Prato is nog steeds de hoofdstad van textiel in Italië, maar er is iets veranderd de afgelopen dertig jaar. Chinezen nemen steeds meer fabrieken van de lokale bevolking over. Wat maakt het zo voordelig en aantrekkelijk voor hen om te ondernemen in Prato? En welke effecten heeft de komst van de Chinezen op de traditionele textielindustrie in de stad?

Riccardo staat op zijn balkon en kijkt verdrietig naar de stad waar hij al zijn hele leven woont. Nu is hij 73 en voelt zich een vreemde. Hij stoort zich aan de herrie van de naaimachines in de buurt en aan de mensen die schreeuwen in een taal die hij niet begrijpt. Hij beklaagt zich over de verloren identiteit van Prato, zoals hij het noemt, toen de bekende sterren en presidenten van over de hele wereld de kleding droegen die in Prato gemaakt was. Door Italianen.

Riccardo beklaagt zich over de verloren identiteit van Prato.

geschiedenis van een textielstad

Prato, ook wel de traditionele textielstad van Italië genoemd, staat daar al om bekend sinds het begin de twaalfde eeuw. Tegen het midden van de dertiende eeuw werd de productie van stoffen door het Gilde van Wol gereguleerd. Het stadje maakte onder meer Levantijnse mutsen, die in het Midden-Oosten werden verkocht.

Halverwege de negentiende eeuw vond een revolutie plaats op het gebied van textielproductie in Prato. Mechanisch technicus Giovan Battista Mazzoni verbeterde de toenmalige spinmachines en ontwierp nieuwe machines die gebruikte stoffen konden mixen met scheerwol. Deze producten werden verkocht op de internationale markten. 

Tegenwoordig maakt de textielsector 25 procent uit van de lokale economie van de stad. Deze industrie werd volledig gedomineerd door Italianen tot begin jaren negentig, toen de eerste Chinese migranten aankwamen in de stad.

de opkomst van de Chinezen

In 1990 kwamen 520 Chinese migranten aan in Prato. Ze gingen vooral aan het werk in de textielsector. Een deel van hen kwam uit de Volksrepubliek China en het andere deel was al woonachtig in de Europese landen sinds het begin van de 20e eeuw. Hun aanwezigheid in de sector was bijna niet te merken. De stad telde ruim 165 duizend bewoners.

In 1998 nam de Italiaanse overheid de wet 40/98 aan, die de migratie met werkdoeleinden vanuit landen buiten de Europese Unie organiseert door een jaarlijks quotum beschikbaar te stellen voor buitenlandse arbeiders. De wet zorgde voor een enorme toename in het aantal bedrijven met Chinese eigenaren. Volgens de Kamer van Koophandel waren er 1102 bedrijven met Chinese eigenaren in 1999 tegenover 479 in 1997.

Meer Chinezen kwamen naar de stad na de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001. Ze werden gedreven door de bijzondere locatie van de stad – midden in hun afzetgebied – en de kansen die de stad biedt voor ambitieuze ondernemers. In 2015 waren er 4.174 bedrijven in de stad die door Chinezen werden beheerd. Van deze bedrijven waren er 3.553 bedrijven die textiel en snelle mode produceren.

De Chinese migranten werken vooral in de textielindustrie in Prato.

concurrentie is begonnen

De intrede van de Chinezen in de textielindustrie in Prato, vooral de snelle mode, creëerde een sterke concurrentiesfeer in de sector. Het hoge tempo waarmee ze kleding met het label 'Made in Italy' produceren en de lage prijzen waarvoor deze kleding wordt verkocht, hebben ervoor gezorgd dat veel Italiaanse bedrijven de sector hebben verlaten. Volgens Confindustria (de Algemene Confederatie van Italiaanse Industrie) had 85,9 procent van de modebedrijven in de stad ten minste één Chinese eigenaar in 2018. 

Zoals te zien is in De wereld van de Chinezen moest Stefano, eigenaar van een atelier, teruggaan van vijftien naar één werknemer naast zijn vrouw en zijn zoon. De Chinezen veranderden volgens hem de spelregels in de mode-industrie. Voor de komst van de Chinezen had hij ruim de tijd om de bestellingen keurig uit te voeren, maar omdat zij twintig uur per werkdag maken, moet alles sneller: ‘Klanten vragen ons nu om per ommegaande duizend kledingstukken te leveren. Het is niet meer menselijk.’

illegaliteit en belastingontduiking

Velen schrijven het succes van de Chinezen toe aan illegaliteit en belastingontduiking. Tegenwoordig wonen meer dan vijftigduizend Chinezen in Prato. Volgens de lokale autoriteiten woont tweederde van hen illegaal in de stad. De meesten komen met een toeristenvisum van drie maanden en ze blijven een aantal jaren werken totdat ze genoeg geld voor een goed bestaan in hun land hebben verdiend.

Zij maken werkdagen van 15 uur, wat een Italiaan niet zou doen. Gemeenteraadslid Aldo Milone zegt in de uitzending (kijk hier de aflevering op NPO Start) dat zestig procent van de Chinese ateliers slechts twee jaar blijft functioneren. Daarna worden ze heropend met een nieuwe naam om de belasting te ontduiken. Dit is volgens hem de reden dat ze goedkope ‘snelle mode’ kunnen maken.

Mia Lu, Chinese eigenaar van een kledingatelier, zegt dat hard werken een Chinese eigenschap is. Ze gelooft dat mensen zich volledig moeten inzetten om iets terug te krijgen. Geërgerd reageert ze op de beschuldigen dat de Chinezen de banen van de Italianen pikken: ‘Ik betaal hier belasting en ik heb Italianen in dienst.’

Een onderzoeker op het gebied van immigratie aan het Iris instituut van Prato, Massimo Bressan, zegt dat de lokale overheid de situatie van de groeiende Chinese gemeenschap heeft genegeerd omdat de Chinezen de lokale economie hebben geholpen de gevolgen van de financiële crisis in 2008 te verzachten.

Onverschillig tegenover alle verwijtende geluiden gaan ze door met knippen, naaien, stikken en laden, want er zijn bestellingen die afgehandeld moeten worden. Er is ook een eigen droom die elke arbeider voor ogen houdt. Maar dit verandert niets aan de ergernis van Riccardo, die de Italiaanse vlag op zijn balkon heeft gehangen als symbool voor de Italiaanse identiteit van de stad.