55 jaar geleden werd de eerste paal geslagen in de Bijlmermeer. De Bijlmer begon als een moderne droom, maar werd een verguisde plek. Hoewel de Bijlmer tegenwoordig lang niet meer zoveel problemen heeft als vroeger, en bewoners meer betrokken zijn dan ooit, is het nog altijd ingewikkeld de smet weg te poetsen. Waar komt dat beeld vandaan?

We duiken de geschiedenis in met behulp Wouter Pocornie (stedenbouwkundige, coördinator van The Black Archives en kind van de Bijlmer) en journalist Daan Dekker, die een boek schreef over de Bijlmer en een radiodocumentaire maakte over de flat Gliphoeve.

Blitse foldertjes, kregen ze, de potentiële nieuwe bewoners van de wijk Bijlmermeer. De hoge middenklasse zou komen te wonen in 'de stad van de toekomst', op een plek zo groen als het Vondelpark. De flats zouden modern en ruim worden opgezet, en je zou er de geluiden van fluitende vogels en zelfs nachtegalen horen, in plaats van brommend verkeer. Een ultiem antwoord op de vervallen, drukke en krappe binnenstad.

Maar toen in 1968 de eerste bewoners de sleutels kregen, was daar nauwelijks wat van te merken. Een bouwput was het, een modderpoel met nauwelijks winkels en voorzieningen, waar het groen nog moest groeien en directe weg- of metroverbindingen met de binnenstad nog afwezig waren. ‘Sommige avonturiers vonden dat leuk, maar anderen waren daar minder over te spreken. Je betaalde veel meer huur dan in de binnenstad, dus een hoop optimistische pioniers vertrokken weer vrij snel,’ vertelt journalist Daan Dekker, die het boek De betonnen droom: de biografie van De Bijlmer en zijn eigenzinnige bouwmeester schreef.

Zelfs eerder, in de planvorming, was er al sprake van een beroerde bijsmaak, zegt ook stedenbouwkundige Wouter Pocornie: ‘Er was verdeeldheid onder beleidsmakers. Sommigen vonden het te socialistisch en progressief, een te groot risico. Ze wilden liever niet dat het project van de grond zou komen.’

In de Bijlmer waren ze minder streng. Het werd een plek waar alleenstaanden, gescheiden mensen, queers, en hippies neerstreken.

Er ontstond leegstand omdat een deel van de bewoners begin jaren zeventig de benen nam. Naast de mensen die geloofden in de ‘modernistische droom’, kwamen er hierdoor een boel mensen te wonen die nergens anders terecht konden. In de binnenstad kon je alleen huren bij woningbouwverenigingen als je getrouwd was en genoeg koopwoningen waren er niet.

In de Bijlmer waren ze minder streng. Het werd een plek waar alleenstaanden, gescheiden mensen, queers, en hippies neerstreken. ‘Ook Surinaamse kennismigranten en studenten konden er makkelijker een woning vinden dan in de binnenstad, waar ze te maken hadden met discriminatie,’ vertelt Pocornie. De Bijlmer werd een thuishaven voor ‘de outcast-society’.

(artikel gaat door onder afbeeldingen)

over uit Suriname

Ondertussen riep Suriname in 1975 z’n onafhankelijkheid uit. Dat bracht, ook in de jaren ervoor, veel onzekerheid met zich mee. Surinamers stonden voor een keuze: in Suriname blijven, of met hun Nederlandse paspoort richting Nederland en economische zekerheid? Een boel kozen voor ‘t laatste. In de binnenstad waren er geen woningen voor Surinamers, dus kwamen ze in de Bijlmer terecht, waar ook al een kleine gemeenschap van kennismigranten uit Suriname woonde. 

Maar dat werd voor de gemeente een probleem. Er werd een spreidingsbeleid gestart door de overheid. Er kwam een quotum voor het aantal Surinamers op de flat, en de huur werd een stuk duurder voor alleen Surinamers. ‘Een aantal Surinaamse activisten pikten dat niet en zeiden: dit is discriminatie. Toen zijn ze de flat Gliphoeve gaan kraken,’ zegt Dekker. 

Waar Gliphoeve in het begin nog gezellig en gemoedelijk was, en een warme, gemeenschappelijk plek voor Surinamers die nog moesten wennen aan Nederland, werd het door de drugs een grimmige plek.

Daan Dekker

Gliphoeve, dat nu Geldershoofd heet, is een grote factor geweest in de zwarte identiteit van de Bijlmer, en het middelpunt van de negatieve beeldvorming.

symbool van verloedering

‘Gliphoeve was de Surinaamse flat, er woonden bijna alleen maar Surinamers van een lagere sociale klasse, die vanuit erfwoningen of de binnenlanden van Suriname hierheen kwamen,’ legt Dekker uit. ‘En opeens in een flat in Nederland op elf hoog woonden en aan Nederland moesten wennen. Dat bracht wel ‘s chaos met zich mee.’ 

Pocornie vertelt dat de Bijlmer vanaf de jaren zeventig, sinds de komst van zwarte mensen, al geassocieerd werd met verloedering en negativiteit. ‘Bladen kopten: “De Bijlmer wordt een ghetto”, of “De Bijlmer: de Harlem van Nederland”, waar dan een foto bij stond van spelende zwarte kinderen.’ In die periode werd ook de Bijlmerbajes geopend bij Overamstel (dus niet in de Bijlmer). Het kreeg die naam omdat de hoge flat, die niet op een gevangenis mocht lijken, deed denken aan de hoogbouw van de Bijlmer. Maar de negatieve associaties waren natuurlijk snel gemaakt. 

Net als in Harlem werd in de binnenstad van Amsterdam toen veel heroïne verhandeld en gebruikt. Daar kwam begin jaren tachtig een einde aan: iedereen die gebruikte of dealde werd van straat gebeukt door de M.E. en vastgezet. ‘De metrolijn was inmiddels gebouwd, dus overgebleven dealers en verslaafden verplaatsten zich naar de Bijlmer. En daar werd het gedoogd, want daar was het tenminste uit het zicht van de binnenstad,’ vertelt Dekker.

de dealplek van Europa

De Bijlmer was de ideale plek om te dealen, door de anonieme bouwstijl van de honingraatflats, de grote publieke ruimte, het vele groen, de binnenstraten, parkeergarages en bergingen. ‘Veel mensen kwamen uit een andere samenleving, hadden niet zo'n goed netwerk hier, geen opleiding, dus die konden ook geen werk vinden. De verleiding om ook te gaan dealen en geld te verdienen is dan groot.’ 

En daar ging het goed mis. 

Gliphoeve werd dé dealplek van Europa. ‘De criminaliteit explodeerde omdat mensen geld nodig hadden voor hun drugs. Waar Gliphoeve in het begin nog gezellig en gemoedelijk was, en een warme, gemeenschappelijk plek voor Surinamers die nog moesten wennen aan Nederland, werd het door de drugs een grimmige plek.’ 

Volgens Pocornie werden de honingraatflats het symbool van verloedering en criminaliteit in de Bijlmer. ‘Er gebeurde ook wel veel, maar lang niet in alle flats.’

(artikel gaat door onder afbeelding)

de grote sloop

In 1992 sloeg het noodlot toe, toen een vliegtuig de flats Groeneveen en Klein-Kruitberg in tweeën spleet. De grootste vliegramp die Nederland ooit heeft gekend. Er kwamen officieel 43 mensen om het leven, maar het werkelijke aantal ligt veel hoger: in de flats woonden ook veel mensen die illegaal verbleven in Nederland.

De ramp werd de Bijlmerramp genoemd. Na die ramp werd de hele Bijlmer flink op de schop genomen, vanwege de reputatie van verloedering, criminaliteit én rampspoed. Bijna de helft van de originele hoogbouw werd gesloopt en Gliphoeve kreeg de naam Geldershoofd.  

Je zou kunnen zeggen dat de Bijlmer een moeilijke jeugd had. En op een gegeven moment worden de mensen die daar zijn geboren volwassen. 

Daan Dekker

Ondertussen werd in de jaren negentig ook het programma Bureau Bijlmer uitgezonden, een realityserie over de politie in de Bijlmer, waarin – uiteraard – vooral de criminaliteit in de buurt werd laten zien. 

‘Zelf had ik gewenst dat er minder vanuit een sensatie-lens maar meer vanuit een zorg-lens naar de buurt was gekeken. Ik vergelijk het altijd met het probleem van dakloosheid: het is makkelijker om te zeggen dat dakloze mensen het aan zichzelf te danken hebben, dan dat we erkennen hoe problematisch het woningbeleid is,’ zegt Pocornie.

trots op de Bijlmer

Maar de Bijlmer werd opnieuw opgebouwd. Veel van de hoogbouw werd vervangen door laagbouw, en er kwamen meer koopwoningen bij, waardoor mensen meer betrokken raakten bij de buurt. De leefbaarheid en veiligheid verbeterde flink. ‘Je zou kunnen zeggen dat de Bijlmer een moeilijke jeugd had. En op een gegeven moment worden de mensen die daar zijn geboren volwassen. Op sommige vlakken is de Bijlmer nu een trendsetter geworden, op het gebied van mode en muziek. De waardering voor het type architectuur is toegenomen. Bewoners zijn trots op de Bijlmer,’ volgens Dekker.  

Toch blijft de negatieve beeldvorming de bewoners van de Bijlmer nog bijna dagelijks teisteren, voornamelijk door de reproductie van de oude, negatieve verhalen, stereotypes en culturele kenmerken die nog altijd in verband worden gebracht met criminaliteit en verval. 

Een groot deel van de bewoners herkent zich helemaal niet in hoe de buurt wordt afgeschilderd. Dit soort ruimtelijke stigmatisering willen Karim Khamis en George Adegite met hun korte serie blootleggen, én de kop indrukken. Bims in de lobby is een ode aan Geldershoofd en z’n bewoners.

(artikel gaat door onder afbeelding)

Beeld uit Bims in de lobby met presentator George en spoken word-artiest Shaniqua.

community

Wat brengt de toekomst voor de Bijlmer? ‘Het is nog steeds een wijk met sociale uitdagingen. Drugshandel is een probleem. Er is armoede. Er is blijkbaar nog niet genoeg perspectief in de samenleving,’ vertelt Dekker. ‘En ook de Bijlmer ontsnapt niet aan de stijgende huizenprijzen. Door gentrificatie vragen mensen zich af: kan ik hier wel blijven? De community in deze wijk is heel belangrijk. Er zijn veel culturen, mensen zeggen elkaar gedag, ze helpen elkaar. Veel meer dan de rest van Amsterdam. Juist in zulke plekken, waar mensen elkaar nodig hadden omdat ze ook niet altijd op de overheid konden rekenen, is het triest dat communities uit elkaar zouden kunnen worden gerukt. Maar daar gaat de gemeente nu hard mee aan de slag,’ zegt hij.

Gliphoeve of Geldershoofd, waar de korte serie Bims in de lobby zich afspeelt, gaat een grote renovatie tegemoet. Hierdoor zullen de bewoners moeten verhuizen naar een andere plek in Zuidoost, of terugkomen en een hogere huur betalen. Burgemeester Femke Halsema kondigde eerder dit jaar het masterplan aan wat de Bijlmer ‘de Brooklyn van Amsterdam’ zou moeten maken, een nieuw stadshart, maar dan betaalbaar. Er komen 40.000 woningen bij, veel wordt opgeknapt. 

‘De Bijlmer is zo’n bijzondere plek door z’n contrasten: het is gestoeld op optimistische vergezichten, maar totaal iets anders geworden. De flats hebben een monotone bouwstijl, en tegelijkertijd wonen daarin mensen van over de hele wereld. Bovendien heeft de Bijlmer een grootstedelijke vibe – door de grootse architectuur, de metrolijn die dwars door de wijk loopt hebt en de diversiteit aan mensen heb je echt het gevoel dat je in een ander deel van Amsterdam bent, en dat is belangrijk voor een stad,’ zegt Dekker. 

Dekker hoopt dat ‘de Zuidoost-vibe, het open armen-gevoel’ niet verloren gaat. Dat geldt ook voor Pocornie. Volgens hem ligt dat vooral in handen van de beleidsmakers en alle professionele betrokkenen. ‘Ik hoop dat ze begrijpen dat Zuidoost een uniek verhaal heeft, dat verder gaat dan een verhaal over klein Suriname of een ghettobuurt of een modernistische woonwijk. Dit kan het begin van een reis zijn die toekomstig Zuidoost op de juiste manier vormgeeft, waar ook de geschiedenis en identiteit van de buurt wordt gevierd.’

55 jaar later begint de droom van de Bijlmer opnieuw.