Eric Le Guen

Componist

Eric Le Guen is componist.
Er zijn 6 films gevonden.

Quand le rire était fou

1998 | Documentaire

Frankrijk 1998. Documentaire van Claude-Jean Philippe.

Eerst was er de veaudeville. Met de komst van de zevende kunst werden de gags die op de planken zoveel succes gekend hadden op film vereeuwigd. In Frankrijk was er Max Linder, in Amerika Mack Sennet. Beiden waren ze de pioniers van de krankzinnige filmklucht. Wie wierp er de eerste taart? Wie filmde de eerste helse achtervolging? Wie bengelde als eerste aan de rand van een dak of een afgrond? We grasduinen in een ontzaglijke hoeveelheid originele, halsbrekende, chaotische en destructieve gags. Een onverbloemde hulde aan de komieken van de eerste twintig jaar filmgeschiedenis met vele, soms erg zeldzame filmfragmenten met beroemde en minder beroemde koningen van de lach als Buster Keaton, Charles Chaplin, Harold Lloyd, Harry Langdon, Fatty Arbuckle, Snub Pollard, Ben Turpin, e.v.a. Een revelatie voor wie dit filmgenre niet kent, een verfrissende hernieuwde kennismaking voor de cinefielen. Philippe schreef het scenario en sprak de commentaar in. Voor de montage werd beroep gedaan op Frédérique Oger. Een knappe compilatie.

Une séance Méliès

1997 |

Frankrijk 1997. Georges Méliès en Jacques Mény. Met o.a. Madeleine Malthète-Méliès, Georges Méliès en Joanne Dalcy.

De reconstructie van een typische voorstelling van begin 1900 in het Théâtre Grévin in Parijs, met de vertoning (met publiek) van vijftien films van Georges Méliès, met hemzelf in de hoofdrol, meestal bijgestaan door Joanne Dalcy, de enige toenmalige filmactrice met faam. Zoals typisch voor die tijd worden de films ingeleid en van commentaar voorzien door (zijn kleindochter) Madeleine Malthète-Méliès, aan de piano begeleid door Eric Le Guen. Op het programma in volgorde: Un homme de tète (1898-1m): Een man (de cineast zelf) plaatst zijn hoofd verschillende keren op een tafel. Voyage dans la lune (1902-9m): een reis naar de maan, waar contact gemaakt wordt met de maanbewoners; de bekendste film van Méliès. Le Cake-Walk Infernal (1903-4m30): een duivelse dans met Satan wiens lichaam uit elkaar valt en terug samengevoegd wordt. Le tripot clandestin (1905-1m55): razzia in een illegaal speelhol met verrassend einde. Le mélomane (1903-2m): een dirigent (Méliès) plaatst zijn hoofd diverse keren op een notenbalk. Le chaudron infernal (1903-1m): de duivel speelt met vuur. Met de hand ingekleurd. L'homme à la tête en caoutchouc (1901-2m20): Een hoofd, geplaatst op een tafel, wordt opgeblazen tot het explodeert. Les cartes vivantes (1901-2m20): goocheltruuk met kaarten waarvan de figuren levend worden. Les affiches en goguette (1905-2m40): de figuren op enkele affiches worden levend tot grote ontsteltenis van voorbijgangers en politie. Le locataire diabolique (1909-6m30): een huurder neemt zijn intrek in een appartement en haalt zijn ganse meubilair en gezin uit een koffertje en laadt het nadien terug in. Met de hand ingekleurd. LE ROI DU MAQUILLAGE (1904- 2m30): M[KA1]eli[KA2]es tekent figuren op een bord en tranformeert er zelf in. LE THAUMATURGE CHINOIS (1904-3m): Een dansende Chinees laat personages verdwijnen en verschijnen. BARBE BLEUE (1901-9m): de legende van Blauwbaard, voor die tijd reeds een hele onderneming. NOUVELLES LUTTES EXTRAVAGANTES (1900-2m05): worstelwedstrijd waarbij het er hard aan toegaat en de lichaamsdelen rondvliegen. L`HOMME ORCHESTRE (1900-1m20): Een man vermenigvuldigt zichzelf om een orkest te vormen. Een unieke gelegenheid om een aantal perfect gerestaureerde films van een van de belangrijkste pioniers van de zevende kunst integraal te zien. Mény schreef het scenario en het nieuwe materiaal werd gefilmd door Jean-Pierre Caussidéry. Een niet te missen kleinood voor iedereen die begaan is met de filmgeschiedenis.

La magie Méliès

1997 | Documentaire, Biografie

Frankrijk 1997. Documentaire van Jacques Mény. Met o.a. Abdul Alafrez, Claire Mosser, Didier Cremer, Alain Kanto en Philippe Duval.

Een goed gestoffeerde documentaire over Georges M[KA1]eli[KA2]es (1861-1938), niet enkel een van de belangrijkste filmpioniers, maar tevens de uitvinder van de speciale effecten. Tussen 1896 en 1914 maakte hij meer dan vijfhonderd films, in speelduur vari[KA3]erend tussen de veertig sekonden en tien minuten. Reeds als kind stelde hij veel belang in goochelkunst en optische illusies. Hij werd een vriend van Robert Houdini en kocht later diens theater op. Hij was in 1895 aanwezig op de eerste publieke filmvoorstelling van de broers Lumi[KA2]ere en was onmiddellijk gewonnen voor dit nieuwe medium, maar de broers wilden hun uitvinding niet aan hem verkopen. Dus bouwde hij zelf zijn eigen camera en projector. Na WO I (1914-18) raakte M[KA1]eli[KA2]es in de vergeethoek, tot de journalist L[KA1]eon Druhot hem in 1929 herkende in de snoepverkoper van een kiosk aan de Gare Montparnasse. Jean Mauclaire, stichter van Studio 28, vond per toeval enkele van zijn films terug en samen restaureerden ze deze banden. Het grootste deel van zijn werk is echter verloren gegaan, deels vernietigd uit bitterheid door M[KA1]eli[KA2]es zelf, terwijl de militaire overheid een ander deel tijdens WOI had gesmolten om er laarzenhielen van te maken. Deze documentaire, naar een scenario van M[KA1]eny zelf, reconstrueert enkele passages uit het leven van M[KA1]eli[KA2]es met acteurs en maakt verder gebruik van archiefbeelden, ge[KA3]illustreerd met een groot aantal fragmenten uit films van de cineast, die zelf steeds de hoofdrol vertolkte, produceerde, schreef, monteerde, fotografeerde (vandaar het onveranderlijk stilstaand camerastandpunt), de decors en maquillages uitwerkte, enz. Een waar eenmansbedrijf. Tevens geeft de documentaire een uitstekend beeld van de beginperiode van de zevende kunst en wordt gedemonstreerd hoe Méliès met de hand sommige van zijn films inkleurde. Met getuigenissen van Madeleine Malthète-Méliès, Christian Fechner, Laurent Mannoni, Anne-Marie Malthète-Quévrain, Jacques Malthète, Paolo Cherchi Usai en André Gaudréault. Daniel Ceccaldi leest fragmenten voor uit de teksten van Méliès, terwijl Marina Moncade en Charles Antoine- Decroix de commentaar verzorgen. Achter de camera stond Jean- Pierre Caussidéry. Verplicht materiaal voor filmstudenten.

Charlot et son double

1997 | Documentaire, Biografie

Frankrijk 1997. Documentaire van Claude-Jean Philippe.

Aan de hand van fragmenten uit films van en met Charles Chaplin tekent regisseur/scenarist Philippe een portret van de eerste jaren van de komiek in Hollywood. De film is onderverdeeld in drie hoofdstukken. [KL]La gloire[KLE] toont de evolutie van Chaplins klassieke figuurtje vanaf het prille begin tot de doorbraak. In [KL]Qui [KA10]ca Charlot?[KLE] wordt de opgang van het figuurtje ge[KL3]illustreerd waarmee getoond wordt dat Chaplin zijn humor vooral putte uit de ellende en armoe die op dat moment heerste. Tenslotte wordt fictie en realiteit met elkaar vergeleken in [KL]Qui [KA10]ca Chaplin?[KLE], waarin aandacht besteed wordt aan het dubbelleven van zowel Chaplin als zijn creatie. In heel wat van zijn films heeft Chaplin twee gezichten (o.a. THE IDLE CLASS, THE GREAT DICTATOR en MONSIEUR VERDOUX). De film wordt ingeleid door Groucho Marx (een opname uit 1976), die Chaplin ontmoette in 1913. Veel nieuws heeft deze documentaire niet te vertellen en ze is dan ook enkel geschikt voor studenten in de Chaplinologie. Voor de montage tekende Frédérique Oger.

À la recherche des films perdus

1996 | Documentaire

Frankrijk 1996. Documentaire van Jacques Mény. Met o.a. Madeleine Malthète-Méliès, Henri Langlois, Martin Scorsese, Michelle Aubert en Wolfgang Klaue.

In de beginjaren van de film werd weinig aandacht besteed aan het bewaren van de pellicule. Celluloid kon trouwens na gebruik nog gerecycleerd worden als nagellak. Op die - en andere manieren - verdwenen duizenden films. Zo draaide de legendarische Georges Méliès meer dan vijfhonderd films, waarvan hij de negatieven verbrandde toen hij failliet ging. Zijn kleindochter, Malthete-Méliès heeft er ondertussen met veel moeite circa honderdzestig kunnen recupereren. In de jaren 1930 staken de eerste filmmusea de kop op, maar veel medewerking kregen die aanvankeijk niet van de filmproducenten. Het is Henri Langlois, de directeur van het Parijse Filmmuseum, die in de jaren 1950 eindelijk het belang kon doen inzien van het bewaren van oude films. Mény doet een internationale survey om uit te vissen hoe in de diverse werelddelen wordt omgesprongen met dit materiaal. Voor beroepsmensen ongetwijfeld een interessante documentaire, waarvan de commentaar gesproken wordt door Thomas Cousseau. Marie-Louise Derrien stond in voor de montage en Jean- Pierre Caussidery en Christian Jacks hanteerden de camera. Gevolgd door LA MEMOIRE RETROUVEE.

La mémoire retrouvée

1996 | Documentaire

Frankrijk 1996. Documentaire van Jacques Mény. Met o.a. José Manuel Costa, Jeanine Langlois-Glandier, Clyde Jeavons, Robert Rosen en Ivan Trujillo-Boho.

Op het einde van de twintigste eeuw werd eensklaps ingezien hoe belangrijk het was om oude films te bewaren en te restaureren. Deze films vertegenwoordigen het erfgoed van een land, een cultuur. Oude nitraatkopieën moeten dringend overgezet worden op meer stabiel materiaal, maar vermits dit de taak is van filmmusea, die meestal met financiële problemen te kampen hebben, gaan er jaarlijks miljoenen meters film definitief verloren. Mény praat met directeurs van internationale filmmusea en met enkele cineasten die zich zelf steeds hebben ingezet om oude pellicule te redden, zoals Robert De Niro. Via gigantische colloquia zoals FIAF 1995 in Los Angeles tracht de industrie zelf het belang van preservatie openbaar te maken, zeker nu er zoveel nieuwe systemen ontwikkeld werden om de modale burger dichter bij deze films te brengen. Alles moet bewaard worden, niet enkel speelfilms, documentaires of nieuwsopnamen, maar ook publiciteits- en industriële films en zelfs amateurfilms gemaakt voor de eigen omgeving. Uiteraard richt deze documentaire zich in de eerste plaats tot een beroepspubliek. Hij werd gemaakt in opvolging van Mény's A LA RECHERCHE DES FILMS PERDUS. Montage is van Marie-Louise Derrien en de camera werd gehanteerd door Jean-Pierre Caussidery, Christian Jacks en Michel Contour.

op televisie
0 uitzendingen

Maak een abonnement aan als u op tijd gewaarschuwd wilt worden wanneer Eric Le Guen op televisie komt.

Reageer