10 tips voor de Dutch Design Week 2017

, Jonathan Maas, Yasmin Wegman, Jan van Tienen en Cecile Elffers

Het aanbod op de Dutch Design Week 2017 is overweldigend, maar dankzij deze aanraders zie je de bomen door het designbos. Dit zijn de tien toptips van de VPRO. Plus een bonustip!

tip 1

Sectie C

Dit enorme ex-fabrieksterrein is een 180 zielen tellende creatieve broedplaats, waar zowel nieuw als al iets verder gearriveerd talent elkaar inspireert. In elk gebouw wachten tijdens DDW weer nieuwe verrassingen. Een van de fijnste dit jaar is Precious Plastic: het even idealistische als aantrekkelijke plasticrecycleproject van Dave Hakkens. Op zijn expo wil je al die kleurige gerecyclede telefoonhoesjes, schaaltjes en klembordjes eigenlijk gewoon direct in je zak steken. Voor wie niet van de hebbedingetjes is: de recyclemachines zelf staan er ook. En je mag er thuis meteen eentje namaken, want Precious Plastic is helemaal open source.

Een spannend project in het kader van ‘is dit nog wel design’ is dat van animator Niels Hoebers. Omdat hij gewend is met stop-motion alles altijd in de hand te hebben, kiest hij nu voor het enge tegenovergestelde: improvisatie – en nog met publieksparticipatie ook! Hier wil je dus aan meedoen.

Ook niet te missen is het gesamtkunstwerk Sectie C Orchestra: in een grote loods staan werken van bijna alle Sectie C-kunstenaars samen opgesteld, die nadat je een muntje in de machine hebt gegooid met zijn allen één enorm geluidskunstwerk vormen. Groots, grappig en een mooie verbeelding van wat het je krachten bundelen op zo’n broedplaats wel niet kan opleveren.

Precious Plastic

Stop-motion van Niels Hoebers

tip 2

Graduation Show

Vaste prik en steevast hoogtepunt bij de Dutch Design Week is de Graduation Show, waar studenten van de Design Academy hun afstudeerwerk laten zien. Nieuwsgierigheid en twijfel staan dit jaar centraal. Hoe kun je mensen op een nieuwe manier samenbrengen, of dagelijkse problemen oplossen? En wat is dan de rol van jezelf als maker daarin?

Zo keek Charlotte Kin naar de band die pubers met hun ouders hebben en wat zij zelf kan doen om die band te versterken. Pubers staan immers niet bekend om hun open- en gezelligheid. In samenwerking met de gemeente Den Haag maakte ze het lieve project Through Eyes, dat ons tot tranen toe roerde. Wat ze deed: ze trok één dag op met verschillende tieners, stelde hen vragen, observeerde en fotografeerde hen. Daarna maakte ze voor iedere tiener een persoonlijk boek, met behalve prachtige foto’s ook haar eigen observatie van de tiener in tekst. Dit boek liet ze vervolgens zien aan de ouders en de pubers zelf, terwijl ze hun reacties filmde. Ouders toonden zich soms verrast over hoe liefdevol Kin naar hun kind keek. Kinderen schoten soms vol van de mooie woorden van Kin (je vraagt je af hoe vaak die arme tieners een lief compliment hebben gehoord!). De kinderen zagen de reacties van hun ouders op film en vice versa. Gevolg: ouder en kind leren elkaar begrijpen zonder dat ze in gesprek hoeven te gaan. Kin hoopt in de toekomst nog veel meer pubers dit project cadeau te kunnen doen en is ervan overtuigd dat dit project ook veel goeds kan doen voor probleemjongeren. Wij hopen dit met haar.  

Wat ons verder opviel: veel studenten zijn bezig met het de-digitaliseren van het leven en/of hebben projecten die gaan over onze relatie met techniek en sociale media. De Offline website van Gyalpo Batstra is een website op wieltjes: een wagen waarmee hij dorp en stad in trekt om sociale interactie te entameren en tegelijkertijd de identiteit van een wijk in kaart te brengen. Dat doet hij door vaardigheden, interesses, ideeën en behoeften van buurtbewoners te verzamelen en met die gegevens als een soort levende Tinder mensen aan elkaar te koppelen.

Ook zagen we verschillende studenten die de huiskamer maar saai terrein vonden en daar wel wat leven in de brouwerij willen. En dan hebben we het hier ook beslist niet over beeldschermen, maar juist over het analoge. Julian Jaramillo ontwierp voor zijn project Current home een lamp waar vlammen uitslaan en die gast, borrelt, sist en luchtbellen blaast… allemaal om maar wat spanning in de huiskamer te creëren.

In de categorie ‘handig’ vonden wij de fiets van Nuya Lindlar. Hij was het zat dat hij voor elk kapot dingetje aan zijn fiets of naar de fietsenmaker moest, of veel te veel gereedschap nodig heeft. Daarom maakte hij een fiets die eigenlijk nooit kapot kan gaan, omdat alle onderdelen makkelijk zelf te vervangen zijn. De trapper, het stuur, het zadel: allemaal zijn ze op dezelfde manier te maken met een stuk gereedschap dat ook nog eens functioneert als slot en voorlicht.

Dan tot slot, en beslist niet onbelangrijk: prima dat design sociaal, probleemoplossend, onderzoekend, intellectueel en soms megameta is, maar mag het soms ook gewoon alleen maar leuk zijn? Wel van Joel Blanco, die met een enorme donut met roze frosting op de vijfde verdieping staat. Een gigantische donut waar je op kunt zitten! Heel uitnodigend en zonder enige betekenis. ‘Ik wil niet vals doen’, zegt hij, terwijl hij wijst op de rest van de ontwerpers op zijn verdieping, ‘maar een heleboel ontwerpers hebben een ingewikkeld verhaal. Niet uitnodigend voor het publiek, dat soms bang is dat ze het niet begrijpen. Bij mij hoef je niets te begrijpen. Mijn werk is volledig zonder enige betekenis.’

De fiets van Nuya Lindlar

Current Home

De donut van Joel Blanco

tip 3

We Know How You Feel

Het is er donker, de muziek is er synthetisch maar warm, de rook in de ruimte dun maar aanwezig. In de verduisterde, licht mistige ruimte van Design Perron waar je de kunstinstallatie AURA ervaart liggen mensen met hun rug op de grond, een band om het hoofd gebonden. Om hun heen wordt een laser geprojecteerd, die door de aanwezige rook en wisselende vorm van de straal op een mantel lijkt. Maar in plaats van bedekken onthult deze mantel de emoties van de mensen die op de grond liggen. De band om hun hoofd meet aan de hand van hartslag, hersengolf en huidgeleiding hoe je je voelt en koppelt die emotiedata terug naar de laserprojectie, die van kleur en vorm verandert.

Het is soms een beetje eng om te zien: zal de laserstraal over de ogen van de mensen lopen en ze zo blinderen? Misschien maar goed dat we het zelf niet ondergaan. Wat we wel ondergaan is lekker loeren en luisteren naar het samenspel tussen licht en geluid, die opmerkelijk harmonieus is. Want ja, als je daar zo op de grond ligt en tientallen mensen kijken naar een schouwspel dat deels door jouw emoties wordt veroorzaakt, word je daar dan niet een beetje stresserig van? Krijg je dan een grillige, wilde emoties die de laser woest heen en weer laten schieten? 'Nou ja, we halen de scherpe randjes er een beetje vanaf door te heftige inputs wat af te zwakken. We kiezen er ook gewoon voor een prettige ervaring mee te geven', zegt ontwerper Nick Verstand. Hij ontwierp de ervaring met zijn studio en in samenwerking met TNO (voor de biosensor), Salvador Breed (voor de soundscapes), Naivi (voor de lasers) en het VPRO Medialab . Zo wordt onderzocht hoe je content aan kan bieden die is toegespitst op emoties. Hoe dat er voor bijvoorbeeld video of film uit zou zien weten we nog niet, maar dat het prettig is om bij weg te zweven tijdens DDW staat wel vast.

We Know How You Feel

tip 4

Beyond Generations

De Dutch Design Week draait eigenlijk altijd om het nieuwste van het nieuwste: om alles wat van nu en liever nog van morgen is. Dan is het wel zo verfrissend om op DDW ook eens een blik op het verleden te werpen, zoals de Design Academy doet met de expo Beyond Generations in het Van Abbemuseum. Hier zie je wat dé designopleiding van Nederland aan stromingen heeft voortgebracht: van sociaal geëngageerde jarenzeventigconcepten tot de ironie van de jaren negentig, en zo nog veel meer trends. De tentoonstelling koppelt designstukken aan elkaar of aan werken uit de Van Abbe-collectie, die al decennialang generaties studenten inspireert.

Soms zijn de combinaties perfect, soms ook vrij vergezocht. Maar een boeiende expositie levert dit knippen en plakken sowieso op. Met feesten van herkenning – de Oorstoel van Jurgen Bey, de elastiekjeslamp van Bertjan Pot – maar ook met de soms heel verrassende ontdekking van hun inspiratiebronnen. Zo blijkt Jurgen Bey fan van Gerrit van Bakel. Diens gigantische werk Eindhoven Aanwezigheidsmachine uit 1980, een nauwelijks te omschrijven megaconstructie met gaspitjes en smeulende aarde, is een van de hoogtepunten van de expositie. Of in elk geval enorm, jawel, aanwezig.

Beyond Generations met o.a. de elastiekjeslamp van Bertjan Pot

De Aanwezigheidsmachine

tip 5

Hubot

Robots nemen ons werk over en binnenkort staan we met zijn allen op straat, arm en berooid, en hoe moet het dan verder? Kunstenaar, filosoof en ontwerper Koert van Mensvoort stuitte op een onderzoek dat uitwees dat 286.000 mensen op het mbo nu worden opgeleid voor een beroep dat straks door de robotificering niet meer bestaat. Tijd om eens te bedenken hoe we samen kunnen gaan werken met robots en wat dan de nieuwe banen van de toekomst gaan worden. Want hallo, hier ligt ook een knoert van een kans: welke rotklussen zou je mooi aan robot uit kunnen besteden, zodat je zelf werk kunt doen dat menselijk en bevredigend is?

In de MediaMarkt (over de locatie straks meer), hartje centrum, staat Van Mensvoort met het uitzendbureau Hubot. Bij binnenkomst word je ontvangen door een medewerker die je koppelt aan een robot die vervolgens een beroepstest met je afneemt. Na de vragenlijst onthult de robot welk beroep van de toekomst bij jou past, en in dat beroep word je ondersteund door robotica. Het bnieuwe beroep exoskeletverhuizer bijvoorbeeld, waarbij je als verhuizer niet meer je rug naar de filistijnen tilt dankzij een gemotoriseerd pak met onverwoestbaar frame dat je spierkracht vertiendubbelt. Of shiva-fysiotherapeut, een beroep waarbij je naast je eigen twee armen en handen nog eens vier robotarmen erbij cadeau krijgt en je zesarmige massages kunt geven zonder dat dit je uitput. Orgaanontwerper, data-ober… de verbeelding van het team van Van Mensvoort kent geen grenzen. Het is in veel gevallen speculatief (bij ieder beroep is de haalbaarheidscore in kaart gebracht, of zo’n baan er echt kan komen of niet) maar wat geeft dat? Van Mensvoort: ‘Onze overgrootouders waren vooral agrarisch en konden zich onze huidige beroepen ook nooit voorstellen. Het is nu de hoogste tijd om ons te verbeelden welke banen we samen met robots kunnen maken.’

Dat gebeurt bewust buiten de bubbel van de Design Week, waar een hoog ons-soort-mensen-gehalte zich over de kwestie zouden buigen. Nee, dit onderwerp gaat iedereen aan, van hoog tot laag opgeleid en van bouwvakker, loodgieter tot kunstcriticus en dikke zwarte bril. Daarom is Hubot gevestigd in de MediaMarkt, waar zo’n beetje iedereen komt. Al leidt het soms tot verwarrende taferelen: een oude man die de robot van Van Mensvoort vraagt waar hij de beeldschermen in de winkel kan vinden.

Meer robotica vind je trouwens een paar stappen verder in het voormalige V&D-warenhuis, op de Embassy of Robot Love. Er is een opvangcentrum voor verlaten robots (door ziekenhuizen, universiteiten en bedrijven afgedankte types). Kinderen kunnen daar workshops mee doen om ze te herprogrammeren. Om de kloof tussen mens en robot te dichten hebben de organisatoren ter plekke ook drie robots neergezet met veel menselijke trekken. Zo doet Baxter aan aurastreling, Pepper aan oogcontact en spelletjes en met Inmoov kun je slowdancen.

tip 6

How & wow

Banen komen en gaan, dat is evolutie, zou je kunnen denken, maar traditionele ambachten willen we toch niet graag verliezen. Daarover ontfermt het platform Crafts Council zich. Oude ambachten moeten niet alleen worden beschermd, ze moeten ook toekomstbestendig worden gemaakt, is het motto daarbij. Dat gebeurt onder meer door vaklui te koppelen aan jonge creatieve makers die er weer een nieuwe beeldtaal van maken. Jonge makers leren van de oude meesters de technieken (how) en de samenwerking levert een product op dat er ultracool uitziet (wow).

Een hoogtepunt uit de How & Wow-expositie is wat ons betreft Gerard van Oosten, specialist in Staphorster stipwerk. Dat is het handmatig bedrukken van stoffen door een patroon met verf te stippen. Dit gebeurt met stempels: houten klosjes waar nietjes en spijkers aan vastzitten, die in verf worden gedoopt en waarmee stof wordt bedrukt. Van oudsher toegepast in Staphorster klederdracht, en dankzij een door Crafts Council gearrangeerde ontmoeting tussen Van Oosten en de Vlaamse topmodeontwerper Walter van Beirendonck gaat het nu de internationale catwalks op. Eerst in Parijs bij de collectie van Beirendock en begin dit jaar ook bij John Galliano bij Maison Margiela. Van Oosten is zoals het een echte Staphorster betaamt broodnuchter onder al deze haute couture-aandacht: hij vindt het allemaal ‘wel leuk’.

Een ander opvallend ontwerp, toevallig ook mode, is de bruidsjurk van de 23-jarige Jules ten Velde, pas afgestudeerd aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI). Zijn collectie vertelt het verhaal van een jonge vrouw die de moderne wereld en het harde stadsleven wil ontsnappen en naar de natuur vlucht. Sluitstuk van de collectie, als het arme mens eenmaal helemaal back to nature is, is haar bruidsjurk van raffia: een materiaal dat vervaardigd is van repen blad van de raphiapalm uit Afrika. De jurk – een helse klus waar de ontwerper zijn hele familie voor heeft ingezet en waar 140 arbeidsuren in zaten – is te zien op deze tentoonstelling en heeft absoluut de wow-factor.

Staphorster stipwerk

tip 7

People’s Pavillion/(W)eGo

People’s Pavillion op Strijp S is een uniek project: het is een gebouw dat volledig bestaat uit geleende materialen. En als je iets leent, moet je het na afloop natuurlijk netjes terugbrengen. Dat betekent dat alle materialen die bij de bouw werden gebruikt weer in de originele staat worden teruggebracht naar de uitleners. Daarom kon bij het bouwen niet gelijmd, geschroefd of rigoureus gezaagd worden. Omslachtig? Misschien. Maar is het tof geworden? Zeker. Als je het gebouw binnenloopt zie je dat spanbanden stukken hout bij elkaar houden. Het paviljoen is een van de pronkstukken op het Ketelhuisplein op Strijp S, waar nog tot het einde van DDW lezingen, openingen en performances worden gehouden.

Tim Vermeulen is programmadirecteur van het Pavillion en hij is laaiend enthousiast over het gebouw, en het proces waarmee het tot stand is gekomen. Over de opvallende plastic tegels op het dak vertelt hij: 'We hebben samen met de inwoners van Eindhoven plastic verzameld en een bedrijf zo ver gekregen dat ze de plastics die we verzamelden op kleur konden scheiden en omsmolten tot gekleurde tegels. Die tegels worden straks ook weer opgehaald door de mensen die mee hebben gewerkt het in te zamelen.'

Voor Vermeulen zijn het dit soort samenwerkingen die tot de inzichten hebben geleid die het project waardevol maken. 'Door deze manier van werken ga je anders tegen materialen aankijken. Je krijgt een leeneconomie, waarin materiaal niet per se goedkoper is, maar waarbij het wel hergebruikt wordt. Maar even belangrijk is het feit dat we op deze manier een gebouw hebben weggezet dat erop berekend is dat het windkrachten met de sterkte van een orkaan kan weerstaan.'

In de categorie coole, vrij toegankelijke en flexibel duurzame gebouwen is trouwens ook het (W)eGo Hotel van architect Winy Maas (MVRDV) op de Markt in Eindhoven een aanrader. Een kleurrijk, spannend kruip-door-sluip-door-bouwsel waar Maas in dit interview met de VPRO Gids over zei: ‘Een puzzel van kamers, zodat je om elkaar heen kronkelt en het gevoel hebt dat je vlak bij de buurman ligt, maar toch privacy hebt. De bedoeling is dat je van ego naar we go gaat, dat je nieuwsgierig wordt naar de ander.’

People's Pavillion

(W)eGo

tip 8

Transnatural

Transnatural begeeft zich al jaren op de grens van kunst, design en wetenschap. Dit jaar staan ze op de DDW met een tentoonstelling over robotica in de natuur. Wij als mensen hebben de natuur flink beschadigd, kunnen robots ons helpen de natuur te herstellen? Dat is het vertrekpunt van de expo. En als de hier gepresenteerde werken hier niet 1, 2, 3 klinkende voorbeelden van zijn, hebben ze in ieder geval met elkaar gemeen dat ze gaan over de mens als dominante factor die de de natuur beheerst: het antropoceen. In deze expositie nemen de robots het even over.

Bij binnenkomt stuitten we op een badje met een serie zwermrobots die zich als dieren in de natuur gedragen: Vessels, een project van Sofian Audry, Stephen Kelly en Samuel St-Aubin. De robots vormen al drijvend een eigen ecosysteem. De gegevens van water- en luchtkwaliteit, van temperatuur en geluid worden door de robots verzameld, geïnterpreteerd en gecommuniceerd. Als een van de robots een temperatuurstijging van het water waarneemt, reageert de rest daarop (het zijn net mensen). Onrust, agressie en onregelmatige bewegingen zijn het gevolg. Terwijl wij bij het badje staan, zijn de robots rustig, maar toch zeker een paar keer per dag gaan ze wild drijven, met hun lichten knipperen en tegen elkaar aan botsen, klinkt de waarschuwing van het team van Transnatural.

Lichtvervuiling is in steden een probleem. Zelfs op heldere avonden is er soms geen ster te zien. Het Engelse kunstenaarskoppel Loop.ph heeft daarom het heelal nagebootst met hun werk Osmo. Het leuke is dat je als bezoeker ìn dat werk kunt stappen: een soort megatent van aluminiumfolie. Eenmaal binnen kijk je uit op een betoverende artificiële sterrenhemel.

Ook verontrustend is dat spechten dreigen uit te sterven. Daarom heeft Rihards Vītols een kunstmatige specht gemaakt. Tenminste, niet een namaakbeest, maar een doosje dat je in de boom kunt bevestigen en dat het hetzelfde geluid als een specht fabriceert. Door dit geluid worden insecten weggejaagd die anders de natuur aanvreten en het ecoysteem uit balans brengen – een broodnodig functies van de echte specht. Een slimme oplossing, al vraag je je natuurlijk meteen af waarom je niet beter je tijd zou besteden aan zorgen dat de specht niet uitsterft in plaats van een vervanging voor hem maken.

Er is ook virtual reality. Je kunt als bezoeker ervaren hoe is om kip te zijn in een vrije leefomgeving, niet bekneld door een legbatterij. Austin Stewart maakte dit werk als gimmick en commentaar op het feit dat de mens met zijn bioindustrie helemaal buiten de realiteit leeft. Kunnen kippen zich een beter leven wanen met deze VR-ervaring?

Verwacht bij deze tentoonstelling geen concrete oplossingen, wel dwars en anders denken. Over techniek en natuur, over de versmelting van die twee en de evolutie die dat teweeg kan brengen. Dat is óók wat design vermag.

De zwemrobots

Het heelal nagebootst door Loop.ph

De VR-kip van Austin Stewart

tip 9

Modebelofte

Misschien wel het gaafste van het festival is de Modebelofte in het oude V&D-gebouw. Niet alleen de kleding zelf is bijzonder, ook de manier waarop de expositie is vormgegeven is al de moeite waard. In een doolhof dool je langs de ontwerpen, die steeds van vorm en kleur lijken te veranderen door het discolicht dat er hangt. Dat maakt het soms wat moeilijk om de begeleidende teksten te lezen, maar dat nemen we maar voor lief. Zeker omdat dit discodoolhof wordt begeleid door de prachtige animaties van Leeza Pritychenko, die digitale sensualiteit uitdrukken, en de subtiele housemuziek van het Zweedse Voy Bonage.

Voor de Modebelofte worden elk jaar twintig talentvolle, jonge ontwerpers geselecteerd. Het thema van dit jaar is Digital Realists, wat inhoudt dat digitale technologieën omarmd worden en er vanuit deze nieuwe realiteit naar de wereld wordt gekeken. Maar dit thema kun je eigenlijk meteen vergeten want in veel werken is de relatie met de digitale wereld niet te vinden.

Zo bedacht Maddie Williams hoe kleding voor vrouwen eruit zou zien in een utopische toekomst na ‘de val van ons witte, elitaire, kapitalistische patriarchaat’ (antwoord: als een soort Sesamstraatfiguurtje on drugs). Laishu Lin verwerkte het onbewuste in zijn groene pak. Afhankelijk van de gemoedstoestand van degene die het pak aan heeft, verandert het silhouet. Zo hoopt hij dat we meer van onszelf laten zien. Nathaly Vlaun maakte juist een outfit waarin je kunt verdwijnen en niets van jezelf hoeft te laten zien.

Naast dit psychedelische spiegelpaleis vind je verder de samenwerking tussen de Modebelofte en Vlisco. Vlisco specialiseert zich al jaren in textiel voor Afrikaanse vrouwen en kan wel een icoon worden genoemd. In de samenwerking Fellowship wordt een afgestudeerde gekoppeld aan zo’n pionier. Dit werd Sander Bos, die Vlisco’s ontwerp Day and Night gebruikte om daar vervreemdende, maar schitterende kimono-achtige jurken van te maken, die live geshowd worden door modellen.

Het groene pak van Laishu Lin

Vlisco Day and Night

tip 10

Embassy of Food

Wil je rottend vlees eten? Hoe zou het überhaupt voelen, rottend vlees in je mond stoppen, kauwen, eten? En wat nu als je ergens in de toekomst hyena-DNA kon injecteren zodat je dat ongezonde, onsmakelijke vlees kon eten en verteren, zou je dat dan doen? En zou je als mens dan vervolgens speciale therapie nodig hebben om je weer wat beter over jezelf te voelen, omdat je nu steeds iets eet wat je eigenlijk niet lekker vindt? Over dit soort vragen over de toekomst van voedsel gaat de tentoonstelling Embassy of Food tijdens DDW.

De curator is voedselontwerper Marije Vogelzang. Ze heeft meer dan dertig werken van ontwerpers van over de hele wereld verzameld om te laten zien, ontwerpers als Jalila Essaïdi, Paul Gong en Marie Caye. Die werken gaan over onze toekomstige (en huidige) omgang met voedsel. 'Het is interessant om te zien dat deze ontwerpers allerlei verhalen vertellen', zegt Vogelzang. 'De een ontwerpt voor mensen met obesitas, de ander bedenkt producten die zijn gemaakt om aan andere dieren te voeren. En weer een ander ontwerpt zelfs poep. Voedselontwerp is ontzettend breed geworden, en dat zie je hier heel mooi terug.'

In de allerbreedste zin zie je dat bij het werk SAM, de Symbiotic Anonymous Machine. Deze installatie van Marie Caye maakt niet alleen frisdrank, maar neemt ook het management, bediening en prijsvoering op zich. Heeft SAM hiermee dezelfde rechten als een menselijke ondernemer? Hoe het ook zij, we proosten erop met een shotje algendrank, terwijl we toezien hoe water uit Coca-Cola wordt gewonnen in het werk van Helmut Smits.

Water winnen uit cola

bonustip

Taxichauffeur Karin

Net als afgelopen jaren kun je op DDW gebruikmaken van gratis taxi’s met een designmeubelstuk op het dak: de Volvo Design Rides. Handig, want niet alle DDW-locaties zijn op drentelafstand. Dit jaar is de designtaxi al helemaal niet te versmaden, want een van de chauffeurs is Karin. En bij Karin – bijnaam Kaz, overgehouden aan haar inmiddels voorbije relatie met een Brit – wil je in de auto zitten. Met haar doorrookte stem, haar fijne Brabantse accent en haar kennis van zo’n beetje alles ga je een namelijk een toprit tegemoet.

‘Wat een bagger kwam er uit dat gezicht’, zegt Karin bijvoorbeeld over een matige speech in steenkolenengels. Of ze verklaart doodleuk dat ze er niet aan moet dénken om taxichauffeur te moeten zijn, en dat ze ook totaal niet snapt hoe die splinternieuwe DDW-auto werkt. Of ze vertelt hoe ze de rotanstoeltjes van wijlen haar moeder herstoffeert met de kleren van diezelfde moeder. Of ze filosofeert zomaar opeens over de Kooi van Faraday. Never a dull moment kortom met Karin. Instappen en wegwezen!

Taxichauffeur tegen wil en dank Karin