De Westerlingen (3)

Anti-imperialisten in Bolivia

Stef Biemans trekt in de Oost-Boliviaanse stad Santa Cruz op met Marco, een jonge activist van de marxistische jongerenbeweging Columna del Sur. Westerlingen zijn voor Bolivianen vooral de ‘gringos’, de witte Amerikanen. En aan die gringos heeft Marco een broertje dood. Het imperialistische Amerika vult immers zijn zakken met het leegroven van zijn land.

Over de aflevering

Toen Evo Morales in 2006 president van Bolivia werd, was dat onderdeel van een ware linkse, anti-Amerikaanse lente in Latijns-Amerika. En waar die revolutie in de rest van het continent al lang weer op zijn retour is, is zij in Bolivia onder Morales nog springlevend. Het land wil volledig onafhankelijk van het westen worden. Marco heeft daarbij een socialistische samenleving voor ogen. Hij maakt anti-imperialistische muurschilderingen om zijn land wakker te schudden. In Bolivia beginnen revoluties niet op Facebook maar op de muren van de stad. Wat muren zijn voor het proletariaat, zijn de social media voor de bourgeoisie.

Marco neemt Stef mee naar de anti-imperialistische militaire academie, die in 2016 door Morales is opgericht. Wie in het Boliviaanse leger kolonel wil worden moet daar eerst anti-imperialistisch en strategisch leren denken. Marco drinkt ook geen Coca Cola. Wie dat drinkt, ondersteunt het Amerikaanse kapitalisme, vindt hij. En dan heb je bloed aan je handen. Want Amerika ondersteunde staatsgrepen in diverse Latijns-Amerikaanse landen, waaronder Bolivia. ‘Bovendien krijg je diabetes van Cola en is het slecht voor je botten.’

Interview met presentator Stef Biemans

Door Erik van den Berg

In de aflevering van De Westerlingen ga je op zoek naar anti-imperialisme in Bolivia. Hoe zou jij deze term uitleggen?

Bolivia wil niet dat er een grootmacht komt die zich bemoeit met hun politiek en die uit is op hun grondstoffen: het is een rijk land, met veel goud en gas. Anti-imperialisme gaat niet zozeer over Coca-Cola of over de kleding die je draagt, ze zijn het er vooral over eens dat ze het zelf willen doen. Daar raakte ik zo geïnspireerd door, dat mijn linkse hart weer wat opbloeide.

Hoofdpersoon Marco met Stef.

Heb jij een links hart?

Ja, ik kom wel uit een links gezin. Mijn vader was een linkse politieke activist uit Nijmegen die zich vastketende aan hekken van fabrieken enzo. Mijn ouders vonden elkaar in die gedachte en hebben mijn zus en mij ook wel op die manier opgevoed.

In Nederland wordt het de laatste tijd als vies gezien om te zeggen dat je links bent. Het is niet meer zo cool als tien jaar geleden. Rechts heeft er nogal hard tegenaan geschopt en links is softer geworden.

De passie van links is in Latijns-Amerika juist groter dan de passie van rechts. Het lijkt bijna het omgekeerde van Europa. De rechtse, neoliberale, regeringen hier hebben veel minder passie.

Leeft de revolutie nog in Latijns-Amerika?

Je hebt hier de Bolivariaanse revolutie gehad, in Venezuela, Bolivia, Cuba en Nicaragua. Ik ben altijd gecharmeerd geweest van de ideeën van de socialistische regeringen hier, alleen is de uitvoering vaak zo belabberd. In Nicaragua, waar ik woon, zit ook een regering die linkse, socialistische ideeën heeft. Maar deze verloochent ze tegelijkertijd door heel kapitalistisch te zijn. In Bolivia lijkt het wel te werken. En als je het vergelijkt met Venezuela, waar het ook een zooitje is geworden…

Stef bij de anti-imperialistische academie

Is Bolivia een succesverhaal?

Ik geloof dat het in Bolivia het beste gelukt is. President Evo Morales voegt de daad bij het woord en heeft zo goede dingen voor elkaar gekregen: zo heeft hij de DEA (Amerikaanse drugswaakhond) en de Amerikaanse ambassadeur eruit geschopt. Ook heeft hij alle gaswinningsbedrijven en goudmijnen genationaliseerd, wat goed was voor het land. Verder heeft hij heel veel voor de inheemse bevolking gedaan, die hebben veel meer rechten gekregen. Dit heeft ook te maken met het feit dat de meerderheid inheemse bevolking is, want Morales geniet hun steun.

En het is volgens mij de enige regering ter wereld waar meer vrouwen dan mannen in het parlement zitten. Die feministische gedachte spreekt mij aan in het socialisme. Dat zei Marco, de hoofdpersoon in de aflevering, ook: 'Je kan niet revolutionair en tegelijkertijd niet feminist zijn.' Vrouwen zijn namelijk ook belangrijk voor de revolutie.

In de aflevering volgen we de bevlogen activist Marco. Hoe hebben jullie hem gevonden?

Marco is uitzonderlijk. Hij staat voor wat hij zegt. We kwamen hem op het spoor via de socialistische organisatie Columna del Sur. We gingen langs en vroegen of er iemand was met wie we een week op konden trekken. Iedereen schoof hem naar voren. Maar omdat hij in de hoek een boek zat te lezen, vroeg onze researcher zich af of hij wel geschikt was.

Totdat ze met hem ging praten, en het vuur in zijn ogen zag. Hij heeft dezelfde passie en welbespraaktheid als Che Guevara, of Fidel Castro. Zo zegt hij: ‘Er wordt een nieuw kind geboren: de revolutie. Wij moeten de verloskundigen van dat kind zijn.’ Je zou het zo op een poster kunnen zetten. Ik denk dat hij nog ver zal komen.

Marco maakt een activistische tag

Hoe breng jij je linkse idealen in praktijk?

Ik ben niet politiek actief. In de opvoeding van mijn kinderen en mijn werk zoek ik het linkse wel op. We zijn nu een serie aan het maken over de Andes. Zo zijn we op Vuurland geweest, waar een sterke economische groei is. Ik vind het interessant om te zien wat dat met de omgeving doet en met de mensen.

Ik heb hier twee vrienden die uit rechtse families komen, maar hun denkbeelden zijn eigenlijk veel linkser dan ze zelf beseffen. We hebben wel discussies over politieke onderwerpen. Het is ook gewoon maar een manier om een kant te kiezen hier, een middenweg bestaat niet echt. Dat fascineert me.

In de aflevering zeg je dat je soms bang bent dat mensen je als een Amerikaan zien. Zie jij jezelf nog wel als westerling?

Ik zit er tussenin. Ik woon hier al bijna 15 jaar en ben mij er iedere dag van bewust dat ik anders ben, vooral door de manier waarop de mensen naar me kijken. Ik word bijna altijd vriendelijk benaderd, maar soms kom ik in gebieden waar ze me als 'gringo' (Amerikaan) aanspreken, dat vind ik niet zo leuk.

Aan de ene kant ga ik heel erg mee met hoe het hier gaat, maar soms ga ik met de hakken in het zand. Zo van ‘zo ben ik het niet gewend’. Dat is dan vaak gebaseerd op herinneringen van tien jaar terug waar ik aan vastklamp. Mijn vrienden zullen altijd nog wel refereren aan mijn afkomst, vaak voor de gein. Ik heb heel erg mijn best gedaan om hier te aarden, bijvoorbeeld met de taal. De liefde heeft daarbij ook enorm geholpen. Ik voel me hier nu helemaal thuis.