Natuurinclusief bouwen moet de norm worden. Daar pleiten verschillende wetenschappers, natuurorganisaties en grote spelers uit de bouw gezamenlijk voor in een open brief aan minister Schouten en staatsecretaris Van Veldhoven.

Houtbouw leeft! Een brede coalitie, bestaande uit wetenschappers, natuurorganisaties en grote spelers uit de bouw, roept minister Carola Schouten (LNV) en staatssecretaris Stientje van Veldhoven (IenW) op om natuurinclusief bouwen tot norm te verheffen. 

Niet alleen de economie, maar ook de natuur moet als uitgangspunt worden genomen bij het opstellen van beleid, zo valt te lezen in de brief. Met een andere manier van bouwen en een gebiedsgerichte aanpak kun je het landschap versterken, biodiversiteit bevorderen, water bergen, energie opwekken en stikstof binden. Maar, dan moet de overheid wel het voortouw nemen. 

Lees hieronder de brief:

maak natuurinclusief bouwen de norm

Geachte mevrouw Schouten, Excellentie,
Geachte mevrouw Van Veldhoven, Excellentie,

De recente ontwikkelingen rond het stikstofdossier drukken ons eens te meer met de neus op de feiten: niet alles kan, er moeten keuzes gemaakt worden. De keuzes dringen zich het meest pregnant op bij de bouw en de landbouw, twee sectoren die een ingrijpende invloed hebben op het grondgebruik en de inrichting van de leefomgeving.

Als specialisten op het gebied van de verduurzaming en vergroening van de leefomgeving is onze analyse dat de complexe problemen van vandaag niet op zichzelf staan. Ze zijn het gevolg van de manier waarop we naar de natuur kijken en met haar omgaan. Zolang we die blikrichting niet veranderen, zullen we van de ene ‘crisis’ in de andere rollen.

Tegelijkertijd zien wij dat wanneer natuur als uitgangspunt wordt genomen, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, in één klap meerdere uitdagingen kunnen worden opgelost. Meervoudige waardecreatie noemen we dat, een gevolg van natuurinclusief denken en handelen.

Tekst loopt door onder afbeelding

'de Nederlandse natuur scoort een dikke onvoldoende'

voorbij het rendementsdenken

Dat we met onze focus op economische groei de natuur en de menselijke maat uit het oog hebben verloren, is geen nieuws. Die insteek was lang succesvol en heeft ons kleine land ontegenzeggelijk veel opgeleverd: onze agro-sector is bijvoorbeeld wereldwijd koploper als het gaat om innovatie en productie en we zijn de op één na grootste exporteur van agrarische
producten.

Maar die wereldprestatie is met een hoge prijs gekomen. Een prijs die met name de natuur heeft betaald, zoals onderzoeken keer op keer uitwijzen. Terwijl de Nederlandse economie internationaal met de besten meespeelt, scoort de Nederlandse natuur een dikke onvoldoende. Naast landbouw zijn stedenbouw, mobiliteit en industrie hier debet aan.

De consequenties zijn ondertussen niet meer te verantwoorden, zowel vanuit een moreel als op den duur ook een gezondheids- en economisch perspectief. Aan de natuur zitten immers grenzen. Of, om de commissie Remkes te citeren: “niet alles kan”.

economische natuurinclusieve groei

Wetenschappers herinneren ons via de media bijna dagelijks aan het feit dat een wereld zonder gezonde natuur zijn weerbaarheid verliest. Dag in dag uit worden we geconfronteerd met de gevolgen hiervan; denk bijvoorbeeld aan luchtvervuiling, weersextremen, plagen, erosie en andere existentiële bedreigingen. De kosten om deze effecten te bestrijden, lopen in de miljarden. Hoe langer wordt gewacht, hoe hoger de kosten en ingrijpender de maatregelen.

Het goede nieuws is dat we deze ontwikkeling ook kunnen omdraaien. Het investeren in natuur levert op de lange termijn jaar in jaar uit juist een blijvende meerwaarde.

Wanneer we niet alleen de economie, maar tevens de natuur als leidend uitgangspunt kiezen bij beleidsvorming, dan voorkomen we dat we achteraf weer tegen de grenzen van diezelfde natuur aanlopen. ‘What’s in it for nature?’ is een eenvoudig en hanteerbaar principe, dat bijvoorbeeld vorm krijgt in integrale gebiedsontwikkeling, kringlooplandbouw, houtbouw en natuurinclusief bouwen.

'het goede nieuws is dat we deze ontwikkeling ook kunnen omdraaien'

Door hoogwaardige natuur voorop te stellen ontstaat een kettingreactie van positieve effecten, waaronder het binden van stikstof en vastleggen van CO2, bevorderen van de biodiversiteit en het verbeteren van de volksgezondheid.

Dit hoeft geen extra kosten met zich mee te brengen; het is mogelijk om kostenneutraal de functiescheiding in de ruimtelijke ordening te overwinnen waardoor een gebouw bijvoorbeeld tevens als faunavoorziening fungeert. Meervoudige waardecreatie dus, waarbij economische groei gepaard gaat met
natuurinclusiviteit en zodoende toekomstbestendig is.

het kan wel

Als marktpartijen zien wij van dichtbij dat natuurversterking werkt. Neem bijvoorbeeld de resultaten van de Green Deal 1000 ha nieuwe stedelijke natuur, het puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen in Den Haag en de groeiende coalitie die zich schaart achter het Deltaplan Biodiversiteitsherstel.

We zien spectaculaire sprongen in de insectenstand als
ecologen tijdig worden betrokken, bijvoorbeeld door natuurvriendelijk maaibeheer rondom hoogspanningsstations van TenneT (toename insecten met 72%) of het aanleggen van een Bijenlandschap in het kader van Groene Cirkels waardoor na 3 jaar al 91 in plaats 68 bijensoorten zijn geteld.

De combinatie van natuurherstel en PV-panelen versterkt niet alleen
de biodiversiteit in solarpark De Kwekerij (Hengelo, Gld.), maar tevens de sociale cohesie, de energietransitie en de bodemkwaliteit.

Het kan dus wel.

'wij zien van dichtbij dat natuurversterking werkt'

grijp het moment

Door een andere manier van bouwen en een gebiedsgerichte aanpak kun je het landschap versterken, biodiversiteit bevorderen, water bergen, energie opwekken en stikstof binden.

Tijdens een recent diner pensant op 2 oktober in het kader van de Vakbeurs Openbare Ruimte kwamen partijen uit de bouw- en groenwereld, de wetenschap en natuurorganisaties bijeen om te spreken over ‘natuurinclusief bouwen’. Het inzetten van de baten van groen en natuur
in de bouw werd door alle partijen, inclusief grote bouwbedrijven, enthousiast omarmd.

We zijn met andere woorden op een uniek moment in de geschiedenis beland waarop de bouwwereld en natuurorganisaties elkaar niet bestrijden, maar samen willen optrekken. Het is tijd om groen daadwerkelijk een integraal onderdeel van gebiedsontwikkeling te maken. Met de opgave van een miljoen te bouwen woningen ontstaat zowel binnen als buiten de
stadsgrenzen een kans om leefbaarheid, landschap en biodiversiteit te versterken.

voorbij het stadium van goede bedoelingen

Daarom doen we een beroep op u om gezamenlijk deze eenstemmigheid in wetgeving en beleid te verankeren en natuurinclusief bouwen tot de norm te verheffen.

Alleen op die manier kan de overheid garanderen dat ontwikkelingen inderdaad bijdragen aan een gezonde leefomgeving voor mens en natuur. BZK investeert bijvoorbeeld in een programma waarin de NEPROM, NVB Bouw en Bouwend Nederland hun achterban ondersteunen en inspireren om meer met natuurinclusief bouwen aan de slag te gaan. Echter, dit gebeurt veelal op basis van vrijwilligheid.

Eenzelfde randnotitie plaatsen we bij het toekomstperspectief van de ontwerp-NOVI waarin staat dat “natuurinclusieve ontwikkeling de norm [zal zijn], zowel in de stad als in het landelijk gebied.” Dit is echter een toekomstperspectief, geen dwingende norm. Relevant is ons inziens hoe deze ambitie bijvoorbeeld wordt meegenomen in het uitvoeringsprogramma van de NOVI.

verhef natuurinclusief bouwen tot norm

Het Rijk heeft in 2014 het natuurbeleid overgedragen aan de provincies en is daarmee grotendeels de regie kwijtgeraakt. We ontvangen signalen dat provincies en gemeenten moeilijkheden hebben met het toepassen van beleid en richtlijnen in hun besluiten en daarnaast stoeien met de implementering van de Omgevingswet.

Juist hierom dient het Rijk met een heldere richtlijn te komen als het gaat over natuurinclusief bouwen en hierbij ook zelf het goede voorbeeld te geven, zoals middels de recent gepresenteerde inkoopstrategie ‘Inkopen met Impact’. Daarbij is te denken aan aanbestedingstrajecten, materiaalnormen, faunavoorzieningen, de inrichting van de omgeving en het stimuleren van innovatie.

De bouwers, burgers en biodiversiteit in Nederland zullen u dankbaar zijn.

'de bouwers, burgers en biodiversiteit in Nederland zullen u dankbaar zijn'

Naast onze oproep om natuurinclusief bouwen in de toekomst tot norm te verheffen, vragen we u ook de kans te benutten om de natuurcompensatie uit het verleden die niet heeft plaatsgevonden, alsnog uit te voeren. Door die waardevolle natuur met terugwerkende kracht te realiseren, creëren we een positieve tegenkracht en brengen we Nederland weer in balans.

Namens alle aanwezigen van het diner pensant en het partnernetwerk van NL Greenlabel bieden we onze kennis en expertise aan om samen met u natuurinclusief bouwen tot het nieuwe normaal te verheffen en voortvarend te bewegen richting een economie met een hoge natuurwaarde.

Hoogachtend,

Lodewijk Hoekstra (founder NL Greenlabel)
Nico Wissing (founder NL Greenlabel)
Onno Dwars (directeur Ballast Nedam Development)
Cécile Cluitmans (directeur divisie gebouwen Arcadis)
Jelle de Jong (directeur IVN Nederland)
Daniël Goedbloed (programmamanager Amsterdam Rainproof)
Eddy Schabbink (business developer IPC Groene Ruimte)
Hanneke van Ormondt (projectleider landbouw en biodiversiteit Urgenda)
Louise Vet (voorzitter Deltaplan Biodiversiteitsherstel en oud-directeur NIOO-KNAW)
Robbert Snep (senior onderzoeker WUR)
Andy van den Dobbelsteen (professor TU Delft)
Jolanda Maas (senior onderzoeker VU Amsterdam)
Maarten Arentsen (associate professor Universiteit Twente)
Michiel Haas (emeritus professor TU Delft, founder nibex.green)
Kim van der Leest (directeur Warm with Senses)
Bob Ursem (wetenschappelijk directeur Botanische Tuin TU Delft)
Henk Westerhof (voorzitter Stichting De Groene Stad)
Jip Louwe Kooijmans (teamhoofd stad Vogelbescherming)
Jean Paul Boon (mede-directeur Vakbeurs Openbare Ruimte)
Egbert Roozen (voorzitter Nationaal Daken Plan i.o., voorheen Green Deal Groene Daken)
Wout Veldstra (voorzitter Operatie Steenbreek)