Beeldvorming

, A.L. Snijders

A.L. Snijders verwondert zich over hoe de term 'beeldvorming' verschillend wordt gebruikt.

Ik heb altijd gepraat tegen de televisie. Meestal negatief, met stemverheffing (Jezus, wat ben jij een klootzak.) Ikzelf hechtte er niet veel waarde aan, een gezondheidsmaatregel zonder blijvende schade. Hier kwam verandering in als ik wel eens zo’n halfvergeten schermheilige in het echt ontmoette. Bijna altijd waren het aardige mensen. Mijn kinderen (volwassen geworden) herinnerden zich altijd wat ik vroeger van zoiemand vond en bespotten mijn ommezwaai-vermogen. Gisteren keek ik naar een vijf-jaar-latergesprek van Beau van Erven Dorens met Bram Moszkowicz. De laatste gaf een voorbeeld van beeldvorming. Hij kwam in de P.C. Hooftstraat Holleeder tegen en gaf hem een hand, waarom niet, ze kenden elkaar twintig jaar. Er werd een foto van gemaakt die een eigen leven ging leiden. De hemel boven de P.C. Hooftstraat opende zich en een reusachtige stem klonk: ‘Jezus, wat ben jij een klootzak.’ Ik realiseerde me dat ik het woord beeldvorming altijd als een grijze muis had beschouwd. Ik zocht het op, vijf betekenissen. Die van Moszkowicz luidt: ‘Een niet geheel juist beeld geven van bepaalde gebeurtenissen.’ Als ik hem goed begrijp doet hijzelf niet aan beeldvorming, hij treedt iedereen tegemoet alsof hij nieuw en uniek is. Hijzelf is juist een slachtoffer van beeldvorming. In het Trump-tijdperk is de hele wereld in de ban van dit type beeldvorming. Ik ben gematigd en goed opgevoed, ik weet het verschil tussen buiten en binnen, tussen trottoir en huiskamer. Ik ben tegen de atoombom maar zie hem in geval van nood toch liever in handen van het democratische Westen dan in Noord-Korea of Iran, waar slechte mensen de leiding hebben.


Trump is een ordinaire rijkaard, zijn macht is een onverwachte fout van het systeem, we moeten het nu hebben van de generaal die op het juiste moment de rode knop onklaar maakt. Mijn zwager, die welwillend tegenover Trump staat, zegt dat ik aan beeldvorming doe. Dit woord gebruikt hij trouwens niet, hij noemt het raaskallen.