Van halal en doodgekookte groente

, Chris Kijne

Leefbaar Rotterdam´s Joost Eerdmans maakt snel school als twitterende Hollandse Trump, betoogt Chris Kijne. Maar hoe haalbaar is Eerdmans' sprookjeswereld?

Chris Kijne

Het is natuurlijk een campagnedingetje, die tekst van Leefbaar Rotterdam-voorman Joost Eerdmans. Op zaterdag 30 september, vlak voor een verkiezingsbijeenkomst samen met Thierry Baudets Forum voor Democratie, slingerde de Rotterdamse wethouder via de twitterfeed van zijn partij deze tekst het net op: 'Rotterdammers in oude wijken willen geen halal-slagerijen, maar een Nederlandse groenteboer. Tijd voor een nieuwe vestigingswet!'

Je kan veel zeggen van Donald Trump, maar hij maakt snel school. En helemaal in diens stijl is dat tweetje vooral bedoeld als een dog-whistle voor het rabiatere deel van Eerdmans’ achterban, want op de campagnebijeenkomst zelf gebruikte hij iets genuanceerdere taal. Daar zei hij: 'Nu zijn er straten waar de zoveelste Marokkaanse slager zich vestigt en geen Hollandse groenteboer is te vinden. Dat geeft een armoedig beeld.' En hij refereerde aan ‘vage zaken als belwinkels en shishalounges’, die hij met het herinvoeren van een vestigingswet zou willen weren. Waarbij dankzij die wet er ‘tussen de shishalounge en de belwinkel weer een Bruna moet komen’.

Dat klinkt al een stukje diverser dan: weg met de halal-slager, we willen onze groenteboer terug.

Hondenfluitjes-teksten

Toch is het niet onverstandig om het wereldbeeld dat schuil gaat achter het tweetje eens wat nader uit te werken. Want het is natuurlijk hoe dan ook een voorbode van het gevecht op rechts dat tijdens de gemeenteraadscampagne in Rotterdam gaat uitbreken nu Joost en Thierry het daar samen tegen Geert op gaan nemen. Een gevecht waarin het eerste online-slachtoffer dus al is gevallen: de halal-slager. En er zullen meer tweetjes worden afgevuurd, daar twijfel ik niet aan.

Dus stelt u zich - een gedachtenoefening die wat inspanning vraagt – twitter-Joost even voor als wethouder van Parijs. Hoe zou hij dan de stad willen inrichten volgens de wensen van de door hemzelf bij elkaar gefantaseerde monoculturele Parijzenaar? De hele stad weer een alpinopet op en ’s ochtend met een baguette onder de arm en een Gitanes op de onderlip aan het zink? Alle flats in de banlieues opblazen om af te komen van die lui die raar eten willen kunnen kopen?

Of Londen, of Berlijn: Kreuzberg tegen de grond? Of op zijn minst alle daar gevestigde slagers een currywurst-gebod opleggen? Wanneer we ons even verplaatsen naar de stad van zijn leermeester Trump, New York, wordt het helemaal interessant. Ik weet niet precies wat er op het menu stond van de Lenape-indianen van wie Peter Minuit Manhattan ooit kocht voor zestig gulden, maar ik vrees dat het geen hamburgers en steaks waren. Dus The Donald zou nog raar opkijken als Joost zijn Echte Amerikanen-bezem door de stad haalde.

Zo is het natuurlijk altijd met die hondenfluitjes-teksten van onze nieuwe nationalisten: ze verwijzen naar een punt in de geschiedenis dat net zo willekeurig is als het heden, naar een gefantaseerde statische wereld die nooit heeft bestaan en waar altijd weer een andere wereld voor heeft gezeten, die op zijn beurt ook weer voortkwam uit een andere wereld.

Terug naar de oerknal met twitter-Joost, ik vind het geen wenkend perspectief.

Quinoa-klasse

Gevaarlijk, natuurlijk, zo’n opvatting. Voor je het weet word je ergens ondergebracht in een moderne sociologische indeling. Bijvoorbeeld in die van de Wutmensch tegenover de Gutmensch, zoals Martin Sommer die in de Volkskrant beschreef. Waarbij de Gutmensch in dit geval een soort nieuwe aristocraat is die zich niet meer van het plebs onderscheidt door zijn rijkdom te etaleren, maar door het ‘goede leven’ te propageren.

Goed in de zin van moreel hoogstaand en gezond – vandaar dat de door onder anderen Sommer gedetecteerde nieuwe sociale laag ook wel de quinoa-klasse heet. Waarbij vriendelijk zijn voor vluchtelingen hand in hand gaat met het verwelkomen van al die leuke exotische restaurantjes, geinige halal-slagers en Turkse groenteboeren. Waarbij de Wutmensch die liever een Hollandse groenteboer heeft zich, zonder dat het met zo veel woorden wordt gezegd, weggezet voelt als een moreel inferieure holbewoner naar wie natuurlijk niet geluisterd hoeft te worden.

In de woorden van Sommer wordt zo ‘elke hap quinoa een stil verwijt aan de patat-etende klasse die niet aan die hoge maatstaven voldoet.’

Ik krijg er niet echt trek van. Maar zou het? Hebben Joost en Martin gelijk en moet ik me schuldig voelen wanneer ik het erg vind dat mijn excellente Turkse slager annex groenteboer onlangs is uitgekocht door de honderdduizendste Nutella-winkel? Mag ik nog quinoa eten, of moet ik terug naar de aardappels om te zorgen dat Henk en Ingrid zich gehoord voelen?

Terwijl ik al in lichte paniek op zoek was naar het oud-Hollandse kookboek dat mijn moeder me meegaf toen ik op kamers ging - zo’n kookboek dat bij iedere groente nog een veilige doodkooktijd vermeldt – viel gelukkig de NRC op de mat. En niet voor het eerst was Caroline de Gruyter mijn reddende engel. Want in haar zaterdagcolumn wijst ze, zonder te beweren dat we ons niets aan moeten trekken van de AfD-stemmer die ook Joost met zijn fluitje probeert te bereiken, op het simpele feit dat die partij in Duitsland 12,6% van de stemmen kreeg.

Wat de stelling rechtvaardigt dat 87,4% best een dönertje lust naast de currywurst. In Nederland zou het neerkomen op ongeveer 14% voor de Nederlandse Groenteboer.

Klem

In plaats van de neiging te vertonen in politieke paniek de oren te laten hangen naar die oerhollandse sprookjeswereld van twitter-Joost, zouden de partijen van dat nog steeds overweldigend grote politieke midden volgens Caroline ‘de kans moeten grijpen om in vurige, inhoudelijke, fundamentele debatten, in het forum dat daarvoor uitgevonden is – het parlement –, de democratie en de rechtsstaat en de verworvenheden van bijna zeventig jaar Europese integratie te verdedigen met alle energie die ze in hun donder hebben.’

Ik zou er aan toe willen voegen: en de verworvenheden van de multi-culturele samenleving. Wat daar de afgelopen decennia is gebeurd, zag ik vorige week toen ik de Iraaks-Nederlandse documentairemaker Reber Doski opzocht en we samen een tochtje maakten door zijn wijk, de Haagse Schilderswijk. In zijn film ‘Goed terecht gekomen in de Schilderswijk' portretteert hij de nieuw-Nederlandse leerlingen van een klasje uit die wijk in 1996.

Ongelooflijk inderdaad, zo goed als die terecht zijn gekomen. Al hebben ze er inmiddels behoorlijk veel last van Joost en zijn twitter-volgers. Ze voelen zich klem zitten tussen die radikalinski’s en die aan de andere kant: de ISIS-vlaggenzwaaiers die het Oranjeplein de afgelopen jaren ook wel eens onveilig maakten. Dat heeft een polarisatie op gang gebracht die de door nuance-Joost beleden diversiteit juist ernstig in de weg zit.

Desondanks: wat een leuke buurt is dat, de Schilderswijk.

En wat kan je dáár lekker eten.

 

Bekijk de documentaire 'Goed terecht gekomen in de Schilderswijk'  op woensdag 4 oktober om 22.55 op NPO2