Mathijs Deen

over wat het landschap vertelt

, Door Jan van Tienen

De redactie van Nooit Meer Slapen krijgt wekelijks meer kunst en cultuur te zien dan in ons radioprogramma past. Daarom delen we online onze persoonlijke culturele fascinaties. Deze keer: Mathijs Deen (1962). Hij maakt reportages voor Nooit Meer Slapen en schrijft boeken, waaronder de bestseller 'De Wadden' (2013).

Als je Mathijs Deen op een maandag belt, kan het zijn dat hij net een pannenkoek eet. “Ik maak die pannenkoeken altijd op maandagochtend voor mijn zoons”, legt Mathijs uit, “zodat er wat troost is aan het begin van de schoolweek. Die traditie hebben we in stand gehouden.”

Mathijs’ week in cultuur begon al even goed als een stapel warme pannenkoeken. Hij gaf een introductie bij de opening van de fotograaf Wouter Hooijmans, die zes van zijn landschapsfoto’s toont bij Dat Bolwerck in Zutphen. Ze kennen elkaar niet goed, maar delen een passie voor het landschap.

“Wouters foto’s stellen het landschap aan de orde. Sommige foto’s zijn genomen in de nacht. Hij zet zijn grootbeeldcamera weg op het statief, opent de sluiter en laat die vijf uur lang openstaan. Je ziet sterrenlicht. Je ziet niet waar het vandaan komt, het is er gewoon. Het zet het landschap in een tijdloos licht.”

Mathijs’ fascinatie met landschappen komt deels door het boek dat hij nu aan het schrijven is, over reizen en landschap in Europa. “Ik geloof dat het landschap je op een of andere manier bepaalt”, zegt hij. “Als je door Europa reist, zie je dat thema’s die in Europa zitten direct in het landschap terugkomen. Europa is altijd vol geweest met conflicten, nationaliteiten die elkaar met moeite licht in de ogen gunnen. Dat voel je aan het landschap.”

Een voorbeeld?

“Ach ja, je wilt een anekdote hebben. Maar zo simpel is het niet. Laat me dit zeggen: Als je een rivier oversteekt of een bergketen overgaat, dan weerspiegelt dat wat er op cultureel vlak aan de hand is. Het zijn grenzen, die ook de verschillen tussen mensen afbakenen, hun gebruiken. Je voelt het aan de mentaliteit van bergbewoners versus die van mensen die aan zee wonen, bijvoorbeeld. Die contrasten heeft Europa heel sterk.”

En zo komt hij terug bij het werk van Hooijmans: “Hij weet met zijn werk die essentie van Europa te vatten. Hij laat voortdurend barrières zien. Als je die foto’s ziet, heb je het idee dat je het ondoordringbare van Europa ziet. Neem die foto met dat graanveld. Dat is een soort muur, die doorbroken wordt door een spoor van licht, gemaakt door een hert dat er doorheen gerend heeft. In feite is het een sprookje waarin de barrière geslecht wordt. Een spoor van platgetreden graan. En daar schijnt de zon op. Het is een bevrijdende foto. Pregnant, nu er weer regimes aan de macht komen, de clans zich terugtrekken binnen de grenzen. De barrières worden weer opgeworpen, mensen willen weer binnen hun eigen afrastering leven.”

Zo bezien is het niet vreemd dat in Mathijs’ radioreportages een grote rol voor ruimtelijkheid is weggelegd. “Als ik een bepaalde stemming wil overbrengen gebruik ik geluiden van het landschap. Bij tijdloosheid laat ik een merel horen. Het niemandsland tussen dood en leven, dat is een merel. Met een meeuwengeluid wil ik ruimte suggereren. Als ik iemand stiekem wil uitlachen laat ik een grote mantelmeeuw horen. En dit heb ik trouwens nooit tegen iemand verteld, maar ik laat altijd een hond blaffen in mijn langere documentaires. Dat is mijn handtekening.”

En met die natuurgeluiden ontvouwt het landschap zich op de radio. “Ik gebruik veel geluid dat niemand ooit zal opmerken. Ik neem vaak de stilte van het landschap op. Het is voor mij een streven naar de opheffing van verveling. Ik vind het fijn buiten. De wereld is heel mooi. En dat is soms te horen, zelfs in opnames waar bijna niks in te horen is, en dat maakt het voor mij de moeite waard.”

Een laatste vraag dan, want hoewel het landschap soms oneindig is, is onze tijd op aarde dat niet. Waar komt toch die fascinatie voor het landschap vandaan?

“Er is niet één antwoord, maar er is wel een verhaal dat ik ook in De Wadden heb verteld, dat misschien iets duidelijk maakt. Ik was zeven, ik liep met mijn vader door een bos op Vlieland. We zijn opgegroeid in Twente, omgeven door bosranden, de duistere wanden van mijn jeugd. Daar tussen die bomen, liepen we op vertrouwd terrein. Het wondertje gebeurde eigenlijk toen we het bos uitliepen, en het uitzicht dat zich ontvouwde mijn vader betoverde. Hij was een introverte man, maar op dat moment maakte hij een huppeltje. Niet omdat hij nieuws had gekregen, of dat iemand iets zei. Niet omdat hij muziek hoorde of we een spel speelden. Het was de pure ervaring van de weidsheid en de vrijheid van het landschap dat dat bij hem losmaakte. Dus toen heb ik gezien dat dat heel sterk kan werken.”

Dan komen zijn zoons terug van school, houdt het interview op, en vangt de vaderliefde aan.

Met grote dank aan Wouter Hooijmans en Dat Bolwerck voor de toestemming om twee van Wouters werken bij dit artikel te plaatsen. De foto’s van Wouter zijn tot 3 januari 2017 te zien tijdens de expositie 'Wanneer het oog rust', in Dat Bolwerck, Zutphen.