Bertrand Burgalat is componist.
Er zijn 3 films gevonden.

My Little Princess

2011 | Drama

Frankrijk 2011. Drama van Eva Ionesco. Met o.a. Isabelle Huppert, Anamaria Vartolomei, Georgetta Leahu, Denis Lavant en Jethro Cave.

Actrice Ionesco baseerde deze film - met de werktitel I'm Not a Fucking Princess - op haar eigen jeugd, waarin ze als pre-puber voor erotisch getinte foto’s moest poseren van haar moeder. Vartolomei is geloofwaardig als gedwongen Lolita, Huppert is indrukwekkend als de egocentrische moeder, die haar dochter behandelt als een pop die ze naar believen kan aan- en uitkleden. Helaas deed Ionesco zo haar best de ranzigheid van het onderwerp uit haar film te houden, dat het eindresultaat nogal vlak is geworden.

Belleville-Tokyo

2010 | Drama

Frankrijk 2010. Drama van Élise Girard. Met o.a. Valérie Donzelli, Jérémie Elkaïm, Philippe Nahon, Jean-Christophe Bouvet en Dominique Cabrera.

Marie (Donzelli) is drie maanden zwanger wanneer haar man, filmjournalist Julien (Elkaïm), haar verlaat. Gelukkig krijgt ze steun van haar werkgevers, twee al wat oudere uitbaters van een Parijse arthouse-bioscoop. Julien komt bij haar terug, maar op een dag ontdekt Marie dat hij haar niet belt vanaf een filmfestival in Tokio, maar vanuit de naburige wijk Belleville. Regisseur/coscenarist Girard putte uit haar ervaring als persmedewerkster voor een arthouse-keten bij het maken van deze kleine, goedgespeelde en subtiele film.

Quadrille

1997 | Komedie

Frankrijk 1997. Komedie van Valérie Lemercier. Met o.a. Valérie Lemercier, André Dussollier, Sandrine Kiberlain, Sergio Castellitto en Lise Lamétrie.

Philippe de Morannes (Dussollier) is getrouwd met toneelactrice Paulette Nanteuil (Lemercier). Journaliste Claudine Andr[KA1]e (Kiberlain) is hun beste vriendin. Als Claudine de beroemde Amerikaanse filmster Carl Herickson (Castellito) ontmoet voor een interview, komen alle onderlinge relaties op losse schroeven te staan. Een gedateerde, kitscherige boulevardkomedie met slechts een paar spitse dialogen. De decors, kostuums en de kleurrijke vormgeving zijn zowat de enige pluspunten van deze nogal platte klucht die gebaseerd is op het veel spirituelere toneelstuk van Sacha Guitry. De acteurs slagen er niet in om het geheel sprankelend te houden of naar een hilarisch hoogtepunt te leiden. Lemercier, die naast de regie en de hoofdrol, ook nog het scenario voor haar rekening nam, greep duidelijk te hoog. Achter de camera stond Antoine Roch. Derde ambitieuze Toscan Du Plantier-verfilming van het werk van Guitry na D[KA1]ESIRE met Jean-Paul Belmondo (en Béatrice Dalle, die de show steelt) en LE COMEDIEN met Michel Sarrault. De Franse belastingbetaler heeft diep in de zak moeten tasten voor de subsidies.