Kinderspel

Nick Boers

Infantilio, een black comedy met kinderen in volwassenrollen, confronteert ons met ons eigen infantiele gedrag. Heel geestig, maar ook even slikken. Bedenker en producent Lucio Messercola 
vertelt.

Nick Boers

Infantilio, indien u het gemist heeft, is een zwarte-komedieserie waarin het volwassen leven nagespeeld wordt door kinderen. Van ouderavonden op school tot kantoorhumor bij de koffieautomaat, late-avondontboezemingen in bed tot spierbundels en quinoakutten in de sportschool: de dagelijkse waanzin blijkt nog waanzinniger wanneer die uit de mond van een tienjarige komt.

De serie was in 2016 al een hit bij 3Lab, keerde afgelopen jaar terug op het YouTube-kanaal van de VPRO – in de vorm van tien gloednieuwe sketches – en krijgt in 2018 mogelijk (en hopelijk) een vervolg. Genoeg reden dus om eens te bellen met bedenker en producent Lucio Messercola.

Wat is er nou precies zo grappig aan kinderen die volwassenen nadoen?
‘Nou, ik denk dat het vooral confronterend is. Als volwassene krijg je eigenlijk een spiegel voor, je wordt geconfronteerd met je eigen gedrag, hoe kinderachtig dat wel niet kan zijn. Infantiel, inderdaad. Daarnaast is het ook gewoon geestig als je een achtjarige bij de relatietherapeut hoort zeggen: “Ik heb het gevoel dat we de verbinding kwijt zijn.” Dat werkt volgens mij heel goed, de kinderen spelen het ook echt alsof het om leven en dood gaat.’

Ik las dat je eerst een soort Animal Crackers voor ogen had, maar dan met baby’s.
‘Dat was op aangeven van mijn moeder, die is onlangs oma geworden en had mijn nieuwe nichtje en neefje naar de crèche gebracht. Tijdens het spelen bedacht ze de voice-overs erbij – net als bij Animal Crackers, daar is ze dol op. Het had ook zo’n leuk zaterdagavondprogramma kunnen worden, maar het leende zich ook voor een black comedy.'

'Ik wilde er die dubbele laag in hebben, je moet er iets over jezelf van leren. Daarom heb ik met Maria Goos – met wie ik samenwerkte aan het ontzettend goed bekeken La Famiglia – gespard. Zij weet alles van zwarte komedie en daar kwam Infantilio uit.'

'We hebben er nog wel over getwijfeld trouwens, of het ging lukken. Ik bedoel, het is soms al een probleem om goede volwassen acteurs te vinden in Nederland, gezien de kleine markt, laat staan kinderen. Maar ik durf wel te zeggen dat we de krenten uit de pap hebben gepikt. Je kijkt hier naar de potentieel nieuwe Carice van Houtens en Michiel Huismans.’

'Als volwassene krijg je eigenlijk een spiegel voor, je wordt geconfronteerd met je eigen gedrag, hoe kinderachtig dat wel niet kan zijn'

Wat vind je tot nu toe zelf de leukste sketch?
Au pair, van de laatste reeks. Dat is er een die geïnspireerd is op mijn eigen leven: ik was thuis in Amsterdam, toen ik een vrouw uit Oud-Zuid in gesprek zag met een andere, donkere vrouw. “Oh, wat spreek je toch goed Nederlands,” dat soort dingen. Heel pijnlijk, de andere vrouw was nota bene een journalist. Daar is de sketch uitgerold waarin een Gooise dame haar Chinese au pair belachelijk maakt, terwijl haar Nederlands nog beter is dan van die mevrouw. Toen ik het scenario daarvan las, moest ik zo hard lachen dat mensen naar mijn bureau kwamen om te vragen waar ik mee bezig was.’

In dezelfde sketch gaat het over fucky fucky en bezigt de au pair het woord ‘fellatio’. Dan weet je dat er ergens een bezorgde moeder is die vraagt: kan dat wel?
‘Die bezorgde moeder heeft nog niet gebeld, maar ik snap het wel. Wat je je af moet vragen bij die scène is of het überhaupt wel kan, zo met mensen omgaan. Uiteindelijk wordt het ook geestig omdat je laat zien dat de au pair eigenlijk de winnende hand heeft. Het zoekt de grens op, maar dat moet juist kunnen toch?’

Geen kinderen beschadigd tijdens het maken van deze serie?
‘Nee, we hebben op de set ook een kinderpsycholoog die ervoor zorgt dat alles goed gaat en goed uitgelegd wordt. Infantilio behandelt stof waar deze acteurs, in de leeftijd acht tot veertien, in hun leven nog helemaal niet mee bezig zijn. Integendeel, ze kunnen zich maar weinig voorstellen van onze gedragingen en moeten er zelf het hardst om lachen.’