steun vpro

Andere Tijden

De gote leugen; de echtscheidingswet van 1971

Andere Tijden

De gote leugen; de echtscheidingswet van 1971

Tot de echtscheidingwet van 1971 is het niet makkelijk om een huwelijk ongedaan te maken. Officieel scheiden kan vrijwel alleen op grond van overspel. Zo ontstaat 'de grote leugen': een van beide echtelieden verklaart vreemd te zijn gegaan, ook al was dat niet het geval. Een ongemakkelijk situatie, het betekent liegen ten overstaan van de rechter. Vanaf 1971 is het liegen afgelopen, scheiden wordt makkelijker en het aantal echtscheidingen stijgt spectaculair. Andere Tijden over lief en leed rond het huwelijk als rotsvast instituut. Na de Tweede Wereldoorlog is scheiden nog een schande. Vrouwen en mannen worden met de vinger nagewezen en de invloed van de kerk is drukkend. Geleidelijk verandert dat en verliest de kerk de greep op de samenleving. De roerige jaren zestig breken aan en de kloof tussen de echtscheidingswet uit 1838 en de praktijk in de moderne samenleving wordt groot. In damesbladen als Margriet en Libelle worden uitgebreid huwelijksperikelen besproken. Echtelieden die niet meer met elkaar door een deur kunnen, komen niet zomaar van elkaar af. Om te scheiden, moet er volgens de wet sprake zijn van mishandeling, kwaadwillige verlating, gevangenisstraf of schuld door overspel. Dat laatste wordt vaak als laatste redmiddel aangegrepen om een huwelijk te ontbinden. Zo neemt Anja Meulenbelt de schuld op zich als zij het in de jaren '60 niet meer bij haar echtgenoot uithoudt. Ze verklaart tegenover de rechter overspel te hebben gepleegd: 'Ze konden wel tien leugens van me krijgen als ik maar van 'm af kwam.' Maar meestal is het de man die 'de grote leugen' en daarmee de schuld op zich neemt. Het onethische 'liegen tegen de rechter' is velen een doorn in het oog. Ook minister van Justitie Carel Polak (VVD) uit het kabinet-De Jong wil er vanaf. Hij pleit voor aanpassing van de wet. Polak stelt voor dat de enige grond voor echtscheiding moet zijn: 'duurzame ontwrichting van het huwelijk', waarbij de rechter in billijkheid moest beslissen over een financiële regeling. De nieuwe echtscheidingswet wordt in 1971 aangenomen en treedt hetzelfde jaar nog in werking. De tegenstanders van de versoepeling van de wet hadden van de minister de verzekering gekregen dat het aantal echtscheidingen niet zou toenemen. Maar dat blijkt al snel een loze belofte. Binnen tien jaar verdubbelt het aantal echtscheidingen.