Anne Moraal

over de kunst van het weglaten

, Door Mark Riesthuis

De redactie van Nooit Meer Slapen krijgt wekelijks meer kunst en cultuur te zien dan in ons radioprogramma past. Daarom delen we online onze persoonlijke culturele fascinaties. Deze keer: Anne Moraal (28). Ze studeerde wetenschapsfilosofie, werkte in het boekenvak en schrijft. Als redacteur researcht ze gasten en onderwerpen en maakt ze reportages.

Met geweer in de aanslag stormt een groep soldaten de tribune af. De ruimte is groot en donker, langs de muren hangen vlaggen die doen denken aan de foutste regimes die we gekend hebben. De hoofden van toeschouwers worden aangestipt met zoeklichten. Op het podium vallen mensen neer. Dood. Welkom in de ondergrondse concertzaal van dictator Satur Diman Cha, een ruimte die misschien beter bekend staat als het Concertgebouw in Amsterdam.

Als de muziektheatervoorstelling Just Call Me God al zo intens begint, kun je als toeschouwer een hoop verwachten van de rest van het stuk. En de hoofdrol van dictator is weggelegd voor Hollywood-acteur John Malkovich, dus dat moet een topavond worden. (Tekst gaat verder onder video)

Ook de verhaallijn van het stuk klinkt veelbelovend. Een dictator wordt in zijn ondergrondse concertzaal in de woestijn in het nauw gedreven door een groep vrijheidsstrijders. Vervolgens schiet hij ze allemaal dood, op twee mensen na: een organist en een journaliste. De organist wordt vastgetapet aan het gigantische orgel dat in de zaal staat: spelen zal ‘ie. Twee uur lang. Op licht dwingend verzoek van Satur Diman Cha legt de journaliste het levensverhaal van de dictator vast op camera. Het is zijn laatste speech, al weet hij dat zelf nog niet. Tot zover het gedeelte met potentie.

Want het viel behoorlijk tegen, vindt Anne die het stuk bezocht. 'De makers van het stuk lijken het principe show, don’t tell volledig naast zich neer te hebben gelegd. Emoties vliegen je om je oren, morele lessen worden gretig uitgedeeld en dit alles verpakt in een flinterdunne verhaallijn. De dialogen zijn houterig, omdat de teksten te veel informatie bevatten. Alsof de makers bang waren dat het publiek het niet zou snappen.'

'Met een mooie zaal en een groot orgel alleen red je het niet'

En daar zit volgens Anne ook het probleem. 'Of je nu schrijft, schildert, acteert of muziek maakt: je moet je publiek wel serieus nemen. Met een mooie zaal en een groot orgel alleen red je het niet. Gelukkig had John Malkovich dit zelf ook door.'

Op het toneel gaat de Hollywoodacteur volledig zijn eigen gang en zet daarmee een waanzinnige dictator neer. 'Geen moment weet je wat je aan hem hebt. Liefde, hysterie, haat, wraak, jaloezie en blijdschap; Malkovich schakelt tussen emoties in enkele seconden. Hij weet je met humor aan zijn kant te krijgen, om het volgende moment afschuw op te roepen en dat alles met een enkele blik.'

Malkovich weet hoe je pijn onder een bodem van humor kan leggen en heeft volgens Anne daarmee de avond gered. Laten we vooral niet vergeten dat we het hier over een dictator hebben. Het personage Satur Diman Cha is gebaseerd op Idi Amin, Mao, Saddam Hussein en Khadaffi. Mannen die verantwoordelijk zijn voor de meest verschrikkelijke daden. En Malkovich laat je dat niet vergeten.

Anne: ‘Eigenlijk heeft het stuk niet veel nodig. Die andere acteurs zijn te veel. Net als de geluidseffecten. Net als de dialogen. Je wilt eigenlijk alleen Malkovich zien als belichaming van het ultieme kwaad. En dan mag van mij die organist ook wel blijven.’