steun vpro

Argos

De val van Dragan Opacic, alias ‘getuige L.’

Argos

De val van Dragan Opacic, alias ‘getuige L.’

Argos ging in Bosnië op zoek naar Dragan Opacic, de Bosnische Serviër die als ‘getuige L.’ door de mand viel bij het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag. Opacic was in 1996 de kroongetuige in het proces tegen de Serviër Dusko Tadic. Op 25 oktober 1996 bleek ineens dat zijn hele verhaal verzonnen was. Opacic verklaarde dat hij als Serviër krijgsgevangen was gemaakt en door de Bosnische autoriteiten was gedwongen om een valse getuigenis af te leggen tegen Tadic. Nadat hij als getuige was afgedankt, werd Opacic in juni 1997 Nederland uitgezet en uitgeleverd aan de Bosnische autoriteiten.
Opacic zit nu in Bosnië een tienjarige gevangenisstraf uit. Op basis van precies dezelfde valse verklaring waarmee hij voor het Joegoslavië Tribunaal door de mand viel. Argos vond na een lange speurtocht Opacic in de gevangenis van het Bosnische Zenica en reisde ook naar zijn geboortedorp.

-------
Argos over de Bosnisch-Servische kroongetuige Dragan Opacic in het proces van het VN-tribunaal voor Joegoslavië tegen Dusko Tadic in Den Haag. Het programma is een vervolg van een ARGOS-uitzending van 27-11-1998, en bestaat deels uit een herhaling van deze uitzending.
Opacic, ook wel bekend als 'getuige L.', werd als minderjarige krijgsgevangene door Bosnische moslims onder druk gezet om een valse belastende getuigenis tegen Tadic af te leggen.
Nadat het VN-tribunaal in Nederland had ontdekt dat zijn getuigenis tegen Tadic vals was, werd hij in juni 1997 het land uitgezet en moest hij in Bosnië een gevangenisstraf van tien jaar uitzitten. Zijn aanvraag voor asiel in Nederland werd niet in behandeling genomen en hij werd niet vervolgd wegens meineed. In Bosnië zal hij na het uitzitten zijn straf geen normaal bestaan kunnen opbouwen en voor zijn leven moeten vrezen. In het programma worden de achtergronden gereconstrueerd en wordt de correctheid van de handelswijze van het VN-tribunaal en de Immigratie- en Naturalisatiedienst
(IND) onderzocht.
De reportage bevat de volgende onderdelen:
- reportage vanuit Bosnië-Herzegovina. De verslaggever brengt een bezoek aan de ouders, broer en zus van Opacic in hun woonplaats Hrnici, in het Servische deel van Joegoslavië.
Tevens bezoekt hij Opacic samen met diens advocate Isailovic in de gevangenis in Zenica waar Opacic gevangen zit.
Vraaggesprek met Isailovic over haar beweegredenen hem op te zoeken. Vraaggesprek met Opacic over de omstandigheden van zijn gevangenschap;
- M. Wladimiroff, voormalig advocaat van Tadic;
- Göran Sluiter, onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht, die de bewijsvoering bij internationale tribunalen onderzoekt.
Aansluitend een vraaggesprek met journaliste en juriste Heikelien Verrijn Stuart, en met D66-Kamerlid Jan Hoekema
(telefonisch) over de manier waarop Opacic in Nederland behandeld is. De documentaire bevat tevens een nagespeeld gesprek van hoofdonderzoeker Reed van het VN-tribunaal met Opacic en een nagespeeld telefoongesprek met een woordvoerster van het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag.
Geïllustreerd met HAD-fragmenten.

------------
Inleidende teksten, misschien niet volledig:

Tekst 1
“Wat heb ik gedaan, dat ik de beste jaren van mijn leven in de gevangenis door moet brengen?” Woorden vol vertwijfeling van een jongeman van 24 jaar. Hij zit in de gevangenis van Zenica in Bosnië een tienjarige gevangenisstraf uit. Zijn naam: Dragan Opacic, afkomstig uit het Servische gedeelte van Bosnië.
Eindelijk hebben we hem gevonden en konden we met hem spreken. Het eind van een lange speurtocht die een jaar geleden begon. Niemand leek te weten waar hij was. Toch had hij in Nederland korte tijd in het middelpunt van de belangstelling gestaan. In die periode stond hij nog bekend als ‘getuige L.’, de man die de króóngetuige had moeten zijn voor de aanklagers van het Joegoslavië Tribunaal in het proces-Tadic. Dat was het eerste grote proces tegen oorlogsmisdadigers uit het voormalig Joegoslavië voor het Haagse Tribunaal.

Tekst 1-B
Advocaat Wladimiroff. Hij was raadsman van Dusko Tadic, de Bosnische Serviër die in 1996 terechtstond voor het Joegoslavië Tribunaal op verdenking van oorlogsmisdaden, begaan in het kamp Trnpolje. Wladimiroff was zelf getuige van die bizarre uitkomsten. Want op 25 oktober 1996 verklaarde ‘kroongetuige L.’ opeens dat hij al zijn beschuldigingen aan het adres van Tadic had verzonnen. De Bosnische autoriteiten zouden hem daartoe hebben gedwongen. Dezelfde autoriteiten, die hem als gevangene aan het Tribunaal hadden uitgeleend. Driekwart jaar na zijn ontmaskering werd ‘getuige L.’ Nederland uitgezet en uitgeleverd aan de Bosnische overheid. Sindsdien leek hij spoorloos.
Vorig jaar november lukte het wel om hem te lokaliseren, maar niet om hem te spreken te krijgen. Daarom vandaag opnieuw in Argos het verhaal over een afgedankte kroongetuige. Op grond waarvan zit hij nog steeds vast? Hoe wordt hij behandeld? Waarom bekommeren zowel het Tribunaal als de Nederlandse overheid zich niet om zijn lot?

Tekst 2
Verslaggever Goran Trkulja is op bezoek in Hrnici, bij de ouders, de broer en het jongere zusje van Dragan Opacic. Hrnici is een boerengehucht in het Servische gedeelte van Bosnië. Het ligt zo’n 230 kilometer verwijderd van Zenica, waar Dragan gevangen zit. De familie Opacic woont in het laatste huis van het dorp. In de stal naast het huis staat een eenzame koe. Het huis zelf is donker en vochtig. Als het echtpaar Opacic hoort dat Goran op bezoek wil bij hun zoon Dragan verschijnt een hoopvolle blik in hun ogen. We hebben hem in geen jaren meer gezien, vertelt de moeder van Dragan.

Tekst 3:
De familie van Dragan heeft hem jarenlang als vermist beschouwd. Vanaf het moment dat hij in juli 1994 in dienst treedt van het Bosnisch-Servische leger, vernemen zij niets meer van hem. Tot oktober 1996. Het gezin krijgt plotseling bezoek van een medewerker van het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag. Of Janko en Pero Opacic, de vader en broer van Dragan, een paar dagen met hem mee willen gaan naar Den Haag in Nederland. Hij wil graag dat ze iemand ontmoeten en het is echt erg belangrijk. Janko en Pero gaan mee. En in Den Haag komen ze tot hun grote verbazing oog in oog te staan met Dragan, hun zoon en broer die al twee jaar vermist is.
Die ontmoeting, op 25 oktober 1996, is georganiseerd door advocaat Wladimiroff, de raadsman van Tadic. Eén van de belangrijkste bewijzen tegen Wladimiroff’s cliënt Tadic is namelijk de getuigenverklaring van Opacic.
Advocaat Wladimiroff:

Tekst 4
En niet zomaar een kroongetuige, want Opacic was een Serviër die tegen een Serviër getuigde. Een getuige, die het Tribunaal ook nog eens op een presenteerblaadje kreeg aangeboden door de autoriteiten in Bosnië, waar hij al gevangen zat.
Maar Wladimiroff rook onraad. Hij ging de verhalen van ‘getuige L.’ in Bosnië controleren. Details, die Opacic had verteld over het kamp Trnpolje, bleken onjuist. Dat riep de nodige twijfels op of Opacic ooit zelf in het kamp was geweest. Ook ontdekte advocaat Wladimiroff dat de vader van Opacic nog leefde. Hij had steeds beweerd dat die dood was. En dat mondde op 25 oktober 1996 uit in de confrontatie van Opacic met zijn vader en broer in de gevangenis in Scheveningen, waar L. op dat moment al ruim een jaar verbleef.
Dat brak Opacic. En Wladimiroff zorgde ervoor dat dat gebeurde in het bijzijn van Robert William Reid, de Australische hoofdonderzoeker voor de openbare aanklager van het Joegoslavië Tribunaal. Reid had Opacic ook als kroongetuige vanuit Bosnië naar Den Haag gehaald.
In het officiële document van het Tribunaal waarin de verklaring van Reid over deze confrontatie tussen vader en zoon is vastgelegd, zegt Reid onder meer:

Tekst 5
Aldus de verklaring van onderzoeker Reid. Tijdens diezelfde bijeenkomst biechtte Opacic ook op dat hij nooit bewaker was geweest in het kamp Trnpolje. Zijn betrouwbaarheid was hiermee zozeer in diskrediet geraakt, dat hij onbruikbaar was geworden als getuige in de zaak-Tadic. En dat leidde tot grote commotie bij het Joegoslavië-Tribunaal. Het nieuwsoverzicht op die 25ste oktober 1996 meldde ’s avonds:

Tekst 6
De vraag was nu: waarom legde Opacic zo’n valse verklaring af. Die vraag hield ook de Servisch-Kroatisch advocate Isailovic bezig. Zij werd door het VN-Tribunaal ingehuurd om Opacic bij te staan, toen het Tribunaal hem na zijn ontmaskering wilde vervolgen wegens meineed. Advocate Isailovic woont in Parijs. Daar zochten we haar november vorig jaar op.

Tekst 7
Van advocate Isailovic hoorden we ook voor het eerst waar Opacic terecht was gekomen na zijn uitzetting uit Nederland: hij zou in de gevangenis van Zenica zitten, vlakbij Sarajevo. Dat had ze zelf moeten uitzoeken, want het Tribunaal wenste haar niet te helpen. Bovendien, zo vertelde ze verder, was het opvallend dat het Tribunaal niet echt moeite deed om erachter te komen waarom Opacic meineed zou hebben gepleegd. Daarom wilde ze meer weten over het proces in Sarajewo waarbij Opacic, voor dat hij naar Den Haag werd gehaald, tot tien jaar cel werd veroordeeld; veroordeeld vanwege oorlogsmisdaden die hij zou hebben begaan in het kamp Trnpolje.
Isailovic vroeg bij het VN-Tribunaal het dossier van de rechtsgang in Bosnië op. Maar het Tribunaal weigerde. De advocate reisde vervolgens zelf naar Bosnië. Daar ontdekte ze dat Opacic, nadat hij in oktober 1994 krijgsgevangen was gemaakt, 77 dagen was vastgehouden door de Bosnische politie, zonder dat hem iets ten laste was gelegd. Ook kreeg advocate Isailovic het vonnis onder ogen, waarop Opacic op 16 mei 1995 in Sarajevo op beschuldiging van moord tot tien jaar werd veroordeeld. En ze deed een opmerkelijke ontdekking:

Tekst 8
Opacic is in Sarajevo dus tot tien jaar veroordeeld, alleen op grond van zijn eigen verklaring, zonder dat iemand hem ooit in het kamp Trnpolje heeft gezien.
Ook wij kregen de beschikking over het vonnis en lieten het 12 pagina’s tellende stuk vertalen. En inderdaad, alles wat advocaat Isailovic had gezegd, werd daarin bevestigd.

Tekst 9
Die ‘eigen verklaring’ van Opacic speelt dus een sleutelrol. Niet alleen werd hij enkel op grond dáárvan in Sarajevo tot tien jaar veroordeeld, maar ook was die verklaring de reden om hem naar het Tribunaal in Den Haag te halen. Want die verkláring maakte Opacic tot kroongetuige tegen Tadic.
Op 26 oktober 1996 bekent Opacic tijdens een verhoor door advocaat Wladimiroff dat hij die verklaring niet zelf heeft geschreven. Het verhoor werd hem afgenomen een dag na zijn ontmaskering en in aanwezigheid van hoofdonderzoeker Reid van het VN-tribunaal:

Tekst 10
Volgens Opacic is hij dus tot zijn belastende verklaring tegen zichzelf en tegen Tadic gekomen onder zware druk en intimidatie van de Bosnische autoriteiten. Zelfs nadat hij naar Den Haag was overgebracht, was Opacic naar eigen zeggen nog steeds zo geïntimideerd dat hij tegenover het Tribunaal niets durfde te zeggen over de manier waarop zijn verklaring tot stand was gekomen, en bleef hij bij zijn bekentenis. Een valse bekentenis, waaraan de onderzoekers van het VN-Tribunaal geen enkele waarde meer aan hechten. Maar ook een valse bekentenis, op grond waarvan Opacic - na te zijn teruggestuurd - nu in Bosnië een gevangenisstraf van tien jaar uitzit.

Tekst 11
We zijn terug in Bosnië, in het dorpje Hrnici, waar de familie van Dragan Opacic woont. De broer van Dragan laat een papier zien: een petitie van dorpsgenoten van Dragan, die instaan voor zijn onschuld. Maar die petitie heeft niet mogen baten. Dragan zit nog steeds vast, in de gevangenis van Zenica.
Correspondent Harald Doornbos in Sarajevo kreeg afgelopen november al bevestigd dat Dragan daar inderdaad zit. Maar hem daar ook bezoeken, dat bleek heel wat moeilijker.

Tekst 12
Er was toestemming nodig. En die ook daadwerkelijk krijgen, dat bleek niet zo eenvoudig.
Argos-verslaggever Goran Trkulja probeert het deze zomer opnieuw. Trkulja is een Bosnisch-Servische journalist die in het begin van de burgeroorlog in Bosnië naar Nederland vluchtte. Na zijn bezoek aan de familie van Opacic in Hrnici reist hij na Zenica, samen met Dragans advocate Isailovic.

Tekst 13
Na een tijdje komt de directeur van de gevangenis advocate Isailovic en journalist Trkulja ophalen bij de receptie. Hij biedt hen een kop thee aan in zijn kamer. Achter zijn stoel staat een vlag van het Bosnische moslim-leger. Na wat gepraat over koetjes en kalfjes worden ze naar de bezoekruimte gebracht, waar Dragan Opacic al klaar zit. Hij begint meteen druk te praten met zijn advocate. Tijdens het gesprek staat een bewaker op enige afstand mee te luisteren.

Tekst 14
Met deze motivatie besloot rechter Kirk McDonald van het Joegoslavië Tribunaal op 27 mei 1997 dat Dragan Opacic teruggestuurd kon worden naar Bosnië. Toen Opacic waardeloos was geworden als getuige, had het Tribunaal de aanklagers in eerste instantie opdracht gegeven te onderzoeken of hij wegens meineed vervolgd moest worden. Maar de aanklagers voelden daar niet veel voor en wilden liever van hem af. Ze leden immers groot gezichtsverlies door de ontmaskering van getuige L.. Ze hadden anderhalf jaar intensief contact gehad met L. en er nooit blijk van gegeven ook maar énigszins te twijfelen aan de betrouwbaarheid van hun kroongetuige. In tegenstelling tot hun eigen onderzoeker Reid, zegt advocaat Wladimiroff.

Tekst 15
Met de Republiek Bosnië-Herzegovina hadden de aanklagers van het Tribunaal vooraf de afspraak gemaakt dat Opacic na zijn getuigenis weer terug moest naar Bosnië om daar zijn gevangenisstraf van tien jaar verder uit te zitten.
Maar Opacic wilde niet terug. Hij zei bang te zijn voor de toorn van de Bosnische autoriteiten, omdat hij het had verknald als getuige in de Tadic-zaak. Hij vreesde vermoord te worden.
Het tribunaal besliste anders. Op 12 juni 1997 verdween Opacic via Schiphol uit Nederland.
De Nederlandse advocaat Sjöcrona heeft indertijd via een kort geding tegen de Nederlandse staat nog geprobeerd om de uitzetting van Opacic te voorkomen. Tevergeefs. Sjöcrona vertelt welke argumenten de rechter daarvoor aanvoerde.
Tekst 16
Weer andere advocaat, Reurs, diende vervolgens nog namens Opacic een asielverzoek in bij de Nederlandse staat. Maar dat asielverzoek werd juni vorig jaar niet eens in behandeling genomen, vertelt Reurs.

Tekst 17
Advocaat Reurs kwam op 12 juni 1997, twee weken nadat hij het asielverzoek had ingediend, erachter dat Opacic niet meer in de Scheveningse gevangenis zat. Van het Tribunaal kreeg hij te horen dat Opacic "al getransporteerd" was. Maar waarheen, dat weigerde men te vertellen.
Ze hebben hem stiekem verwijderd, aldus Reurs.

Tekst 18
Ondanks alle vraagtekens die rond Opacic in oktober 1996 waren ontstaan, werd hij zondermeer teruggestuurd naar de Bosnische autoriteiten. Nederland kon niet anders, zo luidde het standpunt zowel van de rechter als van de Nederlandse staat. Maar Goran Sluiter, onderzoeker aan de universiteit van Utrecht naar de bewijsgaring door internationale tribunalen, vertelde vorig jaar november het daar niet mee eens te zijn. Volgens hem moet er rekening worden gehouden met het EVRM, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Tekst 19
Vorig jaar november vroegen we al een reactie aan het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag.
Maar men wilde niet reageren. Nu proberen we het opnieuw. Deze keer wil een woordvoerster van het Tribunaal wel kort telefonisch reageren. De vraag is hoe het kan dat Opacic door het Tribunaal is teruggestuurd en nog steeds vastzit op grond van een valse verklaring.
We spelen het telefoongesprek letterlijk na.

Reactie Joegotribunaal
“Advocaat Vladimiroff heeft niet bewezen dat het hele verhaal van Dragan Opacic vals was. Het enige wat is vastgesteld, is dat Opacic gelogen heeft over zijn familieleden. Zijn vader bleek helemaal niet dood, zoals Opacic zei. Daarom heeft de prosecuter besloten dat Opacic geen betrouwbare getuige was.”

Vr: Maar waarom is de rest van zijn verhaal dan niet gecontroleerd? En waarom heeft het Tribunaal niet willen achterhalen waaròm Opacic in de zaak Tadic gelogen heeft? Hij was immers niet zomaar een getuige maar een kroongetuige en er was veel tijd en geld aan hem gespendeerd.
“Waarom Opacic gelogen had en of zijn verdere verhaal klopte, was verder niet van belang voor de Tadic-zaak. Hij was als getuige niet langer bruikbaar. Dus hebben we hem terug gestuurd naar Bosnië waar hij nog een gevangenisstraf moest uitzitten.”

Vr: “Het Tribunaal wilde niet weten waarom Opacic loog en hoe hij aan tot zijn verklaring kwam.
“Dat is uw interpretatie. Wij geven alleen de feiten.”

Vr: “Uit die Bosnische processtukken die u ook in uw bezit heeft blijkt duidelijk dat het proces tegen Opacic niet eerlijk was. Waarom heeft het tribunaal niet ingegrepen en gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid, beschreven in het Statuut van het Tribunaal, om in te grijpen in de nationale rechtspraak van in dit geval Bosnië?
“Die processtukken zijn van voor de tijd dat hij naar Den Haag kwam. Wij hebben daar verder niet naar gekeken. Bovendien ontbreekt de basis om in te grijpen. Het statuut waarnaar u verwijst, is alleen van toepassing op die zaken waar een oorlogsmisdadiger in eigen land terecht staat en er geprobeerd wordt hem voor een minder vergrijp te berechten dan oorlogsmisdaden. Dan kan het tribunaal die zaak naar zich toetrekken.”

Vr: Waarom is Opacic niet vervolgd voor meineed door het Tribunaal.
“Daar kan ik geen mededelingen over doen. Het is aan de openbaar aanklager om te beslissen of er genoeg reden is om iemand te vervolgen voor meineed. In het geval van Opacic heeft hij daartoe kennelijk geen reden gezien. Precedentwerking, zegt u? Nee, hoor. Iedereen die meineed pleegt kan door de aanklager vervolgd worden.”

Tekst 20
Nog een keer terug naar de gevangenis van Zenica, naar de afgedankte kroongetuige Dragan Opacic:

TEKST BREAK
U luistert naar radio 1, de VPRO, het programma Argos. Vandaag over Dragan Opacic, de Bosnische Serviër, die in oktober1996 door de mand viel als kroongetuige in de zaak-Tadic voor het Joegoslavië Tribunaal.