Emmie Kollau

over het grijze gebied tussen goed en kwaad

, Door Jan van Tienen

De redactie van Nooit Meer Slapen krijgt wekelijks meer kunst en cultuur te zien dan in ons radioprogramma past. Daarom delen we online onze persoonlijke culturele fascinaties. Deze keer: Emmie Kollau (1977). Zij studeerde Sociale Geografie en maakt nu reportages voor Nooit Meer Slapen, documentaires voor Radiodoc en is lid van freelance journalistencollectief Bureau Boven.

Ze is niet de eerste die de serie Deadwood zag (het eerste seizoen stamt al uit 2004), maar ze genoot van de manier waarop de serie omging met goed en kwaad. “Ik heb onlangs eindelijk alle drie de seizoenen gezien van Deadwood, een serie die me door heel veel mensen aangeraden was. Er zijn nu zoveel successeries dat ik dacht: dat zal wel tegenvallen. Maar het viel helemaal niet tegen!"

Waarom vond ze Deadwood, de HBO-serie over een negentiende-eeuws dorp in het nog wetteloze westen van Amerika, zo goed? (En zal het iemand opvallen dat we met deze vraagstelling proberen duidelijk te maken waar die serie over gaat?)

“Westerns zijn niet per se mijn ding, ik ben ook nog niet naar Brimstone geweest, maar Deadwood vond ik fantastisch. Het is geen klassieke western, de serie speelt zich bijna in zijn geheel af in een piepklein pioniersdorp. De dialogen zijn heel goed, het zijn bijna theaterteksten. Wat ik vooral bijzonder vond: Er zijn niet zoveel series waarin zo veel personages je dierbaar worden. Vaak hebben maar twee of drie personages echt diepgang. In Deadwood hebben de vele personages zo’n beetje allemaal een rond karakter. Hoewel er nogal wat afschuwelijke types inzitten, hield ik van ze allemaal. Goede cultuur gaat volgens mij vaak over het grijze gebied. Als goed en kwaad niet duidelijk zijn afgebakend, maar het ertussenin zit. De personages ontwikkelen zich niet van slecht naar goed, maar ze zijn soms het een, soms het andere. Dat is veel interessanter. Ik denk dat ik dat ook altijd wel in mijn werk zoek.” Tekst gaat verder onder video

Het grijze gebied komt vooral terug in Emmies Iron Curtain Project, een multimediaal project met verhalen en evenementen in heel Europa. In het project onderzoekt ze samen met collega’s van Bureau Boven wat er over is van het optimisme dat heerste na de val van het IJzeren gordijn, inmiddels bijna dertig jaar geleden. 

“Ik heb al sinds de middelbare school een fascinatie voor hoe mensen zich gedragen in extreme omstandigheden. Dat zie je terug in Deadwood, in dat wetteloze pioniersdorp. En dat interesseert me dus ook aan het communistisch tijdperk. Mensen die moesten wheelen en dealen met het regime. Ik hoop van mezelf dat ik in dat soort situaties een held zou zijn, dat ik mensen zou helpen. Zou ik in communistisch Tsjechoslowakije of Polen een dissident zijn geweest? Ik ben vaak bang dat ik gewoon een laffe student zou zijn, die om te kunnen studeren lid was geworden van de communistische partij.”

Het me verdiepen in het dagelijks leven in autoritaire regimes helpt Emmie dingen scherp te stellen. “Welke rol speel ik? Ook nu. Er is nu natuurlijk genoeg in de Nederlandse samenleving om tegen in verzet te komen. Onverbloemd racisme, vluchtelingenbeleid.”

En in haar reportages voor Nooit Meer Slapen, komt ze daarin het grijze gebied tegen? “Misschien te weinig. Het zijn vaak allemaal van die aardige, getalenteerde mensen die ik spreek. Maar de dingen die ze maken gaan dan vaak weer wel over het grijze gebied.” 

Toch heeft ze wel het gevoel dat ze met haar journalistieke werk iets goed doet. “Als ik dat niet had, zou ik het ook niet doen. Ik denk dat cultuur helpt empathie te kweken. Ook de gesprekken en reportages in Nooit Meer Slapen doen dat als het goed gaat. Maar kijk ook naar goede romans. Die helpen je in te leven in mensen die misschien wel je tegenpool zijn, die misschien zelfs dingen doen die je afkeurt. Ook helpt het jezelf, denk ik. Als je van jongs af aan literatuur leest helpt het je beseffen dat je niet de enige bent, dat je weet dat je niet gek bent.”