steun vpro

De Amerikaanse januskop

, Chris Kijne

Vanaf de onafhankelijkheidsverklaring is Amerika steeds zowel het één als het ander geweest: de hartelijke ontvanger van iedere ondernemende vreemdeling die iets van zijn leven en zijn nieuwe land wilde maken en tegelijkertijd de racistische xenofoob die de nieuwkomers haatte omdat hij hem en haar bedreigend vond. Chris Kijne over de januskop van Amerika.

Chris Kijne.

Neem Benjamin Franklin. De Founding Father van de Verenigde Staten van Amerika ging de geschiedenisboeken in als een verlichte uitvinder, wetenschapper, democraat. De man die niet alleen aan de wieg stond van de eerste democratie ter wereld maar deze als charmante diplomaat in Londen en Parijs ook door de eerste woelige jaren hielp.

Minder bekend is dat Benjamin Franklin ook een ongenadige racist en xenofoob was. Hij had graag gezien dat al in de eerste jaren van de jonge republiek de grenzen dicht waren gegaan voor die barbaarse immigranten die de oorspronkelijke Amerikaanse cultuur bedreigden: de Duitsers.

Er zijn misschien mensen die, met de zittende president in gedachten, vinden dat daar toch wel wat in zat.

Want zoals Benjamin Franklin precies die Januskop laat zien die de Verenigde Staten kenmerkt, doet de oorspronkelijk  uit Kallstadt in de Palts afkomstige Trump dat ook.

racistische xenofoob

Vanaf de onafhankelijkheidsverklaring is Amerika steeds, nadat het wat ruimte had gemaakt door de oorspronkelijke bevolking te decimeren, zowel het één als het ander geweest: de hartelijke ontvanger van iedere ondernemende vreemdeling die iets van zijn leven en zijn nieuwe land wilde maken en tegelijkertijd de racistische xenofoob die de nieuwkomers haatte omdat hij hem en haar bedreigend vond.

Franklin schold op de Duitsers, de Duitsers moesten de Ieren en de Schotten niet, de Ieren en de Schotten gingen in New York op de vuist met de Italianen, die op hun beurt de Chinezen discrimineerden en belachelijk maakten. En sinds de vrijgemaakte slaven in het noordelijke straatbeeld  verschenen kregen ze daar de positie die ze in het zuiden al hadden en mochten ze naast de joden plaatsnemen: iederéén had de pest aan ze.

En  ondertussen bouwden ze samen dat prachtige land op. ‘I pity the poor immigrant’, zong Dylan.

mijn Amerika

Ik zag Dylan, de duitsnamige nazaat van Turks-Oekraïense joden aan vaderskant en Litouwse aan moederszijde, vorig jaar in Carré en dit jaar in de AFAS live. Beide keren schuurde en knarste de zelfbenoemde schatbewaarder van de Amerikaanse muziekrijkdom zich door het repertoire  van de Italiaan Sinatra.

Kort na Dylan zag ik Tim Knol een ode brengen aan Doug Sahm, de hartverscheurende Texaan die als geen ander het Mexicaans-Amerikaanse erfgoed hoog heeft gehouden. En er tussenin hoorde ik hoe Tim O’Brien via Bill Monroe tranentrekkend liet horen hoe de Ierse en Schotse fiddle met de gospel kan samensmelten tot Blue Grass.

Tim komt uit Wheeling, West-Virginia, aan de voet van de Appalachen. En daar, in die bergen aan de oostkant van de VS, moet het gebeurd zijn. Niet één keer, maar tientallen, honderden keren. Bij een kampvuur, ergens in de tweede helft van de 19e eeuw, zitten een Ier met een viool, een Schot met een fluitje, een zwarte man met Ghanese voorouders die zijn afgeragde gitaar mee heeft weten te smokkelen bij de vlucht vanaf de plantage en een Pool met een trekzak samen muziek te maken.

Daar is mijn Amerika geboren.

two-face

Toen Tim O’Brien daar stond, met alleen zijn stem en zijn viool, drong het opeens tot me door en sprongen de tranen me in de ogen. Het was wéér aan het gebeuren. Amerika had zijn januskop weer gedraaid en was bezig alles te bezoedelen en te verloochenen wat het land zo dierbaar maakt. Acht jaar heeft het gezicht van Barack Obama , met al zijn fouten en de de overdreven belofte dat by gones nu echt by gones zouden zijn, toch precies dat vertolkt waar het land groot in kan zijn, de diversiteit, de multiculturele belofte, de wetenschap dat mens-zijn alles kan overstijgen.

En nu is de kop weer gedraaid.

En niet vanwege de waanzin die nu letterlijk regeert in de persoon van de Duitser Trump. Diens door een zware persoonlijkheidsstoornis gedreven presidentschap maskeert slechts wat er echt aan de hand is in de Verenigde Staten. Een cynische, ver afgedreven Republikeinse Partij probeert gevestigde belangen, vrijwel uitsluitend door blank Amerika genoten privileges, te beschermen tegen nieuwkomers die als een bedreiging worden gezien. Met als meest concrete gevolg van het Trump-presidentschap tot nu toe: de paniek onder nieuwe immigranten en de angst bij de zwarte bevolking die het recente verleden zien terugkeren.

Nog niet eens omdat die Republikeinen daar allemaal zelf in geloven, maar omdat ze hun basis hebben gevonden in het misleide electoraat dat die oude Amerikaanse reflex vertoont: schoppen naar beneden. En zodat hun politieke kaste, over de ruggen van dat electoraat, zijn obscene belastingplannen door kan voeren terwijl diezelfde mensen hun gezondheidszorg kwijtraken. Het zal de lelijke tronie van de two-face nóg afzichtelijker maken.

En nee, een Duitsers-ban zou niet geholpen hebben. Het Amerikaanse probleem zit dieper.