Vragen NWQ 2004

Dit zijn de vragen van de elfde editie van de Nationale Wetenschapsquiz, uitgezonden in 2004.

Hieronder alle 16 vragen. Meteen naar de antwoorden? Klik hier.

Vraag 1: Een wijnglas gaat zingen als je met een natte vinger over de rand wrijft. Wat gebeurt er met de toonhoogte als je het glas vult?

  • Die wordt lager
  • Die wordt hoger
  • Die blijft gelijk

Vraag 2: Waarom kijken mensen soms in de lucht wanneer je ze een vraag stelt?

  • Om een antwoord te ontwijken
  • Om te verhullen dat ze gaan liegen
  • Om zich beter te concentreren

Vraag 3: Wat gebeurt er als je een fles vacuüm trekt die voor de helft gevuld is met water?

  • Het water wordt eerst warmer en dan kouder
  • Het water wordt warmer
  • Het water wordt kouder

Vraag 4: Een geoefend zwemmer probeert in water van 37 graden Celsius snel zes kilometer te zwemmen. Wat gebeurt er?

  • Hij gaat langzamer dan hij verwacht, want in warm water geven zijn slagen hem minder stuwkracht
  • Hij gaat sneller dan hij verwacht, want zijn spieren hebben de optimale temperatuur
  • Hij haalt de finish niet

Vraag 5: Een droge spons drijft in een emmer met water en zuigt zich langzaam vol. Wat gebeurt er met het waterpeil?

  • Het stijgt
  • Het blijft gelijk
  • Het daalt

Vraag 6: Wraoam is dzee tkset znoedr veel mietoe rdlieejk te lzeen?

  • Omdat we de woorden als patronen blijven herkennen
  • Omdat de letters steeds op dezelfde wijze verplaatst zijn
  • Omdat een paar woorden wel gewoon leesbaar zijn

Vraag 7: Plak stippen op alle zestig hoekpunten van een voetbal. Verplaats de stippen naar het midden van de naden. Heb je voldoende aan zestig stippen?

  • Ja, je hebt precies zestig stippen nodig
  • Ja, je houdt zelfs dertig stippen over
  • Nee, je hebt negentig stippen nodig

Vraag 8: Hoe kun je kleur laten zien op een zwart-wit televisie?

  • Door een chromodigitaal signaal met het beeld mee te sturen
  • Door het kleursignaal vijftig maal per seconde aan en uit te zetten
  • Door snel afwisselend zwarte en witte vlakken te vertonen

Vraag 9: Hoe wisten mensen zich voor het eerst immuun te maken tegen pokken?

  • Ze stopten gedroogde en gemalen korsten van pokkenpatiënten in hun neus
  • Ze aten vlees van koeien met koepokken
  • Ze brachten pus van pokkenpatiënten onder hun huid aan

Vraag 10: Je maakt al fietsend een scherpe bocht. Welk wiel draait het snelst? Voor- en achterwiel zijn even groot en de banden zijn keihard opgepompt.

  • Het voorwiel
  • Het achterwiel
  • Beide wielen draaien even snel

Vraag 11: Een vrouw krijgt testosteron toegediend. Zij zal:

  • Agressief gedrag gaan vertonen
  • Dominant gedrag gaan vertonen
  • Meer geneigd zijn risico's te nemen

Vraag 12: Waarom drogen in afwasmachines voorwerpen van zacht plastic slechter dan die van hard plastic?

  • Omdat zachte plastics warmte slecht geleiden
  • Omdat zachte plastics blijvend waterafstotend zijn
  • Omdat op zachte plastics altijd zeepresten achterblijven

Vraag 13: Welk effect heeft bittere chocola op de gezondheid?

  • De polyfenolen in de cacao verhogen de bloeddruk
  • De flavonoïden in de chocola vangen veel vrije radicalen weg
  • De vele meervoudig onverzadigde vetten verkleinen de kans op hart- en vaatziekten

Vraag 14: Waarom wippen duiven tijdens het lopen met hun kop?

  • Om hun evenwicht te bewaren
  • Om indruk te maken op andere duiven
  • Om beter te zien

Vraag 15: Een trein rijdt tijdens het passeren van een station met vijftig kilometer per uur van het begin naar het eind van een perron van honderd meter. Halverwege schiet je een tennisbal met vijftig kilometer per uur naar achteren vanaf de achterkant van het laatste rijtuig. Waar komt die bal terecht?

  • Rond het begin van het perron
  • Rond het midden van het perron
  • Rond het eind van het perron

Vraag 16: Je hebt een zak met een witte bal. Je doet er blind een rode of witte bal bij. Vervolgens haal je één bal uit de zak. Die blijkt wit te zijn. Hoe groot is de kans dat de resterende bal ook wit is?

  • 1/2
  • 2/3
  • 3/4