steun vpro

beppende tukkers en broebelende pagadders

, roy lagerburg

beppende tukkers en broebelende pagadders

roy lagerburg ,

Wie hebben de grootste woordenschat: Vlamingen of Nederlanders? Zondag zal Labyrint de resultaten van het Groot Nationaal Onderzoek naar taal bekend maken, waaraan zo’n 600.000 keer is deelgenomen door 400.000 Nederlanders en Belgen.

Het zal geen verrassing zijn dat de woordenschat van Nederlanders en Vlamingen op zijn minst verschillend is. Heb je bijvoorbeeld wel eens gehoord van een pagadder? Vlamingen gebruiken het als liefkozend woord voor kleine kinderen. Het woord is afgeleid van het Spaanse “pagadores”, van het werkwoord “pagar”, wat betalen betekent. De pagadores waren te klein om te vechten en werden daarom ingezet als betaalmeesters van de soldij voor de Spanjaarden die in Antwerpen gelegerd waren.

“De pagadder broebelde wat terwijl zijn bomma hem induffelde.” Dit zouden Vlamingen een volkomen normale zin vinden, maar de gemiddelde Nederlander kan er geen kaas van maken. Vlamingen zouden broebelen kunnen uitleggen met binnensmonds klappen, maar Nederlanders gebruiken mompelen of binnensmonds praten. Bomma is de verbastering van het Franse “bonne-maman”, wat grootmoeder betekent en de Franse invloeden in het Vlaamse taalgebied laat zien. In plaats van induffelen kun je iemand in Vlaanderen ook bunselen of inbusselen, maar boven de landsgrens spreken we van warm aankleden. Kortom: de kleine jongen mompelde wat terwijl zijn oma hem warm aankleedde.

Wat is dan een zin met typisch Nederlandse woorden? “De tukker stond in zijn oude kloffie te beppen op de ventweg.” De woorden in deze zin worden door minstens 85% van de Nederlanders gekend, terwijl dit bij Vlamingen slechts tussen de 15 en 35% is. Bij de meeste Vlamingen zal het dus niet gaan dagen dat een tukker iemand uit Twente is en dat kloffie kleding betekent. In plaats van beppen hebben ze het in Vlaanderen liever over lameren of sjauwelen. En een ventweg? Voor Vlamingen geen parallelweg voor lokaal verkeer maar een weg voor mannen of een weduwe.

In het onderzoek is ook gekeken naar het verschil in woordenschat tussen mannen en vrouwen. Mannen hebben een grotere woordenschat als het gaat om technische termen zoals debuggen, kevlar en picoseconde. Natuurlijk zijn de mannen ook bekend met voetbaltermen zoals basiself, mandekker en steekpass. Maar verrassend genoeg zijn mannen ook beter op de hoogte van het woord misandrie ofwel mannenhaat.

Vrouwen kunnen veel specifieker over mode en kleding praten. Zo behoren boothals, organza, paillet, sleehak en strijkkralen tot de woorden die in verhouding door veel meer vrouwen dan mannen herkend worden. En vrouwen blijven poëtischer dan mannen: zij weten wat het betekent om hun zielenroerselen in versmaat op papier te zetten.

honderd woorden

De honderd meest Vlaamse woorden zijn: foor, tweewoonst, seutig, pladijs, barema, kmo, tornooi, bvba, vijs, pagadder, zagevent, inwijkeling, matrak, brol, smos, tornooien, pompaf, vzw, nefast, plaaster, snotvalling, javel, woonst, mattentaart, broebelen, pilipili, fluo, wiezen, dieperik, bobijnen, stoefer, smossen, rotslecht, bomma, mazout, druivelaar, bobijn, regentaat, foert, toemaatje, zwalpen, selder, farde, unief, ambeteren, seldertje, resem, versassen, induffelen, holebi, kattin, ambetanterik, aanvijzen, dagdagelijks, trottinette, kipkap, monitrice, notelaar, metsen, magazijnier, kwatong, stielman, metser, bisser, bib, baxter, dekenij, zeemzoet, snul, verbrodden, sasdeur, opsolferen, bavet, nieuwkuis, smoutebol, denkpiste, stockeren, taallabo, bisjaar, wegdeemsteren, gegeerd, truweel, zwalp, solden, sloef, pintelieren, schuifaf, stoefen, humaniora, kastaar, minarine, aprilvis, notelaren, teleonthaal, zurkel, bissen, kramiek, mitraillette, onpaar, jeton. Wil je de betekenis van deze woorden weten? Kijk dan eens naar het Vlaams Woordenboek.

De honderd meest Nederlandse woorden zijn: kliko, vmbo, vlaflip, salmiak, pislink, kassiewijle, porem, skûtsje, reuring, vernachelen, multomap, tabee, lomschool, katenspek, atjar, meuk, baco, soos, pabo, wybertje, omkukelen, smeerkees, eigenheimer, toko, pielen, vut, heao, smiecht, taaitaai, kassiewijlen, fust, mbo, ranja, beppen, gadogado, giebel, duppie, mulo, gup, leges, schuifpui, prednison, meao, vrind, lullo, grutto, conrector, propedeuse, gesteggel, vlizotrap, doerak, koog, steggelen, royement, gepriegel, vutter, metworst, mts, uiterwaard, sjoege, gajes, pakkie-an, hobbezak, horkerig, jottum, diergaarde, bushbush, klessebes, toepen, ventweg, senang, coulance, omstebeurt, mudvol, bangig, kloffie, dranger, tukker, sappel, glaspui, miepen, wipwap, buut, malieveld, derrie, feut, domstad, bonnefooi, gotspe, brekebeen, koopgoot, verbruid, porum, rouwdouwer, sinas, tumtum, wetering, gribus, dommig, latertje.

Het taalonderzoek is de vijfde editie van het Groot Nationaal Onderzoek, een initiatief van NTR, VPRO en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Labyrint maakt zondag om 19:50 op Nederland 2 de resultaten bekend in haar uitzending. Alle resultaten zullen daarna te bekijken zijn op de website van het Groot Nationaal Onderzoek.