Paul White

, Soraya Pol (interview), Nick Boers (interview & bewerking)

In de eerste aflevering van Stuk maak je kennis met Paul White (62), een van oorsprong Amerikaanse man met drie tienerkinderen en een Nederlandse vrouw.

Paul viel 's nachts van de trap en brak zijn nek. Van een leven dat bol stond van sport, muziek, vrienden en cafés is hij nu tot een bestaan veroordeeld van stilzitten, wachten, verzorgd worden, therapie volgen en weer wachten. Hoe zag zijn leven eruit voor het noodlot toesloeg?

1. een huis vol

Paul werd in 1956 geboren in Philadelphia. 'Ik kom uit een groot gezin, met in totaal zeven kinderen – en mijn oma woonde ook nog bij ons. Mijn moeder was een grote piekeraar, ze maakte zich over alles zorgen, zelfs als daar geen reden toe was. Ik ook trouwens, tot ik ongeveer zeventien jaar oud was. Toen besloot ik het gewoon niet meer te doen.'

'Ik was ziek van het piekeren. I was a good kid, kon goed met mensen omgaan, speelde veel sporten en deed het op school ook oké, maar als je je de hele tijd zorgen maakt, dan kan dat je echt opvreten. Toen ik dus op zeventien ging studeren, zei ik tegen mijzelf: ik stop hiermee. Ik ga van huis, mijn leven verandert, en ik ga mijn zorgen achterlaten.'

2. vallen en opstaan

Zeg je Paul, dan zeg je sport. Fietsen, wandelen, rennen, rugby, voetbal; noem het maar op. Zijn eerste liefde was ijshockey. 'Ik was tien toen ik voor het eerst op het ijs stond en ik had de smaak gelijk te pakken. De winter start vroeg in Worcester, Massachusetts, waar we inmiddels woonden, en blijft lang hangen. Ik ging vanaf dat moment elke dag schaatsen.'

'Het lastigste bij ijshockey vond ik het stoppen: dat je eerst vooruit gaat, dan draait en stilstaat. Ik viel dan altijd. Tot er op een dag een sneeuwstorm was. Iedereen ging naar huis, behalve ik. Tien jaar oud en twee kilometer van huis, mijn moeder maakte zich natuurlijk zorgen. "Waar is Paul?" Er waren nog geen mobiele telefoons, de sneeuw kwam met pakken naar beneden. Ideaal, want als ik dan viel, viel ik nu eens in een zacht deken van sneeuw.'

Een van Pauls hockeyteams. Paul staat links in de achterste rij.

3. volwassen worden in het buitenland

Paul (22) tijdens een bezoek aan Amsterdam

Paul (22) tijdens een bezoek aan Amsterdam

'Toen ik afstudeerde was ik 21 en ging ik als accountant werken – maar ik had een hekel aan accounting. Ik had het gestudeerd, maar dat was vooral omdat ik niet wist wat ik wilde. Mijn moeder had business voorgesteld en een vader van een vriend zei dat ik mij dan moest specialiseren in accounting. Dan zou ik alle ins en outs van het zakenleven leren kennen, wat overigens niet waar is.'

'Afijn, bij de rugby was ik in contact gekomen met een katholieke priester, die optrad als scheidsrechter bij rugbywedstrijden in Ierland. Hij wist dat ik mij al bezighield met vrijwilligerswerk – ik hielp kinderen in de binnenstad – en nodigde mij uit om naar Dublin te komen en om daar te komen werken.'

'Als klein kind wilde ik al naar het buitenland, ik lette altijd extra op bij aardrijkskunde. Daar ging het niet alleen over de plekken, maar ook echt over de mensen, over de culturen. Dan droomde ik ervan die landen te zien. Dus ik zegde mijn baan op en vertrok naar Ierland. Ik kwam te werken met kinderen uit moeilijke buurten. Vaders die vaak in de gevangenis zaten, moeders die gestolen goederen doorverkochten, om het maar te kunnen rooien. De kinderen moesten het ondertussen zelf uitzoeken.'

'Ik vond ze overigens geweldig. Recht voor hun raap, totaal niet politiek correct, no bullshit. Het duurde alleen wel dagen voor ik ze kon verstaan, haha. In Dublin heb ik echt geleerd hoeveel geluk ik heb gehad, om op te groeien zoals ik deed. Dat is niet iedereen gegeven.'

Krantenknipsel over het buurtproject waaraan Paul (links) werkte met vader Michael Casey (midden)

4. de mooiste vrouw ooit

'Ik kwam in 1993 naar Nederland en woonde er pas een paar maanden toen ik naar de borrel ging van Thunderbird, een masterschool gespecialiseerd in internationaal mangement. We stonden met iets van twintig man in The Bulldog, toen ik Suzanne ontmoette. Ik zei gelijk: "Wow." Ik vond haar de mooiste vrouw die ik ooit ontmoet had. Ik wist onmiddellijk dat ik met haar af wilde spreken. Ik wist toen nog niet dat ze al met een date was, haha.'

De avond liep niet zoals gepland. 'Bij het eten zorgde ik nog dat ik tegenover haar kwam te zitten, maar ik was tegen die tijd aardig stoned. Dus ik praatte maar en ik praatte maar, terwijl haar date naast haar zat. Uiteindelijk moest ik door, om nog wat oudere vrienden te ontmoeten, en raakte ik haar kwijt, zonder ook maar haar telefoonnummer te hebben gevraagd.'

'Gelukkig had mijn vriend Mitch dat wel geregeld. Dat deed hij altijd bij mooie vrouwen, maar dan belde hij ze zelden. Dus ik vroeg hem om Suzanne's nummer. "Nee, ik ga haar nog bellen," zei hij. "Mitch, kom op." Een tijdje later zaten we in een Indiaas restaurant, toen hij de ober zover kreeg mij een hele hete saus voor te schotelen. Het was alsof mijn hele lichaam in brand stond, ik heb alles opgedronken wat voor handen was. "Ik pak jou nog wel," zei ik daarop. Een tijdje later was ik met hem op pad in München. Toen hij even niet oplette, heb ik Suzanne's nummer uit zijn digitale adresboekje gekopieerd. Ik heb haar gebeld, we zijn gaan daten, en de rest is geschiedenis.'

Paul en Suzanne, circa 1995, in Amsterdam.

5. 'mijn kinderen zijn mijn wereld'

Er zijn maar weinig plekken op aarde waar Paul niet is geweest. 'Antarctica heb ik niet gezien,' bevestigt hij desgevraagd. En goed, ook Zuid-Amerika is hem grotendeels onbekend, maar verder kan hij een indrukwekkend reispaspoort overleggen.

Hij heeft gewoond in onder andere Ierland, Duitsland, Spanje, Frankrijk en natuurlijk Nederland. Voor zijn werk (kort samengevat: Amerikaans aanspreekpunt in den vreemde voor grote technologiebedrijven), en anders wel voor vakantie, reisde hij door heel Europa, delen van Azië, Centraal-Amerika en het Midden-Oosten.

'Ik houd ervan om nieuwe mensen en culturen te leren kennen: veel mensen vrezen het onbekende, maar ik geniet daar juist van. Het motiveert mij. Veel Amerikanen maken dat nooit mee, of ze gaan pas reizen als ze gepensioneerd zijn. Ik ben heel blij dat ik al die ervaringen en herinneringen nu al heb.'

Paul hecht sterk aan zijn zelfstandigheid: 'Mijn vader zei altijd: loop niet achter anderen aan, maar zorg dat je vooraan komt te lopen en anderen jou volgen.' De laatste twintig jaar is zijn reislust echter wel wat beteugeld, geeft hij toe. 'Toen mijn eerste kind werd geboren in 1998, besloot ik gelijk er minder op uit te gaan. Ik hield nog steeds van reizen hoor, maar ik wilde ook niets liever dan thuiskomen.'

Paul met zijn eerste zoon, Etienne

Julian, Etienne en Ryan

Hij weet nog goed dat hij zijn eerste zoon, Etienne, vasthield. 'Ik was extatisch. Het idee dat ik iemand kon helpen opgroeien – en dat ik dat kon doen met de vrouw waar ik de rest van mij leven bij wilde zijn, de vrouw ook waarvan ik wist dat ze een geweldige moeder zou zijn, dat vervulde mij met ongelofelijk veel blijdschap én verantwoordelijkheid. Ik heb gelijk alle opvoedboeken gelezen, haha. Nee, sinds ik die kinderen in mijn leven heb, zijn zij het ultieme hoogtepunt. Er is niks in de wereld waarvoor ik hen op zou geven.'

benieuwd hoe het nu met Paul is?

Je kunt nu alle afleveringen van Stuk online bekijken. Ga naar de eerste aflevering →