Ester Naomi Perquin

over films kijken met geduld

, Door Jan van Tienen

De redactie van Nooit Meer Slapen krijgt wekelijks meer kunst en cultuur te zien dan in ons radioprogramma past. Daarom delen we online onze persoonlijke culturele fascinaties. Deze keer: presentator Ester Naomi Perquin (1980). Ze komt uit Zeeland, presenteert iedere vrijdag Nooit Meer Slapen en is veelvoudig bekroond dichter.

Ons bin stik groôs op Ester, zouden we in Zeeland zeggen om onze trots uit te drukken. Onze geliefde vrijdagnachtpresentator, die de eer ten deel viel de komende twee jaar Dichter des Vaderlands te zijn!  Maar met de eer komt een prijs: de hele wereld wil iets van haar. We zijn dan ook heel blij dat ze ondanks haar bomvolle inbox de tijd nam iets te vertellen over het belang van rustig kijken in de bioscoop.

“Op het IFFR zag ik onlangs de film La Idea de un lago, van de jonge Argentijns-Zwitserse filmmaker Milagros Mumenthaler”, zegt Ester.  "Een film die ik zomaar kon gaan kijken zonder in mijn achterhoofd aantekeningen te maken. Dat laatste bepaalt de laatste jaren toch vaak mijn blik: ik denk bij boeken die ik lees of voorstellingen die ik zie vanzelf na over het gesprek dat zal volgen. Wat boeit me in het werk, wat zegt dat over de maker en over mijzelf? Er zijn nog maar weinig momenten waarop ik echt even smokkel en 'zomaar' iets kijk of lees. Nu had mijn geliefde me dus de bioscoop in gedirigeerd voor een avond werkloos toekijken."

De film vond ze in vele opzichten opmerkelijk. "Droom, vermoeden en werkelijkheid zijn er prachtig in vervlochten. Een zwangere vrouw wil te weten komen waar haar vader gebleven is, aan wie ze slechts een handvol herinneringen bewaart. Haar moeder en broer hebben zo hun eigen opvattingen en problemen - en de vervlogen zomer die centraal staat toont de geschiedenis van hun familiebanden. Maar ook die van hun verzwegen vragen, zoals dat gaat bij gezinnen. Het is een zeer lome, suggestieve film.” 

Dat tempo miste zijn uitwerking op de zaal niet, legt ze uit.

“Er werd al gauw onrustig geschuifeld, gefluisterd en gezucht. Op het scherm zag je een lang shot van een bosrand. Dan van een slapende vrouw. Dan van een huis dat ellenlang in beeld blijft zonder dat er iets gebeurt. Je voelde hoe aanvankelijk geduld bij sommige bezoekers in lichte ergernis omsloeg. Ergens halverwege de film werd dat nog duidelijker. Vóór mij begon een mevrouw op haar telefoon aan een potje Wordfeud. Ze legde het woord 'sabel' voor twintig punten. Toen ik zachtjes vroeg of ze haar telefoon weg wilde stoppen, omdat het nogal afleidt, zo'n schermpje dat oplicht in het duister en heen en weer beweegt, stootte ze haar man aan en fluisterde: 'Kom op Henk, we gaan!'”

Ze waren de enigen niet. 

“Nee, er stonden gedurende de film zo nu en dan mensen op om de zaal te verlaten. Dat gaf de film eigenlijk toch een extra lading. Ik begon me een aantal dingen af te vragen. Wat gebeurt er met kijkers die mee worden genomen in een traagheid die de hunne niet is? Zijn we massaal gewend geraakt aan actie? Of zijn de grenzen van wat boeit hier eenvoudigeweg door de filmmaker overschreden? Ook ik vond de scènes soms te uitgesponnen. Alsof de maker haar eigen vondsten niet kon weerstaan.”

Maar de film deed Ester toch vooral denken aan de manier waarop ze keek toen ze kind was. “Als kind kon je blik blijven haken aan iets - een bobbeltje op het behang, de vorm van een watervlek, en hoe dat vol betekenis raakte. Hoe je daarnaar kon blijven kijken zonder te weten hoe lang. Tot je moeder ineens riep: 'Wat ben je aan het doen?' En hoe je daar dan geen woorden voor had. Dat gevoel, dat je gaandeweg je drukke volwassen leven vaak kwijtraakt, dat was er ineens weer. Ik vind dat echt een sensatie, als een film zoiets teweegbrengt. Een gedicht van een film was het daarom dus eigenlijk: beeldend, suggestief en zonder pasklaar antwoord.”​​