Gábor Balog

Cameraman

Gábor Balog is cameraman.
Er zijn 2 films gevonden.

Jadviga párnája

2000 | Drama, Historische film

Hongarije/Duitsland 2000. Drama van Krisztina Deák en Kriszstina Deák. Met o.a. Ildikó Tóth, Viktor Bodó, Mari Csomós, Djoko Rosic en Béla Fesztbaum.

De film speelt tussen 1902 en 1920 in Hongarije in het milieu van een Slowaakse minderheid. Ondris (Bodo) gaat trouwen met Jadviga (T[KA1]oth), de stiefdochter van zijn overleden vader. Ze heeft een tijdje in Duitsland gewoond om te studeren. Ondris is de koning te rijk, want Jadviga is mooi en een droom van een vrouw. Jadviga sleept echter een zeker verleden met zich mee en Ondris is niet haar eerste minnaar. Als de voorboden van WO II (1914-18) zich aankondigen, wordt er op de Slowaken gespioneerd en kan Ondris onder de dienstplicht uitkomen als hij zelfstandig landbouwer wordt. In de eerste huwelijksnacht, die letterlijk en figuurlijk veel ontbloot over de hoofdpersonages, wordt duidelijk dat de liefde tussen de twee jong gehuwden moeilijk valt te consumeren door een traumatische ervaring van Jadviga. De komst van een kind moet hierin verbetering brengen, maar dan verschijnt Franci (Luknár) ten tonele. Ondris beseft niet dat Franci Jadviga's minnaar was. Jadviga wordt verscheurd door haar gevoelens, Ondris is niet sterk genoeg om haar in een richting te duwen, zodat zij niet kan kiezen. Bovendien wordt ze zwanger van Franci. Bodó die er als acteur best goed uitziet, wint al snel de sympathie van de kijker, maar verspeelt die later weer als hij de loser is. Thóth, die de sterkere personage is, speelt haar rol beter, vooral als besluiteloze vrouw. Helaas is de film veel te lang en gebeurt er te weinig en dempen de score en verbleken de technische uitvoering. Het scenario is van regisseuse Deák en Pál Závada naar de roman van Závada. Het camerawerk is van Gábor Balog.

Egy tél az Isten háta m[KA11]og[KA11]ott

1999 | Drama

België/Hongarije 1999. Drama van Can Togay. Met o.a. Matej Matejka, Florence Pernel, Károly Eperjes, Lajos Kovács en Dávid Szabó.

Hongarije in de winter van 1956. In het bergachtige noorden van het land ligt een ge[KA3]isoleerd dorpje. Een keer per week komt een motorkoerier van de post langs met een nieuwe film voor de plaatselijke bioscoop. Buiten de enige tv in de dorpsherberg en de wekelijks filmvoorstelling is er geen amusent of een blik op de buitenwereld. De koerier krijgt een dodelijk ongeluk. De plaatselijke machthebber, benoemd door de communistische partij, lukt het niet om een vervanger vinden. Zo blijven de dorpsbewoners totaal onkundig van het feit dat er in Boedapest een opstand is uitgebroken, die de val van het communisme inluidt (het stervingsproces van de communistische dictatuur zou een lijdensweg worden van meer dan drie decennia). De caf[KA1]ebaas (Eperjes) ontdekt dat de kelder bezaaid is met stukken film. Hij vraagt de veertien-jarige zoon van de partijbons, Ladu (Matejka), uit die stukken een film te monteren, waarmee de dorpelingen zich kunnen vermaken. Ladu had zich daarvoor al als een geboren verteller ontpopt. De jongen ontdekt grote klassiekers zoals DAS KABINETT DES DOKTOR CALIGARI uit 1920 van Robert Wiene, BRONENOSETS 'POTYOMKIN' uit 1925 van Sergei Eisenstein, LA GRANDE ILLUSION uit 1937 van Jean Renoir, LA BÊTE HUMAINE van 1938, eveneens van Renoir e.d., waaruit hij zijn eigen kijk op de wereld samenstelt, de dorpsbewoners wakkerschudt en heftige discussies ontketent. De politieke geschiedenis gecombineerd met het volwassen worden van een veertien-jarige jongen is gemaakt met gevoel, ironie en poëzie. Het spel is bedreven en de regie is strak, maar je moet cinefiel zijn en goed op de hoogte zijn van de toenmalige toestanden in Hongarije om met volle teugen van deze rolprent te kunnen genieten. Het scenario met de nodige subplots is van regisseur Togay. Het camerawerk is van Gábor Balog en Sándor Kardos. Mono.

op televisie
0 uitzendingen

Maak een abonnement aan als u op tijd gewaarschuwd wilt worden wanneer Gábor Balog op televisie komt.

Reageer