Herken je dat? Dat je door een theaterstuk, boek, film, schilderij of liedje opeens iets uit de wereld om je heen beter begrijpt? Literair talent van het jaar Iduna Paalman beschrijft maandelijks op Mondo zo'n ervaring.

In tijden van quarantaine is het Britse koningshuis goed gezelschap, dus kijk ik elke avond een aflevering van de Netflixserie The Crown. Vanavond is de ‘rampaflevering’ aan de beurt, en omdat je voor rampen maar beter goed kunt gaan zitten heb ik wijn, chips en kaas uitgestald. Buiten op straat ligt alles er verlaten bij, op wat bussen en trams na die leeg hun aangepaste dienstregeling rijden.

Het is 1966, in de steenkolenmijn naast het dorp Aberfan in Wales ontstaat door hevige regenval een sinkhole. De hele bende stort in, een lawine van puin bedelft het dorp, een basisschool vangt de grootste klap, er sterven 144 mensen, vooral kinderen. Vanuit Buckingham Palace worden condoleances gezonden, maar verder blijft Queen Elizabeth II dagenlang roerloos achter haar bureau zitten. Ze doet niets.

Iduna Paalman

Iduna schrijft poëzie, proza en toneelteksten. In het najaar van 2019 verscheen bij uitgeverij Querido haar lovend ontvangen poëziedebuut De grom uit de hond halen. Vervolgens werd ze door De Volkskrant uitgeroepen tot hét literatuurtalent van het jaar. De komende maanden is Iduna Paalman vaste columnist bij Mondo.

Het thema bewegingsloosheid fascineert me de laatste weken. De reactie van de koningin was overduidelijk niet de juiste manier van terughoudendheid; pas anderhalve week na de ramp bezocht ze de rouwende families en daar zou ze haar hele leven spijt van hebben. Het Britse volk had felle kritiek, hun koningin zou emotioneel te weinig verbonden zijn met haar land. ‘Ik weet al een tijd dat er iets mis is met mij,’ zegt ze in de laatste scène tegen de premier, ‘ik heb een gebrek.’ De premier sust haar door te vertellen dat hij, als aanvoerder van de Labour Party, nog nooit handenarbeid verricht heeft en liever cognac drinkt dan bier. ‘Als leiders is het is onze taak om meer crisissen tot bedaren brengen dan ze te creëren,’ zegt hij, ‘en daar bent u bijzonder goed in.’

Ik blijf me afvragen wat de juiste reactie is op de bewegingloosheid die ons leven nu bepaalt: grote gebaren, of je terugtrekken in je eigen hol? Stil blijven zitten, zoals de Queen deed, afwachten, niet te emotioneel reageren? Of wordt dit, zoals ik al velen verheugd heb zien voorspellen, het decennium van de barmhartigheid? Hoewel ik met iedereen meeleef, ontlokt de huidige situatie me soms een queen-like antwoord: ik blijf roerloos voor me uit staren. ‘Al die vergezichten,’ verzuchtte Bas Heijne in NRC. ‘Niemand die erkent dat hij het nu even echt niet meer weet.’

Wat ik de Queen al tweeënhalf seizoen zie doen: vanuit plichtsbesef haar primaire reactie opschorten. Het is één van de dingen die de serie zo sterk maakt, al die ingehouden gemoederen, een paar afleveringen later weer, als ze haar zoon prins Charles vertelt dat niemand zit te wachten op zijn ideeën en gedachten. Gedwongen bewegingloosheid betekent natuurlijk niet dat je je onbewogen moet opstellen, maar soms vraag ik me af hoe het moet, bewegen zonder te bewegen.

Aan het einde van de aflevering zet de koningin een plaat op. Ademloos luistert ze naar de hymne die de families zongen bij het begraven van hun kinderen. Er wordt ingezoomd op haar wang, en jawel, gelukkig, toch een traan. Ik doe de lichten in de kamer uit, de resten chips en kaas liggen er gehavend bij, buiten hoor ik een auto hard optrekken. Daarna is op straat alles weer stil.