steun vpro

2doc: Ik ben kuba

eurowezen

Kuba (12) uit Polen zorgt voor zichzelf en zijn broertje. Zijn ouders werken in de eurozone.

Gülhan Demirci,

--------------------------------
2Doc: Ik ben Kuba
NPO 2, 23.00-0.00 uur
--------------------------------

Door: Gülhan Demirci

De Polen kwamen. En de Bulgaren. Enzovoorts. Sinds het openstellen van de arbeidsmarkten voor nieuwe EU-landen lijkt een nieuw fenomeen te zijn ontstaan: dat van de ‘eurowezen’. Ouders reizen heen en weer om te werken in de eurozone en laten hun kinderen in het thuisland achter. Soms voor een week, maar een maand of veel langer is geen uitzondering. In Polen alleen al gaat het om meer dan 110.000 kinderen. De kinderen blijven achter bij familie of in tehuizen, waar ze tussen ‘echte’ wezen verblijven. Of ze blijven alleen achter en zorgen voor zichzelf.

De documentaire I am Kuba (2014, Åase Drivenes) vertelt het verhaal van twee van deze eurowezen: de twaalfjarige Kuba en zijn broertje Mikolaj van acht. Moeder zit voor werk in Wenen en vader eerst in Engeland en later in Schotland, Kuba achterlatend met de zorg voor zichzelf en zijn broertje. Gelukkig voor de kinderen is Wenen niet zo heel ver weg en komt hun moeder in de weekenden terug. Kuba en Miki kijken daar de hele week naar uit. Maar het korte bezoek levert telkens zeer emotionele taferelen op als de moeder weer moet vertrekken. Met andere vrouwen in een busje op weg naar werk elders. Omdat je als ouder graag wilt dat je kind het beter krijgt.

Vanuit Oslo vertelt Drivenes dat ze in eerste instantie een film wilde maken over de Poolse vrouwen die ze daar zag werken, maar tijdens haar onderzoek stuitte ze op de kinderen die achterblijven en besloot zich daar op te richten. Hoe schrijnend ook, dit drama is niet nieuw (gastarbeiders) en beperkt zich niet tot de Polen en de eurozone: het voltrekt zich wereldwijd. Terwijl voor weinig geld onze huizen worden opgeknapt en schoongemaakt en onze kinderen verzorgd, verdienen deze ouders net voldoende om eens in de zoveel tijd naar huis te kunnen gaan. Misschien kan hier ook een meldpunt voor in het leven worden geroepen.