Terug naar Cuba

, Nick Boers

In de vierdelige documentaireserie Cuba na Castro keert Yuribert Capetillo Hardy na zestien jaar terug naar zijn geboorteland. ‘Ik verlies nooit de hoop dat Cuba zal veranderen.’

Zestien jaar geleden verliet Yuribert Capetillo Hardy Cuba om te ontsnappen aan armoede, uitzichtloosheid en de alomtegenwoordige Fidel Castro. In de vierdelige reisserie Cuba na Castro van regisseur Maaike de Gruyter volgen we Capetillo Hardy’s beladen terugkeer naar zijn geboorteland.

Behalve een hereniging met familie en oude kameraden betekent dat ook: nieuwe ontmoetingen. Bijvoorbeeld met ondernemers die in het post-Castro-tijdperk hun kansen grijpen en met jongeren, die zich meer dan ooit laten horen. Cuba is aan het veranderen, dat wordt Capetillo Hardy tijdens de serie al snel duidelijk, maar herinneringen aan andere tijden blijken nog springlevend – zowel bij hem als bij de mensen in zijn geboorteland.

Yuri Capetillo Hardy (rechts)

Als ik zeg ‘Cuba’, waar denk jij dan aan?
Capetillo Hardy: ‘Dat is de naam van mijn land: ik zeg ook niet Kuuba, maar Koeba. Cuba is voor mij eigenlijk de Nederlandse vertaling van de naam van het land waar ik vandaan kom. En dat is voor mij een mooie, maar tegelijkertijd verdrietige plek. Ik vind het vreselijk om te zien hoeveel mensen hun families hebben moeten verlaten, zodat ze die vanuit een andere plek konden onderhouden.’

Ik moest met de billen bloot, bepaalde situaties opnieuw meemaken en de confrontatie aangaan met mijn ervaringen

Yuri Capetillo Hardy

De eerste kans om te vertrekken, greep jij ook aan. Je was pas negentien jaar oud toen je Cuba achter je liet.
‘Ja, ik leerde toen een Nederlandse vrouw kennen die mij uitnodigde om naar Nederland te komen. Daar ben ik haar nog altijd dankbaar voor. Ik was niet van plan om in dit land te blijven, maar toen ik hier kwam, dacht ik alleen maar: wát?! Alles was hier volledig anders georganiseerd: er was vrijheid van meningsuiting, er lag eten in de supermarkt; alles wat ik toen wilde en nodig had. Toen ik dat had gezien, kon ik niet meer in Cuba leven. Ik was veranderd.

Ik ben opgegroeid tijdens de período especial [na de val van de Sovjet-Unie, de periode waarin Cuba een ingrijpende economische crisis doormaakte, red.]. We leden honger, en schoenen, kleren of speelgoed hadden we nauwelijks. Als je wakker werd, was je alleen maar bezig met de vraag of je die dag wel te eten zou hebben.

Dan is er geen ruimte in je hoofd voor iets anders. Dan vraag je je niet af of de overheid je wel goed behandelt, of hoe je je kunt ontwikkelen. Het gaat alleen maar om de basis. Tegelijkertijd waren we heel hecht. Ik had geen broers of zussen, maar wel veel vrienden. Als ik het nu heb over familie, dan heb ik het over de hele straat. Alles gebeurde buiten en je deed en deelde alles met elkaar. Dat was mooi aan die tijd, het was niet alleen maar negatief. Daar moet ik mezelf soms aan herinneren.’

Want die mooie kant heb je niet altijd kunnen zien?
‘Op het moment dat je zo’n ingrijpende beslissing neemt –_ je land verlaten – zoek je bevestiging voor je keuze. Dan haal je je kracht of je motivatie juist uit die slechte dingen. Je isoleert ze en houdt dat vast. Een paar jaar nadat ik was vertrokken, pleegde mijn moeder zelfmoord. Dat haalde mijn fundament helemaal onderuit, alles waarin ik geloofde toen ik besloot te emigreren. Daarna dacht ik alleen maar: wat heb ik gedaan? Had zij nog geleefd als ik was gebleven? Met die vraag zal ik waarschijnlijk de rest van mijn leven moeten leven. Het klinkt nu vreemd. Ik heb een hele goede vrouw, een lief gezin, vrienden en een goedlopend bedrijf. Ik voel me thuis en ik weet dat ik hier hoor. Maar toen ik terugging naar Cuba vroeg ik me toch weer af: heb ik het juiste gedaan?’

(tekst loopt door onder afbeelding)

Yuri (3) met zijn vader, 1985.

Het opnemen van deze serie zal niet makkelijk zijn geweest. Heb je erover getwijfeld of je wel zou meedoen?
‘Mijn eerste gedachte was: je bent gek, waarom wil je naar Cuba? Toch voelde ik dat ik het moest doen. Zoals ik al zei, ik heb Cuba heel lang in mijn hoofd bevroren, alsof het in een glazen bol zat. Voor deze serie moest die bol opengebroken worden, ik moest met de billen bloot, bepaalde situaties opnieuw meemaken en de confrontatie aangaan met mijn ervaringen… Uiteindelijk ben ik superdankbaar dat ik dit heb mogen doen.’

Dan komt de hamvraag: hoe is het nu met Cuba gesteld?
‘Dat blijft een moeilijke. We hebben bijvoorbeeld een heel succesvolle ondernemer gesproken, Enrique. Hij heeft een goedlopend restaurant in Havana, zijn kinderen studeren in Miami en in Zwitserland. Dat heeft hij helemaal zelf kunnen opbouwen. Ik vond dat erg inspirerend om te zien en ik hoop dat meer Cubanen zo succesvol zullen worden – en dan niet alleen met restaurants. Wat dat betreft is het nogal eenzijdig: er is meer business, maar dan gaat het vooral om restaurants en bed and breakfasts, allemaal zaken die met toerisme te maken hebben.

Ook zoiets: tijdens ons verblijf waren er geen eieren meer te krijgen, zoiets gebeurt vaak in Cuba. Natuurlijk zijn er dan voor ons wel eieren omdat wij buitenlanders zijn, maar Cubanen konden nergens eieren kopen. Over het geheel genomen gaat het beter dan toen, maar het is nog lang niet hoe het zou moeten zijn.’

Gaat het ook beter wat betreft vrijheid van meningsuiting?
‘De mensen zijn mondiger dan vroeger en snijden onderwerpen aan waarover ik nooit kon praten. Toch werd ons in een groentewinkeltje nog de mond gesnoerd toen we het over eten en armoede hadden. Voor sommige Cubanen blijft dat een politieke zaak. Ik denk dan alleen maar: het is zestien jaar geleden dat ik ben weggegaan, kunnen we dit nu nog niet bespreken?

Na ons avontuur werd ik door Al Jazeera geboekt als regisseur voor een nieuw televisieprogramma over Cuba. Dat is niet alleen belangrijk voor mijn carrière en mijn financiën, maar ook voor Cuba, want daar kunnen miljoenen mensen naar kijken. Daar hebben de autoriteiten gewoon “nee” op gezegd, omdat ik daar bij zou zijn. Jullie zijn welkom, alleen hij niet, omdat hij Yuribert Capetillo Hardy is. Dat doet me wel… geen pijn, want ergens had ik het verwacht, maar het bevestigt wel dat het nog niet is hoe het zou moeten zijn. En ook dat ik niet meer terug kan. Wat werk betreft is de deur in Cuba nu dicht, dan kan ik er ook niet leven en mijn familie onderhouden.’

Heb je de hoop dat het ooit anders zal zijn?
‘Ik verlies nooit de hoop dat Cuba zal veranderen. Misschien verandert Cuba zelfs wel veel sneller dan wij denken. Ik denk dan vooral aan de allereerste dag dat we er aan het filmen waren. Toen ik een trap naar beneden nam, botste een jongetje dat van links kwam bijna tegen mij aan omdat hij met zijn smartphone bezig was. Dat was mind-blowing. Mensen hebben daar nu internet en dat begint steeds normaler te worden. De nieuwe generatie is minder bezig met de basisdingen, die heeft dus wel ruimte om over andere dingen na te denken: hoe leven we? Willen we dat? Hoe gaan we iets veranderen? Ik denk dat internet de tweede revolutie van Cuba kan worden.’

constante strijd

Maaike de Gruyter

Maaike de Gruyter

‘Juist zijn enorme reserves ten aanzien van Cuba vonden we interessant,’ vertelt Cuba na Castro-regisseur Maaike de Gruyter als we haar vragen naar de eerste ontmoeting met Yuribert ‘Yuri’ Capetillo Hardy. ‘Toen we begonnen aan de serie hebben we contact gezocht met de Nederlandse ambassade in Cuba, eigenlijk vooral om te laten weten dat we dit gingen doen. Toen we vroegen of ze nog leuke Cubaanse Nederlanders kenden, kregen we een lijst waar Yuri ook op stond. Stefanie de Brouwer [eindredacteur, red.] en ik waren meteen enthousiast over hem. Niet alleen is hij een heel leuke gozer, hij kijkt ook met een sceptische blik naar Cuba. Iemand kan wel als een blije geit over het eiland huppelen, maar wat heb je daaraan?’

Capetillo Hardy is een ander soort gids dan Bram Vermeulen of Stef Biemans, vertelt De Gruyter. ‘Bij Yuri gaat het meer over herinneringen en een vurige hoop op een betere toekomst voor Cuba dan over journalistieke waarneming. Dat is een heel ander verhaal dan iemand die een vlot stukje tekst oplepelt over de situatie in het land. Daarom hebben we ook de vorm wat aangepast, met een andere voice-over, om hem en het land goed tot hun recht te laten komen.

Daarnaast hoopten we natuurlijk dat wat hij zag zijn oordeel over het land misschien zou verzachten. Door voortdurend te poeren in zijn beeld van Cuba toen en dit te vergelijken met het Cuba van nu hebben we hem nogal aan het twijfelen gebracht. Dat is een constante strijd in hem. In elke aflevering meten we de temperatuur bij Yuri. In de laatste uitzending wordt hem ook gevraagd of hij nu wel wil terugkeren, maar ik zal je niet verklappen wat hij dan zegt.’

advertentie