Zoë Sedney (Zoetermeer, 15 december 2001) is zo vlug als water.

Zoë Sedney is een multitalent. Goed op de meerkamp en zo vlug als water. In februari 2018 wordt ze Nederlands kampioen op de 200 meter indoor en verbetert het record van Dafne Schippers. Een jaar daarvoor groeit ze uit tot Koningin van de Jeugd Olympische Spelen in het Hongaarse Gyor, waar ze twee keer goud en een keer zilver wint. Superlatieven schieten te kort om haar natuurtalent te omschrijven. Als jonkie loopt ze al volwassen tijden en op de tweehonderd meter is ze zelfs sneller dan wereldkampioene Dafne Schippers op 16-jarige leeftijd was. Het jongere zusje van sprintster Naomi Sedney, lijkt hoe dan ook voorbestemd voor de top. Ze is een zondagskind.

Maar 2019 begint slecht.

Een conflict met een van haar trainers leidt ertoe dat Zoë vroegtijdig afscheid neemt van de meerkamp en zich voortaan richt op de sprintnummers. De strubbelingen rond die breuk in combinatie met de spanningen die het eindexamen VWO met zich meebrengen, leidt tot veel stress. Het indoorseizoen verloopt daardoor met horten en stoten. Tot overmaat van ramp scheurt Zoë een paar maanden later haar hamstring. Terwijl de concurrentie ondertussen ook niet stil zit.

Het goede nieuws is dat de atlete uit Zoetermeer anno 2020 weer fit is en harder loopt dan ooit. Met zevenmijlslaarzen bestormt ze de Nederlandse top en heeft vedette Nadine Visser op het onderdeel horden al in het het vizier. Voor Zoë geldt dat het uitstellen van de Spelen niet zo slecht uitkomt. Een jaar extra de tijd om nog sneller te worden, vergroot de kansen van de A-juniore op deelname aan de Spelen van Tokyo in 2021. Dat zou dan het ultieme toetje zijn.