Wat moet je met andere mensen delen en wat niet?

Met vrienden behoor je belangrijke gebeurtenissen te delen, maar zelden zeg ik tegen een vriend: ‘Ik ben verliefd.’ Terwijl dat toch een belangrijke gebeurtenis zou moeten zijn. Hooguit zeg ik: ‘Mijn moeder is overleden.’ Maar dat is zo definitief, een feit, een dode moeder vereist nauwelijks toelichting.

Het is lastig aangename zaken te delen, maar nog lastiger is het onaangename, pijnlijke zaken te delen, zowel fysiek als emotioneel. Eigenlijk kun je daar alleen over praten als het pijnlijke niet meer pijnlijk is.

Recentelijk zat ik in het kader van een festival in een bus naast een collega, terwijl ik een bijna ondraaglijke fysieke pijn had. Toch vond ik het moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, om over die pijn te beginnen; ik hield zo goed als het ging het gesprek gaande over betrekkelijk alledaagse onderwerpen. Het erkennen van de pijn voelde als een nederlaag en zolang de pijn kon worden verzwegen, was hij er eigenlijk niet. Taal beschrijft niet alleen een werkelijkheid, maar creëert die vaak ook.

Wanneer wordt het verzwijgen van bepaalde informatie immoreel? Kun je tegenover je partner pijnlijke aangelegenheden verzwijgen om die partner te ontzien of is dat paternalisme?

Transparantie is veelal de hel, maar toch is het begrijpelijk dat mensen in je omgeving teleurgesteld zijn als ze niet persoonlijk op de hoogte worden gesteld van cruciale details uit je leven.

‘Je hebt me dit nooit verteld,’ hoor je dan, ‘ik las het in de krant.’

Wat je wilt delen met de ander is wie je voor de ander wilt zijn. Ik wil voor de ander niet iemand zijn die pijn heeft, daarom zwijg ik daar in het dagelijks leven bij voorkeur over.

Pijn is voor de artsenpraktijk, maar ook voor romans en columns, want in de literatuur word ik pas mens zou je kunnen zeggen, en mensen hebben wel eens pijn.