In Dwars door de Middellandse Zee reist Arnout Hauben vanaf Gibraltar, al hink-stap-springend van eiland naar eiland tot aan Griekenland. De oorspronkelijke eindbestemming Jeruzalem wordt niet gehaald; de Covid-crisis beëindigt de reis voortijdig. Reispost sprak met hem over het maken van een reisprogramma in tijden van een pandemie en over een aantal van de bijzondere mensen die hij op zijn pad tegenkwam.

Patricia Beekelaar

niets mooier

Escapisme en nieuwsgierigheid. Dat zijn voor Arnout dé redenen om te reizen. ‘Het verlangen naar reizen, de reis voorbereiden, de reis zelf en dan achteraf de montage; het zijn voor mij allemaal even belangrijke stappen,’ vertelt hij.

‘Het begint letterlijk met een kaart voor mijn neus en een potlood waarmee ik een meanderende lijn trek, dwars over de Middellandse Zee. Als ik dan de voor mij onbekende Maddalena-eilanden op de kaart tegenkom, dan ga ik dat verder onderzoeken. Als dat uiteindelijk resulteert in een ontmoeting met een zeer markante man die al dertig jaar alleen op een van die verlaten eilandjes woont, dan is er voor mij niets mooier dan dat.’

'De gewone mensen aan het woord laten van de streken die wij doorkruisen, dat vind ik de beste manier om een land of een streek te doorgronden.'

programmamaker Arnout Hauben

Wie de vorige serie van Arnout heeft gezien, Rond de Noordzee, weet dat spontaniteit een van zijn troeven is. Arnout: ‘Onze filmploeg is een zooitje ongeregeld. We stellen ons open en kwetsbaar op en zien er niet zo gelikt uit met onze rugzakken. Daardoor excuseren mensen ons nog wel eens voor het zomaar aan komen zetten. Mensen zien al rap; dat zijn ook maar een stel sukkelaars, haal maar binnen die jongens,’ lacht hij.

‘Die spontaniteit mis ik soms wel in andere reisprogramma’s. Vaak is te veel op voorhand bedacht of is de insteek heel journalistiek. De openheid die wij aan de dag proberen te leggen en de gewone mensen aan het woord laten van de streken die wij doorkruisen, dat vind ik bijzonder om te doen. Dat is wat reizen voor mij is; op pad gaan en met de mensen spreken.’

vlnr: Arnout, Ruben en Philippe

voortijdig einde

Arnout: ‘Aan het begin van onze reis hadden we nog geen problemen, toen zaten we nog voor vlak voor de coronacrisis en konden we de mensen gewoon nog vastpakken. Dan merk je ook hoe belangrijk het is dat je, zeker met een taalbarrière, mensen gewoon een hand kan geven of een schouderklopje. Die lichamelijkheid is een heel belangrijke vorm van communicatie. Toen die mogelijkheid, zo ter hoogte van Malta wegviel, was dat heel jammer. Dan ben je eigenlijk een beetje gehandicapt aan het reizen.’

Arnout op Palermo

‘Lichamelijkheid is een heel belangrijke vorm van communicatie’

‘Vanaf Griekenland zijn we het wel gaan voelen maar konden we er nog goed mee omgaan. Na Kreta was het niet meer te doen. Toen was de tweede grote golf in Europa. Dat was het moment dat we moesten zeggen: nu is het niet meer leuk. We hebben alleen nog Venetië gedaan en daarna zijn we teruggekeerd. We leven van het toeval van de dingen die ons overkomen en daar hoort dit soms ook bij. Het was natuurlijk spijtig maar ik heb er eigenlijk ook geen nacht minder om geslapen,’ vertelt Arnout.

onvergetelijk

Over wat het meest memorabele moment was tijdens zijn reis hoeft Arnout niet lang na te denken: ‘Hoogtepunten kunnen zitten in een ontmoeting of een plaats maar op één plek viel alles samen; daar werden we én omver geblazen door de locatie en enorm gepakt door de mensen en hun verhaal en dat was op Stromboli. We reizen van west naar oost en we varen letterlijk over de breuklijn van de Middellandse Zee, waar de Europese aardplaten botsen met de Afrikaanse. Dat is een heel actuele maar ook symbolische grens, daar hebben we het in de serie ook over. Op deze breuklijn is heel veel vulkanische activiteit, denk aan de Etna maar dus ook de Eolische eilanden met de Stromboli als meest actieve vulkaan ter wereld.’

‘Van deze 3000 meter hoge vulkaan steekt 900 meter boven de zee uit en daar wonen mensen op. Door de weersomstandigheden was het moeilijk om op het eiland te geraken en het aanmeren was spectaculair.

In het dorpje Ginostra wonen buiten het toeristenseizoen om, zo’n dertig mensen. Deze mensen zijn zwaar getraumatiseerd door recente zware uitbarstingen. We hebben de vulkaan beklommen en dat zijn prachtige beelden maar ze boezemen ook angst in, je voelt die immense kracht. Die combinatie van natuurpracht en de mensen die schrik hebben van hun eigen eiland, dat was een heel uitzonderlijke.’    

‘Je vraagt je natuurlijk af waarom mensen daar, ondanks hun angst voor hun eigen heimat toch blijven wonen. Ik ook. Naderhand heb ik nog contact gezocht met en aantal mensen om te vragen wat ze van de serie vonden en zo had ik ook nog contact met een hele lieve oude man die nog altijd op Stromboli woont. Zijn kinderen zijn allang naar het vaste land vertrokken en hij heeft heel lang getwijfeld maar, zo vertelde hij mij, door de Covid-crisis is het nergens ter wereld meer veilig. Dat heeft hem vertrouwen gegeven om daar toch te blijven. Ergens raar maar ook heel mooi. Nu is hij helemaal in het reine gekomen met zijn eiland.’

‘Ik ben geen poëtische reiziger die graag alleen reist. Ik heb graag mensen rond mij, daar leef ik van op’

eigen krijgsmacht

Arnout’s medereizigers komen ook in deze reeks veelvuldig in beeld en dat maakt de onderlinge dynamiek letterlijk zichtbaar. Arnout vertelt desgevraagd: ‘Ik heb dat nodig, medereizigers en dat het goed klikt is heel belangrijk. Ik ben een mensen-mens, ik ben geen poëtische reiziger die graag alleen reist. Ik heb graag mensen rond mij, daar leef ik van op. Ooit ben ik alleen naar Santiago de Compostella gelopen, dat was een goede reisoefening maar ik functioneer het beste in een kleine groep. Ik wil de ervaring delen en het plezier en de herinneringen. Als ik onze crew moet schetsen in legertermen dan is onze cameraman Philip het beste te typeren als de landmacht; sterk en stil, geen woorden maar daden. Ruben is de luchtmacht, letterlijk, met zijn drone, en ik help als zeemacht ons wankel vlot naar de overkant.’

Arnout op Corsica

reistip

‘Voor mij was Menorca een van de verrassingen uit deze reis. Ik vertrek nooit met lange tanden maar als reiziger had ik zo mijn vooroordelen en De Ballaearen was niet de bestemming waar ik het meeste naar uit keek. Daar is tenslotte veel kapotgegaan door massatoerisme. Menorca is dat op de een of andere manier gespaard gebleven en er was een klik. Qua sfeer en natuur is het er prachtig en ik vond de mensen heel tof. Er is een wandelpad rondom het hele eiland van 180 kilometer lang en dat was zo mooi. Menorca heeft mij helemaal gepakt. Ik ga er zeker nog eens terug.’