steun vpro

Afstand

, Arnon Grunberg

Een korte verhandeling over afstand.

  1. Je hebt afstand tussen steden en mensen, die in kilometers en mijlen kunnen worden uitgedrukt. ‘Ik bevind me op 800 kilometer afstand van jou.’ Over die afstand hebben we het hier niet.
     
  2. Als iemand tegen je zegt: ‘Ik voel afstand,’ wordt daar doorgaans iets negatiefs mee bedoeld. Er wordt vaak ook iets anders bedoeld. Wie zegt: ‘Ik voel afstand,’ bedoelt in de meeste gevallen: ‘Ik verlang naar nabijheid.’
     
  3. Je kunt op iemands schoot zitten en toch afstand voelen. Het probleem van de persoonlijke afstand heeft weinig of niets met meetkundige afstand te maken.
     
  4. Schrijven vereist afstand, heb ik wel eens gezegd. Afstand tot de eigen emoties, afstand tot de stof. Een collega zei recentelijk dat schrijven haar juist naderbij bracht. Een interessante gedachte en toch twijfel ik; als ik over mijn moeder schrijf, komt ze dan naderbij? Of verbeeld ik mij dat alleen? Komt het beeld dat ik van haar heb naderbij? Wat naderbij komt, is op zijn best je eigen creatie. De acteur die Hamlet speelt, brengt Hamlet naderbij voor een publiek. Zijn Hamlet. Maar komt hijzelf echt nader tot Hamlet? En moet dat?
     
  5. Nabijheid kan worden begrepen als verbondenheid en afstand als gebrek aan verbondenheid. Dat liefde geen afstand vereist, lijkt mij echter onwaar. Liefde zonder afstand is een kannibalistische liefde. Het samenvallen met de geliefde, hoe romantisch dat ideaal ook mag zijn, betekent uiteindelijk de verdwijning van de geliefde. Is dat de reden dat de romantische liefde ook altijd destructief is? De ware nabijheid is altijd ook opheffing van de ander, of van het eigen ik.
     
  6. Relationele gesprekken over afstand gaan feitelijk over scheiding, over je losmaken. We zaten aan elkaar vast, nu maken we ons weer van elkaar los. Het kan ook toenadering als doel hebben. Dit proces is niet geheel te vergelijken met wat afstoten en aantrekken wordt genoemd.
     
  7. Denken mag bewijzen dat je bent, maar dan vooral omdat het denken afstand creëert tussen het zijn en denken over het zijn. Wij bestaan, omdat wij afstand kunnen nemen van het zijn.