inleiding Made in Europe

, Pieter Steinz

De serie Made in Europe is gebaseerd op het gelijknamige boek van Pieter Steinz, een caleidoscopische reeks essays over honderden culturele iconen uit Europa. Hierbij spitst de serie zich toe op acht grote thema’s die gerelateerd zijn aan vrijheid. Lees hieronder Pieters inleiding van zijn boek.

Pieter Steinz

Denkend aan Europa zie ik de kathedraal van Chartres en de Sixtijnse Kapel. Ik zie de toneelstukken van Shakespeare en Le Sacre du printemps van Strawinsky. Ik hoor het slotkoor uit Bachs Matthäus-Passion en ‘Back In The U.S.S.R.’ van The Beatles. Ik zie Fellini’s Satyricon en het Kuifje-album De scepter van Ottokar. Ik zie de Franse keuken, de Griekse tragedie, de Duitse romantiek, de Hollandse meesters, het Scandinavisch design, de Russische roman.

       Denkend aan Europa zie ik gedeelde cultuur, van Dublin tot Lesbos en van Sint-Petersburg tot Lissabon; literatuur en kunst die grenzen overstijgen. Noem me een romanticus; want hoewel ik niet de enige ben, denken de meeste mensen bij Europa aan iets anders. Aan problemen met de euro bijvoorbeeld. Aan bureaucratie in Brussel en overbodig gereis naar Straatsburg. Aan regelzucht en politieke onmacht. Aan open grenzen en onintegreerbare migranten. Aan ideologische verschillen tussen Oost en West, aan economische verschillen tussen Noord en Zuid. Kortom: aan schijnbaar onoverbrugbare tegenstellingen.

       De verdeeldheid in Europa is onloochenbaar. Maar dat geldt ook voor dat wat Europa bindt. In de kunstmusea van Petersburg en Boekarest hangen werken van schilders die ook vertegenwoordigd zijn in de musea van Londen en Madrid. Beethoven en Wagner zijn even populair in de Baltische staten als aan de Méditerranée. Danceparty’s in alle Europese steden verenigen jongeren van alle nationaliteiten. De meubels van ikea domineren de huizen van zowel Polen en Italianen als Portugezen en Ieren. Barokarchitectuur vind je in Slovenië en Luxemburg, maar ook in Nederland en Finland; en de art nouveau heeft heel Europa veroverd, al heette hij in elk taalgebied anders.

       Als je de eurosceptici aller landen mag geloven, komt er niets goeds uit Europa; geloof, hoop en goede voorbeelden zouden we moeten putten uit de nationale cultuur en de nationale tradities, van het Aalster carnaval tot Zwarte Piet. Maar er is genoeg moois uit het continent dat grensoverschrijdend is, genoeg pan-Europees cultuurgoed waarop alle Europeanen trots kunnen zijn. Daarover gaat dit boek. In iets meer dan honderd hoofdstukken probeer ik een overzicht te geven van de kunst die door Europeanen gedeeld wordt — een monter alternatief voor de politieke en economische instellingen waarbij de meeste mensen het op een gapen zetten. Welke typisch Europese verworvenheden vormen het ‘cultureel dna’, of beter het cultureel weefsel van ons continent?

 

       *

 

Made in Europe komt direct voort uit mijn vorige boek, Macbeth heeft echt geleefd (2011), waarin ik zestien reizen door Europa maakte in de voetsporen van archetypische (anti)helden als Roeland en Robin Hood. De werktitel voor deze verzameling reisverhalen annex minibiografieën luidde ‘Het literair fundament van Europa’, omdat ik ervan overtuigd was dat Europa vóór alles verenigd wordt door een gedeelde cultuur die haar oorsprong vindt in poëzie en proza. ‘De volksboeken over Faust en Uilenspiegel,’ schreef ik in het voorwoord, ‘zijn bindender en vooral ook inspirerender dan een gemeenschappelijke munt of gedeelde politieke instituties. Niet alleen in Duitsland en Engeland weten ze wie de Baron von Münchhausen is, maar ook in de Baltische staten. Don Juan is bekender in Milaan en Praag dan in zijn geboortestad Sevilla. Het zwaard van koning Arthur, de kruisboog van Wilhelm Tell, de cape van Dracula, de neus van Cyrano de Bergerac — ze zijn een begrip in alle landen van de Europese Unie... en daar voorbij.’

       Natuurlijk was ik als lezer en literatuurcriticus enigszins bevooroordeeld. Europa’s gedeelde cultuur is breder en komt uit veel meer voort dan poëzie en proza. Ze omvat zelfs meer dan de kunsten: denk aan de democratie, het christendom, de etiquette, de filosofie van Spinoza en Kant, de scheiding tussen kerk en staat, de trias politica, de wetten van Newton, de Franse keuken, de quantummechanica, de Feministische Golf, de mensenrechten, het ek voetbal, de terrascultuur. Om maar niet te spreken van de politiek-historische fenomenen die tegenwoordig — in navolging van de Franse historicus Pierre Nora — als ‘plaatsen van herinnering’ worden aangeduid: de Slag bij de Milvische brug, de kroning van Karel de Grote, de kruistochten, Luthers stellingen, de Dertigjarige Oorlog, de Franse Revolutie, Napoleon, het imperialisme, de Eerste Wereldoorlog, het communisme, Auschwitz, de Berlijnse Muur, de gastarbeiders, het Verdrag van Maastricht, enzovoort enzovoort.

       Maar dit boek gaat niet over politiek, of religie, of wetenschap, of sport, of filosofie. Daar zijn genoeg andere boeken over, en bovendien zou daardoor het Made in Europe-project oeverloos zijn geworden. De enige sportman die een eigen hoofdstuk heeft gekregen is de exponent van het totaalvoetbal, Johan Cruijff, die ook een soort balletdanser was. De token philosophers zijn Plato, Cicero en Montaigne, denkers die evenzeer invloedrijk waren op literair gebied. Religie komt aan bod in de hoofdstukken over de kathedralen, de gregoriaanse zang en alle andere kunst die uit godsdienstige gevoelens voortkwam. En de wetenschap moet het doen met een hoofdstuk over het periodiek systeem der elementen, inspiratiebron voor diverse literatoren en vormgevers.

       Made in Europe beperkt zich tot de kunsten, klassiek, modern en toegepast — verdeeld over acht categorieën: Architectuur, Beeldende kunst (schilderkunst en beeldhouwkunst), Film, strip en fotografie, Literatuur, Muziek, Toneel en dans, Vormgeving en mode, Varia. In alle categorieën komen zowel de high als de low culture aan bod; dus Beethoven en The Beatles, Shakespeare en de Scandithriller, Het Zwanenmeer en ‘’t Smurfenlied’. Idealiter moest ieder behandeld item bovendien...

       ... overduidelijk ‘made in Europe’ zijn, waarbij Europa in ruime zin werd opgevat (dus inclusief Zwitserland, voormalig Grieks Turkije en Rusland ten westen van de Oeral);

       ... invloedrijk — of liever zelfs de opvallendste vertegenwoordiger — zijn op het eigen gebied;

       ... bij voorkeur in alle hoeken van Europa (naams)bekend zijn.

 

       *

 

In de afgelopen drie jaar heeft de zoektocht naar personen, kunstwerken en stromingen voor de lijst van verworvenheden van de Europese cultuur geleid tot een honderdtal ‘iconen’ — in dit boek enigszins willekeurig alfabetisch gerangschikt, van ‘Amsterdam’ van Brel tot de Zwarte Madonna van Czȩstochowa. Bij het samenstellen van de lijst heb ik veel hulp gehad: van hoogleraar Europese studies Joep Leerssen (die mijn eerste groslijst becommentarieerde), van bevriende kunstliefhebbers, van de lezers van NRC Handelsblad, waarin een derde van de Made in Europe-stukken is verschenen, en van de bezoekers van mijn Made in Europe-blog (www.pietersteinz.com), waarop ik de overige artikelen heb voorgepubliceerd. Zonder alle reacties waren onder meer Sapfo, Wedgwood en Meissen, het koffiehuis, het oriëntalisme en de Bulgaarse polyfonie als iconen van de Europese cultuur over het hoofd gezien.

       Bij het schrijven van Made in Europe bleek al gauw dat een selectie van 104 verworvenheden de Europese cultuur tekort zou doen. Wel Jane Austen maar niet Dickens? Aandacht voor Caravaggio en Rembrandt (onder ‘chiaroscuro’) en niet voor Velázquez? Inzoomen op Picasso’s Guernica zonder in te gaan op het kubisme dat hij mede groot had gemaakt? De propagandafilm behandelen aan de hand van Leni Riefenstahl, en Eisensteins Pantserkruiser Potjomkin alleen maar noemen? Dat kun je eigenlijk niet maken. En dus besloot ik om bij ieder hoofdstuk een verwant kaderstukje te schrijven om de belangrijkste lacunes op te vullen (en zo — met behulp van een uitgebreid register — Made in Europe tot een naslagwerk te maken). Deze ‘sub-iconen’ liggen meestal in het verlengde van het hoofdonderwerp (de femme fatale bij James Bond, Casanova bij Don Giovanni, pop-art bij dada en punk), en vormen er soms een contrast mee (de Amsterdamse grachtengordel bij Le Corbusier, Pasolini’s Salo bij Fellini’s Satyricon, de Oriënt-Express bij de Citroën ds). Goedbeschouwd telt Made in Europe dus 208 culturele verworvenheden — en nog zijn er schrijvers, kunstenaars en stromingen die niet aan bod komen.

       Fouten zijn overigens geheel voor mijn rekening. Ik dank de redactie van uitgeverij Nieuw Amsterdam (Pieter de Bruijn Kops, Tomas Blansjaar en Henk ter Borg) en vooral de onvermoeibare correctrice Yulia Knol, die ervoor hebben gezorgd dat Made in Europe in zo’n korte tijd publicabel werd. Het aantrekkelijke omslag van Philip Stroomberg, de elegante vormgeving van Sander Pinkse en de heldere kaarten van Rik van Schagen (blz. 18–19 en blz. 402–406, zie ook de Leeswijzer op de volgende bladzijde) hebben er in elk geval een mooi boek van gemaakt. Tot slot dank ik Bernard Hulsman en Hans den Hartog Jager, die enkele van de (kader)stukken over hun specialismen, architectuur en beeldende kunst, nalazen; de redactie van de NRC-zaterdagkrant, die niet alleen de eerste 66 stukken van mijn Europa-project plaatste, maar ook de titel Made in Europe bedacht; de vele honderden lezers van NRC Handelsblad en de website Made in Europe, die reageerden op mijn oproepen tot crowdsourcing; Ernst-Jan Pfauth, die mij heeft geleerd hoe ik Made in Europe kon verspreiden over het internet en de sociale media; en natuurlijk Claartje, Jet en Jan, voor wie dit boek in de eerste plaats geschreven is.

 

       *

 

Tot slot nog dit. Halverwege de film Manhattan, Woody Allens gefilmde ode aan New York, somt hoofdpersoon Ike Davis de dingen op die het leven de moeite waard maken. Op zijn lijstje staan het tweede deel van Mozarts Jupitersymfonie, Flauberts Leerschool der liefde, Zweedse films, ‘die ongelooflijke appels en peren van Cézanne’ en verder nogal wat typisch Amerikaanse items: Groucho Marx, (honkballer) Willie Mays, Louis Armstrongs opname van ‘Potato Head Blues’, Marlon Brando en Frank Sinatra. Allens alter ego sluit af met de krab bij restaurant Sam Wo, een restaurant op Manhattan dat inmiddels niet meer bestaat, en met het gezicht van het meisje op wie hij verliefd is.

       Ik zal bepaald niet de enige zijn die in navolging van Ike Davis wel eens zo’n lijstje heeft gemaakt. Verschillende malen zelfs, en een paar dingen stonden er — afgezien van de gezichten van mijn dierbaren — altijd op: Monty Python, het Oranje van het wk ’74, het derde deel van Beethovens Frühlings-sonate, het Witte Album van The Beatles, de films van Woody Allen, Brideshead Revisited van Evelyn Waugh, Marcello Mastroianni, Randy Newman, René Goscinny, die ongelooflijke penseelstreken van Van Gogh, de Italiaanse keuken. Bijna allemaal Europees cultuurgoed. Alleen al daarom voelde ik me geroepen dit boek te schrijven.

 

       Pieter Steinz,

       Haarlem, januari 2014