar de la charité, een coproductie van TF1 en Netflix. Het decor is een stad vol koetsen en bordelen, waarin manipulaties en intriges aan de orde van de dag zijn.

Ondertussen vinden er belangrijke ontwikkelingen plaats: de vrije pers is in opkomst, de cinematograaf wordt uitgevonden en vrouwen beginnen zich voorzichtig te emanciperen. We bekeken de serie en vroegen ons drie dingen af: hoe verhoudt het script zich tot de historische feiten? Hoe slaagt Laurent erin de kijker vast te houden? En hoe feministisch is Le bazar eigenlijk?

De scenaristen schreven hun eigen versie van de gebeurtenissen. Daarom begint Le bazar met een disclaimer: ‘Dit fictieve verhaal is geïnspireerd op ware gebeurtenissen.'

1. Feit en fictie: de brand

Le bazar de la charité is geïnspireerd op een historische gebeurtenis: een grote brand in Parijs op 4 mei 1897, waarbij 125 mensen omkwamen en honderden mensen gewond raakten. Elk jaar werd een bazaar voor het goede doel georganiseerd, telkens op een andere locatie. In het jaar van de brand vond dit liefdadigheidsevenement plaats in een provisorisch gebouw, een houten loods met maar een paar uitgangen.

Een van de attracties was de cinematograaf, een nieuwe uitvinding waarmee tijdens de bazaar korte films vertoond werden van de gebroeders Lumière. Terwijl de bezoekers zich verwonderden over levensechte beelden van een trein die op het station van La Ciotat arriveerde, ontstond in de projectiecabine brand door een lucifer. Het vuur verspreidde zich razendsnel als gevolg van een noodlottige combinatie van omstandigheden. De droge ruimte stond vol met houten kraampjes en veel decoraties waren van brandbaar materiaal gemaakt. 

Zo kon het gebeuren dat de hele bazaar binnen een kwartier in vlammen opging. 120 van de 125 dodelijke slachtoffers waren vrouwen. Hoe dat kon? Daarover werd al snel gespeculeerd. Sommige kranten spraken er schande van: de mannen zouden eerst zichzelf in veiligheid hebben gebracht, en daarbij de vrouwen zelfs hebben geschopt en geslagen met hun wandelstokken. Deze versie van de gebeurtenissen is volgens historici niet juist: er kwamen maar vijf mannen om in de vlammen, omdat er vrijwel uitsluitend vrouwen aanwezig waren.

Mannen waren destijds nauwelijks actief in liefdadigheidswerk en ook de clientèle van de bazaar bestond grotendeels uit vrouwen. De scenaristen van Le bazar de la charité schreven hun eigen versie van het gebeurtenissen. In de serie zijn aristocratische mannen schurken en lafaards, terwijl mannen uit de arbeidersklasse heldenmoed tonen. Le bazar de la charité begint dan ook met een disclaimer: ‘Dit fictieve verhaal is geïnspireerd op ware gebeurtenissen.’

2. Van Balzac tot Netflix: het feuilleton

Le bazar de la charité is zo’n serie die je meteen bij de lurven grijpt en je niet meer loslaat. Voor je het weet heb je het eerste seizoen gezien, waarna een schijnbaar onoverbrugbare ijstijd aanbreekt die pas eindigt wanneer de tweede reeks online komt.

Series bingen associëren we vooral met het Netflixtijdperk, maar de oorsprong van serieverslaving vinden we al in de negentiende eeuw, toen schrijvers als Charles Dickens romans publiceerden in kranten en tijdschriften. Deze serial novels staken rond 1840 de kop op en al snel bleek dat ze de nieuwsgierigheid van lezers prikkelden. Het verhaal gaat dat New Yorkse fans van Dickens’ roman The Old Curiosity Shop zich in 1841 hadden verzameld in de haven om het schip op te wachten dat de tijdschriften met de nieuwe aflevering kwam bezorgen. Vanaf de wal riepen ze al naar de bemanning: ‘Is little Nell dead?

Ook veel Franse schrijvers uit die tijd, zoals Balzac en Maupassant, publiceerden hun romans in feuilletonvorm. Allemaal hanteerden ze het principe van de cliffhanger, maar die term duikt pas op in 1873, als Thomas Hardy zijn personage Henry Knight aan een rots laat hangen. Terwijl de angstige Knight langzaam zijn grip begint te verliezen, beschrijft Hardy uitvoerig wat er in hem omgaat, totdat hij uiteindelijk toch wordt gered.

Hierna raakt de term cliffhanger in zwang voor de verteltechniek waarmee onder meer Netflix ons tegenwoordig van onze nachtrust berooft. Dit stijlmiddel is eigenlijk zo oud als de Arabische Vertellingen van duizend-en-één nacht, waarin de maagd Sjeherazade elke nacht een onvoltooid verhaal vertelt aan de sultan om aan de dood te ontsnappen. Nadat hij door zijn vrouw bedrogen is, heeft deze namelijk besloten elke avond een maagd te huwen en haar de volgende ochtend te doden. Omdat de sultan graag wil weten hoe het verhaal afloopt, stelt hij Sjeherazades executie telkens een dag uit en uiteindelijk mag ze zijn definitieve vrouw worden.

3. Een feministische serie

In Le bazar de la charité leveren drie vrouwen elk hun eigen strijd. Alice de Jeansin is een jonge vrouw die zich, net als Elizabeth Bennett uit Pride and Prejudice, verzet tegen een gearrangeerd huwelijk. Rose Rivière – dienstmeid van de Jeansins – wil met haar geliefde naar de VS emigreren, maar door de brand in de bazaar wordt dat aanmerkelijk lastiger dan ze hadden gehoopt. Adrienne de Lenverpré zit gevangen in een ongelukkig huwelijk. Ze doet denken aan Flauberts Emma Bovary, maar vergeleken met Adriennes man – de corrupte politicus Marc-Antoine de Lenverpré – is Charles Bovary een lieverdje. Niemand weet of Adrienne de brand heeft overleefd, een gegeven dat ze benut om een nieuw leven te beginnen.

De complexe plot van Le bazar de la charité werd bedacht door twee vrouwen, Catherine Ramberg en Karine Spreuzkouski. Op het eerste gezicht lijken mannen de baas te zijn in het verhaal, maar ondertussen zetten vrouwen de bijl in bestaande machtsstructuren en neemt de eerste feministische golf een aanvang.