VPRO Redactiestatuut

1. Doel
Dit Redactiestatuut heeft tot doel de onafhankelijkheid van de programmatisch en redactioneel inhoudelijk betrokken Redactiemedewerkers van de VPRO te waarborgen bij het uitoefenen van hun taak.
De uitgangspunten, zoals beschreven in dit Redactiestatuut, waarmee de VPRO Mediaaanbod maakt én beoordeelt, gelden voor al het Media-aanbod. Voor journalistiek mediaaanbod geldt daarnaast de werkwijze zoals beschreven in de Journalistieke werkwijze VPRO [link]. In dit Redactiestatuut is neergelegd, zowel voor Redactiemedewerkers en andere medewerkers als tegenover het publiek, wat de uitgangspunten van het Programmabeleid zijn en waar de randvoorwaarden waaraan het VPRO Media-aanbod wil voldoen zijn omschreven.
Dit Redactiestatuut beoogt de Redactiemedewerkers een zo groot mogelijke onafhankelijkheid te garanderen bij de uitoefening van hun werkzaamheden zonder rechtstreekse beïnvloeding van wie dan ook. De eigen verantwoordelijkheid van de Redactiemedewerkers voor het door hen geleverde werk geldt hierbij als leidend beginsel.
Het Redactiestatuut bevat in elk geval de waarborg dat de normen inzake journalistieke beroepsethiek en kwaliteit worden nageleefd alsmede waarborgen voor redactionele onafhankelijkheid ten opzichte van adverteerders, sponsors, co-financiers en anderen die bijdragen hebben verstrekt voor de totstandkoming van Media-aanbod.
In het wederzijdse belang van de VPRO en zijn Redactiemedewerkers biedt het Redactiestatuut een heldere afbakening van verantwoordelijkheden tussen de VPRO en zijn Redactiemedewerkers. Bovendien is hierin ook vastgelegd op welke manier de onafhankelijkheid van de Redactiemedewerkers organisatorisch gewaarborgd is, dat wil zeggen welke stappen gezet kunnen worden als er onenigheid ontstaat over de onafhankelijkheid - zoals dat ook op grond van de Mediawet is voorgeschreven.
Dit Redactiestatuut is ingevolge de Mediawet 2008, de collectieve arbeidsovereenkomst van het arbeidspersoneel (cao) en op de grondslag van de statuten van de VPRO vastgesteld door het Bestuur, na overleg met de Hoofdredacteur(en) en de Redactieraad en instemming door de Ondernemingsraad.
2. Definities
- VPRO: de omroepvereniging VPRO met volledige rechtsbevoegdheid.
- Statuten: de verenigingsstatuten van de VPRO.
- Missie & Identiteitsbeschrijving VPRO: de missie en identiteitsbeschrijving zoals vastgelegd in het Meerjarenbeleidsplan of conform de Statuten bijgesteld.
- Redactiemedewerkers*: allen die onder leiding van de Eindredacteur en vanuit verschillende expertises binnen de vooraf vastgestelde (programmatische en financiële) kaders redactioneel inhoudelijk betrokken zijn bij de totstandkoming en openbaarmaking van Media-aanbod en zijn aangesteld op grond van een arbeidsovereenkomst en/of een overeenkomst van opdracht.
- Media-aanbod: alle door of vanwege de VPRO op grond van de Missie geproduceerde en/of openbaar gemaakte (al dan niet elektronische) producten met beeld- en/of geluidsinhoud en/of geschreven inhoud die bestemd zijn voor afname door het algemene publiek of een deel daarvan via televisie, radio, internet en papieren publicaties (programmabladen) en andere communicatiediensten die bestemd zijn voor afname door het algemene publiek of een deel daarvan.
- Redactiestatuut: het onderhavige Redactiestatuut.
- Meerjarenbeleidsplan: het beleidsplan behorende bij de erkenningsaanvraag.
- Jaarplan: Het jaarlijks aan te passen beleidsplan op basis van het meerjarenbeleidsplan, met inbegrip van het Programmabeleid.
- Programmabeleid: Het jaarlijks in het Jaarplan omschreven beleidsplan ten aanzien van de kaders van het voorgenomen inhoud van het Media-aanbod.
*Voor de redactie van de Multimediale Gids waarvoor dit Redactiestatuut eveneens geldt is een addendum gemaakt waarin rollen en verantwoordelijkheden zijn toegepast op de functies zoals zij daar zijn ingericht.
3. Uitgangspunten bij het maken van media-aanbod
Missie & Identiteit
De Missie & Identiteitsbeschrijving van de VPRO beschrijft de uitgangspunten voor Redactiemedewerkers, Eindredacteuren en Hoofdredacteuren die gehanteerd worden bij het maken van het Media-aanbod. Redactiemedewerkers, Eindredacteuren en Hoofdredacteuren dienen deze uitgangspunten ook te kennen. De Missie & Identiteitsbeschrijving is vastgelegd in het Meerjarenbeleidsplan en kan conform de Statuten jaarlijks worden bijgesteld.
Controle & zeggenschap over de inhoud
De VPRO behoudt conform artikel 2.88 Mediawet te allen tijde de volledige controle en zeggenschap, dat wil zeggen de eindredactie, over de inhoud van het Media-aanbod.
Beginselen van zorgvuldige en onafhankelijke journalistiek
De VPRO en alle Redactiemedewerkers, Eindredacteuren en Hoofdredacteuren committeren zich bij hun journalistiek handelen aan de journalistieke code NPO welke onder meer is opgesteld op basis van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek ten aanzien van de beginselen van zorgvuldige en onafhankelijke journalistiek. De wijze waarop de VPRO met de journalistieke code NPO en overige richtlijnen omgaat, is uitgewerkt in de Journalistieke werkwijze VPRO (link). Redactiemedewerkers, Eindredacteuren en Hoofdredacteuren dragen hun eventuele politieke en/of levensbeschouwelijke overtuiging niet zodanig uit dat hun journalistieke onpartijdigheid en die van de omroep in het gedrang kan komen. Voor journalistiek media-aanbod gelden journalistieke beginselen van redactionele onafhankelijkheid, evenwichtigheid, betrouwbaarheid en deskundigheid in berichtgeving, analyse en opinie. Het uitgangspunt bij afwegingen tussen enerzijds het inhoudelijke belang en anderzijds het belang van bereik en impact is dat journalistiek-inhoudelijke afwegingen leidend zijn.
Bescherming van kwetsbare personen
De VPRO is zich bewust van de consequenties van media-aandacht voor kwetsbare personen, waaronder met name kinderen en slachtoffers van misdrijven of ongelukken en hun verwanten. Per gebeurtenis wordt het belang van openbaarmaking (dan wel het openbaar houden in de on demand omgeving) zorgvuldig afgewogen tegen de mogelijke nadelen daarvan voor betrokkenen.
Privacy
De VPRO heeft respect voor de privacy. De VPRO houdt zich bij het vergaren en openbaar maken van informatie aan de wet en de kaders zoals gesteld in de AVG en Code van de Raad voor de Journalistiek. De juridische grenzen van de journalistiek – ‘onaannemelijke beschuldigingen’, ‘beledigende bewoordingen’, ‘aantasting van de privacy’ – worden geacht onderdeel van dit Redactiestatuut te zijn.
Externe financiering
Externe financiers kunnen nooit enige invloed uitoefenen op de inhoud van het mediaaanbod. Het maken van afspraken en de onderhandelingen over financiële of andere bijdragen van derden (cofinanciering en/of sponsoring) geschiedt nimmer door programmatisch en redactioneel inhoudelijk werkzame Redactiemedewerkers van het desbetreffende Media-aanbod maar uitsluitend en alleen door productionele medewerkers (producers, productieleiders, zakelijke leiding). In voorkomende gevallen wordt gebruik gemaakt van standaardcontracten, welke te allen tijde dienen te worden goedgekeurd en ondertekend door het Bestuur. Dit is eveneens het geval indien de bijdrage wordt bedongen door de buitenproducent. Alle contractuele afspraken omtrent Cofinanciering en/of Commerciële financiering dienen voorafgaand aan eerste openbaarmaking aan de Raad van Bestuur NPO worden voorgelegd, die de contracten op zijn beurt aan het Commissariaat voor de Media doet toekomen.
Voorwaarden Integriteit
De Beleidsregels governance en interne beheersing en de Gedragscode Integriteit Publieke Omroep vormen een integraal onderdeel van dit Redactiestatuut. De onderwerpen die daarin aan de orde komen zijn onder meer:
- Belangenverstrengeling en aanbesteding
- Nevenfuncties
- Omgaan met vertrouwelijke informatie
- Aannemen en geven van geschenken
- Uitgaven, kostendeclaraties en gebruik van creditcards
- Gebruik van voorzieningen van omroepen
- Buitenlandse reizen
Ook de VPRO Gedragscode maakt integraal onderdeel uit van dit Redactiestatuut.
4. Verantwoordelijkheden & verantwoording
4.1 De Redactiemedewerkers zijn onafhankelijk bij de initiëring en vervaardiging van het Media-aanbod, met inachtneming van de vooraf vastgestelde programmatische, financiële en facilitaire randvoorwaarden. Alle Redactiemedewerkers worden geacht bekend te zijn met de vastgestelde randvoorwaarden en de algemeen geaccepteerde journalistieke uitgangspunten, zoals journalistieke zorgvuldigheid, en dienen deze in acht te nemen.
Tevens dienen Redactiemedewerkers zich op de hoogte te stellen van de Mediawet- en regelgeving waaraan de VPRO zich dient te houden en het door de VPRO vastgestelde sponsorbeleid. Onder de Mediawet- en regelgeving vallen met name ook de bepalingen met betrekking tot nevenactiviteiten, het verbod op dienstbaarheid en de regels met betrekking tot sponsoring en cofinanciering en de bijdragen van ondergeschikte betekenis.
De Redactiemedewerkers zijn binnen de vooraf vastgestelde programmatische, financiële en facilitaire randvoorwaarden en Missie & Identiteitsbeschrijving, bij de uitvoering van hun werkzaamheden verantwoording verschuldigd aan Eindredacteuren. De Redactiemedewerkers zijn verplicht de Eindredacteuren tijdig te informeren over mogelijke strijdigheden tussen voorgenomen Media-aanbod enerzijds en wet, statuten, Missie & Identiteitsbeschrijving en andere voorschriften anderzijds.
4.2 De Eindredacteuren zijn namens hun Hoofdredacteur en onder de vooraf door de Hoofdredactie vastgestelde programmatische randvoorwaarden en financiële en facilitaire kaders op journalistiek onafhankelijke wijze belast met de totstandkoming van het afzonderlijke of naar zijn aard samenhangende Media-aanbod en het vaststellen van het programmaplan dat hieraan ten grondslag ligt. Eindredacteuren en waar nodig Hoofdredacteuren worden betrokken bij relevante aspecten van het productieproces. Te denken valt hierbij aan beslissingen over het maken, vastleggen en nakomen van afspraken met betrokkenen, bijvoorbeeld over voorinzage, danwel het substantieel wijzigen of afwijken van het oorspronkelijke programmaplan. De Eindredacteuren leggen verantwoording af aan de Hoofdredacteuren en zijn verplicht de Hoofdredacteuren tijdig te informeren over mogelijke strijdigheden tussen voorgenomen Media-aanbod enerzijds en wet, statuten, Missie & Identiteitsbeschrijving en andere voorschriften anderzijds en over wijzigingen in afspraken met betrokkenen en eventuele conflicten over ingrijpende inhoudelijke wijzigingen die in het Media-aanbod zijn of worden aangebracht.
4.3 De Producers zijn samen met de Eindredacteuren verantwoordelijk voor de totstandkoming van Media-aanbod binnen redacties. Zij bewaken de door de Zakelijk Leider en de Hoofdredacteur(en) vastgestelde financiële en facilitaire randvoorwaarden en worden betrokken bij het maken en vastleggen van afspraken, zoals toestemmingsverklaringen, met betrokkenen.
4.4 De Hoofdredacteuren zijn, met inachtneming van het vastgestelde Programmabeleid, verantwoordelijk voor het vaststellen van de programmatische randvoorwaarden, de inhoud en vorm van het Media-aanbod en bewaken de kwaliteit ervan. De ontwikkeling en uitvoering van het Programmabeleid is met inachtneming van de wet, Statuten, Redactiestatuut, Missie en de goedgekeurde Jaarbeleidsplannen, opgedragen aan de Hoofdredacteuren.
Hoofdredacteuren worden betrokken bij relevante aspecten van het productieproces, waaronder de beslissing tot het wijzigingen van de programmatische randvoorwaarden, waaronder het oorspronkelijke programmaplan. De Hoofdredacteuren beslissen op journalistiek onafhankelijke wijze over de openbaarmaking van het Media-aanbod.
Zij delen de op grond van de Jaarbegroting vastgestelde beschikbare budgetten toe aan het onderscheiden Media-aanbod.
Zij zijn tevens verantwoordelijk voor de verwerving, c.q. aankoop van Media-aanbod. Benoeming en ontslag van Redactiemedewerkers geschiedt door het Bestuur, op voorstel van de desbetreffende Hoofdredacteur(en).
De Hoofdredacteur(en) ziet erop toe dat bij de totstandkoming van het Media-aanbod de vereiste journalistieke zorgvuldigheid wordt betracht en dat deze in overeenstemming is met de journalistieke uitgangspunten. Tevens draagt de Hoofdredacteur(en) er zorg voor dat openbaarmaking van het Media-aanbod niet in strijd is met de toepasselijke wet- en regelgeving. De Hoofdredacteur(en) legt verantwoording af aan het Bestuur.
4.5 De Zakelijk Leider Media stelt samen met de Hoofdredacteur(en), binnen de begrotingskaders, de budgetten voor het Media-aanbod vast.
4.6 Het Bestuur vertegenwoordigt, bestuurt en stelt het strategische-, operationele- en Programmabeleid op van de VPRO en coördineert alle processen die de resultaten en kwaliteit van de werkzaamheden van de vereniging dienen. Het Bestuur benoemt en ontslaat Hoofdredacteur(en), Eindredacteuren en Redactiemedewerkers.
Het Bestuur legt conform de Statuten voor het door hem gevoerde (Programma)beleid verantwoording af aan de Raad van Toezicht en de Algemene Ledenvergadering. Hij stelt, na goed overleg met de Hoofdredacteur(en) de Jaarplannen vast. Deze vaststelling blijft alleen achterwege wanneer het Bestuur van oordeel is dat het voorgenomen Programmabeleid niet in overeenstemming is met de meerjarenbeleidplannen, of met de bij of krachtens de wet of de Statuten gestelde kaders. Het Bestuur stelt de Jaarbegroting vast waarna binnen dit kader de Hoofdredacteur(en) en de Zakelijk Leider Media gezamenlijk de budgetten vaststellen voor de verzorging van het Media-aanbod. Het Bestuur stelt het Redactiestatuut vast en wijzigt dit, na overleg met en advies van de Hoofdredacteur(en), de Redactieraad en de Ondernemingsraad.
4.7 De Algemene Ledenvergadering is het hoogste orgaan van de VPRO. De Algemene Ledenvergadering beslist onder meer over wijzigingen van de Statuten van de VPRO, inclusief de Missie & Identiteitsbeschrijving, keurt de Meerjarenbeleids- en begrotingsplannen en het jaarverslag goed en benoemt, schorst of ontslaat de Raad van Toezicht.
4.8 De Raad van Toezicht is belast met het toezicht op het beleid van de VPRO. De Raad van Toezicht geeft goedkeuring aan zowel de jaarlijkse als de meerjarenbeleidsplannen en begrotingen. De Raad van Toezicht van de VPRO is belast met het advies, de benoeming, het toezicht, schorsing en ontslag van het Bestuur. De Raad van Toezicht legt verantwoording af aan de Algemene Ledenvergadering over het uitgevoerde toezicht op door het Bestuur gevoerde (Programma)beleid.
5. De Redactieraad
5.1 De Redactieraad functioneert als adviesorgaan en adviseert gevraagd en ongevraagd het Bestuur over het Media-aanbod dat de VPRO verzorgt, voor zover het gaat om een zo groot mogelijke onafhankelijkheid van redactionele en programmatische 5 beroepsuitoefening, met inachtneming van de bepalingen van dit Redactiestatuut. De Redactieraad legt verantwoording af aan de Redactiemedewerkers.
5.2 De uitoefening van bevoegdheden door de Redactieraad laat de uitoefening van bevoegdheden door de Ondernemingsraad onverlet.
5.3 De Redactieraad kent een eigen reglement, waarin de samenstelling en wijze van benoeming is geregeld. Lidmaatschap van de Redactieraad staat open voor alle Redactiemedewerkers, met uitzondering van Hoofdredacteur(en). Vacatures en benoemingen worden openbaar gemaakt.
5.4 De Redactieraad vergadert minimaal twee keer per jaar en zo vaak als hem goeddunkt. Van elke vergadering en uitgebracht advies wordt een openbaar verslag gemaakt. De Redactieraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een secretaris. De Redactieraad regelt zelf zijn werkwijze.
5.5 De Redactieraad kan te allen tijde gevraagd en ongevraagd advies geven over geschillen/conflicten over inhoud van Media-aanbod waarvan zij kennis heeft genomen.
5.6 Indien een lid van de Redactieraad zelf betrokken is bij een aan de Redactieraad voorgelegd geschil onthoudt het zich van deelname aan de beraadslagingen over dat geschil met de Hoofdredacteur(en).
5.7 Het Bestuur voert tenminste tweemaal per jaar overleg met de Redactieraad (of zoveel meer als nodig is volgens het Bestuur of de Redactieraad) met als doel het (Programma)beleid van de VPRO te bespreken; in het bijzonder de omroeppolitieke situatie en de gevolgen daarvan voor het (Programma)beleid. Indien de te behandelen onderwerpen daartoe aanleiding geven wordt de Hoofdredacteur(en) bij dit overleg uitgenodigd.
5.8 De Hoofdredacteur(en) voert tenminste twee maal per jaar gezamenlijk overleg met de Redactieraad (of zoveel meer als nodig is volgens de Hoofdredacteur(en) of de Redactieraad) met als doel de hoofdpunten van het gezamenlijke en/of afzonderlijke Programmatische beleid van de Hoofdredacteur(en) waaronder de Jaarbeleidsplannen te bespreken.
5.9 De Redactieraad brengt aan het Bestuur advies uit over voorgenomen besluiten tot of inzake:
- vaststellen en wijzigen van het Redactiestatuut;
- wijziging van de Missie & Identiteitsbeschrijving van de VPRO;
- verregaande (programma)inhoudelijke samenwerking;
- benoeming en ontslag van de Hoofdredacteuren;
- wijziging van de financierings- of exploitatievorm van het Media-aanbod;
- het Meerjarenbeleidsplan.
6. Afwijkingen op Redactiestatuut
Dit Redactiestatuut is gebaseerd op het uitgangspunt dat Redactiemedewerkers, Eindredacteuren en Hoofdredacteuren zich aan het Redactiestatuut houden tenzij. Tenzij betekent dat er in uitzonderlijke gevallen sterke argumenten kunnen bestaan ervan af te wijken; die argumenten dienen vooraf met het Bestuur en Hoofdredacteur(en) te worden besproken; die alleen gezamenlijk toestemming kunnen geven om af te wijken van het Redactiestatuut.
7. Besluiten tot wijzigen of intrekken media-aanbod
7.1 Redactiemedewerkers dienen indien redelijkerwijs mogelijk vóór openbaarmaking van het Media-aanbod in kennis te worden gesteld van wijzigingen die Eindredacteur en/of de Hoofdredacteur(en) wil aanbrengen in dat Media-aanbod. Wanneer de Eindredacteur en/of Hoofdredacteur(en) ingrijpende wijzigingen aanbrengt of doet aanbrengen in Media-aanbod en de betrokken Redactiemedewerker het hier niet mee eens is kan de Redactiemedewerker verlangen dat het Media-aanbod zonder vermelding van zijn of haar naam wordt openbaar gemaakt.
7.2 In geval van ingrijpende geschillen over de inhoud van Media-aanbod tussen Redactiemedewerkers, dan wel wanneer een Redactiemedewerker ernstige bezwaren heeft tegen een aan hem verstrekte opdracht, danwel het niet eens is met een besluit van de Eindredacteur en/of Hoofdredacteur om ingrijpende wijziging(en) in zijn of haar Media-aanbod aan te brengen, of met een besluit van Eindredacteur en/of Hoofdredacteur om zijn of haar Media-aanbod niet openbaar te maken, kunnen alle partijen te allen tijde om een advies van de Redactieraad vragen. Daarnaast kunnen alle partijen het meningsverschil te allen tijde agenderen ter bespreking in de redactievergadering. Het uitgangspunt bij afwegingen tussen enerzijds het inhoudelijke belang en anderzijds het belang van bereik en impact is dat journalistiek inhoudelijke afwegingen leidend zijn.
7.3 Op Redactiemedewerkers rust de verantwoordelijkheid om indien redelijkerwijs mogelijk eerst gebruik te maken van genoemde adviesmogelijkheden van de Redactieraad en/of redactievergadering alvorens een conflict naar de Hoofdredacteur te escaleren.
7.4 Wanneer de Eindredacteur en/of Hoofdredacteur een advies van de Redactieraad en/of redactievergadering niet aanvaardt, maakt hij zijn standpunt, met redenen omkleed, schriftelijk kenbaar aan de Redactieraad en de Redactiemedewerker.
7.5 Ingrijpende geschillen over de inhoud van Media-aanbod, tussen Redactiemedewerkers onderling worden, als zij niet in goed overleg kunnen worden opgelost, aan hun Eindredacteur voorgelegd. Ingrijpende geschillen over de inhoud van Media-aanbod tussen Redactiemedewerkers en hun Eindredacteuren worden, als zij niet in goed overleg kunnen worden opgelost, ter beoordeling voorgelegd aan de Hoofdredacteur(en).
7.6 Ingrijpende geschillen over de inhoud van Media-aanbod en/of interpretatie en uitvoering van het Redactiestatuut die ontstaan tussen: - Eindredacteuren en Hoofdredacteuren - Hoofdredacteuren onderling, welke niet in goed overleg kunnen worden opgelost, zullen ter arbitrage en beslissing worden voorgelegd aan het Bestuur, aan wiens gemotiveerde oordeel partijen zich zullen conformeren.
7.7 Indien zich een diepgaand inhoudelijk verschil van mening tussen de Hoofdredacteur(en) en het Bestuur voordoet, heeft het Bestuur de mogelijkheid het geschil voor te leggen aan de Voorzitter van de Raad van Toezicht. De Voorzitter kan proberen partijen tot elkaar te brengen. In het geval dat dat niet lukt, neemt het Bestuur een finaal besluit in de kwestie.
8. Slotbepalingen
8.1 Dit Redactiestatuut treedt in werking op 1 mei 2022.
8.2 Het Bestuur kan slechts besluiten tot wijziging van dit Redactiestatuut dan wel tot afwijzen van een voorstel tot wijzigingen, gedaan door de Hoofdredacteuren en/of de Redactieraad, nadat daarover overleg is gevoerd met de Hoofdredacteuren en de Redactieraad en na instemming door de Ondernemingsraad.
Download hier het redactiestatuut.
Meer weten over de VPRO?

Over de VPRO
Lees meer over onze missie, organisatie en journalistieke principes. En ontdek wie we zijn en waar we voor gaan.
