Vragen NWQ 2000

Dit zijn de vragen van de zevende editie van de Nationale Wetenschapsquiz, uitgezonden in 2000.

Hieronder alle 20 vragen. Meteen naar de antwoorden? Klik hier.

Vraag 1: Waarom zijn de bananen krom?

  • Die vorm is genetisch bepaald
  • Door de lichtinval
  • Door de zwaartekracht

Vraag 2: Een groep natuurkundigen heeft een nieuw deeltje ontdekt. Ze vieren dat uitbundig met champagne zo'n 100 meter diep onder de grond bij het instrument waarmee het deeltje is waargenomen. Dan gaan ze met de lift omhoog. Waar krijgen ze waarschijnlijk last van?

  • Van hun hoofd
  • Van hun maag
  • Van hun benen

Vraag 3: Je hebt twee gelijke kaarsen. Eén laat je op zeeniveau opbranden, de ander op 6000 meter hoogte in de bergen. Is er verschil in brandduur?

  • Ja, de kaars hoog in de bergen brandt sneller op, want door de lagere druk kan er meer zuurstof bij de vlam komen dan op zeeniveau
  • Ja, de kaars in de bergen brandt langzamer op, want berglucht bevat minder zuurstof dan lucht op zeeniveau
  • Nee, ze branden even snel op, want de bij a en b beschreven effecten heffen elkaar op

Vraag 4: Goede koks kloppen het eiwit voor een meringue het liefst in een koperen kom. Waarom?

  • Koperoxide verhoogt de zuurgraad van het eiwit, waardoor er mooier schuim ontstaat
  • Door de elektrische spanning tussen het koper en de metalen garde krijg je mooier schuim
  • Doordat koperionen uit het koper zich binden met het eiwit en zo het eiwit stabiliseren, krijg je mooier schuim

Vraag 5: Een arts schrijft zijn chronische-pijnpatiënten pijnstillers voor. De helft van de patiënten krijgt een potje mee naar huis met op het etiket: 'innemen indien nodig'. De andere helft een potje met: 'innemen om de vier uur'. Na twee weken bekijkt de arts welke potjes de minste pillen bevatten.

  • Er is geen verschil
  • De potjes met het etiket 'om de vier uur'
  • De potjes met het etiket 'indien nodig'

Vraag 6: Een televisieverkoper beweert dat de beeldbuis in een televisietoestel in Eindhoven anders moet worden afgesteld dan in Sydney. Klopt dat?

  • Ja, door de corioliskracht wordt de elektronenbundel op het noordelijk halfrond iets anders afgebogen dan op het zuidelijk halfrond
  • Ja, het verticale magnetisch veld is op het noordelijk halfrond tegengesteld aan dat van het zuidelijk halfrond en dat heeft invloed op de elektronenbundel
  • Nee, dat is onzin, de in a en b genoemde verschijnselen zijn te zwak om invloed te hebben

Vraag 7: Een resusapenvrouwtje heeft drie dochters. Ze gaat dood. Welke van de drie volwassen dochters zal nu sociaal het hoogst in aanzien staan?

  • De oudste. Zij is de sterkste en heeft dus het meeste overwich
  • De middelste. Met een zus boven en een zus onder zich is zij sociaal de vaardigste
  • De jongste. Zij is altijd de lieveling van de moeder geweest

Vraag 8:  Je hebt twee cilinders. Ze zijn even groot en even zwaar. De ene cilinder is massief en van hout, de andere is hol en van ijzer. Je laat ze beide van een licht hellende plank rollen. Welke cilinder is het eerst beneden?

  • De massieve houten
  • De holle ijzeren
  • Ze komen tegelijk aan

Vraag 9: De meeste 40-jarigen spreken beter algemeen beschaafd Nederlands dan 15- en 65-jarigen. Hoe valt dat te verklaren?

  • Jonge mensen moeten hun uitspraak nog perfectioneren en ouderen verliezen vaak een deel van de controle over hun uitspraak
  • Tot ongeveer 1950 was het gebruikelijker dan nu om een lokaal gekleurde uitspraak te hebben. Nu is het bij jongeren ook weer een trend om zich van de standaarduitspraak af te keren
  • 15- en 65-jarigen hebben een beperktere sociale omgeving

Vraag 10: Op een ruimtestation staat een laservuurtoren. De blauwe laserbundel daarvan draait elke seconde één keer rond. 50.000 kilometer verderop ziet iemand de lichtvlek van de bundel steeds door zijn kamer schieten. Hij meet de snelheid waarmee de lichtvlek voorbijtrekt en vindt een snelheid die hoger is dan de lichtsnelheid. Kan de meting kloppen?

  • Ja, de vlek beweegt sneller dan het licht
  • Nee, de meting houdt geen rekening met de roodverschuiving
  • Nee, niets is sneller dan het licht

Vraag 11: Een kroeg heeft 26 stamgasten. Hoe groot is de kans dat twee van de stamgasten op dezelfde dag jarig zijn?

  • 30 procent
  • 60 procent
  • 80 procent

Vraag 12: Op een biljarttafel van 1 bij 2 meter ligt een biljartbal los van de band. Hij wordt zonder effect weggestoten en rolt vervolgens 3 meter. Hoeveel banden kunnen er maximaal zijn geraakt?

  • 4
  • 5
  • 6

Vraag 13: Wat gebeurt er als je een met water gevuld plastic boterhamzakje vlak boven een brandende kaars houdt?

  • De zak blijft heel en het water wordt warm
  • Er springt prompt een gat in de zak en het water dooft de kaars
  • De zak gaat sterk krimpen

Vraag 14: Neemt de aantrekkelijkheid van misdaadfilms op televisie toe in tijden van oorlog?

  • Ja, het kijken naar misdaadfilms wordt aantrekkelijker
  • Nee, het kijken naar misdaadfilms wordt minder interessant
  • Nee, oorlog of geen oorlog, het heeft geen invloed

Vraag 15: Een opgeblazen ballon met een gewichtje eraan is in een vijver geplaatst. In de evenwichtstoestand raakt de bovenkant van de ballon juist het wateroppervlak. Iemand duwt de ballon iets naar beneden. Wat gebeurt er?

  • De ballon stijgt weer naar de oorspronkelijke hoogte
  • De ballon zakt verder in het water
  • De ballon blijft hangen op het nieuwe niveau

Vraag 16: In een verkwistende bui gooi je een liter jenever in de oceaan. Die nacht stormt het flink en de alcohol wordt door alle wereldzeeën gemengd. Hoeveel alcoholmoleculen zitten er nu ongeveer in iedere liter zeewater?

  • 4000 moleculen
  • 100 molecule
  • Minder dan 1 molecuul.

Vraag 17: Twee identieke glazen zijn gevuld met water van gelijke temperatuur. In één glas los je twee eetlepels zout op. Vervolgens gooi je in beide glazen twee ijsblokjes. Je laat de glazen rustig staan. Wat gebeurt er?

  • Het ijs in het glas met zout water smelt sneller
  • Het ijs in het glas met zout water smelt langzamer
  • Er is geen verschil

Vraag 18: De pistoolgarnaal heeft een schaar die hij heel snel kan samentrekken. Daarmee schiet hij een waterstraal op zijn prooi af. Tegelijkertijd genereert hij indrukwekkende knallen. Waardoor ontstaan die knallen?

  • Door drie uitsteeksels op de schaar die heel snel over elkaar heen schieten
  • Door mechanische vibraties die ontstaan op het moment dat de schaar dichtklapt
  • Door een imploderende gasbel in de afgeschoten waterstraal

Vraag 19: Waaraan ontlenen zout en suiker hun conserverende werking in voedingsmiddelen?

  • Ze creëren chemische verbindingen die giftig zijn voor de aanwezige bacteriën
  • Ze drogen de aanwezige bacteriën uit
  • Ze veroorzaken een dodelijk hoge druk in de bacteriën

Vraag 20: Je hebt een basketbal en daarop leg je een tennisbal. Je laat ze samen van 1 meter hoogte vallen. Wat gebeurt er als de basketbal de grond raakt?

  • De kinetische energie van de tennisbal wordt plotseling overgedragen op de basketbal, die daardoor heel kort en snel gaat stuiteren
  • Als de basketbal op de grond stuitert, zal bijna alle energie worden overgedragen op de tennisbal, die daardoor als een kanonskogel wegschiet
  • De vervorming van de basketbal zorgt ervoor dat de tennisbal nagenoeg doodvalt