Röntgenfoto van de Andes

een interview met Barbara Smit en Stef Biemans

, Elmar Veerman

In Over de rug van de Andes maakt Stef Biemans een reis vol emotionele hoogte- en dieptepunten langs de ‘ruggengraat van Zuid-Amerika’. Barbara Smit, zijn vaste researcher, verzamelde de verhalen.

In het begin waren er maar vier.

In het begin waren er maar vier.

Pablo Escobar, de meedogenloze drugsbaron, was dol op dieren. Hij liet zijn uitgestrekte landgoed opluisteren met zebra’s, giraffen en ander exotisch wild. Ruim 24 jaar na zijn dood is van die dieren natuurlijk geen spoor meer te bekennen. Er is één uitzondering: de nijlpaarden. Het waren er oorspronkelijk vier, maar inmiddels maken ongeveer vijftig van die reusachtige beesten de Colombiaanse Rio Magdalena onveilig.

‘Het is een paradijselijk gebied,’ vertelt Barbara Smit (34), die er net is geweest voor de laatste opnamen van de serie Over de rug van de Andes. ‘Maar de nijlpaarden krijgen ze niet weg, en die zijn levensgevaarlijk. Er is een staatsorganisatie die zich met ze bezighoudt, alleen heeft die bijna geen geld. De mensen daar proberen er maar zo goed mogelijk mee te leven.’ 

De opnamen zitten erop, ook van de nijlpaarden, en daarmee is ook het werk van researcher en producer Barbara Smit voor deze zesdelige reisserie voorbij. Het Andesgebergte staat al op haar netvlies gebrand sinds ze er als achttienjarige backpacker doorheen reisde. ‘Uyuni, op de hoogvlakte van Bolivia, maakte een verpletterende indruk op me. Dat is echt de mooiste plek ter wereld. Uitgestrekte, witte zoutvlaktes, maar ook roze meren, groene meren, witte meren. Flamingo’s. Twaalf meter hoge cactussen. Het is net een schilderij van Salvador Dalí. Sindsdien had ik een diepgewortelde wens om terug te gaan. Ik heb het daar met Stef veel over gehad, en we bedachten dat de Andes een mooie rode draad zou kunnen zijn om een serie te maken. De wervelkolom van Latijns-Amerika. Dus misschien konden we aan de hand daarvan kijken: hoe gaat het nu met de Zuid-Amerikanen?'

werkhuwelijk

En zo geschiedde. Stef is Stef Biemans (39), met wie Smit al negen jaar een ‘werkhuwelijk’ heeft, zoals ze het noemen. ‘Het begon allemaal met een mailtje waarin ik zei: ik wil graag twee maanden voor je werken, want ik vind je serie Brieven uit Nicaragua te gek. Hier is mijn CV; zoals je ziet heb ik geen relevante ervaring – en dat was zo, ik had net mijn studie rechten afgemaakt. Ik mocht toch naar Nicaragua komen, waar Stef toen al vijf jaar woonde. In de tweede maand zei hij: wil je niet een televisieprogramma presenteren voor de nationale televisie hier? Dan moet je wel vijf maanden langer blijven. Ik dacht ja, wanneer krijg je nou zo’n aanbod? Ik sprak nog nauwelijks Spaans, dus ik vind het nu vreselijk om terug te zien, haha. Presenteren was niet zo mijn ding, maar werken met Stef wel. Uiteindelijk bleef ik vijf jaar. Nu werk ik al weer zo’n vier jaar vanuit Amsterdam. We skypen elke dag ongeveer een uur, voor mij tegen het einde van de werkdag, voor Stef juist het begin. Zo is het tijdverschil juist een voordeel.’ 

Biemans en Smit maakten samen al veel jeugdseries en reisseries. Tot nu toe allemaal voor npo 3, dus voor een jong publiek. Over de rug van de Andes is hun eerste serie voor npo 2, te zien op de vaste tijd voor vpro-reisseries: zondagavond om kwart over acht. Dat betekent oudere kijkers dan ze gewend zijn. Hebben ze daar bij het maken veel rekening mee gehouden? Smit: ‘Nee, helemaal niet eigenlijk. De vorige serie, Americanos, had ook prima op NPO 2 gepast. We zijn gewoon in die lijn doorgegaan, al heeft Over de rug van de Andes een minder sterk afgebakend thema. In Americanos volgden we de reis van migranten die de VS illegaal binnen proberen te komen. Wat we nu doen lijkt wat meer op de aanpak in de China-series met Ruben Terlou; elke aflevering heeft een bepaald thema, maar uiteindelijk, als je het geheel ziet, gaat veel toch over de hang naar het verleden en de oprukkende vooruitgang. En de spanning daartussen.'

zilvermijn

In de eerste aflevering lijkt de vooruitgang aanvankelijk ver te zoeken. Biemans brengt onder meer een bezoek aan Margarita en haar jonge kinderen in het Boliviaanse Potosí, de hoogstgelegen stad ter wereld. Smit: ‘Een jaar na de dood van haar man kan ze nog steeds niet naar zijn foto kijken zonder te huilen. Maar ze is wel klaar om het achter zich te laten en een nieuwe start te maken, daarom zie je haar een spiritueel ritueel ondergaan. Waarbij het kindje op haar rug maar blijft huilen, tot Stef besluit om het te gaan troosten.’

Zoals Margarita zijn er heel veel vrouwen in Potosí. Smit: ‘De stad heeft al eeuwen een zilvermijn die “de berg die mannen eet” wordt genoemd. De mannen werken er bijna allemaal in de mijn en sterven gemiddeld op hun 45ste. Aan longziekten vooral. Via een organisatie die weduwen probeert te helpen kwamen we op het spoor van Margarita. Ik ben vooraf een paar keer bij haar langs geweest. Geloof het of niet, maar buurvrouwen zeiden dat ze jaloers op haar zijn. Want zoals overal in Latijns-Amerika gebeurt het in Potosí vaak dat mannen dronken thuiskomen en hun vrouwen mishandelen. Maar Margarita zegt: “Ik had een van de weinige goede mannen. Hij sloeg me nooit!” En nu bakt ze brood en verkoopt dat op de markt, maar ze kan er nauwelijks van rondkomen. De mijncoöperatie doet weinig voor de weduwen.’

Zelf in de mijn werken is niet voor vrouwen weggelegd: ‘Dat mag niet, want ze geloven dat die berg een vrouw is. En in de mijn zit El Tío, dat betekent “de oom”, die bewaakt de boel. Die berg, die vrouw, moet niet jaloers worden. Want ze moet je gunstig gezind zijn en zilver geven. Ik vind het heel mooi dat die mijnwerkers dat met volle overgave zo in de camera kunnen vertellen. Een rij volwassen mannen, harde werkers, zittend rond een, tja, in onze ogen is dat een pop die ze zelf hebben gemaakt. Maar in hun ogen is dat écht El Tío.'

'Zo’n behandeling met een levende cavia wordt “de röntgenfoto van de Andes” genoemd'

Barbara Smit

geloof en bijgeloof

Geloof en bijgeloof komen regelmatig aan bod in de serie, vertelt Smit. ‘Latijns-Amerika is natuurlijk een mix van van alles, maar met name van de Spanjaarden met de oorspronkelijke bewoners, en dat zie je ook duidelijk in de religie terug. Ze hebben bijvoorbeeld katholieke feestdagen waar een randje inheems geloof aan zit. De inheemse bevolking moest tevreden blijven, dus lieten de Spaanse heersers bepaalde dingen wel toe. En zo krijg je dus El Tío, en ook Moeder Natuur, Pachamama. Dat is echt een godin voor ze. Tegelijk zijn ze ontzettend katholiek.’

‘Dat zit bijvoorbeeld ook in de vierde aflevering, die we in Ecuador hebben gemaakt, over gezondheid. We zijn onder meer naar een caviasessie geweest, bij een geneesvrouw die ook alle kinderen in haar dorp ter wereld heeft gebracht. Esperanza heet ze. Zo’n behandeling met een cavia wordt “de röntgenfoto van de Andes” genoemd. Ze neemt een levende cavia en aait daarmee over je hele lijf. Die cavia neemt de ziekte over van degene die wordt geaaid, is het idee. Dus daarna moet ze de cavia openmaken en kijken ze of dat arme beestje bijvoorbeeld iets aan z’n darmen heeft...’

De oprukkende vooruitgang komt met name aan bod in de tweede en derde aflevering, die zich afspelen in Chili en Vuurland. Chili, het land met de meest ontwikkelde economie van Latijns-Amerika, is een geval apart. Augusto Pinochet wierp in 1973 de socialistische regering omver en voerde een neoliberaal stelsel in. Hoewel Chili al lang weer een democratie is, is het beleid streng kapitalistisch gebleven. Dat heeft geleid tot economische groei, maar ook tot sociale ellende. Smit: ‘Chilenen zijn echt anders dan andere latino’s. Dat neoliberale stelsel heeft ervoor gezorgd dat mensen veel schulden hebben en heel hard moeten werken, waardoor ze hun kinderen nauwelijks zien. Kinderen die daardoor opgroeien met weinig liefde en die vervolgens een enorme studieschuld opbouwen. En dan herhaalt het zich weer. Nergens op het continent zie je zo veel depressie en zelfmoord als in Chili.’

bordeel

Santiago,de hoofdstad van Chili.

Santiago,de hoofdstad van Chili.

‘Er staat een hele grote wolkenkrabber in Santiago, de hoofdstad. De hoogste toren van Latijns-Amerika. Hét symbool van kapitalisme en economische vooruitgang in Chili. Hij wordt ook gebruikt door mensen die het niet meer zien zitten, om van af te springen. Heel schrijnend natuurlijk. We hebben een vrouw ontmoet die een paar van die zelfmoorden heeft meegemaakt, omdat ze een kapperszaak had in het winkelcentrum onder in de toren. Ze wil er nu niet meer werken.’

Het klinkt nogal treurig. ‘Ja, daar had ik het met Stef ook over, we hebben allebei een idealistische inborst, en die zorgt ervoor dat je toch vaak uitkomt bij verhalen over ongelijkheid en onrechtvaardigheid. De verleiding is groot om kapitalisme en technologische vooruitgang de schuld van alle ellende te geven, en in Chili is dat ook wel een beetje terecht. Maar dan kom je in Colombia, en zie je dat arme mensen juist snakken naar die vooruitgang. Ze willen gewoon brood op de plank.’

Intussen zit Biemans in zijn studio in Nicaragua te monteren. De laatste aflevering is bijna klaar, zegt hij. ‘Ik ben nu bezig met een scène waarin alles voor mijn gevoel samenkomt. De invloed van het katholieke geloof, sociale ongelijkheid, de politieke situatie… Het zijn scènes die we hebben gefilmd op de dag dat de conceptie van Maria wordt herdacht. Dat wordt groots gevierd in Colombia, iedereen gaat met kaarsjes door de straten enzo. Wij waren in een bordeel waar veel vrouwen werken die daarheen zijn gevlucht vanuit Venezuela. Gevlucht over de rivier de Magdalena, die is vernoemd naar die andere Maria, van wie wordt gedacht dat ze een vrouw van lichte zeden was, zoals dat heet. Dus dat bedoel ik als ik zeg dat het allemaal samenkomt.’

regeltjes

Was in Venezuela zelf filmen geen optie? Biemans: ‘Nee, dat is heel moeilijk. Je moet toestemming zien te krijgen, en dan nog mag je niet filmen wat er echt toe doet. Een rij bij de supermarkt zou je stiekem vanuit de auto moeten draaien, bijvoorbeeld. En het is er gewoon gevaarlijk. Het is een heel gewelddadig land en de economische toestand is rampzalig. Daar komt bij dat de situatie er veel te veranderlijk is. En wij maken natuurlijk geen actualiteitenrubriek.’

De economie van Venezuela is in elkaar gezakt onder het linkse regime van Chavez en – vooral – zijn opvolger Maduro. Is dat voor Biemans reden om zelf naar rechts op te schuiven? ‘Nou, nee. Kijk, heel radicaal beleid werkt niet, dat is niks nieuws. Linksom niet, dat maakt Venezuela pijnlijk duidelijk. Maar radicaal rechts maakt ook niet gelukkig, dat zie je in Chili. De Zuid-Amerikanen komen er zelf ook niet helemaal uit wat ideaal is. Je merkt wel dat ze ermee worstelen op al die plekken waar we geweest zijn. In Bolivia heeft president Morales allerlei bedrijven genationaliseerd, bijvoorbeeld in de mijnbouw, en dat vind ik een goede zet. Maar ik zie ook wel dat dat moeilijkheden oplevert, omdat ze vervolgens geen kapitaal hebben om dingen te ontwikkelen. De tegenstelling die we in de serie laten zien is niet zozeer die tussen links en rechts. Het gaat meer over moderniteit versus traditie. Vooruitgang is niet per se een rechts thema. Ecuador is bijvoorbeeld wel een land dat economisch groeit terwijl het ook steeds beter zorgt voor de behoeftigen, zoals oude mensen en kinderen.’

Over de rug van de Andes gaat over Zuid-Amerika, maar, zegt Biemans: ‘Het maken van de serie heeft me ook veel geleerd over de wereld, over mezelf en over het land waar ik vandaan kom. Dat gevoel van saamhorigheid dat ze in Chili missen, en dat ze in de rest van Zuid-Amerika wel hebben, dat zijn we volgens mij in Europa al langer kwijt. Als je ziet hoe ze in Ecuador het leven koesteren en echt samen kunnen genieten, dan denk ik dat wij Europeanen daar nog wel wat van kunnen leren. 
Ja, ik woon nu zelf al twaalf jaar in Nicaragua, maar ik blijf toch ook een Nederlander, die soms moeite heeft om regeltjes los te laten. Gaan de kinderen wel op tijd naar bed? Daar doen latino’s niet zo moeilijk over.’

advertentie