de gelaarsde poes

Een muzikale cocktail van gedaanteverwisselingen, sluwe streken en messcherpe klauwen. Als molenaarszoon Jaap alles kwijtraakt wat hij had, kan hij nog maar op één vriend vertrouwen: zijn gelaarsde Poes. Samen trekken ze door een vreemd land, op zoek naar eten en werk. Door de slimme en onnavolgbare streken van Poes weten de twee in no time het vertrouwen van de koning te winnen en zich een plek aan het hof te verwerven. Maar is alles wel zo mooi als het lijkt? Is de prinses zo lief als ze er uit ziet? Kan een monster ook een muis zijn? En hoeveel levens heeft een kat eigenlijk?

Uitzending

voorpret

Cast & crew

De Gelaarsde Poes is een parodie op het sprookje De Gelaarsde Kat, in de trant van eerder geprezen theatervoorstellingen van het Ro Theater als Lang en Gelukkig, Snorro, Woef Side Story en De Zere Neus van Bergerac. De tienkoppige cast bestaat uit Maarten Heijmans, Alex Klaasen, Dick van den Toorn, Tom van Kalmthout, Arjan Ederveen, Wart Kamps, Daan Colijn, Keja Klaasje Kwestro, Bart Rijnink en Steyn de Leeuwe.

 

lof

Zoals dat feitelijk bij iedere familievoorstelling van het Ro Theater het geval is, regende het ook voor De Gelaarsde Poes sterren in de media. Trouw gaf de voorstelling maar liefst 5***** sterren. Zowel Telegraaf, Volkskrant als NRC gaven allen 4**** sterren. De Volkskrant schreef ‘Het Ro Theater fikst het weer’ en NRC sprak van ‘hoogst aanstekelijk speelplezier van voortreffelijke vertolkers. Een feest van goede grappen!” De voorstelling won bovendien de Zapp-theaterprijs!

Kijken dus: naar de televisiebewerking van de 'De Gelaarsde Poes' op 1 januari 2017 om 19.00 uur op NPO Zapp.

interview scenarist Don Duyns

antikatterig

De lovend ontvangen  familievoorstelling  De gelaarsde poes van het RO Theater is ook  op televisie te zien.  Don Duyns schreef voor beide versies  het scenario.

door Angela van der Elst

Er was eens een oude molenaar met drie zonen…
Don Duyns: ‘Regisseur Pieter Kramer en ik gaan voordat we aan zo’n project als dit beginnen samen naar Londen. Daar bezoeken we een paar voorstellingen om op ideeën te komen. Puss in Boots was er daar een van, maar het verhaaltje over die gelaarsde kat is natuurlijk veel te dun voor een tweeënhalf uur durende bewerking. Dus kijken we waarmee we dat eerste uitgangspunt allemaal kunnen combineren, wat niet-alledaagse vraagstukken tot gevolg heeft als: voegen we er een reus, zieke elf of goblin aan toe? Zo kwam onder anderen James Blond erbij, gespeeld door  Arjan Ederveen, als bodyguard van de prinses en met de theatrale mogelijkheden van gadgets. Het uiteindelijke resultaat is iets als de wereld van Anton Pieck versus die van mannen met pistolen.’

 

Hoe verhouden de theater- en televisieversie zich tot elkaar?
‘Allereerst moest er een uur uit. In het theater weet je: ik zit hier voorlopig en ik ga me vermaken, maar voor tv werkt dat niet. En simpelweg een registratie maken van de toneelversie en daar stukken uit knippen, is ook geen optie. Bovendien is het juist leuk om de mogelijkheden die televisie biedt, te benutten. Wel wilden we de dynamiek van de snelle wisselingen – acht acteurs spelen ruim dertig rollen – behouden. Daarom hebben we ervoor gekozen om in een grote studio, met publiek, alle decors naast elkaar te zetten. Ook voegden we een extra figuur toe: de hofnar. Hij informeert tussen de scènes door, en houdt bij hoeveel van zijn negen levens de kat nog over heeft.’

 

Hoe heilig is wat u geschreven heeft?
‘In Duitsland en Engeland mogen mensen niks veranderen aan een tekst, maar hier mag alles besproken worden. Dus zit ik bij de eerste lezingen en repetities, om vondsten van acteurs toe te voegen, maar ook om wat ik geschreven heb te verdedigen. Volgens mij worden dingen op die manier echt goed en komen ze tot leven.’

De liedteksten zijn van de hand van Alex Klaasen, die onder meer een reus en een Thaise poes speelt. Hoe verliep jullie wisselwerking?
‘Vervelende musicals zijn die waarin alles helemaal stil komt te staan wanneer er gezongen wordt. Alex heeft strenge opvattingen over waar en waarover liedjes moeten komen. Ik lever daar vervolgens ook tekst­ideeën voor, omdat ik in dat stadium van het schrijfproces de personages het best ken, dus dat gaat heen en weer.’

 

Onder de vele loftuitingen werd uw ‘talent voor talige onderbroekenlol’ genoemd.
‘Eh… het bevat ook Shakespeare-achtige taal die je niet snel in een familievoorstelling verwacht. De tekst moet geschikt zijn voor iedereen van acht tot 88, soms gaat iets over de hoofden van kinderen heen, soms snappen ouders het niet. Maar er zit wel wat in, ik houd van Benny Hill en André van Duin, en heb theaterwetenschappen gestudeerd; uit beide achtergronden zijn elementen te vinden.’

afleveringen