'Al die jongens zijn boos'

Wat beweegt deze 'rotjochies'?

, Elja Looijestijn

Rottigheid uithalen is voor jongeren in de problemen vaak een overlevings-mechanisme. Op een boerderij in Frankrijk ontdekken ze wie ze echt zijn, laat Maasja Ooms zien in Rotjochies.

Het is makkelijk om ze rotjochies te noemen: tieners die ruzie maken, dingen slopen, op straat hangen met verkeerde vrienden en elk moment dreigen te ontsporen. Op een afgelegen boerderij in Frankrijk woont een groepje van die jongeren in een oude boerderij. Ze klussen, voeren de dieren en praten veel met begeleider Petra. Als het goed is, kunnen ze na zes tot acht maanden naar huis om hun leven op het rechte pad te vervolgen.

Maasja Ooms brak in 2017 door als regisseur met de ­ontluisterende documentaire Alicia, over een meisje dat in kindertehuizen opgroeit. Ze kwam bij toeval bij het project in Frankrijk terecht, vertelt ze. ‘Alicia deed veel stof opwaaien. Ik ben na de uitzending bij veel bijeenkomsten geweest waar over de problematiek die de film blootlegt werd gepraat. Op een van die gelegenheden ontmoette ik iemand die jongeren opvangt en die me uitnodigde bij haar te komen kijken. Toen ik op vakantie ging, besloot ik bij haar langs te rijden, het was toch op de route. Wat ik daar zag, raakte me zo, dat ik uiteindelijk vijf weken bleef hangen en later nog twee keer terug ben geweest.’

Ooms filmde vier ‘rotjochies’ en een meisje, die opgevangen worden door Petra, naar eigen zeggen een ‘fossiel uit de jeugdzorg’. ‘Door bij haar te gaan wonen vermijden de jongeren een gesloten instelling. Petra biedt ze structuur en helpt ze te ontdekken wie ze echt zijn.’ Door gesprekken, vaak met behulp van speelgoedpoppetjes die het kind en zijn omgeving voorstellen, probeert Petra er samen met de jongens achter te komen wat hen beweegt en waarom ze reageren zoals ze doen. ‘Haar aanpak is erg persoonlijk, ze heeft een natuurlijk overwicht waardoor de jongeren veel van haar aannemen. De film gaat echter niet over haar werkwijze, maar over de jongens die ze begeleidt.’
Die jongens lijken goede wil te hebben, ze zitten er dan ook vrijwillig, maar het proces verloopt stroef. Ze liegen, stelen, slopen, maken ruzie en zwijgen nukkig in persoonlijke gesprekken.

Het meest aangrijpende verhaal is dat van de stugge ­Mitchel. ‘Hij raakte me meteen,’ zegt Ooms, ‘hij heeft me doen besluiten deze film te maken. Ik zag een gevoelige jongen die zich gehard had. Het problematische gedrag is vaak een overlevingsmechanisme, al die jongens zijn boos. Langzaam ontdek je wat erachter zit en wat er afgeschermd moet ­worden.’ Gedurende de film wordt langzaam duidelijk waar de ­boosheid van Mitchel vandaan komt.

‘Het belangrijkste vind ik dat we niet vergeten te kijken naar wie die kinderen zijn,’ benadrukt de regisseur. ‘Je keurt het gedrag af, maar dat betekent niet dat je het kind ook afkeurt.’