Daan Buringa

, Soraya Pol (interview) & Nick Boers (interview & bewerking)

In de tweede aflevering van Stuk ontmoet je Daan Buringa (17). Al vroeg in zijn leven moest hij omgaan met tegenslag door zijn spierziekte, maar als gevolg van een medische complicatie is hij ook nog eens opgezadeld met een dwarslaesie. Het ziet ernaar uit dat hij nooit meer zal kunnen lopen, maar de optimistische Daan houdt hoop en droomt er nog steeds van acteur te worden.

1. anders dan anderen

Daan (9) wordt onderzocht in het UMCG in Groningen

Daan (9) wordt onderzocht in het UMCG in Groningen

‘Het begon een beetje vanaf mijn vierde, dat mijn voeten raar gingen staan en ik steeds gekker ging lopen. Ze dachten toen al wel dat er wat mis was, maar wisten niet wat. Tot ik iets van acht, negen jaar oud was en bij een professor in het ziekenhuis was. Die zag mij lopen en dacht gelijk: “Jij hebt Ataxie van Friedreich.”'

'Dat mocht ze alleen nog niet zeggen, het moest eerst bewezen worden. Na een half jaar kwam de uitslag, ze had gelijk. Het kwam niet helemaal binnen, ik was natuurlijk ook nog heel jong. Ik dacht eigenlijk alleen maar: leuk, dan ben ik anders dan anderen.’

‘Iedereen wist natuurlijk ook wel dat er wat was. Ik liep best prima, kon ook nog wel rennen, maar je kon het wel zien.’ Inmiddels moet Daan genoegen nemen met de rolstoel, maar lang heeft hij zich verzet tegen hulpmiddelen. ‘Ik wilde altijd gewoon zo zelfstandig mogelijk blijven.’

2. gewoon gek doen

‘Ik wil het liefst acteur worden.  Ik zit al bijna tien jaar op toneelles, het is mijn grootste hobby. Het is heerlijk om gewoon lekker gek te kunnen doen, absurde dingen te verzinnen, om uit je dak te gaan. Ook vind ik het fijn dat je ermee uit de werkelijkheid kunt stappen. Niet omdat ik de werkelijkheid niet leuk vind, maar je zit wel in een andere sfeer. Je wordt iemand anders, dat is wel fijn af en toe. Nog beter is het dat je ook niet de hele tijd hetzelfde hoeft te doen – steeds hetzelfde stuk is ook maar saai. Het wisselt af. Sinds een jaar of vijf denk ik daarbij: dit wil ik ook echt gaan doen, dat ik ook naar vervolgopleidingen ben gaan kijken.’

‘Ik zie mijzelf wel serieuze rollen spelen, maar het leukste vind ik mensen laten lachen. Dan kom je er ook lekker in, dat je denkt: wat ik doe is grappig, dan ben je nog veel grappiger en leuker. Die energie vind ik gaaf.’

Daan met zijn toneelgroep

Idolen heeft Daan niet snel (‘soms zijn acteurs goed, soms ook niet’), maar hij ziet genoeg dat hij ook wel wil proberen. ‘The Ashton Brothers, bijvoorbeeld, ik vind het heel tof wat zij op toneel doen. En De vliegende panters, die hebben dingen waarvan ik denk: dat had ik eigenlijk moeten doen. Of Walter in The Big Lebowski. Dat is ook een geval apart. Het zijn inderdaad allemaal mensen die opvallen.’

Helaas wordt hij niet altijd op zijn acteerprestaties aangesproken, merkt Daan. ‘Nee, dan komen mensen naar mij toe, dat ze mij zo bewonderen om wat ik doe. Terwijl, mijn vrienden doen het ook goed en moeten dat ook horen. Daar voel ik me wel eens schuldig over. Sowieso wil ik mensen enthousiast maken om mijn acteren, niet omdat ik dat doe vanuit een rolstoel.’

3. A Clockwork Orange

A Clockwork Orange, van Stanley Kubrick, is nu wel een van mijn favoriete films. Die is heel absurd en raar, daar houd ik sowieso wel van. Het klopt ook allemaal, het is zo gedetailleerd. Elke keer als ik die film weer zie, of een bepaald shot, dan denk ik: wat is dat mooi gedaan. Het is heel maf, heel absurd.’

4. durfal

Een klein jaar terug sprong Daan nog uit een vliegtuig. Met parachute, natuurlijk, maar dan nog zijn er niet veel die het hem na zouden doen. ‘Ik ben niet heel bang voor dingen, ik vind het juist alleen maar leuk, zoiets als parachutespringen. Hoe hoger, hoe sneller, hoe beter.’

Zijn wens werd ingewilligd – en hoe. ‘Normaal gesproken ga je maar drie kilometer de lucht in, maar voor mij wilden ze wel een uitzondering maken, dus het werd vier. Ja, het was heel vet.'

'Toen we in de lucht waren, dacht ik ook echt: ik heb eigenlijk wel zin om eruit te springen. Ik hield er nog wel rekening mee dat ik het eng zou vinden, bijvoorbeeld in de opening, maar ik dacht alleen: springen maar. Het voelde ook heerlijk om daar zo gemakkelijk te zweven. Zo gemakkelijk ging lopen niet. Maar het is niet dat ik daarom die sprong maakte hoor, ik wilde het gewoon een keer proberen. En ik ga het zeker nog eens doen.’

5. verre reizen

Kortom, er valt genoeg te doen voor Daan. ‘Als we op vakantie gaan, dan blijven we vaak in Europa. Italië, Frankrijk, Oostenrijk, dat soort dingen. Maar drie jaar geleden zijn we ook in Gambia geweest. Toen zijn we echt een paar dagen gaan reizen, naar het midden van het land, waar geen toeristen waren. Dat was heel gaaf om te zien. Er was veel armoede, natuurlijk, maar het was ook heel mooi. We zijn toen nog door een rivier gevaren, dat je nijlpaarden ziet, enzo. Heel gaaf.’

‘Zelf wil ik graag nog een keer naar New York en naar Thailand. Daar kun je op 15 meter hoog tussen de bomen slingeren, racen door de jungle. Dat lijkt mij harstikke leuk. Ik zie het dan ook als een uitdaging om naar dat soort landen te gaan. Ik wil dan niet van die aangepaste reizen. Nee, ik maak het mijzelf lekker moeilijk, dan krijg ik er ook wat moois voor terug.’

benieuwd hoe het nu met Daan is?

Je kunt nu alle afleveringen van Stuk online bekijken; je ontmoet Daan in de tweede aflevering. Ga naar deel twee →