Lieve CEO

Geert-Jan Bogaerts (VPRO) en Tessel Renzenbrink (Gr1p)

Lieve CEO

Geert-Jan Bogaerts (VPRO) en Tessel Renzenbrink (Gr1p)

"Technologie is altijd een uitdrukking van bepaalde normen en waarden. Het is daarom noodzakelijk dat wetenschappers en kunstenaars technologie kritisch bevragen." [TR]

Voor Lieve CEO koppelde Stichting Gr1p op verzoek van het VPRO Medialab enkele van de meest prominente denkers van het moment aan vertegenwoordigers van bedrijven en de overheid om te debatteren over wearables en media. Samen zoeken zij in een briefwisseling de ruwe randen op van wearable technologie en leggen de meest prangende controverses bloot.

Het is aan u, als lezer, om op basis van deze betogen uw positie ten opzichte van wearable technologie in te nemen.

in deze conversatie

Geert-Jan Bogaerts is Hoofd VPRO Digitaal en in die hoedanigheid ook verantwoordelijk voor het VPRO Medialab en voor de digitale kanalen, innovatie en distributie strategie bij de VPRO. 

Tessel Renzenbrink is schrijver en webredacteur en lid van het netwerk van Stichting Gr1p. Ze is geïnteresseerd in de impact van technologie op de samenleving, met een focus op informatietechnologie en de energietransitie.

Geert-Jan Bogaerts

Zondag 17-09-2017 11:59

Beste Tessel,

Het voelt bijna 19e-eeuws — als in een briefroman van Mary Shelley of Anne Brontë — om een correspondentie te starten met een volslagen vreemde, over een onderwerp dat ons beiden kennelijk na aan het hart ligt. Ik ben erg benieuwd naar de thema’s die je gaat aandragen, en ik kijk ernaar uit om daarover met je van gedachten te wisselen. Tegelijk heeft het natuurlijk iets vreemds: we schrijven naar elkaar, maar we weten ook dat onze briefwisseling publiek wordt en daardoor zet je al gauw — beter gezegd, zet ik al gauw — een beter beentje voor. Het is niet vrijblijvend, wil ik maar zeggen.

Maar hoe dan ook, het ligt in de bedoeling dat we deze briefwisseling van start laten gaan met een kort voorstelrondje. Mijn naam hoef ik niet te noemen, die ken je al, net als mijn functie — hoofd Digitaal bij de VPRO. Maar interessanter dan deze droge feiten is het denk ik om je te vertellen hoe ik mezelf zie, waarmee ik mezelf het meest identificeer. Ik bedoel, uiteraard ben ik zoon, vader, broer, echtgenoot, vriend, collega — dat zijn rollen waarmee we ons allemaal wel min of meer kunnen vereenzelvigen. Maar waarin ben ik anders, wat bepaalt mijn identiteit het meest?

Het eerste woord dat dan in mij opkomt: journalist. Ook al ben ik nu veel meer manager, strateeg en beleidsmaker, in alles wat ik doe adem ik nog steeds een journalistieke achtergrond. Die bepaalt de vragen die ik stel en de blik waarmee ik de wereld bezie en de oplossingen die ik aandraag voor problemen die ik tegenkom. Vijftien jaar redactiewerk, in eerste instantie als freelancer, later als schrijvend journalist bij de Volkskrant (redactie economie, een correspondentschap in Brussel) vormt je voor het leven. In die periode, we praten over eind jaren negentig, schreef ik over EU en NAVO en België vanuit standplaats Brussel, maar ben ik me in mijn vrije tijd gaan verdiepen in de online wereld. De strategische implicaties van alle technologische vooruitgang waren verre van duidelijk, maar dat het internet ons ambacht en de maatschappij grondig zou gaan veranderen, dat was al wel evident. Sinds 2003 houd ik me daar ook beroepsmatig mee bezig: eerst als chef online bij de Volkskrant, sinds 2010 als freelancer, adviseur en docent, en sinds 2014 in mijn huidige job.

Hoe ik nu naar technologische vooruitgang kijk? Niet alleen maar vanuit de strategische opdracht die ik in het kader van mijn baan heb. Maar juist ook vanuit het perspectief van de gevolgen die deze vooruitgang heeft voor onze cultuur, voor ons samenleven, onze economie, onze politiek, ons openbaar bestuur. Ik vind het bij uitstek ook een taak van de publieke omroep om deze gevolgen in beeld te brengen, om ontwikkelingen te duiden en vragen te stellen. Vanuit dat perspectief bezie ik ook ons project "We Know How You Feel". Als onze gedachten en gevoelens op straat komen te liggen, wat is daarvan dan precies de betekenis? Hoe veranderen wij daardoor? Als individu, in onze relaties, en in onze maatschappelijke verhoudingen?

Ik hoop en verwacht dat dit project ons interessante nieuwe inzichten gaat opleveren.

Hartelijke groet,

GJ Bogaerts

hoofd digitaal VPRO

Als onze gedachten en gevoelens op straat komen te liggen, wat is daarvan dan precies de betekenis? Hoe veranderen wij daardoor?

Geert-Jan Bogaerts

Tessel Renzenbrink

Zondag 24-09-2017 23:55

Hoi Geert-Jan,

Ik moet bekennen dat ik begon als techno-optimist. Ik was er van overtuigd dat de bevrijdende mogelijkheden die informatie- en communicatietechnologie bood, ook daadwerkelijk zouden leiden tot de meest positieve uitkomst. Die mogelijkheden zitten hem vooral in de fundamentele verschuiving van centralisatie naar decentralisatie. Van een wereld die geregeerd wordt door een kleine groep mensen op machtige posities, naar één waarin iedereen een gelijke stem heeft. Die egalisering zou een eroderend effect hebben op de macht van institutionele bolwerken, zo was mijn overtuiging.

Neem de massamedia bijvoorbeeld. Nieuwsredacties van kranten en tv bepaalden zowel wat het nieuws was, als hoe dat werd geframed. De documentaire Page One vertelt hoe New York Times (NYT) aan autoriteit inboet in de tijd dat het internet als informatiebron belangrijker wordt dan de krant.

In de dagen van weleer bepaalde NYT de agenda. Wat in de krant stond, bepaalde het gesprek van de dag. Het wordt gebracht met trots en nostalgie naar betere tijden. De vraag of het wel wenselijk is dat een handvol redacteuren dag in dag uit het publieke debat bepalen, wordt niet gesteld.

Een ander voorbeeld van decentralisatie zijn cryptocurrencies als Bitcoin. Die maken monetaire transacties mogelijk zonder tussenkomst van een centrale autoriteit. Als dat voet aan de grond krijgt, zijn banken niet meer too big too fail. Ze zijn obsoleet.

Zoals bekend liep het anders. Het internet decentraliseerde niet de wereld, de wereld centraliseerde het internet. Nadat het web eenmaal populair was geworden, werd het al snel gedomineerd door commerciële partijen. Bijna tachtig procent van het webverkeer loopt via Google en Facebook. Googles algoritmes bepalen welke informatie bovenkomt als je zoekt op het internet. Facebook heeft zich tussen onze persoonlijke interactie met vrienden en familie gepositioneerd en dwingt ons volgens de FB-regels met elkaar te communiceren. Het doet er alles aan om ons zo lang mogelijk op het platform te houden zodat het onze tijd en aandacht kan verkopen aan adverteerders. En beide bedrijven verzamelen natuurlijk enorme hoeveelheden data over ons.

Inmiddels ben ik gaan inzien dat technologie ons niet noodzakelijkerwijs voorwaarts stuwt naar de meest positieve (of negatieve) uitkomst. Technologie is niet inherent goed of slecht of neutraal. Het is wat wij er van maken.

Het is om die reden dat ik betrokken ben bij het Gr1p netwerk. Stichting Gr1p wil mensen meer grip geven op hun digitale omgeving zodat ze bewust keuzes kunnen maken. Welke technologieën we inzetten en hoe, heeft impact op onze samenleving. Maar de technologische ontwikkelingen worden nu toch vooral gedreven door bedrijven. Binnen Gr1p en in mijn werk als schrijver, zet ik me daarom in voor een grotere betrokkenheid van burgers bij de digitalisering van de samenleving zodat we democratisch kunnen besluiten wat voor een toekomst we willen bouwen met technologie.

Ik ben het dan ook volledig met je eens dat hier een taak ligt voor de publieke omroep. En – specifieker ingaand op het onderwerp van onze briefwisseling - dat het nuttig is dat het VPRO Medialab zich verdiept in opkomende technologieën. Als publieke instelling kunnen jullie met een andere blik kijken dan bedrijven met een winstoogmerk. Mijn eerste vraag aan jou gaat dan ook over hoe jullie invulling aan die taak geven.

Als ik het goed begrepen heb, onderzoeken jullie elk jaar een technologie en de effecten daarvan op het mediaproces. Vorig jaar was dat virtual reality en dit jaar dus wearables. Specifiek richten jullie je op het meten van emoties met draagbare technologie en wat voor een rol dat zou kunnen spelen voor het maken en gebruiken van media.

Een concrete toepassing die wordt onderzocht, is de inzet van emotiedata door de omroepen om mensen een persoonlijke kijkervaring te bieden op basis van hun gemoedstoestand. Met wat voor doel onderzoeken jullie deze applicatie? Wat voor dienst zou jij jullie kijkers met wearables willen aanbieden?

In je brief schrijf je dat het project onderzoekt wat het betekent als onze gedachten en gevoelens op straat komen te liggen. Hoe geven jullie dat vraagstuk concreet vorm? Welke vragen worden gesteld en wat wordt gedaan om antwoorden te vinden? Wat zie jij als de onderscheidende rol van het Medialab in het bevragen van draagbare technologieën?

Met vriendelijke groeten,

Tessel Renzenbrink
Stichting Gr1p

 

Geert-Jan Bogaerts

Zaterdag 30-09-2017 21:04

Ha Tessel,

Ik ben niet alleen begonnen als een techno-optimist, ik ben het nog steeds. Alleen heb ik nooit geloofd dat technologische vooruitgang alleen een voldoende voorwaarde was voor menselijk geluk, collectief of individueel. Maar wel een noodzakelijke voorwaarde. Zonder technologische vooruitgang zouden we nog steeds onderworpen zijn aan de toevalligheden van de natuur. Maar het zijn de toepassingen uiteraard van die technologie die uiteindelijk de kwaliteit bepalen: positief of negatief. Dus het klopt, technologie is neutraal; het zijn de wetenschappers en de kunstenaars, de designers en de verhalenvertellers, die er uiteindelijk richting en betekenis aan kunnen geven. Zij stellen wat mij betreft een norm - en die norm hebben we weer nodig om te bepalen hoever we ervan afwijken. We kunnen ons kritisch verhouden tegenover de Googles en de Facebooks en de data-drijvers omdat er een heel andere groep mensen is die nadenkt over alternatieve vormen. Zij vormen de subcultuur van de technologische vooruitgang en houden nooit op om kritische vragen te stellen over de toepassingen - of die nou door winstbejag worden gedreven, of door een zucht naar macht en controle (de NSA’s van deze wereld).

Hoe dan ook, de publieke omroep vormt wat mij betreft zo lang mogelijk een veilige omgeving waarbinnen dit kritisch bevragen en vrije denken mogelijk is, waar de alternatieven mogen worden bedacht en waar mag worden geëxperimenteerd met nieuwe technologieën. Binnen de VPRO beschouwen we dat ook als een kerntaak. We doen dat zoveel mogelijk binnen onze programmering, maar op onze titels worden ook gewoon een aantal normen gelegd: we moeten een minimaal aantal kijkers, luisteraars, bezoekers hebben. En die producties mogen maximaal maar zoveel kosten. Het Medialab in Eindhoven hebben we opgezet als een echt vrije omgeving, waarin we proberen juist zoveel mogelijk los te komen van al die opgelegde normen. En het Medialab is dus continu op zoek, zoveel mogelijk gevoed door de kennis die binnen de VPRO maar ook in het brede netwerk van kunstenaars, wetenschappers, designers, auteurs, journalisten beschikbaar is, om relevante ontwikkelingen op te pikken, te bestuderen.

De innovatie binnen de publieke omroep is altijd gericht op media: zowel het maken ervan, als het consumeren. Ook daarom is het een kerntaak: we zien ons publiek bewegingen maken, weg van het zogeheten ‘lineaire’ kijken, en nieuwe platforms omarmen. Die moeten wij dus ook leren kennen. We moeten ermee kunnen omgaan, en kunnen beoordelen of zo’n nieuw platform, zo’n nieuwe technologie, wat voor ons kan zijn. En al doende, leren wij zo’n technologie kennen, en komen we er ook achter wat de positieve en mogelijk ook negatieve toepassingen ervan zijn.

Wij vermoeden dat, naarmate wearable technology populairder wordt, er ook invloed kan zijn op onze mediaconsumptie. We zien dat natuurlijk al bij uitstek in de mobiele apparaten die we bij ons dragen: onze mobiele telefoons, tablets en e-readers. Maar wearable technology ontwikkelt zich snel: van smart watches tot zweetbandjes en ondergoed dat onze hartslag, bloeddruk en lichaamstemperatuur in de gaten kan houden. Zelfs ons seksleven ontkomt er niet aan - bevrediging op afstand vereist geen hoogstandjes meer…

Wearables kunnen worden ingezet om media te maken en om media te gebruiken. We zullen er prachtige dingen mee kunnen creëren. Maar de keerzijde moeten we ook belichten. De grootste zorg die ik hierover heb, heeft betrekking op de data die met wearable technology worden verzameld en kunnen worden uitgewisseld. En dus is daar de inhoud van dit programma, voor een belangrijk deel, op gericht. Welke gegevens over onszelf geven wij prijs zonder dat we dat in de gaten hebben? En hoe kunnen we ons publiek daarvan bewust maken? Wat verraden mijn oogopslag, mijn houding, de manier waarop ik loop, aan de winkel waar ik mijn dagelijkse boodschappen doe? We weten dat er kledingwinkels zijn die al experimenteren met persoonsgerichte display-advertising, na een razendsnelle analyse van mijn persoonskenmerken.

'We Know How You Feel' beoogt om het publiek inzicht te geven in deze ontwikkelingen en processen. Vorig jaar deden we een soortgelijk project, ‘We are data’ geheten. De bijbehorende website, clickclickclick.click, werd bijna een miljoen keer aangeklikt. Het onderwerp leeft, dat is evident, het is urgent en het roept om kritische bevraging.

Ik bemerk veel overeenkomsten tussen de doelen die ik hierboven beschrijf, en jouw observaties over Gr1p. Mijn wedervraag is dan: wat is volgens jou de meest effectieve manier om die doelen te bereiken? Is bewustwording van het publiek genoeg? En hoe bereik je die bewustwording dan het beste?

Hartelijke groet,

GJ Bogaerts
hoofd digitaal VPRO

 

Wearables kunnen worden ingezet om media te maken en om media te gebruiken. We zullen er prachtige dingen mee kunnen creëren. Maar de keerzijde moeten we ook belichten.

Geert-Jan Bogaerts

Tessel Renzenbrink

Zondag 4-10-2017 22:08

Hoi Geert-Jan,

Technologie is noch goed, noch slecht daar zijn we het over eens. Maar anders dan jij, denk ik niet dat technologie neutraal is. Integendeel. Elk technologisch artefact is een uitdrukking van een set culturele waarden. Algoritmen bijvoorbeeld, kunnen de vooroordelen reproduceren die in een samenleving aanwezig zijn.

Om een voorbeeld te geven: sommige rechtbanken in de Verenigde Staten maken gebruik van algoritmen om de strafmaat van veroordeelden te bepalen. Op basis van data wordt het risico berekend dat iemand in de toekomst opnieuw een misdaad zal begaan. Is de score hoog, dan kan de rechter bepalen een hogere straf op te leggen. Uit onderzoek blijkt dat de algoritmen bevooroordeeld zijn: zwarte mensen krijgen vaker een hogere score dan witte mensen. Voormalig procureur-generaal Eric Holder die onder president Obama diende, sprak zich uit tegen zulk gebruik van algoritmen omdat: ‘Ze de onrechtvaardige ongelijkheid kunnen verergeren die al veel te vaak voorkomt in ons justitieel apparaat en in onze samenleving.’

Technologie is altijd een uitdrukking van bepaalde normen en waarden. Het is daarom noodzakelijk - zoals je zegt - dat wetenschappers en kunstenaars technologie kritisch bevragen om die impliciete waarden zichtbaar te maken en waar nodig aan de orde te stellen. Maar het is niet voldoende. Het is namelijk reactief.

Als je reageert nadat de technologie op de markt is gebracht, opereer je al binnen een bepaald paradigma. We zullen al eerder in het proces actief moeten zijn, als mensen, als samenleving, om te bepalen wat we willen met tech. Het maakt uit wat je bouwt. Dat je nadenkt over wat je wil bouwen nog voor je aan de slag gaat. En dat gaat over waarden. In laatste instantie gaat het niet om welke technologie je wil realiseren maar welke waarden je in technologie wil belichamen.

In die zin is het interessant dat Medialab met "We Know How You Feel" niet alleen kritisch vragen stelt over wearables maar er ook mee experimenteert samen met kunstenaar Nick Verstand en TNO. Hiermee eigent Medialab & co zich een scheppende rol toe en de mogelijkheid de waarden te bepalen.

De onderzoeksvraag die daarbij gesteld wordt, is: kunnen we ons media aanbod afstemmen op jouw gemoedstoestand op basis van emotie-data? Maar is dat een interessante vraag? Welke onderliggende waarden beaam je met zo’n doelstelling en welke laat je buiten beschouwing?

Ik snap hoe deze toepassing van emotie-data de omroepen kan dienen. Een gepersonaliseerd media aanbod zou er toe kunnen leiden dat mensen langer op het kanaal blijven hangen. Goed voor de kijkcijfers. Maar hoe wordt daarmee het publieke belang gediend?

Want de jacht op clicks en eyeballs waar veel media door bevangen zijn, vind ik geen doel op zich. Daarnaast doemt natuurlijk de geest van de filterbubbel levensgroot op. Personalisatie op basis van data – emotie of anderszins – leidt per definitie tot een media aanbod dat op jouw interesses en overtuigingen is afgestemd. Daarmee bevestigt en reproduceert het je wereldbeeld. Terwijl het me toch bij uitstek een taak van de publieke omroep lijkt om mensen ook bekend te maken met de leefwereld van andere groepen in de maatschappij.

In je brief vraag je of brede bewustwording genoeg is om de technologische ontwikkeling een kant op te duwen die het algemeen belang dient. Welnu, ik denk niet dat het genoeg is maar het is wel het begin. Het is onder druk van een collectieve overtuiging dat dingen veranderen.

Neem bijvoorbeeld een andere technologische revolutie die nu in volle gang is: de energietransitie. Door de decennia heen groeide het bewustzijn dat de economie, en met name de energievoorziening, moet verduurzamen. Door die bewustwording werd er op steeds meer domeinen actie ondernomen. Overheden kwamen met regelgeving en verdragen. Techneuten gingen innoveren. Er werd belastinggeld vrijgemaakt om die innovatie te bekostigen. Consumenten maakten andere afwegingen. Bedrijven gingen voor groen.

Op je vraag wat dan die beste manier is om bewustwording te bereiken, is mijn antwoord: alternatieven. Zonder alternatief is er geen handelsperspectief en dat leidt tot een zekere gelatenheid. Waarom zou je je druk maken om iets wat je toch niet kan veranderen? Pas toen er levensvatbare duurzame energietechnologieën beschikbaar kwamen, konden mensen hun zorgen omzetten in daden.

Maar die alternatieven zijn natuurlijk niet uit het niets ontstaan. Die zijn gepionierd door mensen en instellingen die naar andere oplossingen zochten, andere vragen stelden omdat ze andere waarden als vertrekpunt namen. Vandaar dus mijn vraag welke waarden aan de AURA kunstinstallatie ten grondslag liggen.

Vriendelijke groeten,

Tessel
 

Geert-Jan Bogaerts

Zondag 7-10-2017 18:11

Hi Tessel,

Laat ik beginnen met het beantwoorden van je vraag over de waarden die aan ons Medialab-project ten grondslag liggen. De waarde die ik het allerbelangrijkst vind, is inzicht. Je zou een reeks kunnen maken die begint met data, data leiden tot feiten, heb je feiten dan ben je geïnformeerd, en informatie kan op zijn beurt leiden tot begrip of inzicht. Geen van die stappen is vanzelfsprekend; je moet moeite doen om van data te komen tot feiten, en van feiten tot informatie, en van informatie tot inzicht. Met ons project "We Know How You Feel" beogen we uiteindelijk de vanzelfsprekendheid ter discussie te stellen waarmee door sommigen in de mediawereld wordt gedacht over het gebruik van algoritmes en data. Want als we die niet goed gebruiken, lopen we precies die risico’s die jij hieronder benoemt: dat van filter bubbles, van het uitbannen van verrassingen en serendipiteit, het gaan voor de grootste gemene deler in plaats van het opzoeken van de interessante niches waar mensen werkelijk wat nieuws kunnen leren.

Pas als we (als samenleving) echt begrip hebben van de manieren waarop data en algoritmes onze levens beïnvloeden — en dat in steeds grotere mate gaan doen naarmate onze omgeving meer door slimme machines wordt beheerst - kunnen we denken aan alternatieven. Ik prijs mij gelukkig te werken voor een omroep die oog heeft voor die alternatieven en daar regelmatig over bericht, met Tegenlicht als beste voorbeeld daarvan.

Aan elke technologische vernieuwing, aan elke uitvinding, ligt verbeelding ten grondslag. De Amerikaanse auteur Neal Stephenson is samen met de Universiteit van Arizona een interessant project gestart ("Project Hieroglyph"), dat science-fiction auteurs in contact brengt met wetenschappers. Het idee borduurt voort op een gedachte van Carl Sagan, die ooit zei dat de weg voor de meest baanbrekende wetenschap is geplaveid door science fiction - het is de kracht van de verbeelding die de wetenschap de weg wijst. Als we ons niet konden verbeelden dat de mensen niet meer hoefden te overlijden aan pokken of longontsteking, waren het pokkenvaccin en de antibiotica nooit uitgevonden. Arthur C. Clarke bedacht kort na de tweede wereldoorlog al dat wereldwijde communicatie een stuk eenvoudiger zou zijn als er satellieten gelanceerd konden worden die zich op een vaste plek boven de aarde zouden bevinden. Twintig jaar later, halverwege de jaren zestig, werd de eerste geostationaire satelliet gelanceerd, en nu kunnen we niet meer zonder.

Over de neutraliteit van technologie: ik ben het met je eens dat wij mensen technologie scheppen en dat doen vanuit onze eigen behoeften en vooroordelen. In die zin is technologie inderdaad niet neutraal. De nuance zit volgens mij in de observaties van Kevin Kelly: What Technology Wants. Kelly betoogt dat technologie een eigen evolutie kent, en onafhankelijk van de mens zijn eigen voortgang creëert. In dat opzicht trekt technologie zich niks aan van menselijke vooroordelen. Laten we deze gedachte concreet maken: Google kwam recent onder vuur te liggen, omdat een image search op ‘black people’ uiteindelijk ook foto’s toonde van gorilla's. En even later bleek dat Google’s Adwords veel vaker advertenties voor hoog betaalde banen aan mannen toonde dan aan vrouwen. Dit zijn voorbeelden van hoe technologie niet neutraal werd ingezet. Maar onder deze voorbeelden ligt een instrumentenpaneel van statistische wiskunde, met veel aandacht voor regressie-analyses en standaard-deviaties, in de programmeertalen die Google gebruikt. Wetenschappers gebruikten dit instrumentenpaneel al lang, en het was een kwestie van tijd voordat software-ontwikkelaars het gingen ontdekken om de enorme hoeveelheid data die beschikbaar komen te analyseren. En die analyses staan vervolgens nieuwe toepassingen toe: Siri en Alexa worden slimmer en slimmer, maar tegelijkertijd zijn het nog steeds producten van menselijke verbeelding - en dus ook van menselijke vooroordelen.

Het grote gevaar in deze ontwikkeling schuilt naar mijn idee niet in deze observatie op zich - menselijke vooruitgang is alleen mogelijk omdat we idealen hebben die voortkomen uit onze eigen visie op de wereld. Het gevaar zit hem erin dat de middelen om deze vooruitgang te realiseren in de handen zijn van steeds minder mensen. Het zijn Facebook, Google, Apple, Amazon en Microsoft die onze nieuwe wereld aan het bouwen zijn. En het beangstigt mij dat dit bedrijven zijn die zich onttrekken aan enige vorm van democratische controle, en uiteindelijk maar op één ding worden afgerekend door hun aandeelhouders: de winst per aandeel. En ik ben eerlijk gezegd niet heel optimistisch dat er, zoals jij schrijft, een ‘collectieve overtuiging’ kan ontstaan die uiteindelijk de druk tot verandering teweeg brengt. Dat komt omdat dit wereldwijd opererende ondernemingen zijn, en er geen spoor van politieke wereldwijde consensus is over de juiste aanpak. De EU trekt zijn eigen plan, en introduceert een ‘right to be forgotten’ - en daarbinnen is Duitsland dan weer het enige land dat platforms aansprakelijk stelt voor het toelaten van ‘hate speech’. De politiek van de VS daarentegen is gericht op het instandhouden van de posities van deze ondernemingen en introduceert wetgeving die deze ondernemingen beschermt. En dan hebben we het nog niet eens over de inbreuken op het vrije internet door bijv. Rusland en China.

Maar, geheel in lijn met mijn techno-optimistische visie, denk ik ook dat de techniek uiteindelijk hiervoor een oplossing kan bieden — blockchain FTW!

GJ Bogaerts
hoofd digitaal VPRO

Tessel Renzenbrink

Zondag 4-10-2017 22:08

Hey Geert-Jan,

Je brief bevat drie elementen die ik lastig met elkaar kan rijmen. Technologie drukt altijd vooroordelen uit, zeg je, omdat het is ontsproten uit het nimmer waardevrije menselijk brein. Tot zo ver ben ik het met je eens: technologie is niet neutraal. Vervolgens zeg je dat het werkelijke gevaar er uit bestaat dat technologie wordt ontwikkeld door een kleine tech elite: de Amazons, de Facebooks. Deze bedrijven zijn niet onderhevig aan democratische controle en hun voornaamste sturingsmechanisme is winstbejag. Dat is inderdaad een angstaanjagend gegeven.

Maar tenslotte zeg je dat het allemaal wel goed komt omdat de techniek zelf – in de vorm van blockchain – voor een oplossing zal zorgen. Als een autonome kracht die – los van wat wij mensen doen – de monopolisten van hun troon zal stoten.

Die conclusie staat op gespannen voet met de eerste twee uitspraken. Immers, technologie is altijd een uitdrukking van menselijke waarden. Als technologische ontwikkeling in handen is van een kleine groep mensen, zal het de waarden van die groep distribueren en cultiveren. Daarmee neemt hun controle over het speelveld toe. Het technologische domein zal steeds homogener worden en een vorm aannemen die de belangen van die groep dient.

Toch vertrouw je er op dat blockchain technologie zich in die omgeving autonoom kan ontwikkelen en de machtspositie van de tech elite kan aantasten. Dat optimisme deel ik niet met je. Blockchain is, net als elke andere technologie, onderhevig aan de economische, politieke en maatschappelijke structuren waarin het wordt ontwikkeld. Waarom zou de dynamiek die er toe geleid heeft dat het internet is gemonopoliseerd door een paar bedrijven, blockchain ongemoeid laten?

In je laatste twee alinea’s zeg je weinig vertrouwen te hebben dat maatschappelijke druk tot verandering zal leiden. Die rol van change agent is volgens jou voorbehouden aan blockchain. Ik zie dat totaal anders en zal je een voorbeeld geven waarom.

Deze fascinerende grafiek toont het welvaartsniveau van de mensheid in de laatste tweeduizend jaar en wordt vaak aangehaald als het gaat over technologische vooruitgang.

Bron: Max Roser (2017) – ‘Economic Growth’. CC BY-SA licentie.
Our World in Data

De grafiek toont dat de welvaart door de eeuwen heen nauwelijks toeneemt. En dan, halverwege de 18eeeuw, schiet de groei opeens exponentieel omhoog. In hun boek The Second Machine Age identificeren Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee de oorzaak van dit keerpunt in de geschiedenis. De knik van de hockeystick-curve valt samen met de uitvinding van de stoommachine: het begin van de eerste industriële revolutie.

Niet iedereen werd opgetild op de golven van de welvaartsgroei. Integendeel. De transitie van een agrarische naar een industriële samenleving ging gepaard met verschrikkelijke misstanden. Er was uitbuiting, kinderarbeid, arbeiders werkten 14 uur per dag en leefden in extreme armoede. Pas toen onze voorouders en masse betere leefomstandigheden opeisten, kwam daar verandering in. Maatschappelijke betrokkenheid bij technologische ontwikkeling is daarom wel degelijk van belang. De stoommachine zorgde voor exponentiële welvaartsgroei maar wat er vervolgens met die welvaart gebeurd, ligt niet besloten in de stoommachine. Daar beslissen wij mensen over.

Na staan we aan de vooravond van de derde industriële revolutie, Industrie 4.0 of het tweede machinetijdperk. Hoe je het ook wilt noemen, we moeten er voor zorgen dat de geschiedenis zich niet herhaalt. Dat we de technologische revolutie deze keer op zo’n wijze sturen, dat het iedereen ten goede komt.

Ik geloof niet dat blockchain dat op een of andere miraculeuze wijze voor ons gaat bewerkstelligen. Dat zullen we zelf moeten afdwingen. Want dat is het gevaar van techno-optimisme: het geloof dat technologie als vanzelf tot de meest positieve uitkomst leidt en wij daarom geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen.

Vriendelijke groeten,
Tessel

 

Geert-Jan Bogaerts

Maandag 16-10-2017 15:43

Hi Tessel,

Ik begrijp dat dit mijn laatste woord is - kort dan, en ik zie uit naar het vervolg van onze correspondentie op de Eindhovense avond!

Techno-optimisme ontslaat ons niet van de plicht tot handelen en kritisch bevragen! Dus ook al denk ik dat techniek zowel de oorzaak als de oplossing van veel van onze problemen is, denk ik toch dat partijen als Gr1p en de VPRO ervoor moeten zorgen dat we die techniek kritisch blijven bevragen. 

Groet,

GJ Bogaerts

Tessel Renzenbrink

Maandag 16-10-2017 17:01

Hoi Geert-Jan,

Dank je voor de levendige briefwisseling. Het was interessant om met je van
gedachten te wisselen. Leuk om verder te praten op de 25ste!

Vriendelijke groeten,
Tessel

andere conversaties

Benieuwd wat de andere duo's hebben geschreven? Bekijk de vier 'Lieve CEO' conversaties hier.

De schrijvers zetten hun gesprek live voort tijdens de 'We Know How You Feel Tonight' debatavond, die plaatsvindt op woensdag 25 oktober 2017 in De Effenaar in Eindhoven.