steun vpro

over racisme en racistische woorden

, Sunny Bergman

Het Nederlandse woord ‘neger’ gebruik ik niet, schrijft Sunny – behalve als ik het analyseer, zoals in deze tekst.

Gisteren kwam naar buiten dat de politie in Gouda tijdens de nationale Sinterklaasintocht ‘een onrustig gevoel van veiligheid voor de aanwezige gezinnen’ kreeg van mensen met een ‘negroïde uiterlijk’.

In dit kromme Nederlands geeft de politie eindelijk toe wat mij ook duidelijk werd toen ik daar filmde: de politie was racistisch bezig. Want mensen met een donkere huidskleur werden als gevaarlijk gezien en daarom anders behandeld dan witte mensen. Een vriend van mij – met een donkere huidskleur – werd gearresteerd terwijl hij zelfs niet eens meedeed aan de demonstratie. Hij werd besprongen door drie agenten, terwijl hij een kopje koffie dronk voor La Place.

Daarnaast is het op social media de week waarin Karen Attiah bij The Washington Post een stuk plaatst over het racisme van de misplaatste NRC-kop ‘Nigger, are you crazy?’ en de bijbehorende blackface-achtige illustratie. Vervolgens krijgt de Amerikaanse Attiah het op twitter te verduren: ‘trendwatcher’ Adjiedj Bakas noemt haar een ‘complainnigger’ en ondernemer Erik de Vlieger wijst haar subtiel op het feit dat ‘without my colonial history, you wouldn’t be working at The Washington Post’.

Inderdaad Erik. Die Attiah moet dankbaar zijn dat onze Nederlandse voorouders in slaven handelden en daarom moet ze haar mond houden. Goed argument.

En Adjiedj? Zullen we iemand die racial slurs gebruikt om een argument over racisme te beslechten – altijd een fantastisch idee – NOOIT meer uitnodigen voor talkshows waar hij zijn zogenaamde toekomstprofetieën mag verspreiden?

Als het een citaat was, waar waren dan de aanhalingstekens?

Volkskrant-eindredacteur Philippe Remarque voelt zich genoodzaakt zijn collega’s van de NRC te verdedigen: ‘Hoezo mag een auteur wel nigger in zijn boek schrijven, maar een Nederlandse krant hem niet citeren?’ schrijft hij in een column.

Als het een citaat was, waar waren dan de aanhalingstekens? En vanwaar die begeleidende blackface-tekeningen? Was dat ironie? Hoe moeten wij lezers ironisch commentaar op racisme onderscheiden van ‘gewoon’ racisme? Omdat we weten dat NRC ‘goed volk’ is?

Maar als de NRC goed volk is, waarom is bijkans de gehele redactie wit? Kom a.u.b niet met het argument ‘we willen wel, maar we kunnen geen goeie donkere journalisten vinden!’ Er is een groot aanbod van slimme kritische Nederlanders met een bi-culturele achtergrond, journalisten en academici die staan te springen om een baan. Maar een ander netwerk aanboren kost moeite. Dus doe die moeite als je diversiteit echt belangrijk vindt.

Televisiepersoonlijkheid en voormalig Amerikacorrespondent Charles Groenhuijsen twittert: ‘Hypocriet: Zwarte Amerikanen boos op NRC vanwege “nigger”. Veel zw.Amerikanen (rappers!) gebruiken woord zélf vaak.’

Hoe lang woonde Charles alweer in Amerika? Context is het sleutelwoord in deze. ‘Nigger’ wordt door Afro-Amerikanen en andere zwarte mensen wereldwijd als geuzennaam gebruikt. Net zoals Joden wel onderling grove jodengrappen mogen maken – terwijl diezelfde grappen gebezigd door anderen duiden op antisemitisme. Als ik mijn vriendinnen liefkozend slettebak of sloerie noem, weten zij dat mijn intentie niet seksistisch maar op-een-ironische-manier-seksistische-dubbele-standaarden-aanklagend bedoeld is. Wij zijn incrowd genoeg om dat van elkaar te begrijpen. Maar als een man mij zomaar slet noemt schrik ik, dan voel ik de stekeligheid van het harde oordeel van het woord.

Ook het Nederlandse woord ‘neger’ gebruik ik niet – behalve als ik het analyseer zoals in deze tekst. Omdat ik weet dat het een historisch beladen woord is. Omdat veel donkere mensen me verteld hebben dat ze het woord heel vervelend vinden. Omdat het een zelfstandig naamwoord is wat mensen reduceert tot hun huidskleur en hun afkomst tot hun essentie maakt.
Bij het woord ‘neger’ horen allerlei onuitgesproken connotaties. ‘Als je ’s nachts onder het viaduct een groep negers tegenkomt, nou dan ben ik wel bang hoor!’ zei een witte buurtgenoot van me eens. Ze gebruikte het woord ‘neger’ om een beeld op te roepen. Grote, sterke, gevaarlijk jongens die klaar staan om een blonde vrouw als zij te bespringen.

Mijn beste vriendin – van Surinaamse afkomst – gebruikt het woord ‘negerin’ wel. Omdat ze weet dat ik er kromme tenen van krijg. En zij mag het doen, want ze wordt al haar leven in het hokje ‘negerin’ geduwd. Een andere vriendin – ze is half Nigeriaans – gebruikt het woord ‘nigger’ om te shockeren en om tegelijkertijd te laten zien dat het woord een karikatuur is. ‘O please don’t let me be late! Otherwise people will see me like just another worthless nigger!’

Zo verwijst ze op terloopse wijze naar alle vooroordelen die het woord in zich herbergt. Maar het is misplaatst als ik vervolgens het woord ga gebruiken. Alhoewel ik met deze vriendinnen onderling, in vertrouwde kring, en omdat ze weten hoe mijn pet staat, wel licht ironische racistengrappen kunnen maken. Maar wederom: context is van het uiterste belang in deze. Deze grappen maken we niet publiekelijk en we doen dat alleen omdat we elkaar vertrouwen.

"Jij bent goed met negers toch?"

Een VPRO-collega zei ooit eens tegen me: ‘Jij bent goed met negers toch?’ Deze opmerking bevatte zoveel onuitgesproken aannames dat ik niet wist waar ik moest beginnen. Alsof huidskleur een bepaalde omgang impliceert? Ik dacht aan mijn toenmalige vriendje en hoe ongepast het woord ‘neger’ was om hem te beschrijven. Hij had – net als iedereen – meervoudige identiteiten waar hij aanspraak op maakte. Hij zag zichzelf als Mossi, het volk waar toe behoorde. Als Burkinabe, omdat hij geboren was in Burkina Faso. Hij was een muzikant, een vegetariër, een pacifist. Maar nergens in de interne administratie van zijn zelfbeeld had het woord 'neger' enig nut. Behalve misschien om te beschrijven hoe andere mensen hem zagen.

Misschien het duidelijkste advies over het woord ‘neger’ kreeg ik van een witte Rotterdamse man die ik ooit filmde omdat hij met een Canta grof vuil verzamelde en daar mooie dingen van maakte. Hij had lang haar, droeg een Feyenoordshirt en had kinderen met een Surinaamse vrouw. ‘Neger? Het hangt er van af wie het woord zegt, en met welke intenties,’ zei hij tijdens het biljarten in zijn stamkroeg. ‘Een kroeggenoot zei ooit tegen me: “Hoe gaat het met die negerkindjes van je?” Ik heb toen mijn sok uitgedaan, een biljartbal erin gestopt en hem ermee op zijn hoofd geslagen.’