Wounded Knee 1973


In de jaren zeventig was er een groep inheemse activisten, die in navolging van de Vietnam-protesten en de burgerrechtenbeweging opkwamen voor hun rechten. Red Power, werd de beweging genoemd, in navolging van Black Power.

In 1970 was het boek 'Bury My Heart at Wounded Knee – An Indian History of the American West' verschenen. Het boek vestigde kritische aandacht op het onverwerkte indianenverleden en werkte als katalysator voor een nieuwe beweging.

Op 27 februari 1973 werd het plaatsje Wounded Knee bezet door honderden jonge leden van de American Indian Movement (AIM), die de ‘Oglala Sioux-vrijstaat’ uitriepen.

Ze werden gesteund door traditionele Sioux-leden die wilden dat het verdrag van 1868 werd nagekomen, waarin stond dat ze recht hadden op de Black Hills.

De Amerikaanse overheid was juist bezig het land, dat rijk was aan delfstoffen, verder te onteigenen.

De plaats Wounded Knee was niet toevallig gekozen. In december 1890 richtte de Amerikaanse cavalerie daar een grote slachting plaats onder de inheemse bevolking.

Meer dan 150 ongewapende indianen werden in de vrieskou vermoord nadat ze op de vlucht waren geslagen. Wounded Knee was voor de activisten uit de jaren zeventig een strategische, maar vooral ook een symbolische plek.

Don Cuny was een van de bezetters van Wounded Knee. Hij woont er vlakbij, in een kleine caravan.