Mathijs Deen

over het onvermogen van kunst om de natuur te benaderen

, Door Anne Moraal

De redactie van Nooit Meer Slapen krijgt wekelijks meer kunst en cultuur te zien dan in ons radioprogramma past. Daarom delen we online onze persoonlijke culturele fascinaties. Deze keer: Mathijs Deen (1962). Hij maakt reportages voor Nooit Meer Slapen en schrijft boeken, waaronder de bestseller 'De Wadden' (2013).

In 1990 werkte Mathijs voor Radio Noord in Groningen. In datzelfde jaar werd diezelfde stad opgeschrikt met een monster van een gebouw. Met een dak dat ternauwernood een meteorietinslag leek te hebben overleefd. Een of andere grote, gele toren. Iets ronds. Uit de hand gelopen snoepjes-kleuren. Het nieuwe Groninger Museum.

We kunnen de Italiaanse architect Alessandro Mendini en toenmalig museumdirecteur Frans Haks verantwoordelijk houden voor het uiterlijk van dit museum. Het heeft ook iets van een bunker, zo zonder ramen.

Mathijs: 'Frans Haks vond dat je geen ramen in een museum moest hebben. Hang een schilderij naast een raam, en, hoe mooi de kunst ook is, uiteindelijk kijk je toch liever naar buiten. Hij vond dat je kunst en natuur niet met elkaar kon vermengen, als twee onverenigbare grootheden. En uiteindelijk verliest de kunst het toch van de natuur.' (tekst gaat verder onder foto)

Eenzelfde strijd zag Mathijs toen hij deze week voor een reportage langs ging bij jazzdrummer Han Bennink, die volgende week 75 wordt en een jarenlange strijd bleek te voeren met de specht. Want dit vogeltje roffelt nog altijd beter dan Han.

Het is natuurlijk frustrerend om 70 jaar lang elke dag te oefenen en die specht, die nooit oefent, kan het gewoon. En beter. Toch is deze strijd in Benninks werk essentieel, zegt Mathijs: 'Han begon op zijn vijfde met drummen. Iedereen is het erover eens dat hij een fantastische muzikant is, maar hij vindt zichzelf altijd tekortschieten. Hij zei: ‘Juist omdat het iets is wat je nooit zal kunnen nabootsen, houdt het je aan de gang om dat wel te proberen.’ Zijn poging om muziek te maken is een voortdurende strijd met zijn eigen onvermogen.'

Het is deze verhouding tussen kunst en natuur die Mathijs intrigeert. 'Er zit iets in de kunst, in de poging om iets te pakken te krijgen van de natuur en het feit dat je daar altijd in zal mislukken. Dit heeft me op een andere manier doen kijken naar de herkomst van inspiratie. Die poging om een relatie aan te gaan met datgene wat onbereikbaar is, vind ik waanzinnig interessant.'

Beluister hier de reportage met Han Bennink:

Mathijs maakte eerder een reportage over bioloog Thijs van Vuure, die al in zijn jeugd het verlangen had om als een vogel te zingen. Tevergeefs. Totdat hij ontdekte dat zebravinken met een factor 10 sneller leven dan wij. Uiteindelijk wist hij de zang van de vogeltjes te vertragen naar een menselijke snelheid. Dat kon Thijs nazingen en versnelde dit om het vervolgens af te spelen in het bos. Hiermee was hij eindelijk in staat was om de afstand tussen hem en de natuur te verkleinen.

Ook Mathijs greep zijn kans: 'Ik heb toen die documentaire gemaakt met een heel mooi en traag stuk van componist Olivier Messiaen op de achtergrond en het geluid van een vertraagde winterkoning. Die bleek precies te kunnen zingen op die begeleiding van de componist. Dit lukte maar heel even, daarna gaan zowel het winterkoninkje als Messiaen elk hun eigen weg.'

En juist die eigen weg is ook belangrijk, volgens Mathijs.

'Het feit dat het even samenkomt en dan weer uit elkaar loopt, dat is ook wat Bennink in de reportage zegt: ‘Je hebt twee paarden die naast elkaar lopen. Soms zijn ze even in de pas en dan gaan ze weer elk hun eigen weg. Zo wil ik drummen.’ Hij drumt omdat hij samen wil komen, maar ook omdat hij wil ontregelen. Het is aantrekken en afstoten. En dat je dat in beweging houdt kan ik me heel goed voorstellen.'

'Op het moment dat je samenvalt met de natuur, word je heel even onderdeel van het geheel.'

Frans Haks wilde geen ramen in zijn kunstbunker. Toch zijn ramen volgens Mathijs wel degelijk de moeite waard, al kost het een jarenlange strijd om slechts een vluchtig moment met de natuur samen te vallen:

'We worden bij onze geboorte maar gewoon in de natuur neergezet. We staan in deze wereld en we kijken om ons heen. Die wereld is prachtig, maar hij maakt je ook klein. Op het moment dat je samenvalt met de natuur, word je heel even onderdeel van het geheel. Maar door daarna zelf verder te gaan, daarmee bevestig je je eigen identiteit.'