'Het is geen snelle fuck geworden'

, Nick Boers

In gesprek met filmmaker Robin Vogel over pornosterren klein en groot, PrEP, inbelverbindingen en zijn film Bliss Point. 'Het is uiteindelijk een hele lieve film geworden.'

‘Ik vind het soms moeilijk om over porno te praten; ik heb het makkelijker over seks. Gek is dat, hè?’

Het is waar: Robin Vogel praat makkelijk over seks. Over top of bottom zijn (‘ik ben vers’), over zijn vriend Art en open relaties (‘hij is niet de eerste vriend die ik heb, maar wel de laatste als het een beetje meezit’) en wat er gebeurt in clubs als het Amsterdamse chUrch (‘ik ben er wel aan gewend geraakt dat mensen in mijn omgeving seks hebben’). Maar praten over zijn eigen pornogebruik bestempelt de filmmaker al gauw als ‘gênant’.

‘Als je samen seks hebt, dan doe je dat ook echt samen, maar porno kijk je alleen. Dat is privé. Ik heb ook wel eens samen met mijn vriend gekeken, maar dan wordt het juist heel kwetsbaar om iets aan te klikken wat jij aantrekkelijk vindt. Hij zei bijvoorbeeld dat ik altijd kies voor filmpjes van Armond Rizzo, haha. Ik had dat helemaal niet door.’

Je kunt Robin misschien kennen van de documentaire Weg van de kerk, een film over Club chUrch en zijn eigen seksuele ontwikkeling; ook heeft hij achter de schermen gewerkt bij bijvoorbeeld Villa Achterwerk en Missie Aarde, maakte hij met de Vogelfabriek verschillende theatervoorstellingen en deed hij onlangs de art direction bij een dramaserie. Al mag hij daar niets over zeggen. ‘Ze willen niet in verband gebracht worden met Vieze film.’

Het deed hem niet twijfelen over het project – of in ieder geval niet te lang. ‘Mijn ouders vonden het in het begin bijvoorbeeld ook een vreselijk idee, maar zij hebben mij wel altijd opgevoed met het idee dat ik mijn eigen keuzes moest maken. Dan is dit het resultaat van die opvoeding.’

Zo gezegd, zo gedaan. Met kompaan Luis ontwierp hij een poster, om te verspreiden op Facebook en in plekken als chUrch en Mr. B. ‘Daar stond op: Ever Dreamed of Being a Pornstar?, met eronder wat we zochten: dat het mannen moesten zijn, de leeftijd – volgens mij stond er tot 49 – en dat ze een duidelijke face pic moesten sturen. Bij “what do we offer” stond vervolgens: “An unforgettable experience, romantic shooting locations, sincere crew and very appropriate payment.” Daar kwamen iets van twintig reacties op.’

(artikel loopt door na kader)

Een tip van Robin: Refugee's Welcome (Bruce LaBruce, 2017)

 ‘Dat is een korte fictiefilm met een pornografische scène: de film duurt in zijn geheel twintig minuten en er zit zes minuten porno in. Het gaat over een jongen, Jesse Charif, die aangevallen en ook verkracht wordt door skinheads – dat wordt niet pornografisch in beeld gebracht – en daarna gered wordt door een reus van een vent, Ruben Litzkey. Die neemt hem mee naar huis, verzorgt hem en uit die intimiteit ontstaat de seks. Die heel filmisch gedraaid is. Toen ik voor het eerst zag, dacht ik gelijk “wow, dit is opwindend, dit is gaaf”, hoewel ik de daadwerkelijke seks inmiddels het minst interessant vind.’

Aanvankelijk wilde Robin eigenlijk niet werken met onbekende namen, maar met eerdergenoemde Rizzo: ‘We hadden ook een Skypegesprek met hem geregeld, maar hij nam niet op. Achteraf gezien is dat ook wel goed geweest, want anders was de helft van het budget waarschijnlijk aan hem opgegaan. Daarnaast is het in de industrie misschien gebruikelijk dat je iemand bestelt en dat je dezelfde middag nog zijn scène draait, maar dat is niet hoe ik wilde werken. Ik wilde weten hoe de performers zouden zijn en dan vooral hoe ze met elkaar zouden samengaan.’

Hij raakte in contact met beginnende pornoacteurs Jesse Charif en Aris Maverick (‘nee, dat zijn niet hun echte namen’) en sprak met ze af in het Westerpark. ‘Daar heb ik eerst Jesse ontmoet en hem een rietgebiedje ingeleid. Daarna heb ik Aris gehaald en hetzelfde gedaan, met de opdracht: “Kijk maar of je het wat vindt.” Toen begonnen ze heel hard te lachen, want het bleek dat ze elkaar al kenden, haha. Ze begonnen al een beetje te flirten en daarna zijn we een biertje gaan drinken.’

Zijn porno is uiteindelijk een ‘hele lieve film’ geworden, vertelt Robin. ‘Dat komt ook omdat de jongens op de dag zelf nog wat zenuwachtig waren en het even duurt voordat je ze seks ziet hebben. Ze gaan eerst op een bootje zitten, eten wat watermeloen en zwemmen daarna naar een eiland. Ze drogen elkaar af, het wordt donker; het klinkt heel cliché, maar het ziet er heel mooi uit. En het is dus geen snelle fuck.’

Over de seksscène zelf is trouwens nog het nodige gediscussieerd, vertelt Robin. ‘Ik wilde dat de performers zelf mochten bepalen hoe ze het deden. De avond voor het draaien kreeg ik daarom nog een eindredacteur van de VPRO op mijn dak. Maar uiteindelijk is het goed gekomen: ze konden kiezen tussen condooms of PrEP, dat is een pil die je inneemt waardoor je even goed beveiligd bent tegen HIV als met een condoom. Dat zit nu ook als disclaimer voor de film.’

(artikel loopt door na afbeelding)

'Ik heb nooit seks gehad met een vrouw, maar ik kan mij niet voorstellen dat die negentig procent van de tijd ligt te kreunen.'

Zelf keek Robin voor het eerst porno op zijn zestiende. ‘Dat was met zo’n inbelverbinding thuis. Ik kwam op homo.nl, dat was een chatsite met bovenin banners waar je op kon klikken. Dan ging je volgens mij door naar homoseksplaatjes.nl, haha. Duurde weer een half uur om te laden.’

Hij keek eerst porno voordat hij seks had – zoals de meesten, zou je misschien denken, maar Robin denk dat dat wel anders is wanneer je homo bent. ‘Omdat je er altijd eerst achter moet komen dat je op mannen valt en porno is de beste manier omdat te bekijken. Al kun je dat natuurlijk ook in de praktijk ontdekken, maar ik was er vrij laat mee.’

Eén keer werd hij tijdens het chatten betrapt, door zijn vader. ‘Hem viel het vooral op dat daar dan gelijk porno bij kwam kijken. Ook in een gay tent staat vaak porno op. Wel heel slechte, trouwens. Ik bedoel, als het nog op VHS gedraaid wordt… Maar sowieso loopt het steeds meer door elkaar, heb ik gemerkt. Als je op een datingapp zit dan is het gebruikelijk dat mensen hun geslachtsdeel opsturen. En ook het zelf maken van filmpjes gebeurt steeds vaker. Ik ben daar zelf niet zo goed in, hoor. Ik heb dat een keer geprobeerd met mijn vriend. Het leek net alsof een beer een pot honing aan het uitlikken was, haha.’

Robin Vogel op de set van zijn film

Hoe kijkt hij eigenlijk naar het waarheidsgehalte van gay porno? ‘Ik heb het idee dat het realistischer is dan heteroporno. Tenminste: ik heb zelf nooit seks met een vrouw gehad, maar ik kan mij niet voorstellen dat de vrouwen negentig procent van de tijd liggen te kreunen. In homoporno gebeurt dat niet. Je hoort wel wat, maar het is allemaal niet zo hoog en niet zo overdreven.’

pornomoe

Terug naar het ‘meest gênante’ moment van hierboven: zijn eigen pornogebruik. ‘Wat ik over het algemeen doe is, naar boyfriendtv.com gaan. Dat is een soort PornHub. Daar zet ik vaak verschillende filmpjes tegelijk open. Als ik een filmpje echt goed vind, dan zet ik hem twee keer op en dan allebei op een ander moment. Een soort split screen. En ja, dit vind ik dus echt heel gênant. Ik weet dat heel veel mensen het doen, ik weet ook dat heel veel mensen het niet doen, maar goed. Dit is dus hoe ik het doe.’

En waarom doet hij het zo? ‘Dat heeft denk ik te maken met depersonaliseren, dat heb ik in mijn eigen montage ook ontdekt. Het moet niet te persoonlijk worden. Wat dat betreft is mijn project compleet mislukt, omdat ik dat allemaal wél wil.’

Ergens twijfelt de filmmaker nog wel of hij daadwerkelijk porno heeft gemaakt. ‘Mijn definitie voor de film is nu dat je wel zin krijgt in seks maar dat je er niet per definitie op af hoeft te trekken.’

Inmiddels is hij naar eigen zeggen best ‘pornomoe’. ‘Omdat ik voor het filmen eerst echt ontzettend veel heb gekeken. Echt ontzettend veel. Als je het dan op een gegeven moment zelf nog gaat monteren – en gedetailleerd gaat monteren, ik heb acht tot negen lange dagen die beelden voorbij zien komen – dan heb je het wel gehad.'

'Tot op een zekere hoogte kun je dat heel technisch bekijken, maar toch doet het wat met je, als de pikken je constant om de oren vliegen.’