Studenten vertellen vanuit eigen beleving over de stand van zaken. Wordt de waarde van wetenschappelijk onderwijs wel nagestreefd?

Caspar (24)

mag ik alstublieft mijn scriptie schrijven?

Naar mijn mening zou het schrijven van een scriptie als een kers op de taart moeten voelen, als de bekroning van jaren werk. Het zou het moment moeten zijn waar je als student kan etaleren wat je hebt geleerd en geen oefening moeten zijn in zelfcontrole als gevolg van bureaucratie, traagheid en onverschilligheid. Het gedoe rondom mijn scriptie doet echter wel aan als een dergelijke slopende oefening.

Mijn eerste poging van de scriptie, die ik in januari had ingeleverd was volgens mijn beoordelaars niet voldoende. Ik had bijna een maand moeten wachten op deze boodschap. Ook was het commentaar dat ik erop kreeg onduidelijk; er was eigenlijk van alles mis, maar tegelijkertijd ook bijna niks. Mijn begeleider verontschuldigde zich: Ik had een strenge tweede beoordelaar gehad en een derde die zo mogelijk nog strenger was, maar mijn begeleider had er een voldoende op geplakt. Zijn oordeel was door de trage bureaucratie teniet gedaan.

Na een eerste poging krijg je de kans om te ‘repareren’. Ik ben zo goed mogelijk met mijn feedback aan de slag gegaan en heb praktisch elk woord herschreven, de inhoud herzien en de structuur volledig veranderd. Deze keer duurde het langer dan een maand (langer dan officieel toegestaan) voordat ik uitsluitsel kreeg. Weer was het onvoldoende. Weer was het mij vrij onduidelijk waarom. En weer kreeg ik als opmerking van mijn begeleider dat ik een “strenge tweede beoordelaar had” deze keer aangevuld met: “Je hebt echt pech gehad.” En als kers op de taart dat zowel mijn begeleider als de strenge tweede beoordelaar er een voldoende aan hadden gehangen, maar dat op een magische wijze een derde beoordelaar had besloten dit teniet te doen. “Pech gehad.” De bureaucratie speelde een spelletje met me, maar veranderde de regels tijdens het spel. Nooit eerder had ik mij zo erg een insignificant nummertje gevoeld op de universiteit. Mijn oordeel, dat van mijn begeleider en de tweede beoordelaar werden door een bureaucraat, die er te lang de tijd voor nam, teniet gedaan.

Nadat dit gehele drama zich had afgespeeld moest er uiteraard een nieuwe poging komen. Ik heb niet jaren van mijn leven besteed aan het halen van een papiertje om deze door een mislukte scriptie niet te krijgen.

Het drama kreeg dus ook nog een vervolg. Doordat het zo lang had geduurd eer ik mijn cijfer ontving was de reactie die ik kreeg op mijn vraag om nog in hetzelfde studiejaar aan de laatste mogelijkheid deel te nemen om een scriptie te schrijven negatief. Ik zou te laat zijn. Protesten dat dit toch geheel buiten mijn schuld om was werden niet gehoord. Ik zou het volgende academisch jaar een nieuwe kans krijgen. Oftewel ik zou bijna een jaar studievertraging oplopen omdat de bureaucratie van de universiteit te langzaam voor haarzelf was.

Uiteindelijk mocht ik via een hoger orgaan een officieel naplaatsingsverzoek indienen, dat ook afgewezen werd. Want “de student is te laat”. Ironisch voor een ‘naplaatsingsverzoek’. Nadat ik had uitgelegd dat deze vertraging buiten mijn schuld was ontstaan en juist de reden was dat het verzoek werd ingediend werd het verzoek wel gehonoreerd. Tegen deze tijd begon ik al wel met een flinke achterstand aan de hernieuwde poging. Het bureaucratische getouwtrek rondom de scriptie heeft mij dus een goede drie maanden in haar greep gehad, mij net geen jaar studievertraging opgeleverd en mijn vertrouwen in de universiteit bijna volledig afgebroken.  

Alwin (28)

kille reacties

Ik studeer nu ongeveer zes jaar aan de universiteit en ik heb eigenlijk niets te klagen gehad. De meeste docenten zijn enthousiast en hebben veel kennis en de faciliteiten en vakken zijn helemaal top. Maar er zijn wel een paar momenten geweest waar ik even heb lopen vloeken op het systeem. Mijn moeder is na een lang ziekbed tijdens mijn studie overleden en er zijn een paar momenten geweest waarbij ik uitstel of een herkansingsmogelijkheid wilde aanvragen, maar hoe docenten hier mee omgingen verschilde nogal. Sommigen wilden er simpelweg niets persoonlijks weten en verwezen me dan ook meteen naar de officiële route, de bureaucratie. Uitstel of aanvragen voor herkansing moeten altijd via de studieadviseur gaan, maar in een paar gevallen gingen daar meerdere werkdagen overheen waarin ik in onzekerheid was over of ik een vak nog kon halen of niet. De meest kille reacties kreeg ik van docenten die bachelorvakken gaven met veel studenten en die logischerwijs het liefst zo min mogelijk interactie met elke student wilden.

David (28)

directe les

De heipalen worden erin geslagen; de boren blijven zoemen; de bouwvakkers lachen; de trucks blijven af- en aanrijden. Het lijkt wel alsof wij niet opgemerkt worden. Alsof wij, de toekomst van dit land, niet bestaan. Niet voor de bouwvakkers, maar ook niet voor de universiteit.

We zitten in een hokje op de vijfde verdieping op Roeterseiland, het gloednieuwe gebouw van de Universiteit van Amsterdam. De tl-lichten staan aan. De muren zijn leeg. De beamer werkt maar half. Het bord waarop geschreven moet worden, hangt nog niet, maar staat tegen de muur aan. En hier volgen wij – zo’n vijftien studenten – het vak De Stem van het Volk.

Hoe kunnen wij discussiëren over democratie? Over onze samenleving? Over de toekomst? Hoe moeten wij ons academisch ontwikkelen? Aristoteles gaf toch ook geen lezingen met daarin zijn kritiek op de democratie van Athene op een plek waar een nieuw amfitheater werd gebouwd?

Onze Aristoteles, zij het in een ander jasje, leidt ons mee naar de vergaderruimte voor leraren. We blijven de schokken van de heipalen voelen, maar het geluid is gedoofd en de discussie over een nieuwe democratie kan beginnen.

We analyseren het boek Tegen Verkiezingen van David van Reybrouck, waarin hij stelt dat democratie lijdt aan anorexia. We kijken naar de mogelijkheden van directe democratie. We discussiëren over de mogelijkheden om via een app referenda te laten werken. We vragen ons af of de media en politiek de extreemrechtse stemmer niet te makkelijk wegzet. We testen bepaalde type democratie, door ons te verdelen in groepen.

onze professor loopt voorop

Het studiejaar 2014/2015 is niet alleen het jaar waarin sociale wetenschappers beroofd worden van de studieruimtes in het hartje van Amsterdam, maar ook het jaar waar de Maagdenhuisbezetting plaatsvond. Terwijl wij discussieerde over een (eerlijke) democratie, brak de hel los op het spui - of brak de hemel open.

Het was onze professor die voorop liep richting het Maagdenhuis. Niet om te protesteren, niet om de actie te ondersteunen of te bekritiseren, maar om te analyseren. Samen, met ons. Hoe werkt een groep studenten – en enkele professoren – om tot een plan te komen? Is er een leider aanwezig, of gaat het in dialoog? Worden er Occupy tactieken toepast, door simpelweg iedereen die wat wil zeggen het woord te geven? Zijn er machtsverschillen? Werkt deze democratie?

We luisteren naar de ambitieuze studenten die geestelijke heipalen in de grond slaan voor toekomstige studenten. Later, als we weer terug zijn in de fabriek dat Roeterseiland heet, analyseren we het. Samen.

elke professor moet vooroplopen

Geef professoren de kans om zelf een vak te ontwikkelen. Om voorop te lopen. Om de studenten mee te nemen in het gedachtengoed van de professor. Geef professoren de kans om een vak op te bouwen. Geef de professoren de kans om te falen.

Niets is leerzamer dan een vak te volgen dat vanuit het hart wordt gegeven. En als je dan enkele jaren later opeens David van Reybrouck mag interviewen voor de Europese Persprijs, dan zijn het deze lessen waar je aan terugdenkt. Dat is geen toeval, maar opleiding.

 

Timothy (22)

docenten in tweestrijd

Ik heb zelf niet per se vervelende ervaringen op de universiteit meegemaakt, maar wel merk ik een tweestrijd die samenkomt bij de docenten. Enerzijds zie ik docenten met passie voor hun vak, die met veel inzet en liefde studenten willen doceren, helpen, begeleiden. Maar anderzijds zie ik dat er steeds meer druk en regels van bovenaf opgelegd worden. Aanbestedingen en uren worden gekoppeld aan aantal studenten die een vak instromen of halen, de kwaliteit van onderwijs moet wordt gemeten in rubrics. Docenten proberen hier zo goed mogelijk aan te voldoen (moeten ze ook), maar dit gaat zeker ten koste van hun vermogen studenten te helpen. Hun bewegingsruimte wordt ingeperkt en hun professionele oordeel en intuitive wordt ondermijnd. Hoewel dit de aantallen op de universiteit ten goede komt, de kwaliteit van het onderwijs gaat hierdoor zeker omlaag.

Madelief (20)

meerkeuzetentamen

Voor mijn opleiding is het verplicht om minstens 2 vakken te volgen over methoden, technieken en statistiek, afgekort tot MTS. Niet alleen mijn opleiding heeft deze vereiste. Ook sociologie, psychologie, culturele antropologie en algemene wetenschappen hebben deze cursus als verplicht in hun studieprogramma staan. Verschillende opleidingen met verschillende invalshoeken die dezelfde cursus vereisen, met dezelfde leerstof, op hetzelfde moment. Dit resulteerde in de situatie dat ik en honderden andere studenten, niet op de universiteit, maar in de Utrechtse jaarbeurs hetzelfde tentamen maakten.

De stof voor het tentamen was zo gevormd dat we dingen moesten weten, maar ook redeneren en berekenen. Het meerkeuzetentamen dat voor me lag in de jaarbeurs had echter geen plaats voor redenaties of berekeningen, alleen voor eindantwoorden.

Ik had bij god geen idee hoe ik een GPA moest berekenen. Maar wist toevallig dat deze tussen de 0 en 4 moet liggen, waardoor 2 antwoordmogelijkheden al afvielen. Ik had geen idee hoe ik de SPSS-output moest interpreteren die voor me lag, maar de antwoordmogelijkheden duwden me in de juiste richting. Ik weet nog steeds niet wat nou precies het verschil is tussen validiteit en betrouwbaarheid. Maar de antwoordmogelijkheden van vraag 8 gaven me wel een idee. Ik heb nog steeds niet het idee dat ik iets weet van methoden, technieken of statistiek.

Maar dat was blijkbaar niet nodig, want mijn cijfer voor het meerkeuze tentamen was een 7,8.

Ik snap dat meerkeuzetoetsen lekker makkelijk na te kijken zijn. Maar door de massale meerkeuze-toetsing van kennis is kwaliteit ten onder gegaan ten behoeve van kwantiteit. Er wordt niet meer gemeten wat je weet over het ontwerp, maar hoe goed je meerkeuzevragen kan beantwoorden.

 

Aylin (25)

ontmoedigingsbeleid voor abnormale student

Alles lijkt er bij de Universiteit van Amsterdam op gericht te zijn om de ‘abnormale’ student te weren. Tot voor kort was er vooral sprake van een ontmoedigingsbeleid, waarbij studentenadviseurs het afraadden om extra vakken te volgen, om een stage of semester in het buitenland te volgen bij studievertraging of om onderwijs voor studenten met een beperking niet te faciliteren. Bewust of niet, deze keuzes maakten dat ik jarenlang rondliep met een onbehaaglijk gevoel. In de ogen van de UvA ben ik namelijk zo’n abnormale student.

In april 2018 was er plotseling sprake van een heel bewuste keuze van de UvA om de samenwerking met het Academisch Media Instituut DIA stop te zetten. Ik heb het geluk gehad om nog wel een vak te volgen op het DIA, en die ervaring heeft mijn ogen geopend. Opeens was ik gewoon een mens, in plaats van een student die niet paste in het ideale plaatje. Als ik ergens mee zat (persoonlijk of op studiegebied) werd er naar me geluisterd en net zo lang meegedacht tot er een oplossing was waar beide partijen zich in konden vinden. Eigenlijk zoals het er in de echte wereld ook aan toe gaat: je bent geen mislukking wanneer je je niet volledig kunt voegen naar een bepaald ideaalbeeld maar krijgt de ruimte om jezelf te ontwikkelen en een beeld te krijgen van wie je bent. In plaats van tevergeefs een beeld van jezelf neer proberen te zetten waar anderen tevreden mee zijn.

Alle studenten die op het DIA rondlopen zijn tot op zekere hoogte ‘abnormaal’; niet ten minste omdat ze ervoor hebben gekozen praktijkgerichte audiovisuele vakken te volgen in plaats van de reguliere theoretische werkgroepen die worden aangeboden op de Roeterseilandcampus. De beslissing van de UvA, die ervoor zorgt dat allerlei audiovisuele vakken bij de opleidingen Politicologie en Antropologie uit het curriculum verdwijnen, leidde tot grote ontzetting bij de studenten. Ik kan er met mijn hoofd ook niet bij dat het DIA moet verdwijnen. Juist hier heb ik dingen geleerd die van onschatbare waarde zijn; dingen waar ik de wereld buiten de universiteit mee durf te trotseren omdat ik weet dat ik dat kan. Met het verdwijnen van het DIA wordt studenten wéér een alternatief pad ontzegd. Wéér zullen ze alleen leren zich abnormaal te voelen.

Ik voel me eindelijk geen uitzondering op de norm meer en vraag me af wat er nu gaat gebeuren met studenten die zich dat nog wel voelen. Want laten we eerlijk zijn: de UvA heeft het recht niet om een norm voor de ‘normale’ student te bepalen. De norm is geen werkelijkheid. De normale student bestaat niet.

Momo (20)

momentopname

Het is ontzettend vervelend en schadelijk dat je als student altijd slechts een momentopname van de ontwikkeling van je universiteit te zien krijgt. Toen ik dit jaar begon met filosofie studeren voelde ik dat er in de werkgroep Praktische Filosofie eigenlijk altijd veel te weinig tijd was om de stof te bespreken. Je neemt dan aan dat je nu eenmaal met een zwaar vak te maken hebt, totdat je later een tweedejaars student spreekt die je weet te vertellen dat er altijd een tweede werkgroep was, maar die is wegbezuinigd.

Het is ook vervelend, nu later in het jaar, dat mijn werkgroepdocent voor Geschiedenis van de Filosofie altijd zo weinig fut lijkt te hebben. Ik kwam hem laatst tegen in een café waar hij ongevraagd zijn excuses aanbood en me uitlegde dat het bij de derde werkgroep van drie uur op een dag inderdaad lastig wordt om een glimlach op je gezicht te houden – al helemaal als je de hele nacht op bent gebleven om (onbetaald) tentamens na te kijken. Zijn contract wordt aan het eind van het jaar overigens niet verlengd. Hij heeft twee jaar les kunnen geven.

Dit soort dingen vertellen ze je niet. Deze veranderingen voltrekken zich geleidelijk maar gestaag en als niemand aan de noodrem trekt blijft er van het hele zaakje niets meer over. Ik heb me bij Humanities Rally aangesloten omdat ik deze kennis op anderen wil overdragen, om zo te voorkomen dat mijn studie verder wordt uitgehold.

Colin (24)

nul punten voor enthousiasme

Twee jaar geleden wilde ik heel graag het vak Introduction to Conflict Studies volgen, maar wat ik ook probeerde, inschrijven mislukte. Geen wachtlijst, helemaal niets. Dat zal vast aan mij hebben gelegen, maar dat doet er verder niet toe. Met een ‘nee' wilde ik nam ik geen genoegen. Ik mailde de vakcoördinator om te vragen of er echt geen plek was voor mij en mijn enthousiasme. Hij vertelde me dat ik het best naar het eerste college kon gaan, dan zou hij het voor mij fiksen. Na het college schreef hij mij in op de vakpagina, ik mocht zelfs m’n werkgroep kiezen. Eenmaal toegevoegd aan een werkgroep was het slechts een kwestie van tijd voor ik ook bij het secretariaat zou staan ingeschreven werd mij verzekerd. Apetrots op mijn assertieve houding gaf ik mezelf een schouderklop.

Ver over de helft van het blok zocht ik nog eens contact met de vakcoördinator. Gewoon om iets conflict studies-gerelateerds met hem te delen. Helaas nam zijn antwoord een onverwachte wending. Of het nog was gelukt met het secretariaat wilde hij weten. Dat is gek, dacht ik, volgens mij was hij juist degeen die zei dat alles goed zou komen. Ook bij het secretariaat. Zonder dat ik daar mijn hand voor moest omdraaien. Dat kon hij mij toch verzekeren? Twijfelachtig nam ik toch maar contact op met de afdeling politicologie. Het antwoord was meedogenloos. Dat schouderklopje had ik beter achterwege kunnen laten.

Ik stond blijkbaar niet ingeschreven en dat ging ook niet meer gebeuren. En waar haalde ik het gore lef vandaan om op slinkse wijze de wachtlijstplek van een brave student af te pakken? Dat ik intussen het vak, op de laatste opdracht na, succesvol had afgerond, kon het secretariaat blijkbaar niets schelen. Geen punten voor mij dus, alle moeite waardeloos. Toen ik de situatie oneerlijk noemde en probeerde uit te leggen dat dit niet alleen mijn fout was, werd mij een agressieve houding verweten. Sindsdien ga ik liever niet meer in discussie met de universiteit. Ik ben duidelijk niet meer dan mijn studentnummer. Eén nul vijf. Drie twee vijf. Twee. Acht.

Alissa (23)

warmetruiendag

Ik werk bij de Green Office van de Universiteit van Amsterdam, wat een club studenten is die de UvA duurzamer wil maken. Facility Services had gevraagd of wij een leuke actie wilden houden voor ‘Warmetruiendag’, waarbij de verwarming 1,5 graad naar beneden ging op verschillende faculteiten. De studenten van de Green Office gingen een actie houden op Science Park: we gingen warme chocomel uitdelen bij de kantine en zouden met mensen praten over de actie. De chocomelk bleek al een lastig punt: de cateraar wilde niet dat wij 2 uurtjes gratis chocomelk zouden uitdelen, omdat dat ten koste van hun omzet zou kunnen gaan: we moesten de pakken die we gingen gebruiken van hen kopen. Een tafel regelen werd een kastje-naar-de-muur verhaal: verschillende telefoontjes werden gepleegd met mensen die je niet kunnen helpen en die je doorverwijzen naar hun collega. Voor het persbericht over de Warmetruiendag heb ik ook meerdere malen moeten mailen voor met verantwoordelijke hier voor, die uiteindelijk haar eigen gestelde deadline met een paar dagen overschreed. De dag was uiteindelijk in onze ogen een succes, maar niet omdat het ons zo makkelijk mogelijk werd gemaakt.  

Tobiah (23)

nummers en cijfers

Ik zat in mijn tweede jaar Culturele Antropologie. Aan het einde van het jaar volgden alle studenten het vak ‘Tweedejaarsessay’. Een vak waar je, onder persoonlijke begeleiding, een uitgebreid essay van 6000 woorden over onderwerp naar keuze mag schrijven. Dit ter voorbereiding van latere onderzoeken en scripties. In een groepje van drie mensen ontmoetten we vaak onze begeleider en spraken we over onze onderwerpen en welke kant we op zouden moeten gaan. Eigenlijk een heel fijn vak, waar je als redelijk jonge student de kans krijgt om op een persoonlijke manier met je docenten om te gaan.

Na twee ontmoetingen moesten wij gaan schrijven. Drie weken na het inleveren van het eerste grote essay dat ik ooit geschreven had kreeg ik een mailtje: “Het feedbackformulier met cijfer kan opgehaald worden uit mijn postvak”. Op het formulier stonden een stuk of tien criteria (schrijfvaardigheid, originaliteit, formulering van hoofdvraag etc.). Bij elk criteria stond er een balk waaraan aan de linker kant ‘slecht’ stond, en aan de rechterkant ‘goed’. De docent had bij elke balk een punt gezet ter aanduiding hoe goed of slecht ik het gedaan had. Aan het einde van formulier stond een cijfer.

Daar stond ik dan met mijn formulier, oftewel het laatste contact dat ik met deze docent zou hebben, bij de postvakjes op de 5e verdieping van Roeterseiland. Blijkbaar had ze niet genoeg tijd gehad om op te schrijven wat goed ging en wat fout ging, wat specifiekere dingetjes over mijn essay. Opbouwende kritiek waar ik wat aan zou hebben voor het volgende essay dat ik zou moeten schrijven. Het voelde vervelend, alsof de moeite die ik gedaan had voor niets was. Alsof ik koe 10588671 was in een hele grote melkmachine. Wat ik ook was, en nog steeds ben. Dit zou allemaal namelijk niet zo vervelend zijn, wanneer het een uitzondering zou zijn. Maar dat is het niet: ik studeer nu al vijf jaar aan de UvA en ik heb bij zowel antropologie en filosofie maar één docent gehad die de tijd en moeite heeft genomen om mij (of anderen) goede feedback te geven en dat is heel kwalijk.

Docenten hebben te weinig tijd om hun studenten echte aandacht te geven. Worden vaak ingedeeld bij vakken waar ze niets vanaf weten en verdrinken ondertussen in hun eigen onderzoek. Dat moet anders. De universiteit zou geen melkmachine moeten zijn die docenten behandelt alsof ze zoveel mogelijk koeien moeten melken en studenten zoveel mogelijk melk moeten leveren. De universiteit moet een plek waar je iets leert, waar je groeit, waar je de aandacht krijgt waar je voor komt als je zoekt naar verdieping in een vak.

Ben je student, en heb je iets toe te voegen? Mail dan naar s.stevens@vpro.nl.