steun vpro

Argos

Landmijnen

Argos

Landmijnen

Elke twintig minuten ontploft ergens ter wereld een landmijn. Jaarlijks worden daarbij tienduizenden mensen verminkt of gedood, vooral in Afrika en Azië. VN-secretaris-generaal Kofi Annan noemde de oplossing van het landmijnenprobleem vorige maand in Den Haag als prioriteit nummer één op de internationale ontwapeningsagenda. Nederland helpt landen als Bosnië, Angola en Cambodja bij het opruimen van landmijnen. En Nederland bedeelt zichzelf in internationaal verband graag een voorhoedepositie toe als het gaat om de afschaffing van landmijnen. Maar is het in praktijk wel zo mooi als het op papier lijkt? Argos ging op onderzoek uit: is het Nederlandse anti-landmijnen-beleid consequent? Of heeft Nederland boter op het hoofd?

Argos over het Nederlandse beleid ten aanzien van landmijnen. Hoewel de Nederlandse regering officieel tegen het gebruik van landmijnen is, worden Nederlandse landmijnen die zouden worden vernietigd naar Canada geëxporteerd om daar "opgeruimd" te worden en worden andere mijnen vanuit Duitsland geïmporteerd. Ook blijkt uit een krantenadvertentie dat TNO Nederland werkt aan de ontwikkeling van nieuwe typen landmijnen en worden bij Signaal USFA (voorheen Philips) batterijen voor 'intelligente mijnen' gemaakt. Dat de houding van Nederland [minister Voorhoeve van Defensie] inzake landmijnen hypocriet is, blijkt volgens diverse deskundigen ook uit het feit dat de Nederlandse regering in haar beleid een strikt onderscheid maakt tussen antitankmijnen en anti-personeelsmijnen, terwijl dit onderscheid in de praktijk nauwelijks gemaakt kan worden.
Aan het woord hierover:
- kapitein Gilissen van het Explosieven Opruimings Commando van de Koninklijke Landmacht in Culemborg die de programmamaakster rondleidt door dit centrum en uitleg geeft over de verschillende typen mijnen;
- Tweede Kamerlid Leonie Sipkes van GroenLinks die tevens aandacht schenkt aan de vele landmijnen in Afghanistan;
- (telefonisch) onderdirecteur Van der Werf(?) van het Mine Action Centre dat het opruimen van mijnen in Bosnië coördineert;
- (telefonisch) onderzoekers Karel Koster en Frank Slijper van AMOK;
- de Duitse mijnenexpert Otfried Nassauer, directeur van het Berliner Institut für Trans-Atlantische Sicherheit en auteur van een boek over landmijnen (in het Duits).
Het programma bevat tevens een fragment uit de toespraak van secretaris-generaal Kofi Annan van de VN waarin hij ingaat op het feit dat het opruimen van landmijnen de hoogste prioriteit heeft op de ontwapeningsagenda (in het Engels).
Ook fragmenten voor uit brieven van minister Voorhoeve en staatssecretaris Gmelich Meijling van Defensie.

------------
Inleidende teksten (niet compleet):

Tekst 1
Kapitein Gilissen van het Explosieven Opruimings Commando van de Koninklijke Landmacht geeft een rondleiding. Een rondleiding door de modellenzaal van het Commando in Culemborg waar allerlei soorten mijnen staan tentoongesteld.
Mijnen, ze worden de lafste van alle wapens genoemd. Elke twintig minuten ontploft ergens ter wereld een landmijn. Jaarlijks worden daarbij tienduizenden mensen verminkt of gedood, vooral in Afrika en Azië. Verspreid over de hele wereld liggen er naar schatting 110 miljoen mijnen letterlijk als adders onder het gras. En dan liggen er nog eens 110 miljoen mijnen opgeslagen in militaire depots. Secretaris-Generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties noemde de oplossing van het landmijnenprobleem begin vorige maand prioriteit nummer één op de internationale ontwapeningsagenda.

Tekst 1-B
"We moeten meer doen om de wereld te vrijwaren van dit verraderlijke wapen waar zoveel onschuldige kinderen en vrouwen het slachtoffer van zijn", aldus VN-secretaris-generaal Annan op 6 mei in Den Haag. Hij was daar vanwege de inwerkingtreding van het Verdrag tegen Chemische Wapens en sprak de hoop uit dat er nu ook tegen landmijnen internationale verbodsbepalingen komen. Het klimaat daarvoor lijkt gunstig. Want steeds meer landen pleiten voor de afschaffing van mijnen. Nederland speelt daarbij een actieve rol. Niet alleen helpen Nederlandse militairen in landen zoals Bosnië, Angola en Cambodja bij het opruimen van landmijnen. Ook bedeelt Nederland zichzelf in internationaal verband graag een voorhoedepositie bij een verbod op mijnen.
Argos onderzoekt vandaag het Nederlandse anti-landmijnen-beleid. Op papier ziet de Nederlandse opstelling er mooi uit, maar hoe consequent is de praktijk.

Tekst 2
Leonie Sipkes, Tweede Kamerlid voor Groen Links, is in de Kamer een van de meest actieve pleitbezorgers voor de afschaffing van landmijnen. Zij legt uit waarom zij zich daar al jaren zo druk om maakt.

Tekst 3
Kapitein Gilissen van het Explosieven Opruimings Commando van de Nederlandse landmacht.
In de Bosnische hoofdstad Sarajevo is de Zuidafrikaan Van der Werf, onderdirecteur van het Mine Action Centre. Zijn centrum coördineert het opruimen van mijnen in Bosnië, voormalig Joegoslavië. Hij werkte zestien jaar in het Zuid-Afrikaanse leger en deed daar ruime ervaring op met mijnen, onder andere in Angola. Van der Werf vertelt hoeveel landmijnen er tijdens de burgeroorlog in Bosnië zijn gelegd.

Tekst 4
Het aantal ongelukken met mijnen zal de komende tijd nog verder toenemen, als er meer vluchtelingen naar Bosnië terugkeren, verwacht mijnenopruimer Van der Werf.
Nederland heeft recent weer 600 duizend dollar geschonken voor de opruiming van mijnen in Bosnië, vertelt hij ook nog. En dat past weer in het actieve anti-mijnenbeleid dat Nederland voor staat. Dat bestaat verder uit het besluit van de regering - overigens onder druk van de Tweede Kamer - om af te zien van het gebruik van zogenaamde anti-personeelsmijnen door het Nederlandse leger, om een exportverbod in te stellen voor anti-personeel mijnen uit Nederland en om zo veel mogelijk overtollige - en veelal oude - mijnen te vernietigen; in totaal een paar honderdduizend. Ondanks al die goede voornemens zitten er wonderlijke kronkels in het Nederlandse beleid, vindt GroenLinks Kamerlid Leonie Sipkes.

Tekst 5
Er is nog meer kritiek op het Nederlandse beleid. Want de Nederlandse regering mag de zogenaamde anti-personeelmijnen dan in de ban hebben gedaan. Dat geldt niet voor de zogenaamde antitankmijnen: die blijven volgens minister van Defensie Voorhoeve onontbeerlijk voor het functioneren van het Nederlandse leger. En ze zijn ook minder inhumaan, zo redeneert het ministerie, want niet op mensen gericht.
Karel Koster is onderzoeker bij het onderzoeksbureau AMOK. Hij was de afgelopen jaren een van de initiatiefnemers achter de campagne om meer aandacht te krijgen voor het enorme mijnenprobleem in de landen van Zuidelijk Afrika. Hij vindt het onderscheid dat de Nederlandse regering hanteert tussen anti-personeel-mijnen en antitankmijnen, erg kunstmatig.

Tekst 6
Onderzoeker Koster krijgt voor zijn opvatting over de zogenaamde 'intelligente' mijnen, de 'smart mines', steun uit onverdachte hoek, namelijk van kapitein Gilissen van het Explosieven Opruimings Commando van de Koninklijke Landmacht. Ook Gilissen vindt dat met de intelligente mijnen het probleem niet is opgelost.

Tekst 7
Als mijnopruimer krijgt Gilissen ook te maken met de antitankmijnen, voorzien van een anti-opruimingsmechanisme. En ook voor hem is het onderscheid tussen anti-personeel- en antitankmijn in dat geval dan wel erg vaag.

Tekst 8
U luistert nog steeds naar Radio 1, VPRO a/d Amstel, het programma Argos. Vandaag gaat Argos over het anti-mijnenbeleid dat de Nederlandse regering zegt te voeren. Maar hoe consequent is dat beleid in de praktijk. Zo heeft Nederland alle anti-personeelmijnen in de ban gedaan. Maar hoe zit het dan met de clusterbommen van de Nederlandse luchtmacht, bestemd voor F16-straaljagers, zo vroeg Tweede Kamerlid Leonie Sipkes afgelopen maart aan minister Voorhoeve van Defensie. Daarin zitten immers ook anti-personeelmijnen. De luchtmacht beschikt over enkele honderden van deze clusterbommen, type CBU-89 'Gator' en van Amerikaanse makelij. Onderzoeker Karel Koster legt uit hoe ze werken.

Tekst 9
De clusterbommen van de luchtmacht zijn gloednieuwe wapens waarvan de laatste pas een paar jaar geleden zijn geleverd. "We kwamen er zelf pas wat laat achter, dat daar antipersoneelmijnen inzitten", geeft een woordvoerder van het ministerie toe, "We waren helemaal geconcentreerd op de landmacht."
In maart 1996 maakt minister Voorhoeve voor het eerst melding van het probleem met het Gator-systeem in een brief aan de Tweede Kamer.

Tekst 10
De belofte die de minister doet ontsnapt weer aan de aandacht van de Kamerleden. Totdat GroenLinks Kamerlid Sipkes in maart 1997, een jaar later dus, de zaak weer aankaart. De minister antwoordt dan:

Tekst 11
De minister doet nu dus weer precies dezelfde belofte als een jaar daarvoor. Er is dus nog steeds niets aan gedaan. De luchtmacht studeert nog steeds.

Maar er zitten nog meer kronkels in het Nederlandse beleid. Zo blijkt er in Nederland nog steeds onderzoek te worden gedaan naar nieuwe generaties landmijnen. En wel door het Fysisch en Elektronisch Laboratorium van TNO in Den Haag. Frank Slijper, eveneens verbonden aan het onderzoekscollectief AMOK, vertelt hoe hij dat ontdekte.

Tekst 12
Als we het ministerie van Defensie om een reactie vragen, krijgen we in eerste instantie een ontkenning. "U bedoelt ongetwijfeld het onderzoek dat TNO in opdracht van Defensie doet naar het onschadelijk maken van mijnen", zegt woordvoerder Bargerbos. Maar later blijkt dat het ministerie wel degelijk zo'n opdracht aan TNO heeft gegeven. In een brief van 20 juni 1996 schreef staatssecretaris Gmelich Meijling vaan Defensie aan de Tweede Kamer:

Tekst 13
Dus niet alleen TNO-onderzoek naar mijnopruiming, maar ook naar de "kwalitatieve en kwantitatieve behoeften op het gebied van mijnen". Met andere woorden: onderzoek naar nieuwe mijnen, zo geeft ook woordvoerder Bargerbos van het ministerie toe. "Het onderzoek betreft zowel de militaire als de humanitaire kant", zo voegt hij eraan toe, om er vervolgens nog eens op te wijzen dat het uiteraard om antitankmijnen gaat, niet om anti-personeelmijnen. Hoewel de voet in de TNO-advertentie anders doet vermoeden.

Tekst 14
Wanneer we naar Signaal USFA bellen, wordt het verhaal over de batterij daar bevestigd: "Jazeker, dat is uit de UA 61-familie." De USFA- woordvoerder vertelt nog wel dat het tegenwoordig een probleem is dat de westerse markt voor mijnen zo goed als verzadigd is.


We spreken ook met de Duitse mijnen-expert, Otfried Nassauer, directeur van het Berliner Institut fur Transatlantische Sicherheit en auteur van een in 1995 verschenen boek over landmijnen uit Duitsland. Nassauer heeft in Duitsland verschillende aanwijzingen gevonden dat er vanuit dat land mijnen naar Nederland zijn geëxporteerd. Zo heeft de Duitse regering meegedeeld dat er voor de levering van mijnen aan Nederland op zijn minst een keer een exportvergunning is verleend. Uit een andere, geheime bron blijkt, zo vertelt Nassauer, dat er zelfs nog heel recent vanuit Duitsland mijnen naar Nederland zijn gegaan.

Tekst 15
We vragen bij het ministerie van defensie om een reactie. "Ik heb overal bij de landmacht navraag gedaan, ook bij het Duits-Nederlandse Legerkorps", Zegt woordvoerder Bargerbos, "ik moet het dus ontkennen."
We leggen de zaak ook voor aan Kamerlid Leonie Sipkes.

Tekst 16
In de ogen van Sipkes zijn dit soort leveranties typerend voor de opstelling van alle westerse landen, waaronder Nederland.

Tekst 17
Onderzoeker Karel Koster denkt dat de westerse houding de onderhandelingen om tot een internationaal verbod op landmijnen te komen bemoeilijkt.