over de podcast

Deze podcast is gemaakt in het kader van de tentoonstelling Revolusi!, Indonesië onafhankelijk in het Rijksmuseum (t/m 5 juni 2022). De tentoonstelling biedt een internationaal perspectief op de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië in de jaren 1945-1949 aan de hand van de verhalen van ruim twintig ooggetuigen, onder wie de grootvader van Iris van Santen.

Colofon:
Als geschiedenis in je opstaat is een podcast van de VPRO, NPO Radio 1, OVT, Stichting Marjolijn van Heemstra en het Rijksmuseum en wordt mede mogelijk gemaakt door DutchCulture.
Gemaakt door en met Marjolijn van Heemstra en Iris van Santen
Muziek en montage: Roald van Oosten
Illustraties: Iris Frankhuizen
Redactie-assistent: Anne Kuit
Eindredactie: Laura Stek 

Luister

de 3-delige podcast

13 tot 28 februari elke zondag in OVT
10.00 tot 12.00 op NPO Radio 1

ik herken en herbeleef

als geschiedenis in je opstaat #1

Als tijdens het werken aan een tentoonstelling over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd plotseling Iris' eigen familiegeschiedenis in beeld komt, wordt ze overvallen door een verdriet dat ze niet begrijpt.

Verdriet dat zich nestelt in haar buik en dezelfde rugpijn veroorzaakt als die waar haar Nederlands-Molukse vader al jaren last van heeft. Samen met haar vriendin Marjolijn van Heemstra volgt Iris het spoor van haar lichamelijke klachten naar een pijn van generaties terug.

ik herken en herbeleef

als geschiedenis in je opstaat #1

Als tijdens het werken aan een tentoonstelling over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd plotseling Iris' eigen familiegeschiedenis in beeld komt, wordt ze overvallen door een verdriet dat ze niet begrijpt.

Verdriet dat zich nestelt in haar buik en dezelfde rugpijn veroorzaakt als die waar haar Nederlands-Molukse vader al jaren last van heeft. Samen met haar vriendin Marjolijn van Heemstra volgt Iris het spoor van haar lichamelijke klachten naar een pijn van generaties terug.

Als geschiedenis in je opstaat - Aflevering 1

00:00 Dit is een podcast van NPO Radio 1 en de VPRO.

00:04 Iris van Santen: Ik heb nooit zozeer over kolonialisme nagedacht als zijnde iets wat met mij te maken heeft.

00:14 Marjolijn van Heemstra: Dit is mijn vriendin Iris. In de bijna 20 jaar dat ik haar nu ken, lijkt ze nooit echt bezig te zijn geweest met het Indische verleden van haar familie.

00:23 Iris van Santen: Ik wist eerlijk gezegd helemaal niks over een onafhankelijkheidsstrijd of een oorlog waarin mijn familie betrokken is geweest.

00:36 Marjolijn van Heemstra: Iris is projectleider bij het Rijksmuseum en werkt daar aan de tentoonstelling over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd die plaatsvond tussen 1945 en 1949, Revolusi!. En via die tentoonstelling komt nu ook plotseling haar eigen familiegeschiedenis in beeld. En dat roept gevoelens op die ze niet goed kan plaatsen.

00:59 Iris van Santen: En het voelt nu eigenlijk ook een beetje alsof iets wat nooit gezegd mocht worden, misschien iets dat altijd een geheim is geweest, nu ineens heel groot wordt en in de openbaarheid terecht komt.

01:15 Marjolijn van Heemstra: En er gebeurt iets vreemds met haar. Sinds ze zich voor haar werk bezighoudt met die geschiedenis, waarin Indonesië zich vrijvocht van Nederland, wordt ze vaak overvallen door een verdriet dat ze niet helemaal begrijpt. Verdriet dat zich nestelt in haar buik, tranen over haar wangen doet stromen en dezelfde rugpijn veroorzaakt waar haar Indische vader al jaren last van heeft. Het voelt alsof de geschiedenis in haar opstaat. En Iris wil begrijpen wat er loskomt in haar lijf.

01:49 Iris van Santen: Waar komt dit vandaan en waarom denk ik zo sterk aan mijn vader en aan mijn oma en aan die familielijn? Misschien ligt het wel verder terug.

01:58 Marjolijn van Heemstra: Kan dat, last krijgen van pijn van vorige generaties? En zo ja, wat moet je daar dan mee? Dit is ‘Als geschiedenis in je opstaat’. Een podcast over de vraag hoe oude pijn kan doorwerken in het heden.

02:22 Iris van Santen: Het is 21 maart, op een zaterdagochtend. Het is heel koud. We zijn in het Westerpark tijdens een antidiscriminatie-bijeenkomst. Er komt een vrouw op het podium, ik kan haar niet zo goed zien want we staan vrij ver van het podium af, maar ze heeft een hele sterke, warme stem. En ze begint te vertellen over haar opa, die in het KNIL heeft gezeten, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger en voor de Nederlandse vlag heeft gevochten tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië, Indonesië. En ze zegt heel mooi als een soort ja, hoe noem je dat, ze herhaalt eigenlijk steeds de woorden 'ik herken en herbeleef, ik herken en herbeleef'. 

En op dat moment word ik overmand door emoties en begin ik te huilen en ik weet nog dat jij op anderhalve meter naast me staat en mij aankijkt, een beetje verbaasd misschien, of..?

03:40 Marjolijn van Heemstra: Ja, een beetje bezorgd.

03:41 Iris van Santen: Wat dacht je toen?

03:44 Marjolijn van Heemstra: Als we in het Westerpark staan, is Iris al een tijdje bezig met de tentoonstelling Revolusi! en dit is de zoveelste keer in korte tijd dat ik haar zie huilen. En dat is nogal, nou, atypisch voor haar. Ik vraag me af, op dat grasveld, wat er precies in beweging wordt gezet door die zin, 'ik herken en herbeleef'. De vrouw die deze zin uitspreekt en herhaalt, die kent haar geschiedenis overduidelijk, Iris niet. Of nauwelijks. En toch wordt ze diep geraakt. Kun je iets herkennen wat je niet kent? Iets herbeleven wat je niet hebt beleefd? Als we teruglopen naar onze fiets, is Iris nog steeds aangedaan en een beetje in de war. Hoe kan het dat iets wat ze altijd als een verre geschiedenis zag, plotseling rugpijn en tranen veroorzaakt?

04:43 Iris van Santen: Wauw. Heel mooi uitgedost.

04:47 Marjolijn van Heemstra: Ja. Maar dit hele huis ademt toch gewoon koloniën. 

We zijn in hotel Duin & Kruidberg. Het oude landgoed van Jacob Theodoor Cremer, die veel geld verdiende als tabaksplanter op Sumatra. Bij aankomst leek het alsof we terug de tijd in stapten. Oh, is dit Cremer zelf? Aan de muren hangen schilderijen van plantages en portretten van zakenrelaties van Cremer.

05:14 Iris van Santen: Sultan...

05:19 Marjolijn van Heemstra: Sultan van Siak. 

Het hotel herinnert mij eraan hoeveel zichtbare sporen er nog zijn van ons koloniale verleden. Maar we zijn hier om te praten over de niet-zichtbare sporen. Er zijn een paar maanden verstreken sinds die middag in het Westerpark en Iris en ik hebben besloten om samen het spoor te volgen van die vreemde lichamelijke klachten die deze geschiedenis losmaakt. We beginnen bij het begin. De oude foto's en documenten die Iris van haar vader kreeg toen ze startte als projectleider van de tentoonstelling Revolusi!. Archiefmateriaal waarmee ze voor het eerste de contouren van haar familiegeschiedenis in beeld kreeg. Thuis worden de gesprekken met Iris vaak onderbroken door onze kinderen, door de rommeligheid van het dagelijks leven. Dus vandaar dit grote, stille hotel waar de tijd lijkt stil te staan. Op het hotelbed in kamer 103 haalt Iris foto's tevoorschijn. We beginnen met een portret van haar opa, Hans. Zoon van een Nederlandse vader en een Indische moeder. Een knappe, licht getinte jongen met zwart haar kijkt recht de camera in.

06:30 Iris van Santen: Ik denk dat dit ergens in de zomer van 1945 is genomen, hij was toen zeventien jaar oud en dit was rond de tijd dat hij zich aan had gemeld als oorlogsvrijwilliger om naar Nederlands-Indië, voormalig Nederlands-Indië, af te reizen. Hij had zich aangemeld, maar je moest daar achttien jaar voor zijn en dus heeft hij zijn geboortejaar veranderd.

07:00 Marjolijn van Heemstra: Op het moment dat Hans zo onverschrokken de camera inkijkt, is de Duitse bezetting in Nederland net voorbij.

07:07 Radio: Landgenoten, Nederland is vrij.

07:11 Marjolijn van Heemstra: Hans heeft twee jaar moeten onderduiken omdat de nazi's Nederlandse mannen vanaf vijftien jaar tewerk stelden. In de laatste jaren van de bezetting sluit hij zich aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten, een bundeling van verzetsgroepen die bewapend worden door geheime droppings van de geallieerden. De moeder van Hans, Wilhelmina, werd geboren in Jakarta en vertrok op jonge leeftijd naar Den Haag. Wilhelmina's vader, Iris' betovergrootvader, was Hollands, haar moeder, Iris' betovergrootmoeder, was afkomstig uit Manado, de hoofdstad van Noord-Sulawesi. Die betovergrootmoeder van Iris, die hield het niet lang vol in Nederland en nam al snel de boot terug naar de tropen. 

Indonesië, toen nog Nederlands-Indië, die plek zat al heel erg in zijn DNA verweven.

08:04 Iris van Santen: Ja, dat kan je wel zeggen ja.

08:06 Marjolijn van Heemstra: Zou dat ook een reden kunnen zijn geweest dat hij misschien daarheen wilde als oorlogsvrijwilliger?

08:11 Iris van Santen: Ik kan me heel goed voorstellen dat hij daar een speciale band mee had vanwege zijn moeder en dat hij misschien zelfs ja, nieuwsgierig was om zijn roots te ontdekken.

08:26 Marjolijn van Heemstra: En heel jong was natuurlijk, in een heel somber Nederland.

08:31 Iris van Santen: Ja. Misschien dat hij op dat moment ook niet een toekomst zag en misschien dat hij ook wel van avontuur hield.

08:42 Marjolijn van Heemstra: Hoe dan ook meldt Hans zich in de meidagen van 1945 aan als oorlogsvrijwilliger. Deze oorlogsvrijwilligers vormden de eerste groep die naar de voormalige kolonie af zou reizen. Ze zijn, zoals Hans, veelal afkomstig uit de Binnenlandse Strijdkrachten en hebben dus de militaire ervaring en kennis van wapens die andere Nederlandse jongens op dat moment nog missen. Hans wordt ingedeeld bij het ‘Drents Bataljon’ en is bij aanmelding waarschijnlijk nog in de veronderstelling dat ze de mensen in de kolonie gaan verlossen van de Japanse bezetter.

Als de Japanners zich in augustus '45 overgeven en de nationalisten Sukarno en Hatta de Indonesische onafhankelijkheid uitroepen, wordt de missie herzien. In Indonesië is de revolusi begonnen en Holland wil maar één ding: dat de koloniale orde wordt hersteld. In januari 1946 scheept Hans zich met zijn bataljon in voor de reis naar Indonesië. 

09:45 Radio: Frisse jonge kerels vol energie en gedragen door één ideaal.

09:50 Iris van Santen: Ja, ze wilden naar Surabaya, daar zaten de Britten, maar die wilden hen niet meteen toelaten omdat ze bang waren voor onrust. Op dat moment hadden de Indonesiërs de onafhankelijkheid uitgeroepen en er waren een heleboel strijders die vochten voor hun onafhankelijkheid. De Britten waren daar om de rust te bewaren en die waren eigenlijk bang dat als de Nederlanders zouden komen...

10:15 Marjolijn van Heemstra: Dat de vlam in de pan zou…

10:17 Iris van Santen: Dat de vlam in de pan zou slaan inderdaad. 

10:23 Marjolijn van Heemstra: Het bataljon van Hans ziet zich genoodzaakt in het Britse protectoraat Melaka aan te meren. In maart 1946 wordt het toegangsverbod opgeheven en trekt Hans alsnog met dat bataljon naar Surabaya, de grote havenstad die vier maanden ervoor nog het toneel was geweest van verwoestende militaire confrontaties tussen Indonesische strijders en Britse troepen. Op Surabaya nemen de oorlogsvrijwilligers posities van de Britten over. Hans wordt daar gestationeerd en wordt onderdeel van de stad- en kustwacht. Als hij aankomt is het relatief rustig daar. Zes maanden later komt er verandering in zijn situatie. 

11:02 Iris van Santen: In brieven die hij schreef, kunnen we teruglezen dat hij in november 1946 naar Medan vertrok. En dat was een hele onrustige plek waar hij echt gevochten heeft. Daar kwam hij vol in de oorlog terecht en daar sneuvelden ook kameraden van hem. Ja, toen hij in Medan gestationeerd was, werd hij onderdeel van de Operatie Product en daar heeft hij een hevige strijd gevoerd tegen ja, ik denk de Bermudas of republikeinen, in ieder geval de mensen die vochten voor hun onafhankelijkheid.

11:48 Marjolijn van Heemstra: Operatie Product. De militaire operatie die door de Nederlanders eufemistisch ‘Politionele Actie’ werd genoemd. De koloniale macht wilde de controle terug over gebieden waar suiker, thee, rubber en koffie werd verbouwd. De producten die nodig zijn om de lege Hollandse staatskas te vullen. Met het begin van deze operatie trekt Hans met zijn bataljon het achterland van Medan binnen. Hij neemt deel aan verschillende gevechtsacties die in het Nederlands militaire jargon ook wel ‘zuiveringsacties’ worden genoemd, gericht tegen het lokale republikeinse leger en plaatselijke milities. 

12:23 Iris van Santen: Ik wist dat eigenlijk helemaal niet. Totdat we de brieven lazen die m'n oma aan m'n vader had gegeven. Dat vind ik eigenlijk wel een gek idee ja, ik vind het eigenlijk gewoon heel heftig dat ik nu weet dat hij tegen mensen vocht die streden voor hun onafhankelijkheid en dus eigenlijk vocht vóór het behoud van de kolonie.

12:49 Marjolijn van Heemstra: In 1948 komen er nieuwe Nederlandse dienstplichtigen aan en wordt het bataljon oorlogsvrijwilligers van Hans gerepatrieerd. Maar Hans blijft achter. 

12:59 Iris van Santen: Omdat hij had gelogen over zijn leeftijd en in 1947 werd opgeroepen als dienstplichtige maar niet kwam opdagen, want hij was er al maar dat was blijkbaar niet - dat was natuurlijk niet goed geregistreerd - werd hij gezien als dienstweigeraar. Dus hij zou in de gevangenis terechtkomen als hij terug zou gaan naar Nederland. Ja, dus, nou ja, voor zijn eigen veiligheid bleef hij. 

13:25 Marjolijn van Heemstra: Hans is vanwege zijn verkeerd geregistreerde geboortejaar administratief onvindbaar geworden. Het zal jaren en talloze brieven kosten om deze fout recht te zetten. Hans blijft dus in het Oosten en vertrekt naar het Molukse eiland Ambon, waar hij gaat werken voor de Molukse handelsmaatschappij en Iris' oma, Jans, ontmoet. Dochter van een Molukse moeder en een Nederlands-Indonesische vader. Er worden twee kinderen geboren: Iris' tante en dan haar vader, Gerard. In 1958, als Gerard één is, moet het gezin gedwongen het land verlaten.

14:02 Iris van Santen: Mijn opa en oma en de kinderen zijn in 1958 vertrokken naar Nederland per boot omdat ze ja, letterlijk, het land uit werden gezet. Ze mochten daar als Nederlanders, of Indische-Nederlanders, niet blijven.

14:19 Marjolijn van Heemstra: Twaalf jaar na zijn heenreis maakt Hans de terugreis over de gigantische oceaan naar het kikkerland waar hij vandaan komt. Met zijn kinderen en zijn vrouw, Jans. Voor haar is het geen terugkeer, maar een afscheid van alles wat ze kent. In Nederland gaat het mis met het gezin.

14:43 Iris van Santen: Ja, er waren heel veel ruzies thuis. Dus het was echt een heel onveilige omgeving voor m'n oma maar vooral ook voor de kinderen. Mijn opa die had een posttraumatische stressstoornis. Er was in die periode niet zoiets als psychische hulp voor veteranen.

15:07 Marjolijn van Heemstra: Het geweld van de oorlog herhaalt zich op kleine schaal binnen de muren van het huis waarin Iris' vader, Gerard, opgroeit. Hans heeft de oorlog mee naar huis genomen. Er wordt nooit gepraat over Hans' eigen ervaringen, maar Gerard zal zich later volledig verdiepen in de onafhankelijkheidsstrijd waar zijn vader onderdeel van was. Hij wil begrijpen waar de man, die hem beschadigde, zelf beschadigd werd.

15:33 Iris van Santen: Ik kan me heel goed voorstellen dat je dat dan ook misschien makkelijker een plek kan geven, als je snapt waar dat vandaan komt.

15:45 Marjolijn van Heemstra: Zelf is hij er veel mee bezig, maar zijn kinderen wil Gerard nergens mee belasten. 

15:51 Iris van Santen: Nee dit wist ik niet, nee. Ik wist eerlijk gezegd überhaupt vrij weinig over de oorlog in Indonesië.

16:07 Marjolijn van Heemstra: En nu is Iris dus projectleider van Revolusi!, de tentoonstelling over die oorlog waar haar familie onderdeel van was en zij niks van weet. Wat ze wel weet, is dat haar vader brieven heeft van opa Hans. En met Revolusi! in het vooruitzicht gaat ze de brieven lezen die al meer dan zeventig jaar in de familie zijn. Waarom ze die niet eerder las, ze weet het niet. Die hele geschiedenis voelde altijd heel ver weg, als iets wat niet met haar te maken had. Maar nu stapt Iris via de brieven in het leven van Hans voordat hij haar opa was. Een tiener, verzeild in een oorlog waar hij weinig van begrijpt. En er is één brief die eruit springt. De enige brief die niet handgeschreven is, maar getypt. Rode inkt op een wit vel. 

17:00 Iris van Santen: Wat uitzonderlijk is, omdat hij helemaal geen typemachine had. Ja, ze hadden natuurlijk heel weinig. De mannen die daar gestationeerd waren, die schreven brieven met de hand, maar dit was dus een brief die hij op een buitgemaakte typemachine had getypt.

17:19 Marjolijn van Heemstra: Hans is net begonnen aan Operatie Product en bevindt zich in de buurt van de stad Medan, op Oost-Sumatra. Hij lijkt niet meer echt te weten waar hij nou voor vecht. 

17:29 Iris van Santen: Ja, hij schrijft dat hij enige dagen geleden in een Chinese kampong is geweest, dat van zes vrouwen de buik was opengesneden en dat nog vele anderen op wrede wijze zijn verwond.

17:50 Marjolijn van Heemstra: Deze brief zal een grotere rol gaan spelen dan Iris zich ooit had kunnen bedenken. Maar alleen dankzij een andere brief, namelijk de eerste brief die Hans naar huis schrijft als hij in maart '46 net op Surabaya is aangekomen.

18:07 Iris van Santen: Het was maandagochtend en ik had een afspraak met de conservatoren van de tentoonstelling en de directie om de inhoud van de tentoonstelling te bespreken. En we gingen eigenlijk langs alle zalen. 

18:23 Marjolijn van Heemstra: Tijdens deze bespreking wordt de vraag gesteld wanneer de eerste Nederlanders eigenlijk op Surabaya aankwamen. In '45? '46? Iris' collega's weten het niet precies. 

18:34 Iris van Santen: Maar ik wist dat dus te vertellen aan de hand van die brief. En ik merkte dat het me heel erg ontroerde op dat moment. Ik kon dat niet zo vertellen zonder dat ik daar emotioneel van werd en dat gegeven al raakte me heel erg op dat moment omdat ik die emotie helemaal niet bij mezelf had verwacht of kende. En ik heb na afloop ook een mail gestuurd met alle informatie van m'n opa, die brieven en die foto's. 

19:08 Marjolijn van Heemstra: En in deze mail zit ook de brief die Hans op die typemachine schreef. De conservator naar wie Iris dit mailde is onder de indruk van de brief. Brieven waarin gruwelijkheden beschreven worden zijn zeldzaam. Meestal hielden de militairen het luchtig als ze naar huis schreven. En dan is hij ook nog eens geschreven op een oorlogsbuit, die typemachine. De conservator overweegt de brief en het verhaal van Hans in de tentoonstelling op te nemen. Maar die brieven van Hans hebben nog iets in beweging gezet. Iets wat Iris niet had kunnen voorzien. Een fysieke reactie op het project die haar steeds vaker zou overvallen. 

19:48 Iris van Santen: Ja, je hart gaat sneller kloppen, je ademhaling en ja toch iets van een soort spanning in je lichaam, ook in m'n buik. 

19:57 Marjolijn van Heemstra: Een week later wordt haar gevraagd wat ze ervan vindt als haar opa Hans in de tentoonstelling komt. 

20:03 Iris van Santen: Toen die vraag me uiteindelijk werd gesteld toen ging ik bijna hyperventileren omdat ik... Ja, het raakte me emotioneel, maar het had ook effect op m’n lichaam en m’n gestel. Ik kwam uiteindelijk helemaal niet mijn woorden, ik weet ook niet meer wat ik heb gezegd. Deze emotie komt voort uit iets ouds, uit iets heel dieps. En ja, ik merkte dat die emoties die eigenlijk loskwamen in m’n buik op de een of andere manier vast gingen zitten in m’n rug. Dat ik gewoon heel veel last kreeg van m’n rug, van m’n nek, en ik was er op dat moment echt van overtuigd dat het echt een combinatie was van die emoties of misschien wel de stress die daar op de een of andere manier door ja, los was gekomen. En mijn vader heeft ook altijd zijn hele leven last gehad van vaste rug en rugpijn, van stress wat in zijn bovenrug ging zitten. Ik kan me nog herinneren dat hij me altijd vroeg of ik z’n schouders wilde masseren en losmaken en dat was keihard en dat voelde nu ook zo bij mij.

21:42 Marjolijn van Heemstra: Omdat haar klachten zo fysiek zijn, gaat ze naar een lichaamscoach. Iemand van wie ze hoopt dat die kan helpen om te begrijpen hoe emoties en lichamelijke klachten samenhangen. Bij de lichaamscoach gebeurt er iets vreemds.

21:57 Iris van Santen: Op een gegeven moment, en ik weet echt niet waar ze me aanraakte, maar op een gegeven moment ging m’n hele lichaam in een soort weerstand. Ik verstijfde. Ik kan me nog herinneren dat m’n gezicht ook verstijfde, dat ik niks meer kon zeggen en dat ik, ja, alsof ik opgesloten zat in een lichaam waar ik niet uitkwam en het enige wat ik kon denken was aan m’n vader en aan m’n oma. Het was echt een hele angstige ervaring waarvan ik zeker wist dat het niet mijn angst was. 

23:08 Marjolijn van Heemstra: Een week later. We zijn in het Rijksmuseum, de plek waar Iris dagelijks rondloopt. Het is druk, de twee Indonesische conservatoren die meewerken aan Revolusi! zijn net uit Jakarta aangekomen en er is veel overleg. Vandaag is voor Iris een belangrijke dag. Ze gaan het hebben over de zaal waar opa Hans misschien te zien zal zijn en er is nog steeds niet definitief besloten of hij wel of niet in de tentoonstelling komt. Wie weet valt die beslissing vandaag. Opgelaten loopt ze door het gebouw. Toen ze hier kwam werken had ze nooit gedacht dat haar eigen geschiedenis op een dag in de vitrines zou kunnen liggen. Opa Hans in het Rijksmuseum, zijn drama onderdeel van de nationale geschiedenis. Iris is zenuwachtig.

23:54 Iris van Santen: Ja, ik doe natuurlijk alsof ik dat niet ben, maar stiekem wel. Ja, ik vind het toch iedere keer wel spannend, als ik weet dat ze het daarover gaan hebben.

24:04 Marjolijn van Heemstra: Na vandaag weten we meer.

24:06 Iris van Santen: Ja, ik hoop het wel, ja, dan kan ik ook rustig slapen.

24:10 Marjolijn van Heemstra: Ja, snap ik.

 Maar de definitieve keuze waar Iris op hoopt, blijft uit.

24:19 Harm Stevens: I like that, in his letters. It’s very, in a way, sort of trivial. While he is taking part in a certain action and then he says 'ik snap er in ieder geval geen klap meer van' and then he says 'how is Herma?'. Life goes on.

24:37 Marion Anker: It's definitely very nice for a book, but is it also interesting enough for a table in the exhibition?

24:46 Amir Sidharta: What’s the other option?

24:48 Marjolijn van Heemstra: Een half uur lang pingpongen de conservatoren heen en weer. De keuze wordt uitgesteld. En Iris, die ligt de daarop volgende nachten wakker. Tijdens haar derde, doorwaakte nacht stuurt ze mij een bericht.

25:00 Iris van Santen: Hee Lijn, sorry voor dit late bericht. Het is nu 1 uur ’s nachts. Ik denk dat het goed is als jij aansluit bij het inhoudelijke overleg maandag om 9 uur. Ik voel dat ik een persoonlijk betoog moet houden, over waarom de tentoonstelling zo belangrijk voor me is en waarom het verhaal niet uniek is maar staat voor een hele generatie die, als ik het zo mag zeggen, is voortgekomen uit de oorlog, met wortels in de voormalige kolonie. Ik heb me verscholen achter de veilige rol van projectleider maar ik begrijp dat ik daarmee ook mezelf niet voldoende heb erkend als iemand met het verlangen gehoord te willen worden. Goed, ik moest dit even kwijt, anders lig ik ook zo te piekeren. Spreek je morgen!

25:52 Marjolijn van Heemstra: Na de vergadering groeide een gevoel van frustratie. Waar ze eerst steeds geneigd was zich op de vlakte te houden, wil ze nu stelling nemen. Iris heeft besloten om haar collega’s te gaan vertellen hoeveel dit eigenlijk met haar doet. Hoewel ze nog geen idee heeft waar dit hele verhaal haar gaat brengen lijkt dit, ruimte geven aan deze gevoelens, een belangrijke stap. En die gaat ze zetten tijdens de eerstvolgende maandagochtend-vergadering.

26:18 Iris van Santen: Goedemorgen allemaal, ik begin in het Nederlands. Ik heb Marjolijn uitgenodigd vandaag bij deze meeting. Zij neemt een podcast op over de doorwerking van trauma en wat er gebeurt als de geschiedenis plotseling in je opstaat. Marjolijn en ik zijn al zeventien jaar vriendinnen....

26:37 Marjolijn van Heemstra: We zitten in één van de vergaderzalen van het rijksmuseum. De conservatoren zijn erbij, ook Bonnie, de conservator uit Jakarta, de directeur van het Rijks en nog twee andere collega's. Straks wordt er opnieuw vergaderd over de selectie, dus ook over Hans, maar eerst is Iris aan het woord.

26:57 Iris van Santen: Terug naar mezelf. Of ik nu wel of niet getypecast ben voor dit project en voor deze rol, ik voelde ineens de sterke drang om te weten waar ik vandaan kom. Want ik moest toch een antwoord kunnen geven op de vraag wat het betekent om Indisch te zijn. Of op z’n minst om mijn eigen geschiedenis te kennen. En dit is me niet in de koude kleren gaan zitten.

27:16 Marjolijn van Heemstra: Naast me krijgt een collega tranen in haar ogen. Bonnie knikt Iris bemoedigend toe terwijl ze praat. Eigenlijk kijkt iedereen bemoedigend. En ook een beetje ongemakkelijk.

27:27 Iris van Santen: Het is een emotionele en ook fysieke ervaring die ik moeilijk kan uitleggen. En ik heb geworsteld met de vraag hoe ermee om te gaan als het verleden onverwacht zo dichtbij komt en vervlochten raakt met je professionele leven.  Vandaag wordt er gesproken over de keuze over of het verhaal van mijn opa wel of niet in de tentoonstelling komt en ik wil jullie graag laten weten dat ik als projectleider objectief kan kijken naar de keuze. Maar als privé-persoon niet. Nou, ik wil heel graag met jullie laten weten hoe ik erin sta en..

28:08 Marjolijn van Heemstra: Er valt een stilte.

28:13 Iris van Santen: Goed.

28:14 Marjolijn van Heemstra: Nou, fijn.

28:15 Harm Stevens: Ja, dankjewel Iris.  Dan gaan we nu naar hele saaie powerpoints. Gewoon, want misschien moet ik even…

28:28 Collega: Ik wil eerst een stukje taart eigenlijk.

28:30 Harm Stevens: Ja dat lijkt me ook eigenlijk.

28:31 Collega: Even...

28:34 Harm Stevens: Piece of cake.

28:37 Marjolijn van Heemstra: Tijdens de vergadering die volgt wordt unaniem besloten dat Hans in de tentoonstelling zit. En Iris, die heeft intussen ook iets besloten. Als ze wil begrijpen waarom deze geschiedenis haar zo aangrijpt, zal ze misschien niet alleen oude foto’s en brieven moeten onderzoeken, maar ook haar eigen lichaam. De fysieke klachten begrijpen die haar hebben overvallen. Hoe komt ze aan dezelfde rugpijn als haar vader? Waar komt die zee van tranen vandaan? Ze heeft contact gezocht met Indoroots, een praktijk voor systemische coaching, gericht op mensen met Indische wortels. Bij Indoroots zijn ze gespecialiseerd in de lichamelijke doorwerking van het verleden in het heden. Iris hoopt bij hen antwoord te vinden op haar vragen. En, praktisch als ze is, heeft ze daar een tijdslimiet aan verbonden.

29:27 Iris van Santen: Ja, laten we dit alsjeblieft in ieder geval in november opgelost hebben, want daarna wordt het heel druk, dan heb ik er geen tijd meer voor.

29:35 Marjolijn van Heemstra: Om huilend op zaal te staan.

29:36 Iris van Santen: Ja.

29:38 Marjolijn van Heemstra: En precies volgens Iris’ strakke planning zitten we nog dezelfde week in het kantoortje van Ada Byrnes van Indoroots. Waar het verleden op een wel zeer onverwachte manier gestalte krijgt.

29:51 Iris van Santen: Wil jij opa Hans zijn, in deze opstelling?

29:53 Marjolijn van Heemstra: Ja.

Maar dat is voor deel 2.

29:59 Marjolijn van Heemstra: Nou, hoe vond je m’n Hans? Bizar.

30:03 Iris van Santen: Bijzonder.

30:04 Marjolijn van Heemstra: Echt bizar.

Deze podcast is gemaakt door en met Marjolijn van Heemstra en Iris van Santen. Muziek en montage: Roald van Oosten. Redactie-assistent: Anne Kuit. Eindredactie: Laura Stek. Als geschiedenis in je opstaat is een podcast van de VPRO, OVT, de NPO, Stichting Marjolijn van Heemstra en het Rijksmuseum, met steun van DutchCulture.

wat een lichaam weet

als geschiedenis in je opstaat #2

Iris besluit het spoor van haar fysieke klachten te volgen. Bij een familie-opsteller probeert ze dichter bij haar opa Hans te komen. Marjolijn blijft na de sessie achter met vragen. Als een trauma generaties lang doorwerkt, is elk mens dan een wandelend vat vol oud verdriet?

Schrijver Maurits de Bruijn vertelt hoe het trauma van zijn Joodse moeder aanwezig is in zijn leven en zijn lichaam. Bij psychiater Marco Boks wordt duidelijk op welke manieren angst en pijn kunnen doorsijpelen en dat je een geschiedenis zowel feitelijk als lichamelijk kunt kennen.  

Als geschiedenis in je opstaat - aflevering 2

00:09 Iris van Santen: Het is wel mooi hier hè.

00:11 Marjolijn van Heemstra: Ja. Iris en ik zijn op weg naar het kantoor van Ada Byrnes, van Indoroots. Ada werkt met familieopstellingen, een vorm van therapie waarbij je kunt onderzoeken welke invloed ervaringen van familieleden op jouw leven hebben, ook al zijn die mensen allang overleden. Een familieopstelling gaat uit van de gedachte dat een mens verstrengeld is in een netwerk van levende en dode familieleden. In die verstrengeling, is het idee, kun je hun pijn met je meedragen en dat kan klachten veroorzaken, ook fysieke klachten. Omdat Iris' klachten begonnen toen haar familiegeschiedenis zich aan haar opdrong, lijkt zo’n opstelling nu een logische eerste stap om die klachten te onderzoeken.  

Dit is als geschiedenis in je opstaat, een podcast over de vraag hoe oude pijn kan doorwerken in het heden.

Iris en ik komen binnen in de werkruimte van Ada, waar ze haar familieopstellingen doet. 

Grondlegger van de familieopstellingen is de Duitse psychotherapeut Bert Hellinger die een eigen methode ontwikkelde, grotendeels gebaseerd op een bijzonder familie-ritueel van een Zulu stam, die hij leerde kennen tijdens zijn werk als missionaris in Afrika in de jaren vijftig en zestig, voordat hij therapeut werd. Als iemand bij die stam een familie iets aandeed, dan werd die persoon niet gestraft, maar in die familie opgenomen om onderdeel te worden van het systeem dat hij had beschadigd. Dit indrukwekkende ritueel vermengde Hellinger met een aantal andere therapievormen waarmee hij jarenlang zijn cliënten behandelde. Vlak voor zijn pensioen - in 1988 - schreef Hellinger op aandringen van een collega een boek dat zijn methode wereldwijd onder de aandacht bracht.

02:17 Ada Byrnes: Ik dacht, we gaan maar in mijn werkkamer zitten…

02:18 Marjolijn van Heemstra: Ja, is goed.

We nemen plaats in een kleine, lichte ruimte met een witte tafel en een boekenkast vol Indische verhalen: Adriaan van Dis, Marion Bloem, Alfred Birney - schrijvers bij wie de geschiedenis van hun voorouders op momenten hun leven en dus hun werk beheerste. Net als Iris heeft Ada een Indische familiegeschiedenis. In haar praktijk specialiseert ze zich in de vragen en problemen van mensen met wortels in voormalig Nederlands-Indië.

02:52 Ada Byrnes: Trauma dat mensen meemaakten tijdens de oorlog en de tijd erna, de bersiap, de politionele acties, die hele tijd eigenlijk, waar jullie ook mee bezig zijn natuurlijk. Die revolutietijd, daar hebben ze gewoon trauma's in opgelopen en daar hebben wij, of ik heb daar in ieder geval en jij denk ik ook, daar hebben wij mee te maken gehad als tweede en derde generatie.

03:16 Marjolijn van Heemstra: Iris heeft voorafgaand aan dit bezoek al een intake gedaan bij Indoroots.

03:22 Ada Byrnes: Ja wat mij daarvan bijstond is vooral dat jij een soort van verstrikking had met je vader, dat jij je verantwoordelijk voelde voor zijn verhaal, dus wat hij had meegemaakt.

03:36  Iris van Santen: Wat ik denk ik letterlijk heb uitgesproken, is dat ik me vrij wil voelen. En dat is iets heel groots misschien...

 03:44 Marjolijn van Heemstra: Bij een familieopstelling hoeven familieleden niet aanwezig te zijn. Ze worden namelijk vertegenwoordigt door representanten. Soms zijn dat echte mensen, soms houten poppetjes, soms - zoals vandaag bij Ada -  A4’tjes op de grond. Je zet die familieleden - die representanten - in de ruimte en door de manier waarop ze worden geplaatst komen er dingen aan het licht over de onderlinge verhoudingen. Een zus staat benauwend dichtbij. Een vader bedroevend ver weg. Maar behalve posities kunnen er volgens opstellers ook angsten en verlangens aan het licht komen van de mensen die gepresenteerd worden. Mensen dus die er zelf niet zijn. Alsof de representanten toegang krijgen tot emoties van degene die ze representeren. Volgens Bert Hellinger komt deze informatie uit het ‘wetende veld’, een soort collectief onbewuste waar iedereen op kan intunen. 

Nadat Hellingers boek begin jaren negentig uitkwam, groeide de populariteit van de familieopstelling razendsnel in de Westerse wereld. Twee ontwikkelingen hebben daar waarschijnlijk aan bijgedragen. Vanaf de jaren zestig kwam er langzaam maar zeker aandacht voor de intergenerationele effecten van de Holocaust. Kinderen van overlevenden leken last te hebben van het trauma van hun ouders. Daarnaast was er destijds een groeiende groep Vietnamveteranen die gebukt ging onder enorme psychische problemen. Dit leidde in de jaren tachtig tot een golf aan onderzoeken naar de langdurige doorwerking van dramatische gebeurtenissen in iemands leven. Precies waar familieopstellingen zich grotendeels mee bezig houden.

05:28 Ada Byrnes: Iedereen die bepaalde traumatische ervaringen, klein of groot, meemaakt, slaat dat – in mijn visie – op in zijn lichaam. Dat gaat soms wel 5, 6 generaties terug.

05:40 Marjolijn van Heemstra: En is er een soort grens, van verder dan dat gaat het eigenlijk nooit terug?

05:44 Ada Byrnes: Ik denk als je zo ver teruggaat, dan heeft het ook niet zozeer alleen maar met jouw familielijn te maken maar dan is er eigenlijk sprake van een collectief trauma of een archetypisch trauma.

05:55 Marjolijn van Heemstra: Ze noemt Thomas Hübl, een wereldberoemde Zwitserse therapeut die zich veel bezighoudt met collectieve pijn uit het verleden en verschillende vormen van trauma onderscheidt. Je hebt, zegt hij, de persoonlijke trauma's die jou in je eigen leven kunnen overkomen, familie-trauma’s, maar je hebt ook zoiets als het collectieve trauma, dat zich sinds mensenheugenis over de wereld verplaatst, steeds opduikt op een nieuwe plek op aarde waar talloze slachtoffers vallen. En dat doorzingt in generaties die volgen. 

We gaan aan de slag. Ada vraagt wat Iris vandaag zou willen opstellen. 

06:35 Iris van Santen: Nou misschien het eerste dat me te binnen schiet is toch m’n opa en wat hij er allemaal van vindt.

06:41 Marjolijn van Heemstra: Ada geeft Iris een paar A4’tjes.

06:44 Ada Byrnes: Ze maakt eerst een blaadje voor zichzelf. Een pijltje naar boven is dan de kijkrichting, want soms staan mensen bijvoorbeeld, staat iemand met de rug naar een ander toe en dat wil wat zeggen, dat betekent gewoon dat je de ander niet wilt zien.

07:01 Marjolijn van Heemstra: Oké, ja.

07:00 Iris van Santen: Dat opschrijven dan?

07:04 Ada Byrnes: Ja. En dan eentje voor je opa. Ja.

07:12 Iris van Santen: En dan eerst deze ergens neerleggen he?

07:16 Marjolijn van Heemstra: Dus jij hebt dat plaatje dan vast en jij voelt eigenlijk wat daar doorkomt.

07:23 Ada Byrnes: Daar staat opa op en dan ga ik bijvoorbeeld op opa staan, maar Iris kan ook zelf op opa gaan staan, want dat is het mooie: je kunt van perspectief wisselen. En doordat je van perspectief kunt wisselen heb je ook meer begrip voor de keuzes die je voorouders gemaakt hebben hè.

07:38 Marjolijn van Heemstra: Maar zou ik bijvoorbeeld ook daarop kunnen staan?

07:40 Ada Byrnes: Ja graag

07:41 Marjolijn van Heemstra: Echt waar?

07:41 Ada Byrnes: Ja

07:42 Marjolijn van Heemstra: Oh. Ik wil dat wel proberen.

07:45 Iris van Santen: Wil jij opa Hans zijn in deze opstelling?

07:48 Marjolijn van Heemstra: Ja. Ik weet niet of dat, of daar iets doorkomt he.

07:53 Ada Byrnes: Alles wat je ervaart in je lijf, al is het jeuk aan je grote teen, gewoon noemen.

07:59 Marjolijn van Heemstra: Even kijken wat ik nu voel dan.

 Ik stap voorzichtig op het blaadje waar in blokletters ‘Opa Hans’ op staat, dat Iris op een best grote afstand van zichzelf heeft neergelegd. 

Even voel ik me een beetje belachelijk maar als ik naar Iris kijk is dat snel voorbij. Stil en ernstig staat ze op haar blaadje. Ik probeer alles wat ik weet van Hans in gedachten te parkeren. Die tiener op de boot naar het oosten, de strijd die later een bezetting bleek, de buitgemaakte typemachine, het huiselijke geweld. Iris heeft haar ogen dicht. Ik sluit ze ook. Ik scan mijn lichaam. Ik onderdruk de gedachte aan de Zulu’s bij wie dit ritueel ooit begon, de vraag wat zij van mij zouden vinden, met m'n bleke kop op m'n sokken op dit A4tje. Voel ik iets anders dan de vermoeidheid die ik hier mee naartoe nam?

Moet ik kijken wat ik voel?

08:50 Ada Byrnes: Ja. Ja.

08:56 Marjolijn van Heemstra: Verbeeld ik het me of ontstaat er een vreemde tinteling in mijn armen? Ja, ik voel het echt. Alsof ze omhoog willen, zich willen uitstrekken.

Ik voel, heel grappig, een onwijze spiertrekking in mijn armen. Naar jou toe. Ja.

09:12 Ada Byrnes: Zou je willen bewegen?

09:14 Marjolijn van Heemstra: Ik pak het blaadje op en schuifel naar Iris toe. Is dit opa Hans? Het wetende veld? Of Marjolijn, die de geschiedenis probeert te herschrijven om haar vriendin gerust te stellen? Ik weet het niet. Ik weet alleen maar dat ik naar haar toe wil, de tranen van haar gezicht wil vegen.

09:37 Iris van Santen: Het doet me heel veel, alsof het goed is ofzo hè. Alsof hij toestemming geeft dat ik dit mag doen.

09:46 Marjolijn van Heemstra: Ja.

09:56 Iris van Santen: Wil je even knuffelen?

09:55 Marjolijn van Heemstra: Ja ik denk het, ik denk wel dat Hans dat wil, ja.

En zo staan we in een omhelzing in dat kleine kamertje van Ada. Hans en Iris, en ik. Hoewel me even niet zo duidelijk is wat mijn plek precies is.

Na de omhelzing stelt Ada Iris' vader op. Mijn armen blijven langs mijn lijf hangen nu. De lichtheid verdwijnt. Een zwaarte in mijn buik. In de twintig minuten die volgen worden er papiertjes verschoven, handen vastgepakt en losgelaten. Drie lichamen op vier vierkante meter voeren een stille dans uit rond een lang verzwegen geschiedenis.

10:33 Iris van Santen: Het voelt wel heel vreemd om ineens heel emotioneel te zijn over mijn opa, terwijl ik dat nooit eerder zo heb gevoeld. En nu is hij zo aanwezig en heb ik ook het gevoel dat het door mij komt dat hij dan nu dit podium krijgt en dat voelt ook als een hele grote verantwoordelijkheid. Dat raakt me heel erg.

10:59 Marjolijn van Heemstra: Na de omhelzing stoppen we. Het is goed voor nu, zegt Ada. Een conclusie komt er niet. Het gaat erom, zegt ze, dat dingen in beweging komen. We lopen naar buiten.

Nou, hoe vond je m'n Hans?

11:15 Iris van Santen: Ik vond het wel heel erg leuk dat we dit gedaan hebben, heel bijzonder.

11:17 Marjolijn van Heemstra: Bizar, echt bizar. 

Iris gaat de sessie laten bezinken. Ik blijf achter met vragen. Als een trauma wel vijf of zes generaties doorwerkt, zoals Ada zegt, dan is elk mens toch een wandelend vat vol oud verdriet? De een halfvol, de ander bijna overlopend. Hoe zit het dan met het verschil tussen een getraumatiseerde vader en een getraumatiseerde betovergrootvader? Is er zoiets als een trauma-hiërarchie?

11:45 Iris van Santen: Jij bent dus eigenlijk de tweede generatie?

11:48 Maurits de Bruijn: Ja, zo zou je het dan kunnen zeggen. Qua leeftijd, als het dan om het trauma van de Holocaust gaat, dan hoor ik bij de derde generatie. En als je heel sec kijkt met betrekking tot mijn moeder, dan ben ik tweede generatie. Maar het is natuurlijk ook een trauma van mijn grootouders, dus in die context ben ik dan de derde generatie, alsnog.

12:09 Marjolijn van Heemstra: Schrijver Maurits de Bruijn is 37 en zoon van een Joodse moeder, die als enige uit haar gezin de oorlog overleefde omdat ze als baby bij de buren werd ondergebracht. Haar ouders en twee zussen kwamen om in concentratiekamp Sobibor. Maurits denkt liever niet in verschillen tussen generaties als het over trauma’s gaat.

12:29 Maurits de Bruijn: Als je heel erg nagaat: 'oh maar jij bent eerste, jij bent tweede, bij jou zit het zo. Jouw grootouders hebben dit meegemaakt en dat is dan weer minder erg dan wat mijn ouders hebben meegemaakt, dus..." Dat risico loop je als je heel erg aan die categorieën vast gaat houden.  Verdriet is natuurlijk geen taart die op kan gaan. Er zijn natuurlijk mensen die er aanstoot aan nemen dat je een trauma toe-eigent. Of die vinden dat het daar dan op lijkt. Ja, ik heb het mezelf ook weleens afgevraagd van: Ben ik, ben ik me dat verdriet van mijn moeder, die pijn, aan het toe-eigenen? Grappig genoeg is dat geluid, voor zover ik het kan zien dan, ook als het om mij gaat, nooit uit Joodse hoek gekomen. Dat vind ik best tekenend. Want als er dan ook een groep is die er aanstoot aan zou moeten nemen, zou ik denken dat het dan ligt bij de slachtoffers of de nazaten daarvan.

13:29 Marjolijn van Heemstra: Iris, Maurits en ik zitten in een werkkamer van het Rijksmuseum. Iris zocht een generatiegenoot die vanuit eigen ervaring met dit onderwerp bezig is. Maurits schreef een boek over het trauma van zijn moeder en hoe dat doorwerkt in zijn leven, in zijn lichaam.

13:40 Maurits de Bruijn: Mijn moeder was eigenlijk tot aan haar dertigste of nouja, midden twintigste, helemaal prima en toen kreeg ze haar eerste paniekaanval en toen is ze helemaal omgevallen en in huis gaan zitten en daar niet meer uitgekomen voor één of twee jaar. En toen is dat trauma zich gaan manifesteren. Ongeveer rond dezelfde leeftijd heb ik mijn eerste paniekaanval gekregen, en ik ben er nog niet zo lang geleden achter gekomen dat haar paniekaanval en die van mij gewoon één op één hetzelfde verloop hebben gekend. En wij hoorden allebei ineens niks meer. We waren allebei op straat, hier zit dus veertig jaar tussen, maar allebei op straat en ineens werd het geluid weggedraaid en we werden in één keer heel angstig voor onze omgeving en durfden niemand meer te vertrouwen en nouja goed. Ik denk dat het voornaamste bij mij begon vanaf het moment dat die paniekaanvallen zich ook opstapelden.

14:43 Iris van Santen: Ik las ook dat het jou heel erg op was gevallen dat er hier in Nederland eigenlijk heel weinig connectie wordt gelegd tussen hoofd en lichaam. Hoe heb jij dat dan gedaan of... nou ja, wat voor soort therapieën heb je gedaan of hoe heb je dat aangepakt?

14:58 Maurits de Bruijn: Het voelt voor mij ook nog steeds alsof ik er niet ben. Bij die pijn, als ik in therapie zit. Alsof al dat praten van die therapie best wel ontkoppeld is van waar we het echt over hebben. En dat is ook logisch, want hoe ga je praten over een lichaam dat soort van onder spanning staat en dat continu alert is. Dat je heel erg schrikt van ook maar het kleinste geluid en als je partner je onverwachts probeert te omhelzen. Ja daar kun je heel lang over praten maar kom je er zo? Eigenlijk is het inmiddels voor mij heel logisch dat het antwoord dan nee is, of nou, ten dele misschien. En ja, therapie in het westen draait natuurlijk vooral om praten. Het lichaam, of de reactie van het lichaam, is natuurlijk veel eerlijker.

15:47 Marjolijn van Heemstra: Maurits is inmiddels een paar jaar bezig de echo's van zijn moeders’ angst te sussen. Dat hij daaraan toekomt, zegt veel over de tijd en plek waar hij zich bevindt.

15:57 Maurits de Bruijn: Als ik dan naar de generatie van mijn moeder kijk, dan zie ik ook dat die mensen aan het overleven waren of zijn, waardoor ze niet echt, of minder, aan leven toekwamen. En ook minder 'oh let's unpack this', weetjewel.  Hoe gaat het eigenlijk met mij, waarom gedraag ik me zo, waarom ben ik bang als ik naar de supermarkt ga of waarom ben ik niet zo goed in het onderhouden van mijn liefdesrelaties of weet ik veel. Het is ergens ook een luxe om je aan dat soort dingen te kunnen wijden. Dus het feit dat ik nu in een land leef waar ik de tijd heb en de gezondheidszorg er op is ingesteld om mij psychische hulp te geven. En waar ik zelf niet met een oorlog bezig hoef te zijn, maar alleen met een die in het verleden heeft plaatsgevonden, dat faciliteert natuurlijk ook dat ik me hieraan kan wijden.

16:50 Marjolijn van Heemstra: Het gaat, zegt Maurits, om het doorbreken van een cyclus.

16:53 Maurits de Bruijn: En of die dan één generatie lang heeft geduurd, twee, drie of tien, maakt geloof ik niet zo heel veel uit. Maar iemand moet wel opruimen en alles wat je niet opruimt, zal in de volgende generatie weer opduiken.

17:08 Marjolijn van Heemstra: Is dat wat er gedaan moet worden na het gesprek met Maurits, massaal opruimen? Maar is daar ruimte voor? Hoeveel verleden past er in een heden? 

Ik luister naar een interview met Thomas Hübl, de Zwitserse traumatherapeut waar Ada het over had. Hij zegt dat trauma’s uit een verleden juist meer ruimte innemen als we ze geen aandacht geven, ons er niet van bewust zijn. Dan blijven ze onder de oppervlakte doorzingen. Stel je voor, zegt hij, je hebt een groot tv-scherm en je ziet een vreselijke scène. Vervolgens gooi je de tv in de oceaan en de tv zinkt verder en verder weg, tot hij verdwijnt in de duisternis - het onderbewuste van de mens. En stel je dan nu voor dat er miljoenen tv's tegelijk in de oceaan zinken, en ze liggen daar in het donker, terwijl ze nog altijd dezelfde gruwelijke scènes afspelen. Zo werkt het met collectief trauma. Het is diep weggezonken, maar niet opgelost in het water. Het is er, het blijft bestaan. Als achtergrondruis op onze bodem. 

Ik zak in een diepe slaap met het Duits klinkende Engels van Hübl in mijn oor en ook met het verlangen naar een wat concretere benadering van dit verhaal; iets minder waterige metaforen, iets meer vaste grond. Een verklaring voor die uitgestrekte armen.

18:56 Marco Boks: Mijn verklaring zou zijn dat jij kennelijk zo psychologisch en sociaal sensitief in elkaar zit, dat je aanvoelt wat in de sociale context op dat moment een relevante sensatie is.

19:13 Marjolijn van Heemstra: Dit is Marco Boks, een concretere naam is moeilijk te verzinnen. Hij is psychiater en hoofd van het zorgprogramma stress en trauma op de afdeling psychiatrie van het UMC Utrecht. Zijn onderzoek richt zich op het begrijpen en behandelen van de lichamelijke veranderingen ten gevolge van psychotrauma. Ik heb hem net gevraagd naar die armen van opa Hans, dat vreemde gevoel dat ik ze naar Iris wilde uitstrekken. Waar kwam dat vandaan?

19:42 Marco Boks: Ja, je kunt, je kunt allerlei verklaringen bedenken, maar ik ben altijd nog steeds na zoveel jaren verbaasd over de sociale subtiliteit van ons mensen. We zijn heel erg in staat om te lezen, waar te nemen, te bedenken hoe een sociale context in elkaar zit. En dat, we kunnen dat veel subtieler communiceren dan menig persoon zich realiseert. En dat heeft een belangrijke functie. Omdat we eigenlijk in hele dichte sociale groepen kunnen leven, terwijl dat natuurlijk best heel ingewikkeld is als je beperkte resources hebt voor voedsel of voor aandacht of voor wat een mens maar nodig heeft.

20:29 Marjolijn van Heemstra: Dus eigenlijk is het dan zo dat in die familieopstellingen, als ik even uitga van deze verklaring, dat je niet zozeer iets doorkrijgt van degene die er niet is, maar dat je zelf je eigen sociale sensitiviteit gebruikt om de situatie te verbeteren.

20:46 Marco Boks: Precies, precies. Je voelt aan wat er eigenlijk op dat moment van jou verwacht wordt, wat het meest optimale zou zijn. En daarom krijg je de neiging om dat te doen.

21:01 Marjolijn van Heemstra: Zoals Marco het uitlegt, zijn familieopstellingen niet zo ongrijpbaar als ik dacht. Is het gewoon een manier waarop we onze sociale fijnzinnigheid inzetten om verbinding te maken met het verhaal van een ander. Er is weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar familieopstellingen maar het onderzoek dat er is, wijst erop dat er tijdens een opstelling spiegelneuronen actief zijn, een speciale groep zenuwcellen die ons helpt om vrijwel direct, instinctief te begrijpen wat andere mensen ervaren. En daardoor kunnen we met een troostende oplossing komen in zo'n opstelling. Instinctief voelen we, dankzij die spiegelneuronen, wat het verhaal nodig heeft. Twee uitgestrekte armen bijvoorbeeld.  

In Marco’s werkkamer lijkt weinig aan dit verhaal nog ongrijpbaar. De klachten die Iris ontwikkelde toen het verhaal van opa Hans ter sprake kwam op haar werk, diezelfde rugpijn als haar vader? Hij vindt het allemaal niet meer dan logisch.

22:04 Marco Boks: Nee, ik vind het helemaal niet vreemd klinken. We denken dat er heel veel verschillende manieren zijn waarop dat wordt overgedragen. Heel veel van die manieren zijn natuurlijk heel subtiel. Mensen zijn eigenlijk als geen andere diersoort in staat om sociale communicatie te voeren met hun gezicht, waar ze niet over spreken of de toon waarop ze spreken, en zo leren we van elkaar op wat voor manier het acceptabel is om over bepaalde dingen te spreken. En op die manier zijn er ongetwijfeld ook allerlei cues geweest die jou hebben geleerd over nou ja, die geschiedenis is ingewikkeld, daar moet je maar niet over praten.

22:45 Marjolijn van Heemstra: Het vele dat er niet gezegd wordt, heeft een grotere invloed dan het beetje wat er wel gezegd wordt, lees ik later in een onderzoek naar de overdracht van trauma. Hoe minder er gesproken wordt over een dramatische geschiedenis, hoe meer impact die geschiedenis kan hebben op een volgende generatie. Via kleine cues wordt het verhaal woordeloos gecommuniceerd, zegt Marco. Subtiele blikken, lichaamshoudingen, tempo van spreken en een heel subtiele toonsoort als een gesprek in de gevarenzone dreigt te komen.

23:16 Marco Boks: Dus je bent denk ik wel degelijk afgestemd op die geschiedenis.

23:22 Marjolijn van Heemstra: Tot nu toe heeft Iris steeds gezegd dat ze haar geschiedenis niet kende op het moment dat ze de lichamelijke klachten ontwikkelde. Maar zoals Marco het nu uitlegt, kende ze die geschiedenis wel degelijk, alleen niet zoals wij ‘kennen’ normaal definiëren.

In de westerse wereld, legt Marco uit, zien we lichamelijke kennis niet echt als kennis. Als iets opspeelt in ons lichaam, zijn we niet gewend dat als informatie te zien. We zien dat meestal als klacht. Als iets wat je met medicatie bestrijdt. Marco vertelt dat ze bij het UMC inmiddels aan het onderzoeken zijn hoe ze een fysiekere vorm van traumatherapie kunnen inzetten. Traumasensitieve yoga bijvoorbeeld.

24:06 Marco Boks: Omdat we zien dat veel van deze problematiek zich lichamelijk manifesteert en dat dat wellicht ook een sleutel kan zijn om mensen van dit soort klachten af te helpen.

24:18 Marjolijn van Heemstra: Iris kende haar geschiedenis alleen lichamelijk . Met de kennis van gebaren, blikken, onderhuidse spanning. En dan is het eigenlijk heel logisch, zegt Marco, dat haar reactie ook lichamelijk was toen de brieven van opa Hans die geschiedenis aan haar opdrongen. Je kunt alleen maar reageren met de kennis die je hebt.

24:38 Marco Boks: Die lijken op de klachten van je vader, omdat je natuurlijk gedeeltelijk ook genetisch op je vader lijkt. Dus een gedeelte van zijn kwetsbaarheden en ook een gedeelte van zijn emotionele coping zal je hebben geërfd. En op die manier is het dan ook niet verwonderlijk dat, nou ja, wanneer zo'n stressor zich aan je manifesteert - want laten we het dan maar zo noemen -, dat je ook reageert op een manier die aan je vader doet denken, zowel lichamelijk als psychisch of emotioneel.

25:12 Marjolijn van Heemstra: Marco ziet het vaak terug in zijn werk als psychiater. Hij noemt dit het ‘rimpeleffect’ van trauma. En zo zijn we toch weer terug bij de water-metaforen. Trauma is de plons van een steen in de vijver; het water rimpelt generaties door. En trouwens niet alleen maar door de subtiele lichaamstaal van de mensen waarmee je opgroeit. 

Nurture is niet de enige rimpelfactor. Nature, aanleg, speelt wellicht ook een rol.

 25:45 Marco Boks: We weten vrij zeker dat in de baarmoeder, maar waarschijnlijk ook in de spermatozoön, dus de mannelijke geslachtscellen, het nageslacht voorbereid wordt op de omstandigheden na de geboorte. En dat is super handig van de natuur, want als je in een, in een situatie terechtkomt waar heel weinig voedsel is, dan is het heel handig als je voorgeprogrammeerd bent dat je met weinig voedsel kan leven. En zo denken we dat er ook aanpassingen worden aangeboren in een omgeving met veel stress. En dat zijn dus aanpassingen die aan de werking van de genen gedaan worden - dus niet de genen zelf, maar de werking van de genen -  in Utro, in de baarmoeder.

26:31 Marjolijn van Heemstra: Dat dit van één generatie op de volgende werkt is aannemelijk, zegt Marco. Maar of dat nog in meer generaties doorwerkt, is niet zeker.

26:42 Marco Boks: Er zijn mensen die beweren dat het zo is en een van de onderzoeken die hiernaar gedaan is, vond plaats bij nabestaanden van de Holocaust. Maar het wetenschappelijke bewijs daarvoor kun je makkelijk aanvechten, zeg maar. Want het is heel erg moeilijk om al die andere mechanismen die ik nu net noemde, dus die culturele mechanismen, de psychologische mechanismen en de genetische mechanismen te onderscheiden van iets in de aanpassingen van genen zeg maar, die dan op volgende generaties overgaat.       

27:18 Marjolijn van Heemstra: Waar hij meer van overtuigd is, is de maatschappelijke factor. De cultuur, de tijdgeest, die een trauma soms in stand houdt door er systematisch van weg te kijken. Een cultuur waarin bijvoorbeeld decennia lang geen plaats was voor de drama’s die zich in Indonesië hebben afgespeeld.

27:37 Marco Boks: Om dat specifieke ‘rimpeleffect’ uit te doven, zal er gezocht worden naar manieren waarop dat verhaal geïntegreerd kan worden. Dat het niet een apart verhaal is dat elke keer tot uitsluiting leidt, maar op een bepaalde manier de plek krijgt die daar recht aan doet, zodat een volgende generatie daar niet opnieuw door hoeft getraumatiseerd te worden of opnieuw die stress moet ervaren dat hun verhaal er niet mag zijn. Er moet een manier gevonden worden waardoor dat verhaal onderdeel ervan wordt, een manier waardoor de kwetsbaarheid en het verdriet gedeeld worden, zodat het zich niet meer hoeft te herhalen.

28:14 Marjolijn van Heemstra: Ja en dat gaat eigenlijk over erkenning dan, of luisteren?

28:23 Marco Boks: Ik zou denken dat erkenning daar een belangrijk onderdeel van is. Daarom is het denk ik als maatschappij wel belangrijk om dat soort dingen te vertellen. Daarom denk ik ook dat die tentoonstelling heel gunstig is. Daar kan dat verhaal, zeg maar, gehoord en gezien worden en zo kom je meer tot een synthese waarin het één verhaal wordt waarin iedereen zegt: 'Hee ja, dat is gebeurd, en dat is van ons'. Daarom is het denk ik ook heel relevant dat jij dit traject volgt, omdat je een beetje in het klein doormaakt wat in de maatschappij in het groot zal moeten gebeuren.

28:56 Marjolijn van Heemstra: Ik kijk naar Iris, die instemmend knikt op haar stoel. Het gesprek lijkt haar op te luchten. 

Dus eigenlijk wist Iris' lichaam eerder wat het voor haar betekende dan haar hoofd.

29:08 Marco Boks: Dat denk ik, dat denk ik.

29:10 Marjolijn van Heemstra: Als we teruglopen door het gangenstelsel van het Utrechts Medisch Centrum wil Iris wil nog even nadenken over het gesprek, ‘s avonds stuurt ze me een voice memo.

29:19 Iris van Santen: Ik vond het heel fijn. Ik ben toch gaan twijfelen of het allemaal wel klopte wat ik voelde, maar nu voel ik dat dit de goede weg is.

29:28 Marjolijn van Heemstra: De afgelopen weken heeft ze zich afgevraagd of ze niet gewoon wat pijnstillers had moeten nemen in plaats van dit kronkelpad naar haar geschiedenis in te slaan. De gesprekken met Marco gaven vertrouwen. Wat ze voelde was niet abnormaal. Zoals geschiedenis sporen trekt in een landschap, zo doet het dat ook in een lichaam. En het loont soms om die sporen te volgen. Maar er is nog een vraag die open staat: dat moment bij de lichaamscoach.

29:57 Iris van Santen: En op een gegeven moment ging m'n hele lichaam in een soort weerstand, het verstijfde. Alsof ik opgesloten zat in een lichaam waar ik niet uitkwam en het enige wat ik kon denken was aan m'n vader en aan m'n oma.

30:21 Marjolijn van Heemstra: Iris wil begrijpen wat dat was. En dus nemen we een nieuwe afslag. We verlaten het pad van de rugpijn en de hartkloppingen en volgen de echo van die vreemde paniek die eventjes Iris’ lichaam verlamde.

Deze podcast is gemaakt door en met Marjolijn van Heemstra en Iris van Santen. Muziek en montage: Roald van Oosten. Redactie-assistent: Anne Kuit. Eindredactie: Laura Stek. Als geschiedenis in je opstaat is een podcast van de VPRO, OVT, de NPO, Stichting Marjolijn van Heemstra en het Rijksmuseum, met steun van DutchCulture.

de nachtzeereis

als geschiedenis in je opstaat #3

Iris heeft het gevoel steeds beter te begrijpen waarom en hoe de geschiedenis in haar opstond. Maar er is één ding dat ze nog niet begrijpt: Die angst die ze voelde toen ze maanden geleden bij een lichaamscoach was en die ze zonder erbij na te denken verbond met haar oma en haar vader. Alsof het een herinnering van hen was die op de een of andere manier bij haar terecht kwam. Kun je je iets van een ander herinneren? En zo ja, hoe werkt dat dan?

Als geschiedenis in je opstaat - aflevering 3 - De nachtzeereis

00:16 M: "De nachtzeereis is de reis naar delen van onszelf die afgesplitst, onbekend, ongewenst zijn: verbannen naar de verschillende onderwerelden van ons bewustzijn. Het doel van deze reis is om ons met onszelf te herenigen. Dat kan pijnlijk zijn. Om de reis te ondernemen, moeten we eerst afspreken dat niets zal worden verbannen."

Dit citaat van de Amerikaanse psychotherapeut Stephen Cope stuurt Iris mij op een koude herfstavond door. De archetypische nachtzeereis, die een mens aflegt op zoek naar een verloren deel van zichzelf, is een mooie omschrijving van wat Iris doet sinds ze besloot de signalen van haar lichaam te volgen. Tijdens een nachtzeereis navigeer je niet op je eigen zicht, maar op het oeroude licht van de sterren. Het verleden geeft de richting aan. En zo zie ik Iris van de zomer de herfst invaren, op weg naar een ruimere versie van zichzelf, een versie waarin plaats is voor die onbekende, ongewenste familiegeschiedenis. Ze spreekt af met uit het oog verloren familie van haar vader.

 

01:30 I: Dit is mijn achternichtje.

 

01:32 Achternichtje van Iris: Hoi!

 

01:33 Bij een volgende familieopstelling voelt ze zich steviger staan, de A4’tjes met haar vader en opa Hans achter zich, in plaats van om haar heen. En ook op haar werk merken collega’s een verandering op. Laatst nog, zegt collega Wieneke.

 

01:48 Wieneke 't Hoen: Hoorde ik haar in een gesprek zeggen: "Nee, ik ben Indisch.” En toen zei ze: "Nee, maar eigenlijk ben ik ook Moluks”. Dus, toen, ja. Toen was het gewoon helemaal een onderdeel geworden van hoe ze zichzelf ziet, voorstelt.

 

02:02 M: Dit is Als geschiedenis in je opstaat, een podcast over de vraag hoe oude pijn kan doorwerken in het heden. 

In het Rijksmuseum wordt hard gewerkt aan de voorbereidingen van Revolusi!. Nog even en de brief van opa Hans ligt in een vitrine. Iris heeft de afspraak gemaakt met haar vader Gerard om vlak voor de opening terug te blikken op haar zoektocht. 

 

02:31 Gerard: Ik ben door de jaren heen zo fysiek zwaar belast geraakt dat het niet eens meer pijn doet. Het doet wel pijn, maar ik laat het niet toe.

 

02:44 M: Maar voordat het zover is, ligt er nog een vraag. 

 

02:47 Iris: Het was een verstijvend, heel angstig gevoel waarvan ik dacht op dat moment: dit kan niet van mij zijn en ik dacht eigenlijk alleen maar aan m'n oma en m'n vader. Wat kan die angst eigenlijk geweest zijn, of wat zit daarin? 

 

03:03 M: De angst die Iris voelde toen ze maanden geleden bij een lichaamscoach was en die ze zonder erbij na te denken verbond met haar oma en haar vader. Alsof het een herinnering van hen was, die op de een of andere manier bij haar terecht kwam. 

 

03:19 Pamela: Ja, ik vind herinneringen echt zo fascinerend.

 

03:25 M: En dit is Pamela Pattynama, emeritus hoogleraar Koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Op een zonnige herfstdag zitten we in haar woonkamer om haar te vragen naar die vreemde ervaring van Iris. Pamela houdt zich al een half leven bezig met de werking van koloniale herinneringen. Traumatische herinneringen, zegt ze, kunnen ongrijpbaar zijn en vanuit het geheugen van de één naar het geheugen van de ander stromen. Ze geeft een voorbeeld.

 

03:57 P: Mijn vader heeft in een Jappenkamp gezeten. Hij vertelde daar niet heel veel over, maar één herinnering wel, namelijk dat een keer drie jongens waren ontsnapt uit het kamp. Die waren gewoon naar huis gegaan en weer teruggekomen en zij werden geëxecuteerd.  Het hoofd doorboord met zwaarden, door de Japanners. En hij vertelde mij dat hij daarbij stond en dat zag. En dat verhaal heb ik, nouja, ik wil niet zeggen tientallen malen, maar echt heel vaak gehoord van anderen. Soms zijn herinneringen zo gruwelijk dat je er geen taal voor hebt. En als er dan een verhaal voorhanden is wat raakt aan dat gruwelijke wat je zelf hebt meegemaakt, dan nemen mensen dat over.

 

04:50 M: Maar Iris’ geval lijkt het tegenovergestelde. Zij weet juist zeker dat ze de angst die ze voelde, niet zelf heeft meegemaakt. Dat doet Pamela denken aan iets wat ze regelmatig zag gebeuren bij bijeenkomsten over voormalig Nederlands-Indië, waar ze aanwezig was.

 

05:06 Pamela: Daar kwamen mensen op af van Indische afkomst, mensen die in Indië hadden gewoond, of die belangstelling hadden voor Indië. Het was een heel gemêleerd gezelschap. Dat was in de tijd dat heel veel mensen van de eerste generatie nog leefden. En bij die bijeenkomsten of conferenties of hoe je ze ook wil noemen, waren altijd maatschappelijke werkers aanwezig, of psychologen, want het kwam heel vaak voor dat mensen in het publiek, die schijnbaar rustig waren en waar niks mee aan de hand was, half gek werden. Die gingen dan opeens opspringen, wild gebaren, hard schreeuwen, huilen, roepen. En die mensen werden dan gekalmeerd door die maatschappelijke werkers.

 

05:55 M: En waar reageerden ze dan op?

 

05:57 P: Ja, dat is niet echt duidelijk. Iets in de hele atmosfeer, omdat het ging over Indië, wat voor thema dan ook weet je. Het maakte niet zoveel uit, maar iets triggerde hen en bracht dus allerlei herinneringen, of het nu hun eigen herinneringen waren of van voorouders of van vrienden, ik weet het niet, niemand weet het. En die herinneringen kwamen explosief tot uiting. 

 

06:22 M: Voor deze uitbarstingen, zegt Pamela, gingen verschillende verklaringen rond. Vergeten herinneringen, opgekropte emoties en er werd ook wel gezegd dat de uitbarsting werd veroorzaakt door overleden voorouders. Als ze dat zegt, moet ik denken aan de geheimzinnige Stille Kracht, uit het boek van Louis Couperus. De geesteswereld die ingrijpt in het dagelijkse leven.

 

06:45 Pamela: Mensen werden overweldigd door emotie. Of het nou pijn was, of verdriet of dreiging of weet je, angst. Van alles had het kunnen zijn. Maar in ieder geval was het heel duidelijk dat die explosieve uitingen te maken hadden met hun Indische verleden.

 

07:07 M: Kan iedereen dan zomaar een angst uit de atmosfeer vissen en die persoonlijk maken? Dat risico bestaat, zegt Pamela. Maar in het geval van de bijeenkomsten ging het niet om ‘zomaar’ angsten, benadrukt ze. Die heftige reacties werden getriggerd door specifieke informatie over de voormalige kolonie. Zoals Iris’ reactie werd getriggerd door de duik in haar familiegeschiedenis. 

 

07:31 Pamela : Maar vertelde jouw oma veel verhalen over vroeger of over haar leven? 

 

07:37 Iris: Ja ze vertelde, ze liet altijd fotoboeken zien. Ze had heel veel fotoboeken. En dan vooral uit de periode dat ze jong was en nou, eigenlijk ook voordat ze mijn opa leerde kennen, de periode met haar vrienden. 

 

07:49 M: Iris vertelt Pamela over haar oma, Jans, dochter van een Molukse moeder en een Nederlands-Indonesische vader. Over het contact dat ze met haar had toen ze nog leefde, liefdevol maar vermengd met terughoudendheid. Want waarom had haar oma het gezin niet beschermd tegen de gewelddadige uitbarstingen van opa Hans?

 

08:09 Iris: Het is een soort boosheid ofzo, of misschien ook een onmacht van mezelf, van: waarom hebben we het daar niet over gehad? Maar ook de vraag van, ze kon het daar waarschijnlijk niet over hebben of ze wilde het daar misschien niet over hebben.

 

08:23 M: Na die ervaring bij de lichaamscoach heeft Iris geprobeerd om haar oma beter te begrijpen door haar familielijn terug te volgen, het verleden in. Bij haar oma’s oma, een Indonesische vrouw die een kind kreeg met een Hollandse plantagehouder, liep het spoor dood. 

 

08:41 Iris: ik weet niet waar ze oorspronkelijk vandaan kwam. Wie is dat dan en waar kwam zij vandaan?

 

08:49 P: Maar het is inderdaad zo dat de vrouwelijke lijn heel vaak niet in kaart is gebracht in Indische families. Op een gegeven moment werd er getrouwd, toen dus wel, maar je kent het begrip ‘Njai’. Dat mannen gewoon hun vrouw in dienst namen om het huishouden te doen, voor hem te zorgen, maar ook om seks te geven. En dat van die vrouwen heel vaak helemaal niks bekend is. Er zijn heel veel Indo's, Indische mensen, die proberen hun familie te traceren en stuiten dan op een leegte. Er is gewoon helemaal niks.  Die vrouwen hadden bijvoorbeeld geen achternaam, dus dan is het heel moeilijk om iemand terug te halen uit de vergetelheid. 

 

09:41 M: Maar misschien, zegt Pamela, kun je die vreemde herinnering behalve als een terugverwijzing naar oude pijn, ook als een vooruitverwijzing zien. Dat Iris dit nu ervaart, zegt iets over de route die ze zelf aflegt op dit moment, over waar ze naar op weg is. Misschien, denkt Pamela hardop, is het een seintje van haar oma dat het tijd is voor Iris om het familieverhaal mee de toekomst in te nemen. Iris knikt. Ik vraag of Pamela echt denkt dat haar oma Iris een teken heeft gegeven. Ze haalt haar schouders op en lacht. Misschien moet je niet alles rationeel willen verklaren. 

 

10:20 Pamela: Je raakt allemaal dingen kwijt als je alleen maar met verstand naar jezelf kijkt. Het gaat om gevoel en emoties en waarheden die allemaal liggen te sluimeren in je lichaam, die opeens explosief naar buiten kunnen komen, zonder dat je er enige vat op hebt. 

 

10:39 M: Geschiedenis zoals die in onze lichamen ligt opgeslagen, is niet de waarheid van feiten en rechte lijnen zoals we kennen uit de geschiedenisboeken. Het is een waarheid van knopen, lagen, associaties, die misschien vooral in fictie goed te benaderen zijn. Voordat we vertrekken, raadt Pamela ons een boek aan van de Nederlands-Indische Maria Dermoût. De tienduizend dingen. 

 

11:03 Pamela: Het zijn eigenlijk hoofdstukken die je los van elkaar kunt lezen maar die een paar rode lijnen hebben. En een van de belangrijkste rode lijnen is herinnering.

 

11:15 M: En denk je dat zij ook iets kan toevoegen aan waar Iris nu naar op zoek is, of wat…?

 

11:22 Pamela: Die herinneringen, die opgeslagen zitten, opgekropt in het lichaam of in de natuur of in het dagelijks leven, dat is haar werk, dat is haar kracht in het werk. Dat zij zegt: niks is ooit voorbij. Alles blijft voortleven op wat voor manier dan ook. Het kan even, schijnbaar weg zijn, onder de zeeoppervlakte verdwijnen, maar dan komt het weer naar boven. 

 

12:00 M: Het verhaal van de plotselinge uitbarstingen bij de Indische bijeenkomsten laat me niet los. Pamela vertelde dat de maatschappelijk werkers die daarbij aanwezig waren, van Pelita kwamen, een stichting die zich inzet voor mensen uit voormalig Nederlands-Indië. Ik zoek de stichting op en traceer directeur Henk van den Bos. Ik bel hem op omdat ik wil weten of dit nog steeds gebeurt.

 

12:26 Henk van den Bos: Je gaat dan met mensen praten over een hele pijnlijke periode en over de klachten en de dingen die ze daar nu, in het hier en nu, ondervinden van die oorlog en dan kan je niet zeggen na zo'n intens gesprek van: succes ermee. 

 

12:42 M: Hij vertelt dat het er nog altijd maatschappelijk werkers klaarstaan als een samenkomst een gevoelig thema raakt. Ook in de tweede en zelfs de derde generatie kan de geschiedenis onverwacht en met volle kracht opstaan. 

 

12:54 Henk: Het idee dat de voorouders een rol spelen en invloed hebben, dat is wel iets wat ook in de Indische en Molukse cultuur zit, hè.

 

13:08 M: De maatschappelijk werkers spreken van een ‘luxerend effect’; lux van licht - dat plotseling schijnt op een plek die voorheen donker was en waar misschien pijn ligt opgeslagen, soms al generaties lang. Er is ook een psychiatrische term voor: intrusies. Psychiater Patricia Dashorst, werkzaam bij nationaal psychotrauma centrum ARQ, is bezig met een proefschrift over intrusies en legt het fenomeen aan haar keukentafel aan ons uit.

 

13:37 P: Ja, intrusie, dus opdringend, beeld, herinnering, gedachte. Dus iets wat onvrijwillig naar voren komt op welk moment dan ook, zonder dat je bewust eraan wilt denken. 

 

13:52 M: Intrusies, zegt ze, zijn herinneringen, gedachten, beelden van traumatische situaties die de ouders van de kinderen meegemaakt hebben. Patricia en haar collega’s onderzoeken hoe die ervaring is doorgesijpeld naar een volgende generatie. Bij sommige mensen met intrusies bleek er thuis nooit over die traumatische situatie te zijn gesproken. En toch was de oorlog, het geweld, de angst, op een bepaalde manier aanwezig.

 

14:22 Patricia: De emoties zijn natuurlijk wel aanwezig in zo'n gezin. In zo'n familie. Of expliciet afwezig. En dan gaat het kind ook invullen van: waar mag nou niet over gesproken worden, of waarom gaat papa of mama steeds weg als dat op tv komt of moet de tv dan uit of mag ik niet m'n bestek hard op tafel laten vallen, ofzo.

 

14:51 M: Ja, dus het hoeft niet het expliciete verhaal te zijn.

 

14:54 P: Nee.

 

14:56 M: Het kan ook eigenlijk zijn wat er allemaal niet gezegd wordt.

 

14:58 P: Ja, we denken wel dat we onze gevoelens binnen kunnen houden maar dat lukt natuurlijk bijna niet. Ja, we zeggen het niet, dus we denken: we houden het binnen, maar

even terugdeinzen als er iets gezegd wordt, al is het maar 2 millimeter, dat vangt een kind onmiddellijk op. 

 

15:14 Iris: Ik heb m'n opa niet zo lang gekend maar ik heb een hele sterke band gehad met m'n oma en ik logeerde daar als klein kind heel veel omdat mijn ouders heel jong waren toen ik werd geboren, dus ik was daar heel veel. Maar ik weet ook dat er veel spanning was tussen m'n oma en m'n vader, dus het zou ook kunnen dat ik, juist op een hele jonge leeftijd, die spanning tussen die twee heel erg heb gevoeld.

 

15:44 M: Wat die angst die Iris voelde precies was, is niet met zekerheid te zeggen. Een boodschap van haar oma, een doorgesijpelde herinnering, het resultaat van opgestapelde spanningen die ze voelde in haar jeugd, dat alles in één, Patricia’s onderzoek geeft geen sluitend antwoord. Maar het laat wel zien dat Iris niet de enige is, in wie een oude pijn plotseling tot ontploffing komt.  Het gegeven dat dat kan, dat je zulke emotionele zeemijnen kunt achterlaten voor de mensen die na je komen, vind ik beklemmend, maar Iris ziet het anders. Alle fysieke klachten van de afgelopen maanden hebben langzaam maar zeker de vorm gekregen van een verhaal. Een verhaal dat haar aanvult en met nieuw begrip naar zichzelf en haar familie doet kijken. 

 

16:30 Iris: Alsof er wel zo langzamerhand iets geheeld wordt.

 

16:41 M: Het wordt januari. De zalen van het Rijksmuseum worden geschilderd voor de tentoonstelling. Aan het einde van de maand wordt de brief alvast in de vitrine geplaatst. 

Met grote concentratie schuiven twee medewerkers hem op de millimeter precies op z'n plek. 

 

16:56 Conservator: De perfecte positie bepalen ze nu en dan gaan ze zometeen zorgen…  nu hebben ze dat bepaald, en nu leggen ze dus....

 

17:06 M: Het glas wordt gepoetst en eroverheen gezet. En dan ligt hij daar, op zijn plek, temidden van de drukte van de opbouw. De brief die jarenlang als een snipper vergeten geschiedenis in een krat op een zolder lag. De brief die Iris rugpijn en kortademigheid bezorgde en getuigt van een geschiedenis die Gerard jarenlang meedroeg in zijn rug. 

 

17:27 Iris: Het lijkt wel alsof ze die brief hebben schoongemaakt, zo keurig ziet het eruit. De belichting moet nog gedaan worden maar het is wel echt heel mooi hè.

 

17:41 M: Echt mooi ja.

Iris kan het zich nog niet goed voorstellen, maar over twee weken schuifelen de eerste mensen eindelijk deze zaal in, wordt de brief door talloze vreemde ogen bekeken en praten we vlak voor het moment suprême met Gerard. Over hoe hij nou eigenlijk naar deze hele reis van zijn dochter kijkt.

 

18:04 Iris: Hoe was het voor jou om te horen dat ik op een gegeven moment fysieke klachten kreeg?

 

18:09 Gerard: Nou ten eerste vond ik dat natuurlijk helemaal niet leuk, dat jij last hebt van iets wat, wat ik dacht dat het mijn verleden was en niet jouw verleden. Maar ik herkende het wel. 

 

18:21 M: Het is 10 februari, de dag van de opening. We staan in een kleine lift in het Rijksmuseum. De enige plek waar we - als we de deur goed afsluiten - met het opnameapparaat veilig zijn voor de heftige galm van dit grote gebouw. Al na tien seconden praten is het licht uitgevallen. Een automatische timer, het kan alleen weer aan door de deur te openen dus houden we het maar zo. Het is op een prettige manier vervreemdend, dit praten in het donker, heel dicht op elkaar. 

 

18:52 Gerard: Ik heb altijd voor mezelf gezegd van, alles wat ik heb meegemaakt in het gezin, het fysieke en het mentale geweld wat er eigenlijk was, dat is in mijn rug gaan zitten. Als het te zwaar wordt, dan gaat het daarheen. De ene in z'n hart, de ander in z'n rug en bij mij dus in m'n rug.

 

19:13 M: Iris’ eerste vraag raakt Gerard. Hij kampt zelf al bijna zijn hele leven met zware zenuwpijn, zo zwaar hij soms nauwelijks nog kan bewegen. 

 

19:22 Gerard: En toen ik dat van Iris hoorde dacht ik van: ja, dat gun ik niemand, dat wil ik ook helemaal niet. Waarom moet iets wat ik dacht dat van mij was, dan overgaan op m'n kinderen? Want ik wil juist dat mijn kinderen daar helemaal niet door belast worden. Ik vind dat heel moeilijk.

 

19:45 M: Die geschiedenis waar Iris last van kreeg, heeft hij nou juist van zijn kinderen willen weghouden, dat had hij al op jonge leeftijd besloten. 

 

19:53 Gerard: Toen ik naar de middelbare school ging, jaar of twaalf, dacht ik: ik moet met mezelf afspraken maken om te zorgen dat ik ga slagen als volwassene. Want ik wilde gewoon niet dat er zou gebeuren in mijn gezin, mijn toekomstige gezin, wat er gebeurd is in -  zeg maar - mijn ouderlijk gezin. 

 

20:19 M: Zijn vader had de oorlog mee naar huis genomen, maar Gerard zou als een dam voor die geschiedenis gaan liggen. Het geweld stoppen door alles anders te doen dan Hans. Niet boos worden, niet roken, niet drinken, niet vloeken. 

 

20:34 Gerard: En dat deed mijn vader op een bijzonder heftige manier. Mijn vader dronk veel, hij vloekte, constant. 

 

20:43 M: Gerard wilde het anders doen. De geschiedenis ombuigen. Net als zijn vader, ging hij al jong vrijwillig het leger in. Maar niet om te vechten, hij ging om te voorkomen dat er ooit nog gevochten zou moeten worden. 

 

20:56 Iris: Ik ben wel benieuwd hoe je nu naar je vader kijkt. Kun je beschrijven hoe hij dan de oorlog meenam, wat voor jou... 

 

21:04 Gerard: Dat vind ik moeilijk. Als dat in een podcast komt, dat vind ik echt moeilijk.

 

21:10 M: Een paar herinneringen wil hij in die donkere lift wel delen.

 

21:15 Gerard: We gingen altijd precies om zes uur eten. Nou, wat was ik, een kind, jaar of tien. Ik speelde buiten en ja als ik dan even een minuut te laat kwam, nam mijn vader me mee naar de garage en daar trok hij de riem uit mijn broek en m'n broek naar beneden en ja, werd ik eigenlijk gestraft hè, met mijn eigen riem. En dan gingen we daarna gewoon eten met elkaar. Hij had een keer enorme ruzie met m'n oudste zus en die twee lagen elkaar niet zo heel erg en hij gaf haar op een gegeven moment een klap tegen d'r hoofd en toen heb ik hem beetgepakt. Ik zal een jaar of veertien, vijftien geweest zijn, en heb hem tegen de grond gewerkt. Daar ben ik echt helemaal niet trots op, maar ik vond dat ik dat op dat moment moest doen. 

 

22:17 M: Hij herinnert zich nog goed hoe hij onderaan de trap stond toen zijn ouders uit elkaar wilden. Hij was vijf en ze vonden dat hij moest kiezen. 

 

22:25 Gerard: En ik bleef onderaan de trap staan en zei: 'Ik ga niet kiezen, want jullie zijn mijn papa en mama en ik kan niet kiezen'. Ik heb dat ook geweigerd inderdaad en ik heb eigenlijk altijd gezegd; vanaf dat moment ben ik volwassen geworden. Het opkroppen van alles wat er gebeurd is, dat heeft bij mij tot fysieke ongemakken geleid. Ik ben door de jaren heen zo fysiek zwaar belast geraakt dat het niet eens meer pijn doet. Het doet wel pijn, maar ik laat het niet toe. 

 

23:05 M: Door de jaren heen vond hij een manier om tegen de pijn in te leven. Hard sporten, discipline. Terwijl hij dit vertelt, denk ik aan al die keren dat ik met Iris ging hardlopen en zij zelfs na een halve marathon nog immuun leek te zijn voor uitputting of verzuring. Hoe hard ik ook trainde, nooit haalde ik haar in. Het geweld van de oorlog, dat Hans mee naar huis nam, dat Gerard tussen zijn schouderbladen droeg, leverde haar niet alleen klachten op maar ook een ongekend doorzettingsvermogen dat haar al jarenlang over de finish van hardloopraces blaast.   

 

23:40 Iris: Doordat we het nu hierover hebben en doordat we dit verhaal nu openlijk met elkaar kunnen bespreken en wat er is gebeurd, merk ik dat er bij mij juist ook heel veel bevrijding komt en die last van m'n rug en m'n nek dat heb ik ook niet meer zo zoals toen dat verdriet heel erg naar boven kwam. Ik heb juist het gevoel dat het bij mij ook ja, dat ik nu veel vrijer ben of dat ik me vrijer voel. Hoe is dat dan voor jou? 

 

24:16 Gerard: Ik kan dan wel pak 'm beet 25 jaar ouder zijn, maar ons proces heeft bijna gelijk gelopen. 

 

24:23 M: Het grootste gedeelte van zijn leven, vertelt Gerard, was er geen ruimte voor deze geschiedenis. Geen ruimte om Indisch, om anders te zijn. 

 

24:31 Gerard: wij waren in Maassluis-West de enige donkere mensen. Ja, ik heb altijd mezelf als een Nederlander gezien. Ik was gewoon een witte Nederlander en iedereen vond dat.

 

24:44 M: Maar kort geleden kwam daar verandering in. Met Simone, Iris' moeder, bezocht Gerard een tentoonstelling van fotografe Suzanne Liem over vier generaties Molukkers. Gerard is net als zijn moeder en oudste zus Hanneke op Ambon geboren. 

 

24:59 Gerard: Het leek wel of ik samensmolt met die groep. Dat ik een grens overstapte van 'die Nederlander', 'die witte Nederlander met een kleurtje'. Het leek wel of ik, ik werd als het ware toegetrokken naar die groep, ik voelde me gewoon thuis.

 

25:22 M: Dat hij dit nu ervaart, heeft te maken met de tijdgeest, denkt Gerard. Gesprekken die hij met zijn ouders niet kon voeren, zijn aan de orde van de dag nu. Lang verzwegen onderwerpen worden nu getoond in het Rijksmuseum. Er is ruimte die er eerst niet was. En de tentoonstelling Revolusi!, Hans' brief in de vitrine, heeft alles voor hem in een stroomversnelling gezet. 

 

25:44 Gerard: Toen begreep ik ook dat jij, dat ik eigenlijk ook onbewust heel veel aan jou heb doorgegeven, wat jij dus ook moet verwerken. En daarom ben ik het misschien ook wel, nou niet misschien, daarom ben eigenlijk ook ontzettend trots op jou en wat je doet en hoe je het doet. En jouw verwerking is ook mijn verwerking. Jij hebt mij daarmee ook geholpen om, ja, 65 jaar te verwerken. 

 

26:15 M: En dan springt plotseling de lamp aan en vliegt de deur van de lift open. Een vrouw en een man met een wandelstok willen naar boven. De opening begint. We stappen uit de kleine donkere ruimte de hal, het licht in. 

We schuifelen door de eerste zaal de tentoonstelling in, op weg naar de brief. Langs een opname van Sukarno die de onafhankelijkheid uitroept, langs het vriendenboekje van een vermoorde Indonesische vrijheidsstrijder, langs herinneringen aan mensen die tegelijkertijd met Hans leefden, vochten, droomden - naast en tegenover hem. Het raakt Gerard dat de blik van Hans onderdeel mag zijn van dit grote verhaal. 

 

27:05 Gerard: het is heel makkelijk oordelen over die jongens uit die periode, over wat ze gedaan hebben, of het nou oorlogsmisdadigers zijn of hoe je het allemaal mag noemen, het was gewoon oorlog. 

 

27:17 En oorlog, zegt Gerard, is chaos. 

 

27:19 Gerard: Alles wat hij schrijft in zijn brief, dat zijn al die lagen. De wreedheden, de economische afhankelijkheid van Nederland, Nederland die de koloniën wilde behouden omdat de schatkist leeg was. Maar ook de verwarring die er was, dat de verzetsgroepen hun eigen mensen vermoordden omdat ze koloniale banden hadden of omdat ze Chinees waren of welke reden dan ook. Daar begreep hij niks van en ik snap dat wel. Hij ging daar natuurlijk met een hele andere reden heen. Maar hij kwam in een vreselijke oorlog terecht, waar hij op een gegeven moment ook niet meer kon zien wie nou echt de vijand was. 

 

28:11 M: En dan, dan zijn we bij de vitrine. 

 

28:16 Gerard: Oh, mooi zeg. Dit is, het is gewoon nu echt, ja. Ja ik weet niet wat ik moet zeggen, het is gewoon heel bijzonder. 

 

28:27 I: Ja, wat vind je bijzonder? 

 

28:29 G: Hè?

 

28:31 I: Wat vind je bijzonder?

 

28:32 G: Nou….. 

 

28:38 I: Ja. Wat voel je dan?

 

28:40 G: Ik kan niks zeggen, ik kan niks zeggen. 

 

28:48 M: Een week later zal Gerard me bellen en vertellen wat hij had willen zeggen op dit moment. Dat hij ondanks alles, Hans niets kwalijk neemt. Dat hij begrijpt wat de achtergrond is van al dat geweld waarmee hij opgroeide en dat hij dat onbewust altijd heeft begrepen. Als klein jongetje al, onderaan de trap, begreep hij dat hij niet zou kunnen kiezen voor één perspectief. Hij was zich als vijfjarige niet bewust van wat hij begreep, zal hij zeggen aan de telefoon, maar onbewust begreep hij het en daarom bleef hij staan. Die woorden komen allemaal later. Nu zijn er geen woorden. Gerard staat stil en kijkt naar de brief. Zijn arm ligt om Iris' schouder, haar hand wrijft heen en weer, heen en weer over zijn rug. 

 

Deze podcast is gemaakt door en met Marjolijn van Heemstra en Iris van Santen. Muziek en montage: Roald van Oosten. Redactie-assistent: Anne Kuit. Eindredactie: Laura Stek. Als geschiedenis in je opstaat is een podcast van de VPRO, OVT, de NPO, Stichting Marjolijn van Heemstra en het Rijksmuseum, met steun van DutchCulture.

afleveringen