'Dat hoeven de mensen boven de rivieren niet te weten'

Interview met Toon Spoorenberg en Peer van Eersel

Thomas van den Bergh

Vanaf maandag 2 april 2001 veranderde de programmering van Radio 1, 2 en 5 drastisch. Een van de opvallendste vernieuwingen was het dagelijkse kwartier dat een lokaal Brabants radiostation op Radio 5 mocht gaan vullen: Radio Bergeijk. De VPRO Gids ging in 2001 op bezoek bij de twee presentatoren van Radio Bergeijk en ontdekte dat de Bergeijkenaar ‘open, eerlijk en hulpvaardig’ is.

Thomas van den Bergh,

Dit interview is verschenen in VPRO gids 13 van 2001.

Het is nog een stuk verder dan we dachten. Na Eindhoven richting Valkenswaard, dan richting Eersel, en ten slotte linksaf naar Bergeijk. Een fraaie bosachtige omgeving, tegen de Vlaamse grens. Bergeijk steekt er wat druilerig bij af. Een norse man met een blauw schort veegt de laatste carnavalsresten van het trottoir. Dit is een klein stadje, diep in het Brabantse land, eind februari.

Waarom Bergeijk? Vanaf 2 april zullen de Radio 5-luisteraars, in het kader van de door de regering gevorderde zendtijd voor lokale omroepen, dagelijks een kwartier lang kunnen luisteren naar de regionale zender Radio Bergeijk. Hoogste tijd om eens kennis te maken met de twee presentatoren van Radio Bergeijk.

Op een grijs fabrieksterrein aan de Ekkerstraat staat de blokkendoos vanwaaruit Radio Bergeijk de uitzendingen verzorgt. Ik word ontvangen door Toon Sporenberg, een kleine, enigszins nerveuze man, begin veertig, snorretje. Hij neemt me mee naar de studio: een bedompte ruimte, met aan de muren posters van een Ferrari en voetbalvereniging De Weebosch. Achter de tafel zit Peer van Eersel – gezet, kalend, begin vijftig, een koptelefoon dwars op het blozende hoofd. Hij zit midden in de uitzending, bezig aan een interview met de operazangeres Lucretia van Boheemen, die onlangs is verhuisd naar Bergeijk.

Even later schuif ik aan, ik krijg een bak lauwe koffie uit een thermoskan, en een koptelefoon op mijn hoofd. Ons gesprek wordt prompt op de band gezet – ‘leuk voor onze luisteraars’.

Toon Spoorenberg, u hebt dit station ooit opgericht, geloof ik?

Spoorenberg: ‘Ja, zo'n kleine zestien jaar geleden ben ik begonnen met wat toen nog bakkies heette. Dat noemde ik Bakkie Bergeijk. De mensen waren daar heel enthousiast over, maar die bakkies zijn er uitgeraakt, en toen ben ik op een gegeven moment samen met Peer bij de ziekenomroep langsgegaan. Van hen konden we voor een klein bedrag wat oude apparatuur overnemen.’

Peer van Eersel: ‘Daar heb ik nog een leuke anekdote over. Ik was eerst in het streekziekenhuis bij de radioloog langsgegaan. Het duurde een tijdje voordat ik erachter was dat een radioloog eigenlijk iets anders doet. Misschien wel leuk voor u te weten.’

TS: ‘Toen hebben we die apparatuur hier naartoe gesleept, we hebben de boel opgeknapt, we hebben een hok gemaakt voor Tedje, de technicus. En toen zijn we begonnen met uitzenden. Eerst deed ik dat alleen, maar jij was toch zo enthousiast, Peer, dat je op een gegeven moment zei: kan ik… toen kwam je in de WAO, want jouw vrouw was bij je weg…’

PvE: ‘Dat is iets dat de mensen boven de rivier niet allemaal hoeven te weten, maar mijn vrouw is inderdaad bij mij weggegaan. En omdat ik in de WAO zat, kon ik meer tijd vrijmaken om dit geweldige werk te doen.’

Wat voor soort station is radio Bergeijk?

TS: ‘Het gaat bij ons allereerst om de berichtgeving van wat er in de gemeente gebeurt. Het nieuws, bestemd voor de boeren in de omgeving en de gewone bevolking. Daarnaast hebben wij langzamerhand ontwikkeld… daar is zo'n Engels woord voor... human interest. Aandacht voor wat er verder nog leeft in de gemeenschap. Toch? Mag ik het zo zeggen Peer?’

PvE: ‘Ja, jij zegt dat vaker, maar ik weet echt niet wat je daarmee bedoelt.’

TS: ‘Dat is een Engels woord.’

PvE: ‘Oh. Ja, ik heb mijn mavo nooit af mogen maken, maar dat hoeven de mensen boven de rivieren ook niet precies te weten.’

TS: ‘Human interest wil zeggen dat ons radiostation blijk geeft van belangstelling voor wat de mensen bezighoudt.’

PvE (enthousiast): ‘Ja, inderdaad dat doen wij. Dat klopt. Dat heb je goed gezegd.’

TS: ‘Nou, dat zeg ik. Maar dat is eigenlijk een hele lange zin, terwijl human interest, dan is het: hop aan mekaar.’

PvE: ‘Ja, maar dat is dan weer Engels. En wij willen Bergeijk ook graag Nederlands houden.’

Wat speelt er zoal in Bergeijk?

PvE: ‘Wij hebben als Bergeijk te maken met het feit dat er heel veel veranderingen plaatsvinden in de tijd waarin wij leven. Dat zijn dingen waar je ook als gemeenschap niet een-twee-drie voor kiest. Zoals migratie, normen en waarden die versoepelen, kleine criminaliteit die meestal wordt gepleegd door mensen waarvan ik niet mag zeggen dat ze zo rond de middellandse zee hun domicilie hebben…’

TS: ‘En de keuken verandert.’

Wat is het verschil tussen Bergeijk en gemeenten boven de rivieren?

TS: ‘Ja, dat is een hele andere mentaliteit hè. Wij zijn van oorsprong een goudeerlijke, katholieke, agrarische gemeente. Vanouds stond iedereen hier voor mekaar klaar. Als de ene familie moeite had met varkens die ziek waren, dan sprong een andere familie met varkens weer bij. Als de beer bij boer 1 geen goesting had, dan kwam de beer van boer 2 om de zeugen te bevruchten. Je ging altijd bij mekaar langs met pannetjes met bonen. Wat ik zeg: een eerlijke agrarische gemeenschap, die nu door de moderne tijd allerlei veranderingen ondergaat, met name door invloeden van buitenaf.’

PvE: ‘Dat heeft ook te maken met wat ik maar even in een moeilijk woord “infrastructurele ontsluiting” noem. Er zijn wegen aangelegd van hieruit naar Eindhoven, waardoor er invloeden uit Eindhoven komen die lang niet altijd gewenst zijn. En het eigene van Bergeijk, het eigen karakter, de eigen aard, de volksaard, raakt aangetast door die vreemde invloeden.’

Maar wat is dan precies die volksaard van de Bergeijkenaar?

PvE: ‘De Bergeijkenaar is open, hij is eerlijk, het hart zit op de goede plaats. En hij is hulpvaardig.’

TS: ‘Niet bang om zijn armen eens flink uit de mouwen te steken.’

PvE: ‘En hij heeft gewoon een gezonde afkeer van alles wat niet uit Bergeijk komt.’

Dat geldt ook voor jullie allebei?

PvE: ‘Nou, wij zijn natuurlijk wat meer van de wereld. Wij hebben een wat breder perspectief dan de gemiddelde Bergeijkenaar, maar wij werken dan ook bij de media... eh… medium.’

TS: ‘Dan verandert toch je kijk op de wereld. Dan zie je toch iets meer de nuances van de dingen.’

PvE: ‘Kijk, de meeste mensen lezen alleen de koppen van De Eyckelbergh, dat is de plaatselijke krant van Bergeijk, echt een opinieblad. Maar ik lees De Eyckelbergh dus helemaal.’

TS: ‘Jij leest zelfs alle advertenties.’

PvE: ‘Ja, dan weet je wat er te koop is.’

TS: ‘En dan zie je dingen waar je van schrikt. Wat er bij de slager allemaal te koop is… Dat is geen varkensvlees meer, dat zijn schapen en lammetjes. En knoflooksaus.’

PvE: ‘Al die dingen hadden we vroeger niet. Hadden we ook niet nodig. Onze varkens smaakten van zichzelf goed. Daar hadden we geen knoflooksaus bij nodig.’

(Het is kwart voor tien en het eerste bier komt op tafel. Dat ik het op koffie houd, wekt verbazing.)

TS: ‘Dat is ook al zo'n verschil hè. Wij zijn van gemoedelijkheid en gezelligheid en jullie zitten met een nuchtere kop en een bak koffie een beetje te muggenziften.’

Even terug naar het programma van Radio Bergeijk. Waar bestaat dat uit? Zijn er vaste rubrieken?

TS: ‘Allereerst het regionale nieuws. De gier- en mestberichten. Gemeenteberichten. Sport is ook heel belangrijk. Bergeijk is een echte sportgemeente. De hoofdmoot wordt iedere dag gevormd door een gesprek met een studiogast uit de gemeenschap. Of we gaan op reportage.’

PvE: ‘Dan hebben we Lilian van Heeswijk. Die doet Trends, Tips en Lifestyle. Dat is voor de jeugd in Bergeijk. Want ook wij hebben moeilijkheden met de jeugd, dat is voor de mensen van boven de rivieren misschien wel leuk om te weten. De Bergeijkse jeugd is slappe hangjeugd geworden. Er komt weinig uit.’

Radio Bergeijk probeert daar een soort opvoedende rol in te spelen?

TS: ‘Natuurlijk. Een gids.’

PvE: ‘Wij zijn een gids in het leven. Op kleine schaal weten we de jeugd weer te interesseren voor gezamenlijke activiteiten. Zoals sporten met ontbloot bovenlijf in de natuur, en het doen van allerlei exercitie-oefeningen.’

TS: ‘In groepsverband stevig wandelen…’

PvE: ‘…in een bepaald ritme… en dan merk je dat er toch energie in de jeugd zit. Als er maar iemand voorop loopt die zegt waar ze naartoe moeten en die zegt waar ze precies een hekel aan moeten hebben. Misschien een idee voor boven de rivieren?’

Is er een rolverdeling tussen jullie?

PvE: ‘Toon is de presentator.’

TS: ‘Ja. Dat komt omdat ik ermee begonnen ben… Dan hoef je niet meteen zo scheef te kijken, Peer… Ik ben eigenlijk Radio Bergeijk en Peer heeft daar een belangrijke functie in…’

PvE: ‘Natuurlijk, Radio Bergeijk is jouw initiatief geweest, en daar draag ik mijn steentje aan bij, maar Toon Sporenberg is echt de man van Radio Bergeijk. Ik weet niet of hij nog lang… nou ja, dan ga ik misschien te ver...’

TS: ‘Wat bedoel je nou?’

PvE: ‘Nee, dat laat ik aan jou over. Ik bedoel, ik zou me kunnen voorstellen dat je op een gegeven moment denkt: ik heb de kar een tijd getrokken, nu moet iemand anders… maar ik heb al teveel gezegd…’

Wat vindt u van de kwaliteiten van Toon Sporenberg?

PvE: ‘Nou… ik vind… Toon heeft zijn kwaliteiten. Hij heeft een warme stem.’

TS: ‘Dat wou ik ook zeggen.’

PvE: ‘Hij heeft een echt Bergeijks geluid. Hij is een bindende factor. Daar wou ik het bij laten.’

En wat is de kracht van Peer van Eersel?

TS: ‘Nou ja…. Peer is Peer hè.’

PvE: ‘Niet wijzen!’

TS: ‘Ik wijs niet naar jou.’

PvE: ‘Jawel, je zit naar mij te wijzen!’

TS: ‘Ik wijs niet naar jou.’

 

PvE: ‘Je weet dat ik daar niet van hou. Je hebt maar één biertje op en je begint te wijzen.’

TS: ‘Ik zit helemaal niet te wijzen man. Je denkt altijd dat ik zit te wijzen. Volgens mij heb jij last van… hoe heet dat… paranoia. Maar goed, Peer is Peer, als hij zich eenmaal in een onderwerp vastbijt, dan is dat onderwerp nog niet jarig. Zo is het met Peer. Een bijtertje.’

PvE: ‘Ja. Ieder zijn kwaliteiten.’

TS: ‘Precies.’

PvE: ‘Spoorenberg. Klootzak.’

PvE: ‘Vind je het nou echt nodig dat ze dat boven de rivieren weten?’

Heren heren.

TS: ‘Ja, wij zijn ook eerlijk tegen elkaar.’

PvE: ‘Dat moet wel. In wezen heb je toch een soort huwelijk met elkaar. Je deelt lief en leed. Ik weet bijvoorbeeld veel van zijn toiletproblemen…’

TS: ‘En ik weet van zijn vrouw, en waarom die bij hem is weggegaan… Dat jij niet zo…’

PvE: ‘Nee, dat hoeft niet…’

TS: ‘Niet zo groot geschapen bent…’

PvE: ‘Vind je het nou echt nodig dat ze dat boven de rivieren weten?’

Goeoed. Ik dank u heel hartelijk. Ik geloof dat ik wel genoeg weet…

TS: ‘Oh. Okay. Wij willen het interview wel heel graag eerst lezen voordat u het publiceert.’

PvE: ‘Dat hebben we geleerd.’

TS: ‘In de media.’

PvE: ‘Medium.’