Bouwen met hout is in, maar is het wel de meest slimme oplossing voor circulair bouwen? Niet volgens Daan van Rooijen, lector duurzame kunststoftechnologie. Hij weet iets nóg beters.

Houtbouw is hot. Sinds enkele maanden lijkt er een transitie op gang te zijn gekomen in de bouwsector. 

Kleine woningcorporaties smeden allianties en maken plannen om in 2035 al volledig duurzaam te bouwen, houtproducenten raken in trek, en zelfs grote woningcorporaties beginnen zich inmiddels te informeren over de mogelijkheden van het bouwen met hout.

En dat alles tot grote teleurstelling van Daan van Rooijen: 'Ik dacht: wacht even, dit gaat niet goed.'

Volgens de associate lector kunststoftechnologie bij NHL Stenden is bouwen met hout namelijk helemaal niet altijd de planeetvriendelijkste oplossing voor het bouwprobleem. Natuurlijk, alles is beter dan bouwen met staal en cement – momenteel is de bouwsector goed voor maar liefst veertig procent van de CO2-uitstoot – maar er kleven ook zeker een paar nadelen aan het geliefde materiaal. 

Blijf af van de bomen

'Nederland heeft op dit moment nog niet veel hout in huis, en dus moeten we hout importeren,' somt Van Rooijen op. 'Als we hier genoeg bomen willen planten, dan moeten we eerst dertig jaar wachten.'

'Daarnaast levert een bos, zelfs met duurzame kap (het zogenoemde FSC-keurmerk) eigenlijk bedroevend weinig hout op. Veel bomen moeten blijven staan om de biodiversiteit in stand te houden, waardoor er minder hout per hectare geoogst kan worden.'

Van Rooijen is nog niet klaar met zijn betoog: 'Onze bomen hebben we hard nodig voor de opslag van CO2, de verrijking van de bodem en voor de ecosystemen die ze genereren. Dus als je straks tien miljard mensen in een houten huis wil laten wonen, dan moeten we de hele aarde volplanten om aan genoeg hout te komen.'

Weg met die bomen dus. Of beter gezegd: blijf af, van die bomen. Maar waar gaan we onze huizen dán van bouwen? Van Rooijen ziet een bijna kant-en-klaar alternatief: biocomposiet. 

Bio-wat?

De vlasplant lijkt op een bloem.

De vlasplant lijkt op een bloem.

Biocomposiet is opgebouwd uit langwerpige materialen die door een hars op elkaar worden gedrukt (net zoals CLT-planken door lijm bij elkaar worden gehouden). Die druk zorgt voor het overbrengen van drukkrachten en schuifspanningen, waarmee het materiaal nog geschikter is voor hoogbouw, en zelfs brugbouw, één van de moeilijkste bouwkundige constructies die er bestaat.

'Alle voordelen van hout gelden ook voor biocomposiet', zegt Van Rooijen. Planten als vlas, jute of hennep – waaruit biocomposiet bestaat – slaan net als hout CO2 op. Bovendien is het materiaal nóg lichter, sterker en stijver dan hout, en nog mobieler. Huizen kunnen meerdere keren worden gedemonteerd en getransporteerd, zónder dat de woningen hun stabiliteit verliezen, vervormen of beschadigen.'

Drie keer zo efficiënt

Maar het grootste voordeel van biocomposiet ten opzichte van hout is misschien nog wel efficiëntie. Volgens Van Rooijen is biocomposiet wel twee tot drie keer zo economisch als houtbouw. 'Vlasplanten kun je elk jaar verbouwen,' zegt hij. 'Je hebt er minder van nodig en het gaat langer mee. Na dertig jaar heb je een enorme hoeveelheid. Zet dat eens af tegen één bos.'

Van Rooijen: 'Bovendien is hout een relatief zwak materiaal, dat je moet compenseren met extra grote houten balken. Hout heeft noesten, het staat niet altijd even mooi recht, het krijgt last van rot als je het niet goed behandelt. Daarom moet je allerlei safety factors in hout stoppen. Waardoor je misschien maar met een kwart van de sterkte van hout mag bouwen.'

'Met biocomposieten aan de andere kant kun je veel slanker en dunner bouwen. Biocomposiet trilt niet lang na, want het materiaal dempt (handig voor bruggen en vliegtuigen). Het materiaal is sterker dan hout, en heeft betere veiligheidsmarges, waardoor je met minder materiaal meer kan bouwen.'

Daan van Rooijen met een plantenbak van biocomposiet.

Daan van Rooijen met een plantenbak van biocomposiet.

Een nieuwe kans voor boeren

Van Rooijen ziet ook een nieuwe kans voor boeren. 'Er wordt gezegd dat twintig procent van de boeren in Nederland over zou moeten gaan op bosbouw, om onze huizen te bouwen van hout. Maar een boom, die moet je laten staan. Dan moet een boer z'n land dertig jaar lang vastleggen met bosbouw. Welke boer gaat dat doen?'

'Terwijl, als we onze huizen van vlas bouwen, dan hebben we misschien maar zes procent van onze landbouwgrond nodig. Boeren kunnen zo omschakelen naar vlas – hier in het Noorden kennen we vlas al van linnen, en hennep van de textiel. Een jaar later kunnen boeren zo weer terug naar voedsel, als het moet.'

Van Rooijen: 'Ook de resten gaan niet verloren: het zaad van hennep kun je gebruiken voor oliën en voedingsmiddelen. De vezels voor materiaalversiering. Ook kan er kunststof en harsen van worden gemaakt. Met één oogst hennep kun je zowel de hars als het materiaal maken.'

Dus, waar wachten we op?

In Nederland zijn er nog maar een paar bedrijven die biocomposiet produceren. Op slechts een paar promille van het noordelijke land wordt hennep verbouwd. Maar als biocomposiet zo'n geweldig materiaal is, waarom wordt er dan niet al lang mee gebouwd?

'Tja,' zegt Van Rooijen, 'onbekend maakt onbemind. Je praat bovendien over de houtlobby, je praat over de betonlobby, en over de staallobby. Onderschat niet hoe groot die zijn.'

Die grotere lobbies hebben allemaal hun eigen onderzoeken klaarliggen over de voordelen van hout, beton of cement, zegt de lector. Voor biocomposiet is simpelweg nog niet zoveel informatie voorhanden.

'Je hebt onderzoeken nodig waarin landgebruik en biodiversiteit wordt meegenomen. Maar zulk onderzoek is kostbaar, dat vraagt grotere budgetten. Verder kan de Universiteit van Wageningen meedenken. En we hebben partijen nodig die op enige schaal biocomposiet-woningen kunnen ontwerpen, bouwen en vervolgens vergelijken met betonnen en houten woningen.'

Tekst loopt door onder video


De eerste biocomposieten verkeersbrug ter wereld staat in Friesland.

Om de kar toch te trekken, jaagt Van Rooijen biocomposiet-projecten aan, zodat er sommetjes en vergelijkingen gemaakt kunnen worden. In september vorig jaar verscheen het eerste biocomposieten tiny house in Emmen, en twee maanden later was daar de allereerste biocomposieten verkeersbrug ter wereld (kosten: 8,5 miljoen euro) – een unicum. 

De slanke brug kan honderd jaar mee, minstens even lang als een houten of stalen brug. 'Met hout was deze brug een enorme blokkenkolos geworden. Dat was misschien niet eens mogelijk geweest.'

Op dit moment ontwikkelt Van Rooijen een vangrail, onder toeziend oog van Rijkswaterstaat. Die zou, als alles goed gaat, de eerste grote klant moeten worden.

Reactie van architect Marco Vermeulen (uit: 'Houtbouwers')

'Ik ben groot voorstander van het bouwen met zowel bomen én planten. Met duurzame bosbouw blijft het bos in stand. Er is voldoende hout beschikbaar in Nederland en Duitsland om dit materiaal langzaam in te faseren in onze bouwketen. Daarnaast moeten we inderdaad extra bossen aanplanten om de productie in de toekomst te kunnen verhogen.'

'Ik twijfel of de techniek van biocomposiet al zover is dat de hoofddraagconstructie van een gebouw hiermee uitgevoerd kan worden tegen kosten die vergelijkbaar zijn met beton en staal. Met CLT zijn we daar nu wel. Maar het is natuurlijk hartstikke goed als er in de toekomst ook biocomposieten alternatieven komen voor hout. Dat maakt het aanbod alleen maar rijker.'

'Maar laten we alsjeblieft geen kampen creëren binnen het biobased bouwen. Álle vormen van bouwen met bomen én planten zijn beter dan bouwen met beton en staal.'